- 08-04-2026
- NIEUWS
Een huisarts is een arts gespecialiseerd in huisartsgeneeskunde en werkzaam in de eerstelijnszorg. De huisarts is voor veel mensen het eerste medische aanspreekpunt bij ziekte, gezondheidsvragen, preventie, chronische aandoeningen en twijfel over de ernst van klachten. Een huisarts kijkt breed: niet alleen naar één orgaan of één losse klacht, maar naar de totale mens, inclusief voorgeschiedenis, leefstijl, gezinssituatie en sociale context.
Dat brede, medisch-generalistische karakter maakt een huisarts anders dan veel andere artsen. Een huisarts beoordeelt klachten, behandelt veelvoorkomende aandoeningen, bewaakt de continuïteit van zorg en bepaalt of verdere diagnostiek of verwijzing nodig is. In de Nederlandse gezondheidszorg heeft de huisarts daardoor ook een duidelijke poortwachtersfunctie: voor veel specialistische zorg is eerst een beoordeling of verwijzing van de huisarts nodig.
Het werk van een huisarts is zeer afwisselend. Een huisarts combineert medische kennis met triage, communicatie, begeleiding en zorgcoördinatie. De huisarts ziet patiënten op het spreekuur, beoordeelt spoedvragen, overlegt met andere zorgverleners en houdt overzicht over de zorg rondom de patiënt. Daarbij is een huisarts niet alleen behandelaar, maar ook regievoerder en bewaker van passende zorg.
Een huisarts werkt dus niet alleen klachtgericht, maar ook relationeel en langdurig. Juist doordat een huisarts patiënten vaak al jaren kent, kan deze arts medische beslissingen nemen met kennis van de persoonlijke situatie van de patiënt.
Een huisarts werkt voornamelijk in een huisartsenpraktijk. Dat kan een solopraktijk, duopraktijk, groepspraktijk of gezondheidscentrum zijn. Sommige huisartsen hebben een eigen praktijk, anderen werken in loondienst bij een gezondheidscentrum of bij een andere huisarts, en weer anderen werken als zelfstandige waarnemer in wisselende praktijken.
In de dagelijkse praktijk werkt een huisarts bijna nooit helemaal alleen. Rondom de huisarts staan vaak doktersassistenten, praktijkondersteuners somatiek, praktijkondersteuners GGZ, physician assistants, verpleegkundig specialisten en soms een praktijkmanager. Daardoor is een huisarts niet alleen arts, maar vaak ook coördinator binnen een multidisciplinair team.
Het maandelijkse inkomen van een huisarts verschilt sterk per werkvorm. Daarom is het niet correct om voor iedere huisarts één vast bedrag te noemen. Een huisarts in loondienst heeft meestal een duidelijker bruto maandsalaris dan een huisarts die praktijkhouder of zelfstandige waarnemer is.
Voor een beroepengids kun je daarom het beste formuleren dat een afgestudeerde huisarts in loondienst meestal grofweg tussen € 6.800 en € 9.500 bruto per maand verdient bij een fulltime dienstverband, terwijl het werkelijke inkomen van een praktijkhouder of waarnemer duidelijk sterker kan schommelen.
Hoeveel huisartsen er in Nederland werkzaam zijn, hangt af van de definitie. Volgens Nivel waren er in 2024 12.246 regulier gevestigde huisartsen. Dat zijn huisartsen exclusief de groep wisselende waarnemers. Voor 2023 schatte Nivel het aantal wisselende waarnemers op 2.200, waarmee het totaal aantal werkzame huisartsen in dat jaar op 14.104 uitkwam. De Landelijke Huisartsen Vereniging spreekt in publieksinformatie daarom afgerond van “bijna 13.000 huisartsen”.
De route naar het beroep huisarts begint normaal gesproken op vwo-niveau. Voor toelating tot de universitaire opleiding Geneeskunde gelden meestal de profielen Natuur en Gezondheid met Natuurkunde, of Natuur en Techniek met Biologie. Geneeskunde is bovendien een numerus-fixusopleiding. Dat betekent dat er een beperkt aantal plaatsen is en dat selectie onderdeel is van de toelating.
Het beroep huisarts hoort bij WO-niveau. In vacatures en overzichten zie je vaak alleen “WO” staan, maar inhoudelijk is het niveau nog specifieker: eerst een universitaire bachelor en master Geneeskunde, gevolgd door een medische vervolgopleiding tot huisarts. Voor een beroepengids kun je daarom schrijven dat een huisarts een universitair opgeleide arts is met een vervolgopleiding in de huisartsgeneeskunde.
Als met vooropleiding de route vóór de huisartsopleiding wordt bedoeld, dan duurt die in de standaardroute zes jaar. De opleiding Geneeskunde bestaat uit drie jaar bachelor en drie jaar master. Daarna ben je basisarts.
Na het artsexamen volgt nog de driejarige huisartsopleiding. In het eerste en derde jaar werk je vooral in de huisartspraktijk. In het tweede jaar loop je verplichte stages in de spoedeisende hulp, een verpleeghuis en een GGZ-instelling. Vanaf het moment dat iemand een vwo-diploma heeft, duurt de standaardroute tot huisarts dus ongeveer negen jaar. Reken je vanaf de start van het voortgezet onderwijs, dan kom je grofweg uit op ongeveer vijftien jaar opleiding en vorming.
Het opleidingsniveau van een Huisarts is WO.
Het beroep huisarts kent een aantal opvallende kenmerken en actuele ontwikkelingen:
Andere benamingen voor huisarts
Voor het beroep huisarts bestaan niet veel volledig gelijkwaardige Nederlandse synoniemen. De meest gebruikte andere benaming in het Engels is general practitioner, meestal afgekort tot GP. In Nederland kom je daarnaast vooral functielabels en werkvormen tegen.