Basisarts
Een Basisarts is een arts die de universitaire opleiding Geneeskunde heeft afgerond en daarmee bevoegd is om als arts te werken. In de praktijk gaat het om een arts die (nog) geen medisch specialist is, maar wél als arts werkzaamheden verricht—vaak als ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist) of AIOS (arts in opleiding tot specialist).
- Rol: brede, generalistische artsenbasis; vaak eerste jaren na afstuderen.
- Kenmerkend: veel patiëntcontact, klinisch redeneren, samenwerken, leren “in het werk”.
- Werkvelden: vooral medisch-specialistische zorg (ziekenhuizen/psychiatrie), maar ook ouderenzorg, publieke gezondheid, verzekeringsgeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde, onderzoek en meer.
- Opleidingsniveau: universitair (WO) – bachelor + master Geneeskunde, gevolgd door inschrijving als arts.
Wat is een BasisArts
De term Basisarts is in Nederland vooral een praktische aanduiding voor “arts met een afgeronde basisopleiding, nog niet gespecialiseerd”. Het is belangrijk om te begrijpen dat Basisarts minder een functietitel is en meer een kwalificatie: met deze basis kun je in uiteenlopende artsfuncties werken.
In veel ziekenhuizen kom je een Basisarts tegen als arts-assistent. Ziekenhuizen onderscheiden daarbij vaak:
- AIOS: arts-assistent in opleiding tot specialist (heeft een opleidingsplek en volgt een erkende vervolgopleiding).
- ANIOS: arts-assistent niet in opleiding tot specialist (werkt als basisarts binnen een vakgebied, vaak om ervaring op te doen en te oriënteren).
Een Basisarts werkt in de regel onder supervisie van een medisch specialist (of een andere supervisor, afhankelijk van het werkveld). In het ziekenhuis blijft de medisch specialist doorgaans eindverantwoordelijk voor de behandeling, terwijl de arts-assistent veel dagelijkse medische werkzaamheden uitvoert.
De taken van een Basisarts zijn onder meer:
De dagelijkse werkzaamheden van een Basisarts hangen sterk af van de sector en het specialisme waarin iemand werkt. Toch zijn er duidelijke “basistaken” die in veel functies terugkomen.
Veelvoorkomende kerntaken (met variatie per werkplek):
- Anamnese en lichamelijk onderzoek: klachten uitvragen, onderzoeken, risicofactoren in kaart brengen.
- Diagnostiek aanvragen en beoordelen: lab, beeldvorming, functietests; interpretatie en planvorming.
- Behandelplan opstellen: medicatie, interventies, leefstijladvies, monitoring; vaak in overleg met supervisor.
- Verrichtingen uitvoeren: afhankelijk van setting en bekwaamheid (bijv. wondzorg, puncties, kleine ingrepen).
- Overleggen en coördineren: multidisciplinair overleg (MDO) met verpleegkundigen, paramedici en andere artsen.
- Dossiervoering: verslaglegging, ontslagbrieven, overdrachten.
- Diensten draaien: avond-, nacht- en weekenddiensten, vooral in acute en klinische settings.
- Communicatie: uitleg aan patiënt en naasten, shared decision making, afstemmen met ketenpartners.
- Kwaliteit & veiligheid: meewerken aan protocollen, incidentmeldingen, verbeterprojecten.
Voorbeelden per werkveld (zoals je die ook terugziet in de arbeidsmarkt):
- Ouderenzorg (WLZ/verpleeghuiszorg): medische zorg voor kwetsbare ouderen, diagnostiek en medicatiebeleid, deelname aan MDO en afstemming met supervisor/SO.
- Jeugdgezondheidszorg: gezondheidsonderzoeken, signaleren van ontwikkelings- of psychosociale problemen en tijdig verwijzen, samenwerken met ouders, scholen en zorgpartners.
- Psychiatrie (acute zorg/HIC): diagnostiek, crisisbeoordeling, samenwerken met psychiater en behandelteam, werken binnen juridische kaders in de ggz.
- Verzekeringsgeneeskunde / arbeid & gezondheid: beoordelen wat iemand medisch en functioneel aankan, onderbouwen van adviezen en keuzes rond arbeid en participatie.
- Bedrijfsgeneeskunde: spreekuren, belastbaarheid beoordelen, advies rond verzuim en preventie, inzetbaarheid en vitaliteit.
- Klinisch onderzoek: inclusies, medische beoordeling binnen studies, veiligheid/monitoring van deelnemers, protocollair werken.
Waar werkt een Basisarts
In Nederland werkt het grootste deel van de basisartsen in de medisch-specialistische zorg (inclusief psychiatrie). Daarnaast is er een substantiële groep actief in andere zorgclusters, zoals de eerste lijn, ouderenzorg en maatschappelijke geneeskunde.
Verdeling in hoofdlijnen (indicatief):
- Ongeveer 3/5 werkt in cluster 2: medisch-specialistische zorg (waaronder psychiatrie).
- Ongeveer 1/6 werkt in cluster 1 (o.a. eerstelijns domeinen).
- Ongeveer 1/6 werkt in cluster 3 (o.a. maatschappelijke geneeskunde/overige).
Praktische werkplekken waar een Basisarts vaak terechtkomt:
- Ziekenhuizen (algemeen/topklinisch) – kliniek, SEH, polikliniek, beschouwend of snijdend specialisme.
- Universitair Medische Centra – vaak combinatie van patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek.
- GGZ-instellingen – klinisch/ambulant, crisisdienst, forensische psychiatrie.
- Ouderenzorgorganisaties – WLZ-locaties, GRZ, soms eerstelijns geriatrie.
- Publieke gezondheid – bijvoorbeeld GGD (JGZ, infectieziektebestrijding, beleid).
- Arbeid en gezondheid – arbodiensten, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsgeneeskunde.
- Onderzoek en onderwijs – onderzoeksafdelingen, trials, promotietrajecten.
- Farmacie/medtech/consultancy – medische advisering, safety, regulatory, medische inhoudelijke rollen (minder “klassiek”, maar aanwezig).
Wat verdient een Basisarts
Het maandelijkse inkomen van een Basisarts hangt vooral af van:
- de sector (ziekenhuis, UMC, GGZ, VVT, publieke gezondheid, arbeid & gezondheid);
- de CAO en inschaling (functiegroep/schaal en periodiek);
- werkervaring en eerdere dienstjaren;
- diensten en onregelmatigheidstoeslagen (ORT), bereikbaarheidsdiensten, overwerk;
- fulltime-omvang (in de zorg vaak 36 uur, maar dit verschilt per werkgever).
Indicatieve bruto maandlonen (fulltime, exclusief ORT/overwerk, en exclusief vakantietoeslag):
| Werksetting | Veelvoorkomende functie | Bruto per maand (indicatief) | Opmerking |
| Ziekenhuis (CAO Ziekenhuizen) |
ANIOS / arts-assistent |
€ 4.729 – € 7.127 |
Voorbeeld functiegroep 65, bedragen per 1-02-2026 (periodieken bepalen trede).10 |
| UMC (CAO UMC) |
Arts-assistent (ANIOS) |
€ 4.485 – € 6.177 |
Voorbeeld schaal 11a (fulltime), afhankelijk van ervaring; vaak aangevuld met ORT, vakantiegeld en eindejaarsuitkering.12 |
Extra’s die in de praktijk veel uitmaken:
- Vakantietoeslag (in veel organisaties 8% van het bruto jaarsalaris).
- Eindejaarsuitkering (bijvoorbeeld rond 8,3% in UMC’s en 8,33% in de CAO Ziekenhuizen).
- Onregelmatigheidstoeslag (ORT) bij werken in avonden/nachten/weekenden.
- Opleidings- en scholingsbudget (zeker bij grotere instellingen en traineeships).
Praktische duiding: wie veel diensten draait (SEH, IC, klinische diensten) kan door ORT en dienstvergoedingen aanzienlijk hoger uitkomen dan het “kale” maandloon. In meer planbare settings (bijv. sommige arbeid & gezondheid-rollen) is het basisloon vaak bepalender voor het totaal.
Aantal werkzaam in Nederland
Volgens een recente arbeidsmarktanalyse over basisartsen werken er in Nederland in 2025 ongeveer 24.330 basisartsen. In die analyse worden basisartsen beschreven als jonge artsen met een registratie als arts, aan het begin van hun loopbaan, werkzaam als AIOS, (promotie-)onderzoeker en/of ANIOS.
Ter context: het BIG-register publiceert maandelijks het aantal registraties. Per 1 januari 2026 stonden er 81.992 artsenregistraties in het BIG-register, inclusief artsen met een specialistentitel.
Interessant detail: in dezelfde BIG-cijfers is ook de man/vrouw-verdeling opgenomen; artsenregistraties zijn in Nederland in meerderheid vrouw.
Welke opleiding heeft de Basisarts gevolgd
De route naar het beroep Basisarts start meestal bij de toelating tot de bachelor Geneeskunde. De meest gebruikelijke vooropleiding is:
- VWO met profiel Natuur en Gezondheid (vaak met natuurkunde) óf Natuur en Techniek (vaak met biologie).
Alternatieve routes komen ook voor, maar vereisen doorgaans aanvullende bewijsvoering van vwo-niveau in bètavakken of het wegwerken van deficiënties:
- HBO-propedeuse of afgeronde HBO-/WO-opleiding met aantoonbare kennis van de vereiste vakken op vwo-niveau.
- 21+ toets (colloquium doctum) in combinatie met vwo-certificaten in de vereiste vakken, afhankelijk van universiteit.
Toelating tot Geneeskunde verloopt daarnaast via een numerus fixus met selectie. Niet iedereen die aan de minimale eisen voldoet, krijgt automatisch een opleidingsplaats.89
Opleidingsniveau en route tot Basisarts
Het opleidingsniveau van een Basisarts is WO (universitair). De opleiding Geneeskunde heeft een bachelor-masterstructuur en duurt in totaal 6 jaar:
- 3 jaar bachelor
- 3 jaar master
Na afronding van de master ben je basisarts en kun je aan de slag als arts; daarna kun je je eventueel specialiseren via een vervolgopleiding.
Hoe ziet de opleiding Geneeskunde er grofweg uit:
- Bachelorfase: opbouw van medische basiskennis (anatomie, fysiologie, pathologie), academische vaardigheden, klinisch redeneren, communicatie en (vaak) al eerste praktijkervaring.
- Masterfase: klinische stages (coschappen), meer verantwoordelijkheid in patiëntenzorg, verdieping en vaak keuzestages; afhankelijk van universiteit zijn er schakelprogramma’s of profileringstrajecten.
Duur van de vooropleiding
Omdat “vooropleiding” op meerdere manieren kan worden geïnterpreteerd, hieronder een duidelijke opsplitsing tussen (1) de vooropleiding om te mogen starten met Geneeskunde en (2) de totale opleidingsduur tot Basisarts.
1) Duur van de vooropleiding vóór de studie Geneeskunde:
- VWO-route: gemiddeld 6 jaar middelbare school (vwo).
- HAVO-route (indirect): vaak 5 jaar havo + aanvullend traject (bijv. vwo-deelcertificaten of route via hbo-propedeuse). De duur varieert sterk per persoon.
- HBO-route: minimaal 1 jaar (propedeuse) + tijd voor deficiënties/vereiste vakken; in de praktijk vaak 1–2 jaar extra voordat je aan de selectie en start kunt voldoen.89
2) Totale opleidingsduur tot Basisarts (na het behalen van de juiste instroomvooropleiding):
- Geneeskunde (WO): 6 jaar (bachelor + master).
Praktische kanttekening: door selectie, wachttijd, bestuursjaar, onderzoek of persoonlijke omstandigheden kan de daadwerkelijke kalenderduur langer zijn dan 6 jaar. Dat verschilt per student en per universiteit.
Het opleidingsniveau van een Basisarts is
WO.
Enkele wetenswaardigheden over de Basisarts
Een Basisarts werkt in een domein met duidelijke wet- en regelgeving. Enkele kernpunten:
- Titelbescherming en BIG: alleen wie in het BIG-register staat mag de beschermde titel “arts” voeren en heeft (binnen de eigen deskundigheid en bekwaamheid) zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde risicovolle handelingen.
- Voorbehouden handelingen: artsen behoren tot de beroepsgroepen die bepaalde voorbehouden handelingen zelfstandig mogen uitvoeren, mits bekwaam en binnen het deskundigheidsgebied.
- Herregistratie: om BIG-geregistreerd te blijven moet een arts periodiek herregistreren; voor werkervaring geldt o.a. een urennorm van 2.080 uur in 5 jaar (met inhoudelijke criteria over welke werkzaamheden meetellen).
Wetenswaardig: toezicht op juist titelgebruik is serieus. Bijvoorbeeld: een student Geneeskunde mag zichzelf niet “arts (in opleiding)” noemen; ook tijdens vervolgopleiding gelden regels voor het voeren van (specialisten)titels.
Belangrijke competenties en persoonlijke eigenschappen
Een Basisarts ontwikkelt zich in de eerste jaren razendsnel. De combinatie van verantwoordelijkheid, tempo en variatie maakt dat bepaalde competenties cruciaal zijn.
Competenties die vrijwel overal terugkomen:
- Klinisch redeneren: hoofd- en bijzaken scheiden, differentiaaldiagnose, beleid maken en evalueren.
- Communicatie: slecht nieuws gesprekken, uitleg op niveau, shared decision making, omgaan met emoties.
- Samenwerken: functioneren in een multidisciplinair team, afstemmen en escaleren waar nodig.
- Prioriteren onder druk: zeker in diensten en acute situaties.
- Reflectie en leervermogen: actief feedback ophalen, fouten bespreken, continu verbeteren.
- Professionalisme: ethiek, grenzen, dossiervoering, privacy en patiëntveiligheid.
Persoonlijke eigenschappen die vaak het verschil maken:
- stressbestendigheid en veerkracht;
- nauwkeurigheid en discipline;
- empathie zonder jezelf te verliezen;
- nieuwsgierigheid en wetenschappelijke houding;
- durven vragen en escaleren (veiligheidskritisch).
Doorgroeien en specialiseren
Voor veel Basisartsen is de functie een opstap naar een vervolgopleiding. In het ziekenhuis gaat het dan om instroom in een AIOS-traject; veel artsen werken eerst als ANIOS om ervaring op te doen en een specialisme te kiezen.2
Veelvoorkomende vervolgrichtingen:
- Medisch specialist (ziekenhuis-specialismen; vaak vervolgopleiding 3–6 jaar afhankelijk van het vakgebied).
- Huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts maatschappij + gezondheid (specialismen met eigen opleidingsstructuren).
- Onderzoek / promotie (PhD) – vaak gecombineerd of voorafgaand aan specialisatie.
- Beleid, management, onderwijs – bijvoorbeeld medische stafondersteuning, kwaliteit & veiligheid, richtlijnontwikkeling.
Wetenswaardigheden en actuele thema’s
1) Basisarts is breed inzetbaar
De arbeidsmarkt laat zien dat je als Basisarts in zeer uiteenlopende rollen terecht kunt komen: van acute psychiatrie tot jeugdgezondheidszorg en van ouderenzorg tot arbeid & gezondheid. Dit maakt de eerste jaren na afstuderen ook een periode van sterke oriëntatie.
2) Een groot deel is in opleiding of combineert rollen
In arbeidsmarktanalyses wordt beschreven dat basisartsen vaak werken als AIOS, ANIOS en/of (promotie-)onderzoeker. De basisartsenpopulatie is dus dynamisch: mensen stromen door naar specialismen, onderzoek of andere domeinen.
3) Werk-privé en diensten
Met name in ziekenhuis- en crisissettings zijn diensten en onregelmatige werktijden reëel. Dat vraagt om goede teamafspraken, herstelmomenten en het bewaken van grenzen.
4) BIG-registratie en professionele plichten
Herregistratie-eisen en het werken binnen deskundigheid/bekwaamheid zijn geen “papierwerk”, maar raken direct aan kwaliteit en patiëntveiligheid.
5) Selectie en instroom Geneeskunde blijft competitief
Geneeskunde is een fixusopleiding; instroom verloopt via selectieprocedures en strakke deadlines. Kandidaten die deficiënties moeten wegwerken, moeten rekening houden met substantiële studielast per vak.
Extra informatie over de Basisarts
Andere benamingen en verwante functies
In de praktijk kom je voor Basisarts verschillende benamingen tegen. Soms betekenen ze hetzelfde, soms zijn het “contextlabels” die iets zeggen over opleidingsstatus.
Veelgebruikte andere benamingen:
- Basisarts (meest gangbaar; vaak één woord geschreven)
- Arts-assistent (verzamelterm in ziekenhuizen)
- ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist)
- AIOS (arts in opleiding tot specialist)
- Afdelingsarts (informele functienaam voor ANIOS/AIOS op een verpleegafdeling)
- Junior doctor (internationale term, vooral in Engelstalige context)
Verwante beroepen (niet hetzelfde, maar vaak in hetzelfde zorglandschap):
- Physician assistant en verpleegkundig specialist: zelfstandiger inzetbaar binnen (delen van) het medisch domein, met eigen bevoegdheden en opleidingsroutes.
- Coassistent: geneeskundestudent in klinische stages; nog geen arts en mag de titel “arts” niet voeren.