Menu
Nog geen account? | Je wachtwoord vergeten?

Orthoptist

Een Orthoptist is een hbo-opgeleide paramedicus binnen de oogheelkunde. De orthoptist onderzoekt, diagnosticeert en behandelt problemen met de ontwikkeling van het zien, de stand van de ogen, de samenwerking tussen beide ogen en de bewegingen van de ogen. Bekende aandoeningen waarmee een orthoptist werkt zijn scheelzien, een lui oog en dubbelzien.

De orthoptist behandelt deze problemen hoofdzakelijk zonder operatie. Wanneer een oogspieroperatie nodig is, verricht de oogarts de operatie. De orthoptist doet daarvoor vaak de voorbereidende metingen, adviseert over de operatieve mogelijkheden, bespreekt het traject met de patiënt en controleert het resultaat na de operatie.

De taken van een Orthoptist zijn onder meer:

De Orthoptist is een specialist in het functioneren van één oog afzonderlijk en in de samenwerking tussen de twee ogen. In vaktaal wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen monoculair zien, het zien met één oog, en binoculair zien, het gezamenlijk functioneren van beide ogen.

Om één helder beeld met diepte te kunnen vormen, moeten de ogen nauwkeurig dezelfde kant op bewegen en moeten de hersenen de informatie uit beide ogen kunnen samenvoegen. Wanneer de oogstand, de oogbewegingen of de verwerking van de beelden niet goed verloopt, kunnen klachten ontstaan. Voorbeelden zijn dubbelzien, hoofdpijn, problemen met dieptezien, een afwijkende oogstand of een achterblijvende ontwikkeling van het gezichtsvermogen van één oog.

De orthoptist heeft binnen dit deel van de oogzorg een zelfstandig diagnostisch en behandelend werkgebied. Dat betekent dat de orthoptist zelfstandig een orthoptisch onderzoek uitvoert, de onderzoeksresultaten beoordeelt, een orthoptische diagnose stelt en een behandelplan maakt. Tegelijkertijd werkt de orthoptist intensief samen met oogartsen en andere oogzorgprofessionals. Bij aanwijzingen voor een oogziekte, neurologische aandoening of andere medische oorzaak wordt de patiënt doorverwezen of wordt aanvullend medisch onderzoek georganiseerd.

Een orthoptist is geen oogarts. De oogarts is een medisch specialist die het volledige spectrum van oogziekten onderzoekt en behandelt en ook operaties uitvoert. De orthoptist is een hbo-opgeleide paramedicus met een veel specifieker aandachtsgebied: oogstand, oogbewegingen, samenwerking tussen de ogen en de ontwikkeling van het zien.

Met welke patiënten werkt een Orthoptist?

Veel patiënten van een orthoptist zijn kinderen. Dit komt doordat de ontwikkeling van het zien vooral in de eerste levensjaren plaatsvindt. Problemen zoals een lui oog moeten daarom zo vroeg mogelijk worden ontdekt en behandeld. Een kind kan bovendien niet altijd goed aangeven dat het met één oog minder ziet, omdat het andere oog dit verlies gedeeltelijk opvangt.

De orthoptist werkt echter nadrukkelijk niet alleen met kinderen. Ook volwassenen en ouderen komen bij de orthoptist, bijvoorbeeld vanwege plotseling of geleidelijk ontstaan dubbelzien, een oogbewegingsstoornis, klachten na een beroerte of ongeval, een hersenzenuwverlamming of het opnieuw zichtbaar worden van eerder bestaand scheelzien.

De patiëntenpopulatie kan onder andere bestaan uit:

Welke aandoeningen onderzoekt en behandelt een Orthoptist?

Het werkgebied van de orthoptist omvat verschillende aandoeningen en functiestoornissen.

Wat doet een Orthoptist precies?

De werkzaamheden van een Orthoptist bestaan uit meer dan het uitvoeren van oogtesten. De orthoptist combineert technisch onderzoek, observatie, klinisch redeneren, patiëntbegeleiding en samenwerking met andere zorgprofessionals.

  1. De zorgvraag en voorgeschiedenis in kaart brengen. De orthoptist vraagt naar de klachten, het moment waarop deze zijn ontstaan, de algemene gezondheid, medicijngebruik, eerdere behandelingen, oogproblemen in de familie en eventuele neurologische of andere medische aandoeningen.
  2. Screenen op alarmsignalen. De orthoptist beoordeelt of het probleem binnen het eigen vakgebied valt. Bij verdachte bevindingen, plotseling dubbelzien, uitval van oogbewegingen of mogelijke oogziekten kan snelle beoordeling door een oogarts, neuroloog, huisarts of andere specialist nodig zijn.
  3. Het gezichtsvermogen meten. De gezichtsscherpte wordt meestal per oog afzonderlijk onderzocht. Bij jonge kinderen gebruikt de orthoptist aangepaste tests met plaatjes, symbolen, voorkeurkijken of observatie van het kijkgedrag.
  4. De oogstand onderzoeken. Met afdektesten, prisma’s en andere meetmethoden bepaalt de orthoptist of een oog afwijkt en hoe groot de afwijking is op verschillende kijkafstanden en in verschillende kijkrichtingen.
  5. De oogbewegingen beoordelen. Er wordt onderzocht of beide ogen volledig en gecoördineerd kunnen bewegen en of bepaalde oogspieren of hersenzenuwen minder goed functioneren.
  6. De samenwerking tussen de ogen meten. De orthoptist onderzoekt onder meer dieptezien, fusie, convergentie, accommodatie en de mogelijkheid van de hersenen om de twee oogbeelden samen te voegen.
  7. De brilsterkte bepalen. Vooral bij kinderen gebeurt dit regelmatig na toediening van oogdruppels die het scherpstelvermogen tijdelijk uitschakelen. Zo kan de werkelijke brekingsafwijking zo betrouwbaar mogelijk worden gemeten.
  8. Een orthoptische diagnose stellen. De orthoptist combineert alle meetresultaten en maakt een differentiële diagnose: welke verklaring past het beste bij de klachten en welke andere oorzaken moeten worden uitgesloten?
  9. Een behandelplan opstellen. De behandeling kan onder meer bestaan uit een bril, prisma’s, afplakken, bepaalde oogdruppels, gerichte oefeningen, observatie of verwijzing voor een oogspieroperatie.
  10. Het resultaat controleren. Veel orthoptische behandelingen duren maanden of jaren. De orthoptist controleert de gezichtsscherpte, oogstand, samenwerking, therapietrouw en mogelijke bijwerkingen en past het behandelplan zo nodig aan.
  11. Patiënten en ouders voorlichten. Vooral bij langdurige behandelingen is uitleg belangrijk. De orthoptist motiveert kinderen en ouders, bespreekt realistische verwachtingen en legt uit waarom een behandeling consequent moet worden uitgevoerd.
  12. Verslagleggen en overleggen. Onderzoeksresultaten, diagnoses en behandelafspraken worden vastgelegd in het patiëntendossier. De orthoptist rapporteert aan verwijzers en neemt deel aan multidisciplinair overleg.

Hoe verloopt een orthoptisch onderzoek?

Een orthoptisch onderzoek wordt aangepast aan de leeftijd, het ontwikkelingsniveau, de concentratie en de klachten van de patiënt. Een peuter wordt anders onderzocht dan een volwassene met plotseling dubbelzien. De orthoptist moet daarom niet alleen technisch nauwkeurig zijn, maar ook goed kunnen observeren en improviseren.

Een volledig onderzoek kan de volgende onderdelen bevatten:

Bij kinderen worden regelmatig cycloplegische oogdruppels gebruikt. Deze druppels maken de pupil groter en schakelen het vermogen om scherp te stellen tijdelijk uit. Daardoor kan de orthoptist de brilsterkte betrouwbaarder bepalen. Na het druppelen kan het zicht enige tijd wazig zijn, vooral dichtbij. Fel licht kan hinderlijk zijn en autorijden is gedurende de werking van de druppels niet toegestaan.

Na het onderzoek bespreekt de orthoptist de bevindingen, de diagnose, de mogelijke behandeling en het verwachte verloop. Soms kan direct een behandelplan worden gestart. In andere situaties is eerst beoordeling door een oogarts, neuroloog, internist of andere specialist nodig.

Welke behandelingen voert een Orthoptist uit?

Orthoptische behandelingen zijn in de eerste plaats niet-chirurgisch. Welke behandeling geschikt is, hangt af van de oorzaak, de leeftijd van de patiënt, de ernst van de afwijking, de klachten en de kans op herstel.

Bij een lui oog is het belangrijk om te weten dat afplakken vooral bedoeld is om de ontwikkeling van de gezichtsscherpte te verbeteren. Het afplakken maakt de oogstand niet automatisch recht en verandert een brilafwijking niet. Ook kan de totale behandeling meerdere jaren duren, waarbij de behandeling meestal geleidelijk wordt verminderd wanneer het gewenste resultaat is bereikt.

Hoe kan een werkdag van een Orthoptist eruitzien?

Een werkdag kan beginnen met het doornemen van de patiëntenlijst en het beoordelen van nieuwe verwijzingen. De eerste patiënt kan een peuter zijn bij wie het consultatiebureau een afwijkende oogstand heeft gezien. De orthoptist observeert het kijkgedrag, probeert de gezichtsscherpte per oog te meten en onderzoekt of sprake is van scheelzien.

Daarna kan een schoolkind komen dat wordt behandeld voor een lui oog. De orthoptist controleert of de gezichtsscherpte is verbeterd, bespreekt hoe goed het afplakken lukt en past zo nodig het aantal plakuren aan. Een volgend consult kan gaan over een brilmeting met oogdruppels.

Later op de dag kan de orthoptist een volwassene onderzoeken die sinds enkele dagen dubbelziet. Daarbij worden de oogbewegingen uitgebreid getest en wordt beoordeeld of sprake kan zijn van een hersenzenuwverlamming of een andere medische oorzaak. Bij alarmsignalen wordt direct overlegd met een oogarts of andere medisch specialist.

Tussen de spreekuren door verwerkt de orthoptist onderzoeksuitslagen, beantwoordt vragen van patiënten en ouders, overlegt met oogartsen, bereidt een strabismusbespreking voor of denkt mee over een operatieplan. Daarnaast kan tijd worden besteed aan kwaliteitsverbetering, protocollen, bijscholing, onderwijs aan studenten of deelname aan onderzoek.

Waar werkt een Orthoptist

De meeste orthoptisten werken op een polikliniek oogheelkunde in een algemeen of universitair ziekenhuis. In de landelijke arbeidsmarktmeting uit 2023 werkte ongeveer 70% van de orthoptisten in een ziekenhuis. Daarmee is het ziekenhuis duidelijk de voornaamste werkplek.

Andere mogelijke werkplekken zijn:

In 2023 werkte naar schatting ongeveer 18% in een zelfstandig behandelcentrum en ongeveer 10% in een optiekzaak. Deze percentages kunnen elkaar gedeeltelijk overlappen, omdat een orthoptist bij meer dan één organisatie kan werken.

Het beroep wordt meestal in poliklinische dagdiensten uitgeoefend. Avond-, nacht- en weekenddiensten komen veel minder voor dan in veel verpleegkundige of acute zorgberoepen, al kunnen werktijden per werkgever verschillen. Orthoptisten werken bovendien vaak in deeltijd.

Hoe ziet de werkomgeving van een Orthoptist eruit?

De orthoptist werkt meestal in een spreekkamer met gespecialiseerde meetapparatuur, oogtestkaarten, prisma’s, pasglazen, pupilverwijdende druppels en digitale patiëntendossiers. Een deel van het onderzoek vindt plaats in een verduisterde of half verduisterde ruimte.

Het werk is lichamelijk doorgaans niet zwaar, maar vraagt wel langdurige concentratie. De orthoptist zit of staat veel, kijkt nauwkeurig naar kleine oogbewegingen en moet meetwaarden foutloos vastleggen. Bij jonge kinderen moet soms op ooghoogte, op de grond of in een ongewone houding worden gewerkt om de aandacht van het kind vast te houden.

De werkdruk kan hoog zijn wanneer spreekuren vol gepland zijn of wanneer er wachtlijsten bestaan. Tegelijkertijd heeft de orthoptist te maken met onderzoeken die niet altijd voorspelbaar verlopen. Een jong kind kan moe, angstig of niet goed testbaar zijn. Oogdruppels hebben inwerktijd nodig en een patiënt met onverwachte neurologische verschijnselen kan extra overleg vereisen.

Met welke professionals werkt een Orthoptist samen?

De orthoptist werkt zelfstandig, maar functioneert vrijwel altijd binnen een netwerk van andere zorgverleners. De belangrijkste samenwerkingspartner is de oogarts.

Afhankelijk van de patiënt en de werkplek wordt ook samengewerkt met:

Een goede overdracht is belangrijk. De orthoptist moet onderzoeksresultaten begrijpelijk kunnen rapporteren en duidelijk kunnen aangeven welke bevindingen binnen het orthoptische domein vallen en voor welke problemen aanvullend medisch onderzoek nodig is.

Wat verdient een Orthoptist

Er bestaat geen landelijk vast salaris dat voor iedere Orthoptist geldt. Het inkomen hangt onder meer af van de werkgever, de cao, de functiewaardering, het aantal contracturen, relevante werkervaring, de periodiek binnen de salarisschaal en eventuele aanvullende verantwoordelijkheden.

In veel algemene ziekenhuizen wordt de functie ingedeeld in FWG 55 van de Cao Ziekenhuizen. FWG staat voor Functiewaardering Gezondheidszorg. Per juli 2026 bedraagt het salaris in deze schaal:

€ 3.826 tot € 5.395 bruto per maand bij een fulltime dienstverband van 36 uur per week.

ContractomvangIndicatief bruto basissalaris per maand in juli 2026
36 uur per week € 3.826 tot € 5.395
32 uur per week Ongeveer € 3.401 tot € 4.796
24 uur per week Ongeveer € 2.551 tot € 3.597
16 uur per week Ongeveer € 1.700 tot € 2.398

De deeltijdbedragen zijn naar rato berekende voorbeelden en afgerond op hele euro’s. De daadwerkelijke inschaling is afhankelijk van de periodiek waarin de werknemer wordt geplaatst.

Per 1 augustus 2026 stijgt FWG 55 volgens de salaristabel van de Cao Ziekenhuizen naar € 3.903 tot € 5.503 bruto per maand bij 36 uur per week.

Boven op het basissalaris ontvangen werknemers die onder de Cao Ziekenhuizen vallen doorgaans onder meer:

Een beginnende orthoptist wordt meestal in een lagere periodiek van de schaal geplaatst. Eerder opgedane relevante werkervaring kan meetellen bij de inschaling. Een orthoptist met veel ervaring, coördinerende taken, leidinggevende verantwoordelijkheid of een anders gewaardeerde functie kan onder andere voorwaarden vallen.

In een universitair medisch centrum kan een andere cao en salarisschaal gelden. Ook in particuliere klinieken en zelfstandige praktijken kunnen de arbeidsvoorwaarden afwijken. Voor een zelfstandig ondernemer is omzet bovendien niet hetzelfde als persoonlijk inkomen: praktijkkosten, verzekeringen, pensioen, administratie, huisvesting en belastingen moeten nog worden betaald.

Het nettosalaris kan niet algemeen worden vastgesteld. Dit hangt af van de persoonlijke belastingpositie, pensioenpremie, heffingskortingen, contractomvang en eventuele andere inkomsten.

Aantal werkzaam in Nederland

De meest recente brede, openbare en beroepsspecifieke arbeidsmarktmeting is uitgevoerd door het Nivel met gegevens uit 2023. In deze meting waren naar schatting 564 mensen werkzaam als orthoptist in Nederland.

Kengetal uit de arbeidsmarktmeting van 2023Uitkomst
Aantal werkzame orthoptisten 564 personen
Totale arbeidsomvang Ongeveer 355 fte
Gemiddeld aantal gewerkte uren 24,3 uur per week
Gemiddelde contractomvang 0,63 fte
Aandeel vrouwen Ongeveer 98%
Aandeel dat ook als optometrist werkt Ongeveer 15%
Aandeel werkzaam in een ziekenhuis Ongeveer 70%

Een exact, actueel aantal voor 2026 is niet beschikbaar in de geraadpleegde openbare bronnen. Het cijfer van 564 moet daarom worden gelezen als de meest recente goed onderbouwde landelijke meting en niet als een live telling. Het aantal personen in een diploma- of kwaliteitsregister is bovendien niet automatisch gelijk aan het aantal mensen dat op dat moment daadwerkelijk als orthoptist werkt.

Orthoptie is daarmee een relatief klein beroep. Ter vergelijking: een groot ziekenhuis heeft soms maar enkele orthoptisten in dienst, terwijl gespecialiseerde oogcentra een grotere vakgroep kunnen hebben.

Hoe is de arbeidsmarkt voor Orthoptisten?

In de Nivel-meting uit 2023 was sprake van een klein landelijk tekort. In mei 2023 werden 30 vacatures gevonden met gezamenlijk minimaal 12,2 en maximaal 23,3 fte. Afgezet tegen de toenmalige 355 werkzame fte kwam dit neer op een geschatte onvervulde vraag van ongeveer 3,4% tot 6,6%.

De arbeidsmarktkansen kunnen per regio verschillen. Doordat het om een kleine beroepsgroep gaat, kunnen twee situaties naast elkaar bestaan:

Bereidheid om te reizen, in deeltijd te werken of bij verschillende typen oogzorgorganisaties te solliciteren kan de mogelijkheden vergroten. Actuele vacatures laten zowel kleine parttimefuncties als banen tot 36 uur zien. Starters worden bij verschillende werkgevers nadrukkelijk uitgenodigd om te solliciteren, al vragen sommige vacatures om ervaring of kwaliteitsregistratie.

Hogeschool Utrecht meldt op de actuele opleidingspagina dat 94% van de afgestudeerden binnen anderhalf jaar een baan vindt. Dit is een opleidingsindicator en geen individuele baangarantie.

In de langetermijnraming verwachtte het Nivel dat het beschikbare aantal orthoptisten bij voortzetting van de toenmalige instroom zou toenemen van 564 in 2023 naar ongeveer 716 in 2043. Dat is een groei van circa 27%. Het model ging uit van ongeveer 45 nieuwe studenten per jaar en voorspelde dat het kleine tekort daardoor op termijn kon worden ingelopen.

Dit blijft een prognose. De daadwerkelijke arbeidsmarkt hangt onder meer af van:

Welke opleiding heeft de Orthoptist gevolgd

Om Orthoptist te worden, moet de hbo-bachelor Orthoptie worden afgerond. Voor toelating tot deze bachelor gelden bij Hogeschool Utrecht in 2026 de volgende hoofdroutes.

VooropleidingToelating
Havo, profiel Economie en Maatschappij Direct toelaatbaar
Havo, profiel Natuur en Techniek Direct toelaatbaar
Havo, profiel Natuur en Gezondheid Direct toelaatbaar
Havo, profiel Cultuur en Maatschappij Wiskunde A of B is opgenomen in de toelatingseisen. Zonder wiskunde kan de wiskundekennis tijdens de studiekeuzecheck worden beoordeeld.
Vwo Alle profielen zijn direct toelaatbaar, waaronder Cultuur en Maatschappij
Mbo Een afgerond mbo-diploma op niveau 4 geeft toelating
Geen passend diploma, maar 21 jaar of ouder Toelating kan mogelijk zijn na het behalen van het 21+-toelatingsonderzoek

Een specifieke zorgopleiding op mbo-niveau is dus niet verplicht. Iemand met bijvoorbeeld een mbo-4-diploma in de techniek, dienstverlening of economie kan formeel eveneens toelaatbaar zijn. Een vooropleiding in de optiek, zorg of biomedische richting kan wel relevante voorkennis geven.

Vakken zoals biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn nuttig. De opleiding bevat namelijk anatomie, fysiologie, optica, oogbewegingen, medische aandoeningen, meetkunde en klinisch redeneren. Daarnaast moet een student goed kunnen communiceren met patiënten en zelfstandig kunnen plannen en studeren.

Voor kandidaten met een buitenlands diploma beoordeelt de hogeschool of het diploma gelijkwaardig is aan de Nederlandse toelatingseisen. Ook kunnen eisen gelden ten aanzien van de beheersing van de Nederlandse taal.

Hoe lang duurt de opleiding tot Orthoptist

De duur van de vooropleiding moet worden onderscheiden van de vierjarige beroepsopleiding Orthoptie. De onderstaande perioden zijn nominale studieduren zonder vertraging.

VooropleidingNominale duurToelichting
Havo 5 jaar De havo duurt normaal vijf schooljaren na de basisschool.
Vwo 6 jaar Het vwo duurt normaal zes schooljaren na de basisschool.
Mbo-4 middenkaderopleiding Meestal 3 of 4 jaar Dit is de duur van de mbo-opleiding zelf en is exclusief een voorafgaande vmbo-opleiding.
Mbo-4 specialistenopleiding Meestal 1 aanvullend jaar Deze route is bedoeld voor iemand die al een passend mbo-3-diploma heeft.
21+-toelatingsroute Geen vaste duur De benodigde voorbereidingstijd hangt af van de voorkennis en de onderdelen van het toelatingsonderzoek.

De totale nominale route na de basisschool ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:

Deze optelsommen gaan uit van een ononderbroken route zonder blijven zitten, studievertraging, tussenjaar of vrijstellingen. Een vwo- of mbo-4-diploma leidt niet automatisch tot een verkorte opleiding Orthoptie. Eventuele vrijstellingen worden individueel door de opleiding beoordeeld.

Welk opleidingsniveau heeft een Orthoptist?

Een Orthoptist is opgeleid op hbo-bachelorniveau. Na succesvolle afronding ontvangt de student het diploma Bachelor of Science. De opleiding omvat 240 European Credits, meestal aangeduid als 240 EC.

De Nederlandse opleiding Orthoptie wordt alleen voltijd aangeboden door Hogeschool Utrecht. De opleiding:

Vier jaar is de nominale studieduur. Door herkansingen, persoonlijke omstandigheden, stageplanning of studievertraging kan de werkelijke studieduur langer zijn.

Wat leert een student tijdens de opleiding Orthoptie?

De opleiding combineert medische, technische en sociale kennis. Studenten leren niet alleen oogmetingen uitvoeren, maar ook hoe zij onderzoeksresultaten moeten interpreteren en vertalen naar een diagnose en behandelplan.

Belangrijke onderwerpen zijn:

Hoe zijn de vier studiejaren opgebouwd?

Eerste studiejaar: studenten leggen de basis op het gebied van een gezond oog, anatomie, fysiologie, optica en eenvoudige oogonderzoeken. Studenten Orthoptie en Optometrie volgen in het eerste jaar dezelfde lessen. Ongeveer de helft van de lessen bestaat uit praktijkonderwijs. Aan het einde van het jaar kan de student een eenvoudig oogonderzoek uitvoeren.

Tweede studiejaar: de student verdiept zich in orthoptische aandoeningen, waaronder amblyopie, scheelzien, dubbelzien en complexe oogbewegingsproblemen. Er wordt met echte patiënten gewerkt onder supervisie. Ook zijn er praktijkervaringen binnen het oogcentrum van de hogeschool en in de externe beroepspraktijk.

Derde studiejaar: de complexiteit van de patiëntencasuïstiek neemt toe. Studenten bereiden zich voor op zelfstandiger functioneren tijdens een seniorstage. Daarnaast is er ruimte voor een minor of profileringsonderwijs, eventueel bij een andere onderwijsinstelling of in het buitenland.

Vierde studiejaar: het afstuderen staat centraal. De student loopt een omvangrijke stage in bijvoorbeeld een ziekenhuis of orthoptische praktijk, voert een innovatieopdracht uit en laat in een afstudeeropdracht zien zelfstandig klinisch te kunnen redeneren.

Is Orthoptie een praktijkgerichte opleiding?

Orthoptie is sterk praktijkgericht. Studenten oefenen aanvankelijk op medestudenten en werken vervolgens onder begeleiding met echte patiënten. Zij leren omgaan met jonge kinderen, volwassenen met complexe dubbelziensklachten en patiënten bij wie aanvullend medisch onderzoek nodig kan zijn.

De opleiding vraagt tegelijkertijd een aanzienlijke hoeveelheid theoretische studie. Een meting uitvoeren is niet voldoende: de student moet kunnen uitleggen wat de meetwaarde betekent, welke diagnose waarschijnlijk is, welke alternatieve oorzaken mogelijk zijn en welke behandeling verantwoord is.

De combinatie van techniek en menselijk contact maakt de opleiding onderscheidend. Een student moet nauwkeurig met apparatuur kunnen werken, maar ook een angstig kind geruststellen, ouders motiveren en complexe informatie begrijpelijk uitleggen.

Wat is de wettelijke positie van een Orthoptist?

De Orthoptist is in Nederland een artikel 34-beroep onder de Wet BIG. Dit betekent dat het beroep wettelijk is erkend en dat sprake is van een beschermde opleidingstitel. Alleen iemand die aan de wettelijke opleidingseisen voldoet, mag de titel orthoptist gebruiken.

Voor orthoptisten geldt geen inschrijving in het BIG-register. Een orthoptist heeft daarom niet op dezelfde manier een BIG-nummer als bijvoorbeeld een arts, fysiotherapeut of verpleegkundige. Artikel 34-beroepen vallen ook niet onder het reguliere BIG-tuchtrecht dat voor geregistreerde artikel 3-beroepen geldt.

Dit betekent niet dat een orthoptist zonder professionele regels werkt. De orthoptist moet onder meer handelen volgens professionele standaarden, richtlijnen, privacyregels, kwaliteitseisen, klachtenregelingen en de geldende zorgwetgeving. Werkgevers en zorgverzekeraars kunnen daarnaast voorwaarden stellen aan registratie, deskundigheid en bijscholing.

Orthoptisten zijn niet zelfstandig bevoegd om medische voorbehouden handelingen zoals een oogoperatie uit te voeren. De scheelziensoperatie wordt verricht door een oogarts. De orthoptist draagt wel belangrijke diagnostische informatie aan, adviseert over de indicatie en begeleidt het voor- en natraject.

Moet een Orthoptist in een kwaliteitsregister staan?

Inschrijving in het Kwaliteitsregister Paramedici is niet hetzelfde als een BIG-registratie en is niet voor iedere orthoptist wettelijk verplicht. In de praktijk vragen veel werkgevers wel om registratie of om de bereidheid zich te registreren.

Via het Kwaliteitsregister kan zichtbaar worden gemaakt dat de orthoptist beschikt over het vereiste diploma en de deskundigheid actief onderhoudt. Voor herregistratie gelden in de periode 2025-2030 onder meer de volgende hoofdcriteria:

Bij deskundigheidsbevordering kan worden gedacht aan geaccrediteerde scholing, intercollegiaal overleg, kwaliteitsprojecten, onderwijs, onderzoek, publicaties of andere activiteiten waarmee de orthoptist de beroepsbekwaamheid onderhoudt.

Is een verwijzing naar de Orthoptist nodig?

Orthoptisten zijn sinds 2012 direct toegankelijk. Dit wordt ook wel Directe Toegankelijkheid Orthoptie genoemd. Een patiënt kan daardoor in beginsel zelf contact opnemen met een orthoptist, zonder eerst een verwijzing te vragen.

Verwijzingen komen in de praktijk onder meer van:

Bij zelfverwijzing kan de orthoptist eerst een screening uitvoeren om te beoordelen of directe orthoptische zorg passend en veilig is. De vergoeding kan afhangen van de zorgverzekeraar, de zorginstelling en de polisvoorwaarden. Patiënten moeten daarom vooraf controleren of een verwijzing voor vergoeding nodig is.

Het opleidingsniveau van een Orthoptist is HBO.

Enkele wetenswaardigheden over de Orthoptist

Welke eigenschappen heeft een goede Orthoptist nodig?

Een Orthoptist moet medische en technische nauwkeurigheid combineren met geduld en sterke communicatieve vaardigheden.

Wat zijn aantrekkelijke kanten van het beroep Orthoptist?

Wat zijn mogelijke uitdagingen van het beroep Orthoptist?

Kan een Orthoptist zich specialiseren?

Binnen de orthoptie bestaan mogelijkheden om zich inhoudelijk te verdiepen. Niet iedere verdieping is een formeel wettelijk erkend specialisme, maar in grotere instellingen ontstaan vaak duidelijke aandachtsgebieden.

Mogelijke richtingen zijn:

Een ervaren orthoptist kan doorgroeien naar een seniorfunctie, coördinerende rol, teamleiderschap, onderwijsfunctie of kwaliteitsfunctie. Ook kan een orthoptist een eigen praktijk starten.

Mogelijke vervolgopleidingen zijn onder meer Optometrie, een opleiding tot Physician Assistant of een passende masteropleiding in Nederland of het buitenland. Voor dergelijke opleidingen kunnen aanvullende toelatingsvoorwaarden en werkervaringseisen gelden.

Wat is het verschil tussen een Orthoptist en een oogarts?

OnderdeelOrthoptistOogarts
Opleiding Hbo-bachelor Orthoptie Universitaire studie Geneeskunde, gevolgd door de medische specialisatie oogheelkunde
Hoofdfocus Oogstand, oogbewegingen, binoculair zien en ontwikkeling van het zien Het volledige spectrum van ziekten en afwijkingen van ogen, oogleden en omliggende structuren
Opereren Nee Ja, afhankelijk van het aandachtsgebied
Rol bij scheelziensoperatie Onderzoek, metingen, advies, voorbereiding en nacontrole Medische indicatiestelling en uitvoering van de operatie
Wettelijke positie Artikel 34-beroep, geen BIG-registratie Artikel 3-beroep met verplichte BIG-registratie en medische specialistenregistratie

Wat is het verschil tussen een Orthoptist en een optometrist?

Beide beroepen zijn hbo-opgeleide paramedische oogzorgberoepen, maar het deskundigheidsgebied verschilt.

OrthoptistOptometrist
Gespecialiseerd in oogstand, oogbewegingen, samenwerking tussen de ogen en ontwikkeling van het zien Richt zich breder op de gezondheid en optische functie van het oog
Behandelt veel scheelzien, amblyopie en dubbelzien Onderzoekt onder meer brilsterkte, voorste en achterste oogsegment en signalen van oogziekten
Werkt veel met jonge kinderen, maar ook met volwassenen Werkt eveneens met verschillende leeftijden en regelmatig met contactlenzen en algemene oogscreening
Heeft een gespecialiseerde rol rond strabismuschirurgie Heeft doorgaans een bredere rol bij ooggezondheid, refractie en herkenning van pathologie

Er bestaat enige overlap, bijvoorbeeld bij brilmetingen en onderzoek van binoculair zien. De beroepen zijn echter geen synoniemen. In de arbeidsmarktmeting van 2023 werkte ongeveer 15% van de orthoptisten daarnaast ook als optometrist.

Wat is het verschil tussen een Orthoptist, opticien en technisch oogheelkundig assistent?

Een opticien richt zich vooral op het aanmeten, vervaardigen, aanpassen en verkopen van brillen en andere optische hulpmiddelen. Een opticien stelt niet zelfstandig dezelfde orthoptische diagnoses en behandelt niet het volledige orthoptische spectrum van scheelzien, amblyopie en oogbewegingsstoornissen.

Een technisch oogheelkundig assistent, vaak afgekort tot TOA, voert binnen een oogheelkundige afdeling verschillende technische onderzoeken en metingen uit ter ondersteuning van de oogarts en het behandelteam. De precieze taken hangen af van opleiding, ervaring en ziekenhuis. Een TOA is niet hetzelfde als een orthoptist en heeft niet automatisch hetzelfde zelfstandige diagnostische en behandelende domein.

Ook de woorden orthoptist en orthopedist worden soms met elkaar verward. Een orthopedist is een arts voor aandoeningen van botten, gewrichten en het bewegingsapparaat en heeft geen relatie met orthoptie.

Extra informatie over de Orthoptist

Welke andere benamingen bestaan er voor Orthoptist?

De officiële Nederlandse beroepstitel is orthoptist. Dit is de wettelijk beschermde opleidingstitel.

Daarnaast komen de volgende benamingen of omschrijvingen voor:

De termen oogarts, optometrist, opticien, oogtherapeut en technisch oogheelkundig assistent zijn geen andere officiële benamingen voor orthoptist. Het gaat om andere beroepen, bredere omschrijvingen of niet-beschermde termen.

Veelvoorkomende misverstanden over de Orthoptist

Wetenswaardigheden over het beroep Orthoptist

Voor wie is het beroep Orthoptist geschikt?

Het beroep past goed bij iemand die exacte medische metingen interessant vindt, graag met mensen werkt en voldoende geduld heeft om onderzoek aan te passen aan verschillende patiënten. Affiniteit met kinderen is belangrijk, maar ook belangstelling voor neurologie, techniek en complexe diagnostiek komt goed van pas.

Een toekomstige Orthoptist moet het prettig vinden om zelfstandig beslissingen te nemen, maar ook bereid zijn tijdig overleg te zoeken. De opleiding en het beroep passen vooral bij iemand die zorgvuldig werkt, kleine details opmerkt, ingewikkelde informatie kan analyseren en rustig blijft wanneer een onderzoek anders verloopt dan gepland.

Het beroep kan minder goed passen bij iemand die weinig affiniteit heeft met natuurwetenschappelijke vakken, moeite heeft met zeer precies meten, uitsluitend in de acute zorg of operatiekamer wil werken of niet graag langdurige behandelrelaties met patiënten en ouders aangaat.

Gerelateerde artikelen

Een goed cv in de zorg: praktische tips, voorbeelden en checklist
  • 13-01-2026
  • ARTIKEL
In de zorg is een cv (curriculum vitae) meer dan een “lijstje banen”. Werkgevers willen snel zien: wat je kunt, waar je bevoegd voor bent en in welke setting jij het verschil maakt (bijv. VVT, ziekenhuis, GGZ, gehandicaptenzorg, wijkzorg, jeugdzorg, huisartsenzorg). Dit artikel helpt je om een cv te maken dat overzichtelijk is, inhoudelijk sterk én...