- 17-08-2026
- NIEUWS
Een specialist ouderengeneeskunde is een arts die gespecialiseerd is in de behandeling en begeleiding van kwetsbare ouderen en chronisch zieke patiënten met complexe gezondheidsproblemen. De arts kijkt naar lichamelijke aandoeningen, cognitie, gedrag, stemming, functioneren, medicijngebruik, zelfstandigheid, sociale omstandigheden en kwaliteit van leven.
De specialist ouderengeneeskunde behandelt niet alleen ziekten. De arts onderzoekt ook welke gevolgen ziekten en beperkingen hebben voor het dagelijks leven. Daarbij weegt de specialist af welke behandeling nog zinvol, haalbaar en passend is bij de wensen van de patiënt.
Het beroep is een erkend medisch specialisme. Een specialist ouderengeneeskunde heeft eerst Geneeskunde gestudeerd en daarna de driejarige medische vervolgopleiding ouderengeneeskunde afgerond.
De meeste patiënten zijn ouderen met meerdere aandoeningen tegelijk. Het specialisme kent geen vaste leeftijdsgrens. Ook jongere mensen met een langdurige aandoening, ernstige beperking of complexe zorgvraag kunnen onder behandeling staan van een specialist ouderengeneeskunde.
Veelvoorkomende patiëntengroepen zijn.
De specialist ouderengeneeskunde combineert algemene geneeskunde met kennis van chronische zorg, revalidatie, psychogeriatrie en palliatieve zorg. De precieze werkzaamheden hangen af van de patiëntengroep en de werkplek.
Psychogeriatrische zorg richt zich vooral op patiënten met dementie en andere hersenaandoeningen. Gedrag kan veranderen door pijn, angst, overprikkeling, medicatie, infecties, een delier of een ongeschikte woonomgeving. De specialist ouderengeneeskunde onderzoekt deze mogelijke oorzaken voordat medicatie wordt ingezet.
Binnen de geriatrische revalidatie behandelt de specialist ouderengeneeskunde patiënten die na een ziekenhuisopname tijdelijk intensieve revalidatie nodig hebben. Het doel kan terugkeer naar huis, zelfstandig functioneren of aanpassing aan blijvende beperkingen zijn.
De specialist ouderengeneeskunde heeft veel ervaring met palliatieve zorg. Daarbij verschuift het doel van genezen naar comfort, kwaliteit van leven en ondersteuning van de patiënt en naasten.
De specialist ouderengeneeskunde kan werken als regiebehandelaar, hoofdbehandelaar, medebehandelaar of consulent. De exacte rol hangt af van de zorgvorm en de afspraken binnen de organisatie.
Als regiebehandelaar bewaakt de specialist de samenhang tussen medische behandeling, verpleging, verzorging, therapie en begeleiding. De arts leidt vaak het multidisciplinair overleg en controleert of alle onderdelen van het behandelplan bij hetzelfde doel aansluiten.
Een specialist ouderengeneeskunde werkt bijna altijd in een multidisciplinair team. Veelvoorkomende samenwerkingspartners zijn.
Het verpleeghuis blijft de belangrijkste werkplek. Het beroep verschuift wel steeds verder naar de eerste lijn, omdat mensen met complexe gezondheidsproblemen langer thuis wonen.
| Beroep | Belangrijkste werkplek | Belangrijkste rol |
|---|---|---|
| Specialist ouderengeneeskunde | Verpleeghuis, revalidatie, hospice en eerste lijn | Complexe chronische zorg, functioneren, revalidatie, dementie, palliatieve zorg en medische regie |
| Huisarts | Huisartsenpraktijk en huisartsenpost | Eerste medische aanspreekpunt voor patiënten van alle leeftijden |
| Klinisch geriater | Ziekenhuis en soms een psychiatrisch ziekenhuis | Diagnostiek en behandeling van oudere patiënten met complexe problemen in het ziekenhuis |
Een specialist ouderengeneeskunde is dus niet hetzelfde als een klinisch geriater. De klinisch geriater werkt hoofdzakelijk in het ziekenhuis. De specialist ouderengeneeskunde werkt vooral in de langdurige zorg, revalidatie en eerste lijn. De beroepsnaam geriater mag daarom niet als volledig synoniem worden gebruikt.
Bij een thuiswonende patiënt blijft de huisarts meestal verantwoordelijk voor de algemene medische zorg. De specialist ouderengeneeskunde wordt betrokken wanneer de zorgvraag te complex wordt voor alleen de reguliere huisartsenzorg. De specialist kan dan adviseren, meebehandelen of tijdelijk een grotere rol in de behandeling krijgen.
Een werkdag kan beginnen met een overdracht over patiënten die in de nacht zijn verslechterd. Daarna beoordeelt de specialist een patiënt met koorts en plotselinge verwardheid. De arts onderzoekt of sprake is van een infectie, bijwerking van medicatie, uitdroging, pijn of een andere oorzaak.
Later volgt een multidisciplinair overleg over een patiënt die revalideert na een heupfractuur. De specialist bespreekt de medische belastbaarheid, mobiliteit, voeding, thuissituatie en ontslagmogelijkheden. Daarna kan een familiegesprek volgen over dementie, behandelgrenzen en toekomstige zorg.
In de middag kan de specialist een huisbezoek afleggen bij een thuiswonende oudere die vaak valt en steeds minder zelfstandig wordt. De dag eindigt meestal met dossiervoering, medicatiecontrole, overleg met collega’s en het beantwoorden van acute vragen.
Een specialist ouderengeneeskunde werkt meestal in loondienst bij een organisatie die onder de cao VVT valt. De functie wordt vaak ingedeeld in FWG 75. De actuele bedragen per 1 januari 2026 gelden bij een fulltime dienstverband van 36 uur per week.
| Situatie | Bruto maandsalaris |
|---|---|
| Aanloopperiodieken FWG 75 | Ongeveer € 6.490 tot € 6.667 |
| Reguliere salarisschaal FWG 75 | € 6.840,02 tot € 10.113,80 |
| Senior functie of medisch management | Kan hoger uitvallen, afhankelijk van functiewaardering en verantwoordelijkheid |
Een bruikbare salarisindicatie voor de beroepengids is daarom ongeveer € 6.840 tot € 10.114 bruto per maand bij 36 uur. Ervaring, periodiek, werkgever en extra verantwoordelijkheden bepalen de precieze inschaling.
Boven op het salaris kunnen vakantiegeld, een eindejaarsuitkering, pensioen, reiskostenvergoeding, scholingsbudget en vergoedingen voor bereikbaarheidsdiensten komen. Bij parttime werk wordt het salaris naar rato berekend.
Zelfstandige specialisten ouderengeneeskunde hebben geen vast maandsalaris. Hun inkomen hangt af van het uurtarief, het aantal opdrachten, verzekeringen, pensioen, administratie en perioden zonder opdracht. Een hoger uurtarief is daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar met een salaris in loondienst.
Een arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde is in dienst van SBOH. Volgens de cao SBOH 2026 gelden bij een voltijd dienstverband van 38 uur de volgende bruto maandbedragen.
| Dienstjaar | Bruto per maand in 2026 |
|---|---|
| Eerste dienstjaar | € 4.352 |
| Tweede dienstjaar | € 4.505 |
| Derde dienstjaar | € 4.672 |
Eerdere werkervaring als praktiserend arts kan leiden tot een hogere inschaling. Een aios ontvangt daarnaast vakantietoeslag, een eindejaarsuitkering en vergoedingen volgens de cao.
Het aantal geregistreerde specialisten is niet gelijk aan het aantal artsen dat daadwerkelijk in het beroep werkt. Sommige geregistreerde specialisten zijn gepensioneerd, werken weinig uren of hebben een functie in onderwijs, beleid of een andere sector.
| Peildatum en definitie | Aantal |
|---|---|
| Geregistreerd op 1 januari 2025 | 2.085 specialisten |
| Geschat werkzaam op 1 januari 2025 | 1.876 specialisten |
| Werkzame capaciteit op 1 januari 2025 | 1.677 fte |
| Geregistreerd op 31 december 2025 | 2.089 specialisten |
Voor de vraag hoeveel specialisten ouderengeneeskunde in Nederland werken, is 1.876 personen de beste actuele schatting. Dit cijfer is gebaseerd op het geschatte aandeel van 90 procent werkzame artsen onder de geregistreerde specialisten.
De gemiddelde omvang van een dienstverband bedraagt ongeveer 0,89 fte. Bij een volledige werkweek van 36 uur komt dit neer op gemiddeld ongeveer 32 uur per week. In 2025 was ongeveer 72 procent van de beroepsgroep vrouw.
De arbeidsmarkt is krap. Het Capaciteitsorgaan schatte de onvervulde vraag begin 2025 op ongeveer 10 procent. Dit betekent dat tegenover iedere honderd werkzame specialisten ongeveer tien vacatures stonden.
De vraag groeit door vergrijzing, multimorbiditeit, dementie en de verschuiving van verpleegzorg naar huis. Tegelijk gaat een deel van de huidige beroepsgroep de komende jaren met pensioen.
De baankansen zijn daardoor goed, vooral in de eerste lijn, geriatrische revalidatie, psychogeriatrie en regio’s met weinig beschikbare specialisten.
De standaardroute begint met een vwo diploma. Voor Geneeskunde gelden doorgaans de volgende profielen.
Geneeskunde is een numerus fixusopleiding. De kandidaat moet daarom niet alleen aan de vakkenvoorwaarden voldoen, maar ook deelnemen aan de selectie van de universiteit.
Instroom via een hbo propedeuse, een eerder hbo of wo diploma of een toelatingsonderzoek voor kandidaten van 21 jaar en ouder kan soms ook. De kandidaat moet dan meestal afzonderlijk aantonen dat biologie, scheikunde, natuurkunde en wiskunde op het vereiste vwo niveau zijn behaald. De voorwaarden verschillen per universiteit.
| Onderdeel | Reguliere duur | Resultaat |
|---|---|---|
| Vwo | 6 jaar | Toelaatbare vooropleiding voor de universitaire studie Geneeskunde |
| Bachelor Geneeskunde | 3 jaar | Universitaire bachelor |
| Master Geneeskunde | 3 jaar | Artsendiploma en mogelijkheid tot BIG registratie als arts |
| Vervolgopleiding ouderengeneeskunde | 3 jaar voltijd | Registratie als specialist ouderengeneeskunde |
De vooropleiding Geneeskunde duurt dus zes jaar, drie jaar bachelor en drie jaar master. Daarna is iemand basisarts.
Na Geneeskunde duurt de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde nominaal drie jaar. Vanaf het behalen van het vwo diploma duurt de standaardroute daarom ongeveer negen jaar. Gerekend vanaf de start van het vwo duurt de route ongeveer vijftien jaar.
De werkelijke opleidingsduur kan langer zijn door selectie, wachttijd, parttime studeren, onderzoek, vrijstellingen of tijdelijke onderbrekingen. Het Capaciteitsorgaan rekent voor de praktijk met een gemiddelde feitelijke opleidingsduur van ongeveer 3,5 jaar voor de medische vervolgopleiding.
Voor toelating tot de vervolgopleiding moet de kandidaat Geneeskunde hebben afgerond en als arts geregistreerd kunnen worden. Ervaring als ANIOS in de ouderenzorg is nuttig, maar niet altijd verplicht.
De opleiding duurt voltijd drie jaar. Deeltijd is mogelijk, waardoor de kalenderduur langer wordt. De opleiding bestaat normaal uit vier dagen praktijk en één dag cursorisch onderwijs per week. In totaal zijn er ongeveer 100 tot 130 cursorische onderwijsdagen.
Belangrijke onderdelen zijn.
De opleiding wordt verzorgd door vijf opleidingsinstituten. Deze zijn verbonden aan Amsterdam UMC, het Universitair Medisch Centrum Groningen, Maastricht University, Radboudumc en het Leids Universitair Medisch Centrum.
Op 1 januari 2025 stonden 503 artsen ingeschreven voor de opleiding. Tijdens de opleiding heeft de aios een arbeidsovereenkomst met SBOH en een opleidingsovereenkomst met het opleidingsinstituut.
Het opleidingsniveau van een specialist ouderengeneeskunde is wo. Het gaat om een universitaire bachelor, een universitaire master en een erkende medische vervolgopleiding.
Na Geneeskunde registreert de afgestudeerde zich als arts in het BIG register. Na afronding van de vervolgopleiding volgt registratie als specialist ouderengeneeskunde bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten.
De specialist moet de registratie daarna onderhouden. Daarvoor gelden eisen rond werkervaring, deskundigheidsbevordering, evaluatie en professionele ontwikkeling. De titel specialist ouderengeneeskunde is beschermd en mag alleen worden gebruikt bij een geldige registratie.
Een fulltime dienstverband binnen de cao VVT bestaat meestal uit 36 uur per week. Veel specialisten werken parttime. De patiëntenzorg vindt voor een groot deel overdag plaats, maar ouderenzorg gaat dag en nacht door.
Afhankelijk van de werkgever kan de specialist bereikbaarheidsdiensten, avondwerk, weekenddiensten of achterwachtdiensten verrichten. Tijdens zo’n dienst beoordeelt de arts acute vragen op afstand of bezoekt de arts een patiënt wanneer dat nodig is.
De hoeveelheid diensten verschilt sterk per organisatie. Regionale dienstenstructuren maken het mogelijk om diensten over meerdere ouderenzorgorganisaties en artsen te verdelen.
Het beroep biedt brede geneeskunde en langdurig contact met patiënten en familie. De specialist heeft meestal meer aandacht voor functioneren, persoonlijke doelen en kwaliteit van leven dan voor één orgaan of één afzonderlijke aandoening.
Aandachtspunten zijn de medische complexiteit, personeelstekorten, bereikbaarheidsdiensten en moeilijke beslissingen over behandelgrenzen. Familieleden kunnen verschillend denken over de juiste behandeling. Ook kan spanning ontstaan tussen medische mogelijkheden en wat voor de patiënt nog wenselijk is.
Het werk vraagt daarom medische kennis, besluitvaardigheid, geduld en duidelijke communicatie.
Een specialist ouderengeneeskunde kan zich na de opleiding verder ontwikkelen.
Het opleidingsniveau van een Specialist ouderengeneeskunde is WO.
Andere benamingen
De naam verpleeghuisarts werd in 2009 vervangen door specialist ouderengeneeskunde. De nieuwe naam past beter bij het bredere werkterrein buiten het verpleeghuis.
Een klinisch geriater, internist ouderengeneeskunde, basisarts ouderengeneeskunde of ANIOS ouderengeneeskunde is geen andere benaming voor een specialist ouderengeneeskunde. Dit zijn andere functies of opleidingsniveaus.