Kunstmatige intelligentie is geen toekomstmuziek meer in de zorg. Uit een nieuw Nivel-rapport blijkt dat veel zorgprofessionals AI inmiddels gebruiken in hun werk. Dat gebeurt vooral bij praktische taken, zoals informatie opzoeken en ondersteuning bij verslaglegging. Tegelijk laat het onderzoek zien dat de invoering sneller gaat dan de voorbereiding. Scholing ontbreekt vaak, beleid is lang niet overal duidelijk en veel professionals voelen zich nog onvoldoende toegerust.
Gebruik groeit van onderaf
Opvallend is dat AI in veel gevallen niet eerst via een organisatiebreed plan op de werkvloer belandt, maar via individuele zorgprofessionals zelf. Veel gebruikers zijn er op eigen initiatief mee begonnen. Dat past bij het beeld van een technologie die snel beschikbaar is en direct bruikbaar lijkt voor dagelijkse taken.
Lees vaker nieuwsberichten over de zorg
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De verschillen tussen beroepsgroepen zijn wel groot. Hoger opgeleide professionals gebruiken AI vaker dan collega’s in andere functies. Daardoor ontstaat ook een nieuwe kloof op de werkvloer. Waar de ene professional al ervaring opdoet met AI, staat de ander nog aan het begin of gebruikt het helemaal niet.
Vooral nuttig bij concrete taken
AI wordt nu vooral ingezet voor taken die tijd kunnen schelen of snel resultaat geven. Denk aan het opzoeken van informatie, het ordenen van kennis en hulp bij verslaglegging. Juist bij dit soort toepassingen zien zorgprofessionals direct praktisch nut. Het gaat dus nog minder om spectaculaire vernieuwing en meer om ondersteuning bij alledaags werk.
Dat is belangrijk, want het laat zien waar de eerste winst wordt gezocht. Niet in het vervangen van de professional, maar in het slimmer organiseren van werk. Voor teams die worstelen met hoge werkdruk is dat een logische route. Tegelijk vraagt juist dit soort dagelijks gebruik om duidelijke afspraken. Zodra AI meedraait in rapportage of dossiervoering, moet helder zijn wat wel en niet kan.
Positief over kansen, terughoudend over vervanging
De houding tegenover AI is in grote lijnen positief. Veel zorgprofessionals denken dat AI de zorg kan ondersteunen en in sommige situaties ook kan verbeteren. Ze zien kansen voor betere informatie, ondersteuning bij afwegingen en mogelijk ook efficiënter werken.
Tegelijk is er duidelijke terughoudendheid. Zorgprofessionals verwachten vooral dat AI hun werk zal veranderen, niet dat het hun rol overneemt. Het menselijke contact, het klinisch redeneren en het professioneel oordeel worden nog altijd gezien als de kern van goede zorg. Die onderdelen laten zich niet zomaar automatiseren. Het rapport laat zien dat die grens voor veel professionals heel duidelijk ligt.
Vertrouwen is er, maar niet zonder voorwaarden
AI wordt dus niet afgewezen, maar ook niet blind omarmd. Veel respondenten noemen betrouwbaarheid als aandachtspunt. Ze vinden dat zelfstandig nadenken nodig blijft en dat de professional eindverantwoordelijk blijft als AI met een fout of onvolledig antwoord komt. Dat is een belangrijk signaal voor organisaties die AI willen invoeren. Gebruik op de werkvloer vraagt niet alleen om toegang tot tools, maar ook om toetsing, uitleg en duidelijke verantwoordelijkheden.
Grootste knelpunt is scholing
Het duidelijkste probleem in het rapport is de scholing. Veel zorgprofessionals hebben nog geen training over AI gevolgd, terwijl de behoefte daaraan groot is. Die scholingsvraag gaat niet alleen over techniek. Professionals willen vooral weten hoe ze AI veilig en verantwoord gebruiken in hun dagelijkse werk, hoe ze uitkomsten controleren en waar de grenzen liggen.
Dat maakt de uitkomst van het onderzoek heel praktisch. Zorgprofessionals vragen niet om abstracte visies of algemene beloftes. Ze willen concrete handvatten. Wat mag je invoeren. Hoe controleer je een antwoord. Wanneer is AI een hulpmiddel en wanneer wordt het risicovol. En wat betekent dit voor je professionele verantwoordelijkheid.
Organisaties lopen achter op de praktijk
Naast scholing wijst het rapport op een tweede probleem. In veel organisaties ontbreekt nog een duidelijke structuur rond AI. Zorgprofessionals geven aan dat beleid vaak niet helder is. Ook is er lang niet altijd een vast aanspreekpunt voor vragen of ondersteuning. Dat maakt de kans groter dat gebruik versnipperd raakt en per team of medewerker gaat verschillen.
Ook de betrokkenheid van zorgprofessionals bij besluiten over AI blijft achter. Veel respondenten zeggen dat zij nauwelijks worden meegenomen in keuzes over invoering en toepassing. Dat is een gemiste kans. Juist de mensen die met patiënten, cliënten en bewoners werken, kunnen het best aangeven waar AI helpt, waar het schuurt en waar de risico’s zitten.
Wat zorgprofessionals nu nodig hebben
De boodschap uit het rapport is helder. AI is al onderdeel van de praktijk, maar een veilige en bruikbare inzet vraagt meer dan alleen toegang tot een tool. Zorgprofessionals hebben behoefte aan scholing die direct aansluit op hun werk. Organisaties moeten zorgen voor duidelijke kaders, aanspreekpunten en afspraken over verantwoordelijkheid. En professionals moeten eerder en serieuzer betrokken worden bij keuzes over implementatie.
De volgende stap is niet meer experimenteren, maar organiseren
Voor de zorgpraktijk lijkt de discussie daarmee te verschuiven. De vraag is niet meer of AI zijn intrede doet op de werkvloer. Die stap is al gezet. De echte vraag is nu hoe zorgorganisaties ervoor zorgen dat het gebruik veilig, uitlegbaar en werkbaar blijft. Wie daar nu niet in investeert, loopt het risico dat AI wel gebruikt wordt, maar zonder de randvoorwaarden die nodig zijn voor goede zorg.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat alertheid voorlopig nodig blijft. AI kan ondersteunen en tijd besparen, maar alleen als de professional de regie houdt. Het rapport laat zien dat precies daar de komende tijd het verschil gemaakt moet worden.
Bron: Nivel