Er zijn van die patiënten bij wie je nét iets rechter gaat staan, nét iets beter nadenkt over wat je zegt en ineens begint te twijfelen aan handelingen die je normaal gesproken met twee vingers in je neus uitvoert.
Ik heb het natuurlijk over patiënten die zelf in de medische wereld werken.
Waarom dat toch zo spannend voelt? Geen idee. Misschien omdat je bang bent iets verkeerd te doen. Of omdat je vreest dat ze een vraag stellen waarop je het antwoord niet weet. Ineens voelt het alsof je niet alleen een patiënt aan het verplegen bent, maar tegelijkertijd ook een soort praktijkexamen moet afleggen. En geloof me, dat gevoel verdwijnt niet zomaar, ook niet als je al een tijdje op de Spoedeisende Hulp werkt.
Op een van mijn diensten kreeg ik een patiënt toegewezen met koorts e.c.i.: koorts met een nog onbekende oorzaak. Hij had last van nachtzweten, vermoeidheid, gewichtsverlies en verminderde eetlust. Ook was hij onlangs op vakantie geweest in Frankrijk. Persoonlijk vind ik koorts e.c.i. een van de interessantste casussen op de SEH. Het is een medische puzzel waarbij je soms alle kanten op kunt. Tegelijkertijd zijn het ook de patiënten bij wie ik stiekem mijn hart vasthoud. Want hoe interessant die zoektocht ook is, je hoopt natuurlijk altijd dat er niets ernstigs achter schuilgaat. Helaas heb ik vaak genoeg meegemaakt dat zo'n onschuldig lijkende koorts uiteindelijk leidde tot een diagnose als leukemie of de ziekte van Hodgkin. En iedere keer opnieuw raakt me dat. Ook nu hoopte ik vooral op een goede afloop. Zeker bij een man van begin veertig, met twee jonge kinderen thuis.
Maar voordat ik zijn kamer binnenliep, ontdekte ik nog iets anders. In de triagegegevens stond dat meneer werkzaam was als MDL-arts in ons eigen ziekenhuis. Ik keek nog eens naar zijn naam.
O, wacht eens even…Het kwartje viel. Ik ging dus een specialist uit mijn eigen ziekenhuis verplegen.
Eenmaal op de kamer bleek mijn spanning gelukkig nergens voor nodig. Meneer was ontzettend vriendelijk en zijn vrouw zat naast hem. Hij was oprecht geïnteresseerd. Hoelang werkte ik al op de SEH? Wat vond ik zo leuk aan mijn werk? We raakten aan de praat en het gesprek verliep heel ontspannen. Totdat het moment kwam waarop ik een infuus moest inbrengen om bloed af te nemen.
Kijk, ik wil niet opscheppen, maar ik prik bijna nooit mis. Bijna nooit. Normaal gesproken pak ik mijn spullen, zoek ik een mooi vat uit en voor ik het weet zit de venflon erin. Maar nu? Daar stond ik dan, met mijn materiaal in de hand en een MDL-arts die mij vriendelijk aankeek. Ineens voelde die venflon als een examenopdracht. Gelukkig ben ik iemand die haar zenuwen niet altijd voor zich kan houden. Dus ik besloot maar gewoon hardop te zeggen wat er door mijn hoofd ging. Nou, als dit maar goed gaat. O wee als ik nu misprik!’ Gelukkig kon hij erom lachen. Zijn reactie zal ik niet snel vergeten. 'Joh, ik kan de helft niet van wat jullie als verpleegkundigen doen. En al helemaal geen venflon inbrengen. Dus je doet maar!’ Kijk. Dat zijn nog eens geruststellende woorden van een specialist. Ik voelde me meteen een stuk beter.
Daar lag hij dan. Met werkelijk prachtige vaten. Van die vaten waarbij je normaal gesproken denkt: dit wordt een makkie. Ik prikte. En ja hoor. Mis. Uitgerekend bij een MDL-arts. Met zulke mooie vaten. Ik kon wel door de grond zakken. Gelukkig konden we er samen ontzettend om lachen. Want de ironie was natuurlijk niet te missen. Iemand die vrijwel nooit misprikt, staat uitgerekend bij een specialist met trillende handen en weet de eerste poging te missen. Gelukkig lukte het de tweede keer wel. De venflon zat erin, de bloedafname kon doorgaan en mijn eer als SEH-verpleegkundige was enigszins hersteld. Althans, dat hield ik mezelf maar voor.
Alsof het nog niet toevallig genoeg was… Terwijl meneer op de SEH lag, liep ook nog eens mijn leidinggevende langs de kamer. Hij keek naar binnen, zag de patiënt liggen en riep verbaasd: 'Hé! Wat doe jij hier?’ Wat bleek? Het waren buren! Ik moest er weer om lachen. Daar lag een MDL-arts uit ons eigen ziekenhuis, die ook nog eens de buurman van mijn leidinggevende bleek te zijn. Soms voelt de SEH echt als een dorp.
Gelukkig geen gevreesde diagnose. Ondertussen bleef natuurlijk de belangrijkste vraag: waar kwamen die klachten vandaan?Koorts, nachtzweten, gewichtsverlies, vermoeidheid... Het zijn symptomen waarbij je aan verschillende oorzaken moet denken, waaronder aandoeningen die je niemand toewenst. Gelukkig kwam er uiteindelijk een verklaring die een heel andere kant op wees.
Tijdens zijn vakantie in Frankrijk had meneer in zoet water gezwommen. Daar bleek hij leptospirose te hebben opgelopen, een infectieziekte die wordt veroorzaakt door bacteriën die onder andere via besmet zoet water kunnen worden overgedragen. Een diagnose waar je niet iedere dag mee te maken krijgt en die voor mij opnieuw liet zien hoe belangrijk een goede anamnese is. En het allerbelangrijkste? Het ging gelukkig weer goed met hem.
Wat ik vooral van deze ontmoeting heb meegenomen, is iets wat eigenlijk heel vanzelfsprekend zou moeten zijn. We kunnen ons als verpleegkundigen soms behoorlijk laten intimideren door iemands functie of medische achtergrond. Een arts, specialist of hoogleraar op je bed en ineens lijkt het alsof je jezelf extra moet bewijzen. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Die MDL-arts herinnerde mij er met één simpele opmerking aan dat we allemaal onze eigen deskundigheid hebben.Hij weet ontzettend veel over maag-, darm- en leverziekten. Ik weet hoe ik op een SEH moet handelen, observeren, begeleiden en verpleegkundige zorg moet verlenen. En ja, daar hoort soms ook een mislukte venflon bij. Want één keer misprikken betekent niet dat je je vak niet verstaat. Soms zitten je zenuwen simpelweg even in de weg.
Wat ik de volgende keer doe als er weer een specialist op mijn SEH-bed ligt? Waarschijnlijk precies hetzelfde als anders. Gewoon goede zorg verlenen, mezelf blijven en vooral niet vergeten te lachen. Al hoop ik wel dat die venflon er dan in één keer in zit.
Door: Spoedblogger
Spoedblogger
SEH-verpleegkundige in een traumacentrum voor volwassenen en kinderen.
Waar koffie snel koud wordt en monitoren nooit stil zijn.
Schrijft met liefde over de acute zorg en verhalen die verteld moeten worden

