- 30-07-2026
- NIEUWS
Een bedrijfsarts is een arts die zich heeft gespecialiseerd in de relatie tussen werk en gezondheid. De bedrijfsarts helpt werknemers om gezond en veilig te blijven werken. Bij ziekte onderzoekt de bedrijfsarts welke gevolgen de klachten hebben voor het werk en welke mogelijkheden er zijn voor herstel en werkhervatting.
De bedrijfsarts is een erkend sociaal geneeskundig specialist. De officiële registratie luidt arbeid en gezondheid, bedrijfsgeneeskunde. Een bedrijfsarts heeft eerst de zesjarige universitaire opleiding Geneeskunde afgerond en daarna de vierjarige medische vervolgopleiding tot bedrijfsarts gevolgd.
Het werk verschilt van dat van een arts in een ziekenhuis. Een bedrijfsarts behandelt meestal niet zelf de ziekte. De nadruk ligt op beoordeling, begeleiding, preventie, re-integratie en advisering. Daarbij kijkt de bedrijfsarts niet alleen naar de medische klacht, maar ook naar de werkzaamheden, arbeidsomstandigheden, werkdruk, organisatiecultuur en privésituatie.
De bedrijfsarts adviseert zowel de werknemer als de werkgever. De arts moet daarbij professioneel onafhankelijk blijven. Dat geldt ook wanneer de werkgever of arbodienst het salaris van de bedrijfsarts betaalt.
De bedrijfsarts verleent bedrijfsgeneeskundige zorg aan werkenden. Dat kunnen werknemers zijn die gezond zijn, werknemers met beginnende klachten en werknemers die door ziekte tijdelijk of langdurig zijn uitgevallen.
Een bedrijfsarts onderzoekt hoe gezondheid en werk elkaar beïnvloeden. Soms veroorzaakt het werk de klachten. In andere situaties bestond de aandoening al, maar maakt het werk de klachten erger. Ook kan een werknemer een aandoening hebben die niets met het werk te maken heeft, maar die wel invloed heeft op het functioneren.
Voorbeelden zijn rugklachten bij zwaar lichamelijk werk, stressklachten door een hoge werkdruk, huidproblemen door contact met stoffen, gehoorschade door lawaai en concentratieproblemen na een hersenschudding. De bedrijfsarts vertaalt deze medische situatie naar mogelijkheden en beperkingen in het werk.
Een groot deel van het werk bestaat uit de begeleiding van werknemers die zich ziek hebben gemeld. De bedrijfsarts bespreekt de klachten, het herstel, de behandeling, de werkomstandigheden en de mogelijkheden om het werk te hervatten.
De bedrijfsarts kijkt vooral naar wat een werknemer nog wel kan. Dat kan betekenen dat een werknemer tijdelijk minder uren werkt, andere taken uitvoert, extra pauzes krijgt of thuiswerkt. Ook kan een aanpassing van de werkplek, werkdruk of planning nodig zijn.
Bij dreigend langdurig verzuim stelt de bedrijfsarts doorgaans uiterlijk in de zesde ziekteweek een probleemanalyse op. Hierin staat welke factoren het herstel en de werkhervatting beïnvloeden. De werkgever en werknemer gebruiken deze analyse voor hun plan van aanpak.
De bedrijfsarts kan onder andere adviseren over:
De bedrijfsarts is niet verantwoordelijk voor het volledige re-integratieproces. De werkgever en werknemer blijven daar samen verantwoordelijk voor. De bedrijfsarts levert het medische en arbeidsgezondheidskundige advies.
Een bedrijfsarts houdt zich niet alleen bezig met zieke werknemers. Preventie is een wettelijke en inhoudelijke kerntaak. Werknemers moeten de bedrijfsarts kunnen raadplegen voordat zij zich ziek melden.
Tijdens een preventief spreekuur kan een werknemer vragen stellen over bijvoorbeeld werkdruk, beginnende rugklachten, slaapproblemen door nachtdiensten, zwangerschap, beeldschermwerk of het gebruik van gevaarlijke stoffen. Het doel is om gezondheidsproblemen en ziekteverzuim te voorkomen.
Preventieve werkzaamheden zijn onder andere:
Een beroepsziekte is een aandoening die hoofdzakelijk door het werk of de arbeidsomstandigheden is veroorzaakt. De bedrijfsarts onderzoekt of er een verband bestaat tussen de ziekte en het werk.
Voorbeelden van beroepsziekten zijn:
Wanneer een bedrijfsarts een beroepsziekte vaststelt of vermoedt, moet deze anoniem worden gemeld bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. De melding helpt om landelijke risico’s te herkennen en preventieve maatregelen te ontwikkelen.
Een Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek, meestal PAGO genoemd, richt zich op gezondheidsrisico’s die rechtstreeks samenhangen met het werk. De inhoud wordt afgestemd op de risico’s uit de risico-inventarisatie en evaluatie.
Bij werknemers die in lawaai werken kan bijvoorbeeld periodiek een gehoortest worden aangeboden. Bij blootstelling aan stof of dampen kan longfunctieonderzoek nodig zijn. Bij beeldschermwerk kan aandacht worden besteed aan ogen, houding en klachten aan nek, schouders en armen.
Een Preventief Medisch Onderzoek, meestal PMO genoemd, is vaak breder. Dit onderzoek kan ook aandacht besteden aan leefstijl, mentale gezondheid, herstel, slaap en duurzame inzetbaarheid.
De bedrijfsarts bewaakt de medische kwaliteit, privacy en relevantie van het onderzoek. De werkgever ontvangt geen individuele medische uitslagen. Alleen voldoende anonieme gegevens op groepsniveau kunnen worden gebruikt voor organisatieadvies.
Een aanstellingskeuring is alleen toegestaan wanneer een functie bijzondere medische eisen stelt. De keuring moet noodzakelijk zijn om gezondheids- of veiligheidsrisico’s te voorkomen. Een algemene medische keuring voor iedere sollicitant is niet toegestaan.
De bedrijfsarts beoordeelt bij een toegestane aanstellingskeuring of iemand medisch in staat is om de specifieke functie veilig uit te voeren. De werkgever ontvangt alleen de conclusie over de geschiktheid. Diagnoses en andere medische gegevens blijven vertrouwelijk.
De bedrijfsarts bezoekt ook werkplekken. De arts onderzoekt hoe werkzaamheden worden uitgevoerd en welke gezondheidsrisico’s aanwezig zijn. Daarbij kan worden gekeken naar lichamelijke belasting, werkdruk, gevaarlijke stoffen, lawaai, temperatuur, veiligheid, roosters en samenwerking.
De bedrijfsarts kan de werkgever adviseren over:
De bedrijfsarts heeft een medisch beroepsgeheim. De werkgever mag geen diagnose, behandeling, medicijngebruik of andere persoonlijke medische informatie ontvangen.
De bedrijfsarts mag de werkgever wel functionele informatie en advies geven. Dat kan gaan over:
Een terugkoppeling kan bijvoorbeeld vermelden dat een werknemer tijdelijk niet langdurig kan staan, zwaar kan tillen of onder hoge tijdsdruk kan werken. De bedrijfsarts mag niet vermelden welke aandoening deze beperkingen veroorzaakt.
Informatie uitwisselen met een huisarts, medisch specialist of behandelend psycholoog mag alleen met gerichte toestemming van de werknemer.
Bedrijfsartsen werken meestal buiten de reguliere patiëntenzorg. De grootste groep werkt voor een arbodienst die meerdere werkgevers ondersteunt. Daarnaast zijn bedrijfsartsen in dienst van grote organisaties met een eigen interne arbodienst.
Belangrijke werkomgevingen zijn:
Een bedrijfsarts werkt afwisselend in een spreekkamer, op kantoor, bij klanten, op de werkvloer en vanuit huis. Beeldbelconsulten komen regelmatig voor, maar lichamelijk onderzoek en werkplekbezoeken moeten op locatie plaatsvinden.
De bedrijfsarts werkt in een multidisciplinair team. Welke professionals betrokken zijn, hangt af van de werkgever, de gezondheidsklacht en het re-integratietraject.
| Bedrijfsarts | Arboarts |
| Heeft Geneeskunde en de specialisatie bedrijfsgeneeskunde afgerond | Is meestal een basisarts zonder afgeronde specialisatie bedrijfsgeneeskunde |
| Staat als bedrijfsarts geregistreerd in het specialistenregister | Staat doorgaans alleen als arts in het BIG-register |
| Mag zelfstandig alle taken van een bedrijfsarts uitvoeren | Werkt bij wettelijke bedrijfsartstaken onder supervisie of taakdelegatie |
| De titel bedrijfsarts is gekoppeld aan een erkende registratie | Arboarts is geen afzonderlijk medisch specialisme |
| Kan andere artsen en professionals superviseren | Wordt bij bedrijfsgeneeskundige werkzaamheden meestal begeleid door een bedrijfsarts |
De termen bedrijfsarts en arboarts worden in de praktijk regelmatig door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. Een werknemer moet kunnen nagaan of de arts daadwerkelijk als bedrijfsarts geregistreerd staat.
De bedrijfsarts begeleidt werknemers meestal tijdens de eerste twee ziektejaren. De nadruk ligt op herstel, gezondheid, werkhervatting en preventie.
De verzekeringsarts beoordeelt meestal het recht op een uitkering en de arbeidsmogelijkheden binnen sociale of particuliere verzekeringen. Veel verzekeringsartsen werken bij UWV. Zij zijn bijvoorbeeld betrokken bij beoordelingen voor de WIA, Wajong en Ziektewet.
| Bedrijfsarts | Verzekeringsarts |
| Begeleidt werknemer en werkgever bij herstel en re-integratie | Beoordeelt arbeidsmogelijkheden en het recht op een uitkering |
| Werkt meestal voor een arbodienst of werkgever | Werkt vaak bij UWV of een verzekeraar |
| Is vooral adviserend en begeleidend | Is vooral beoordelend |
| Komt meestal tijdens de eerste twee ziektejaren in beeld | Komt vaak rond of na de WIA-aanvraag in beeld |
Het salaris van een bedrijfsarts is afhankelijk van werkervaring, werkgever, verantwoordelijkheden, aantal uren en eventuele leidinggevende of opleidende taken. Er bestaat geen cao die voor iedere bedrijfsarts dezelfde salarisschaal voorschrijft. Grote arbodiensten en organisaties gebruiken vaak een eigen cao of arbeidsvoorwaardenregeling.
Een landelijke salarisstatistiek voor 2026 komt uit op gemiddeld ongeveer € 7.122 bruto per maand. Daarbij werd een bandbreedte van ongeveer € 5.997 tot € 8.246 genoemd.
Actuele vacatures laten zien dat ervaren geregistreerde bedrijfsartsen meer kunnen verdienen. Een vacature uit 2026 vermeldde een salaris van € 8.288 tot € 9.471 bruto per maand op basis van veertig uur.
| Functieniveau | Indicatief bruto maandsalaris bij fulltime |
| ANIOS of basisarts bedrijfsgeneeskunde | Ongeveer € 5.300 tot € 7.300 |
| AIOS Bedrijfsgeneeskunde | Afhankelijk van werkgever, ervaring en opleidingsjaar |
| Geregistreerd bedrijfsarts | Ongeveer € 6.000 tot € 9.500 |
| Ervaren bedrijfsarts, praktijkopleider of strategisch adviseur | Vaak ongeveer € 8.000 tot € 9.500 |
| Stafarts, medisch manager of directeur | Kan hoger zijn dan € 9.500 |
Naast het salaris bieden werkgevers vaak vakantiegeld, een eindejaarsuitkering, pensioen, een leaseauto of mobiliteitsbudget, thuiswerkvergoeding, opleidingsbudget en extra verlofdagen.
Zelfstandige bedrijfsartsen werken meestal met een uurtarief. Hun omzet is niet rechtstreeks vergelijkbaar met een maandsalaris. Van de omzet moeten onder meer pensioen, verzekeringen, vakantie, ziekte, administratie en bedrijfskosten worden betaald.
Veel bedrijfsartsen werken tussen 24 en 36 uur per week. Bij een fulltime salaris van € 6.000 tot € 9.500 komt het salaris naar verhouding ongeveer uit op:
| Uren per week | Indicatief bruto per maand |
| 24 uur | Ongeveer € 3.600 tot € 5.700 |
| 28 uur | Ongeveer € 4.200 tot € 6.650 |
| 32 uur | Ongeveer € 4.800 tot € 7.600 |
| 36 uur | Ongeveer € 5.400 tot € 8.550 |
| 40 uur | Ongeveer € 6.000 tot € 9.500 |
De werkelijke berekening hangt af van het aantal uren dat de werkgever als volledig dienstverband gebruikt.
Volgens de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten stonden op 31 december 2025 in Nederland 1.669 artsen geregistreerd voor arbeid en gezondheid, bedrijfsgeneeskunde.
Niet iedere geregistreerde bedrijfsarts werkt nog daadwerkelijk in het beroep. Sommige artsen zijn met pensioen, werken in een andere functie of werken nog maar beperkt.
Het Capaciteitsorgaan schatte voor het ramingsjaar 2025 dat ongeveer 1.450 bedrijfsartsen daadwerkelijk werkzaam waren. Dat was ongeveer 87 procent van het aantal geregistreerde bedrijfsartsen dat voor die raming werd gebruikt.
Voor de beroepengids is daarom de volgende formulering het meest nauwkeurig:
In Nederland werken naar schatting ongeveer 1.450 bedrijfsartsen. Eind 2025 stonden 1.669 bedrijfsartsen in het specialistenregister ingeschreven. Het aantal geregistreerde artsen is hoger dan het aantal artsen dat daadwerkelijk in het beroep werkt.
Er is in Nederland een tekort aan geregistreerde bedrijfsartsen. Het Capaciteitsorgaan schatte de onvervulde vraag in de raming van 2025 op ongeveer 13 procent van de beschikbare capaciteit.
Het tekort wordt veroorzaakt door:
Door het tekort zetten arbodiensten ook basisartsen, arboverpleegkundigen, praktijkondersteuners bedrijfsarts en andere professionals in. Dit gebeurt onder vastgelegde voorwaarden en waar nodig onder verantwoordelijkheid van een bedrijfsarts.
De arbeidsmarktkansen voor bedrijfsartsen, AIOS en basisartsen met belangstelling voor bedrijfsgeneeskunde zijn goed.
Bedrijfsartsen werken meestal tijdens kantooruren. Avond-, nacht- en weekenddiensten komen weinig voor. Dat maakt het beroep aantrekkelijk voor artsen die regelmatige werktijden zoeken.
De agenda bestaat vaak uit spreekuren, overleg, verslaglegging, werkplekbezoeken en advisering. Hybride werken is bij veel arbodiensten mogelijk.
Het werk is lichamelijk meestal minder zwaar dan klinisch werk in een ziekenhuis. De mentale belasting kan wel groot zijn. De bedrijfsarts spreekt werknemers met ernstige ziekte, psychische klachten, financiële zorgen, arbeidsconflicten en angst voor verlies van werk.
Ook kunnen de belangen van werknemer en werkgever uiteenlopen. De bedrijfsarts moet onafhankelijk blijven, zorgvuldig communiceren en duidelijk uitleggen waarop een advies is gebaseerd.
Het beroep past bij artsen die medische kennis willen combineren met preventie, psychologie, wetgeving en organisatieadvies. Een bedrijfsarts kijkt breder dan een diagnose en onderzoekt ook hoe iemand functioneert in zijn werk en omgeving.
De functie kan passen bij artsen die:
Een bedrijfsarts kan zich inhoudelijk, organisatorisch of wetenschappelijk verder ontwikkelen.
Bedrijfsartsen kunnen zich verder verdiepen in psychische gezondheid, toxicologie, ergonomie, leefstijl, beroepsziekten, arbeidshygiëne, medische keuringen of organisatieadvies.
De noodzakelijke vooropleiding voor de specialisatie tot bedrijfsarts is de universitaire opleiding Geneeskunde. Alleen iemand die het artsexamen heeft behaald en als arts in het BIG-register staat, kan aan de erkende medische vervolgopleiding beginnen.
De gebruikelijke route begint met vwo. Voor rechtstreekse toelating tot Geneeskunde is meestal een van de volgende profielen nodig:
Geneeskunde heeft een numerus fixus. Een passend vwo-diploma geeft daarom geen garantie op een opleidingsplaats. Studenten moeten zich tijdig aanmelden en deelnemen aan de selectieprocedure van de universiteit.
Instroom via een andere vooropleiding is soms mogelijk, maar ontbrekende vakken moeten meestal op vwo-niveau worden aangevuld. De voorwaarden verschillen per universiteit.
De vooropleiding tot basisarts duurt zes jaar. Deze bestaat uit twee delen.
| Onderdeel | Duur |
| Bachelor Geneeskunde | Drie jaar |
| Master Geneeskunde | Drie jaar |
| Totale opleiding tot basisarts | Zes jaar |
De bachelor richt zich op medische basiskennis, wetenschappelijk denken, diagnostiek, communicatie en de werking van het menselijk lichaam. Tijdens de master ligt de nadruk op coschappen en praktijkervaring in verschillende medische vakgebieden.
Na het artsexamen kan de afgestudeerde zich in het BIG-register inschrijven als arts. Veel toekomstige bedrijfsartsen werken eerst enige tijd als basisarts of ANIOS Bedrijfsgeneeskunde. Dit biedt de mogelijkheid om het vak te leren kennen voordat de officiële vervolgopleiding begint.
De medische vervolgopleiding tot bedrijfsarts duurt vier jaar bij een volledig opleidingsschema. De arts werkt meestal vier dagen per week in de praktijk en volgt één dag per week onderwijs.
Bij een deeltijdopleiding wordt de totale opleidingsduur naar verhouding langer. De opleiding wordt gecombineerd met betaald werk als AIOS Bedrijfsgeneeskunde.
De praktijkopleiding moet plaatsvinden bij of voor een arbodienst die door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten als opleidingsinstelling is erkend. Alleen inschrijving bij een onderwijsinstituut is niet voldoende.
De cursorische opleiding wordt onder meer aangeboden door:
De NSPOH noemt voor de reguliere route vier jaar. De arts volgt één dag per week onderwijs en werkt vier dagen in de praktijk. Bij een kleinere praktijkomvang moet rekening worden gehouden met verlenging van het opleidingstraject.
| Opleidingsfase | Nominale duur |
| Vwo | Zes jaar |
| Bachelor Geneeskunde | Drie jaar |
| Master Geneeskunde | Drie jaar |
| Specialisatie bedrijfsgeneeskunde | Vier jaar |
| Totale route vanaf het begin van het vwo | Nominaal zestien jaar |
| Totale route na het vwo | Nominaal tien jaar |
Werkervaring als ANIOS tussen de artsenopleiding en de specialisatie kan de totale route langer maken. Bij deeltijdopleiding kan de vervolgopleiding eveneens langer dan vier jaar duren.
De AIOS wordt in de praktijk begeleid door een erkende praktijkopleider. Bij het opleidingsinstituut is een instituutsopleider betrokken. De ontwikkeling wordt vastgelegd in een individueel opleidingsplan en een portfolio.
Het opleidingsniveau van een bedrijfsarts is WO. De arts heeft een universitaire master Geneeskunde en daarna een erkende medische vervolgopleiding tot sociaal geneeskundig specialist afgerond.
Het niveau ligt daarmee hoger dan alleen een universitaire bachelor of master. De bedrijfsarts is na de initiële universitaire studie nog vier jaar in de praktijk en theorie opgeleid voor het specialisme bedrijfsgeneeskunde.
Na de opleiding Geneeskunde schrijft de basisarts zich in het BIG-register in als arts. Na afronding van de specialisatie volgt registratie als bedrijfsarts in het specialistenregister van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten.
In het BIG-register is het specialisme zichtbaar als arbeid en gezondheid, bedrijfsgeneeskunde. Werknemers en werkgevers kunnen de registratie openbaar controleren.
Een bedrijfsarts moet de deskundigheid blijven onderhouden. Voor herregistratie gelden eisen rond werkervaring, deskundigheidsbevordering, nascholing, intercollegiale toetsing en professioneel functioneren.
Het opleidingsniveau van een Bedrijfsarts is WO.
Wetenswaardigheden over de bedrijfsarts
Een werknemer moet de bedrijfsarts kunnen raadplegen met vragen over gezondheid en werk, ook zonder ziekmelding en zonder voorafgaande toestemming van de werkgever. Dit wordt ook wel een preventief consult of open spreekuur genoemd.
De werkgever hoeft niet te weten welke medische vraag is besproken. De bedrijfsarts houdt zich aan het beroepsgeheim.
Bij ziekteverzuim kan de werkgever een werknemer oproepen voor een afspraak bij de bedrijfsarts of arbodienst. De werknemer moet in beginsel meewerken aan redelijke voorschriften voor verzuimbegeleiding en re-integratie.
De werkgever mag niet zelf bepalen welke medische informatie de werknemer aan de bedrijfsarts moet vertellen. Wat in het consult wordt besproken valt onder het medisch beroepsgeheim.
De bedrijfsarts adviseert over de mogelijkheden om het werk te hervatten. De werknemer meldt zich meestal zelf ziek en beter volgens de regels van de werkgever. De bedrijfsarts kan adviseren dat volledige of gedeeltelijke werkhervatting medisch verantwoord is.
Bij een meningsverschil kunnen werknemer en werkgever een deskundigenoordeel bij UWV aanvragen. Een werknemer kan bij twijfel aan het medisch advies ook om een second opinion van een andere bedrijfsarts vragen.
Een bedrijfsarts begint de dag met een spreekuur voor werknemers die zijn uitgevallen. De eerste werknemer heeft rugklachten na zwaar lichamelijk werk. De bedrijfsarts bespreekt de behandeling en adviseert tijdelijk aangepaste taken zonder zwaar tillen.
De tweede werknemer heeft stressklachten. De bedrijfsarts onderzoekt welke rol werkdruk, privésituatie en herstel spelen. Het advies is om het werk met beperkte uren te hervatten en duidelijke afspraken over taken en bereikbaarheid te maken.
Daarna overlegt de bedrijfsarts met een arbeidsdeskundige over een werknemer die mogelijk niet kan terugkeren in de eigen functie. Vervolgens bespreekt de arts enkele dossiers met een ANIOS Bedrijfsgeneeskunde.
In de middag bezoekt de bedrijfsarts een productiebedrijf. Daar wordt onderzocht of lawaai, tillen en ploegendiensten gezondheidsproblemen veroorzaken. De dag eindigt met het bijwerken van medische dossiers, het opstellen van adviezen en een gesprek met HR over preventie van werkstress op organisatieniveau.
Andere benamingen voor bedrijfsarts
Voor een bedrijfsarts worden verschillende Nederlandse en Engelse benamingen gebruikt:
De volgende benamingen zijn geen volledige synoniemen: