Een patiënt die schreeuwt, een familielid dat dreigt, een collega die je structureel klein houdt: agressie in zorg en welzijn is geen incident, maar voor veel teams een terugkerend onderdeel van de werkdag. Het CBS zette vandaag de cijfers én de samenhang met werkdruk, steun en teamsfeer op een rij. De boodschap is helder: agressie raakt niet alleen jouw veiligheid, maar ook je energie, werkplezier en binding met je organisatie.
Kerncijfers: dit is de omvang in 2024
- 57% van de werknemers in zorg en welzijn had in de afgelopen 12 maanden te maken met agressie door patiënten/cliënten of hun naasten.
- 31% kreeg te maken met agressie door collega’s of leidinggevenden.
- Het aandeel medewerkers dat agressie ervaart is de afgelopen jaren volgens het CBS nauwelijks veranderd.
Welke agressie zie je het vaakst?
De ‘klassieker’ blijft verbale agressie, maar het CBS laat zien dat ook pesten en fysieke agressie stevig in de cijfers zitten. In 2024 ging het bij agressie door patiënten/naasten vooral om:
- Verbale agressie (schelden/schreeuwen): 48%
- Pesten (beledigen/roddelen/buitensluiten): 25%
- Fysieke agressie (duwen/slaan/spugen e.d.): 21%
- Discriminatie: 16%
- Seksuele intimidatie: 14%
- Bedreiging of intimidatie: 10%
Bij agressie door collega’s/leidinggevenden springt één vorm eruit: pesten. In 2024 gaf 21% aan hiermee te maken te hebben gehad. Andere vormen (zoals fysieke agressie of bedreiging) komen ook voor, maar duidelijk minder vaak.
Wie loopt het meeste risico?
Jongere collega’s krijgen relatief vaker met agressie door patiënten/naasten te maken dan oudere collega’s. In de periode 2020–2024 rapporteerde 66% van de werknemers tot 25 jaar agressie door patiënten/naasten, tegenover 50% bij 65-plussers (45–65 jaar: 56%). Voor agressie door collega’s/leidinggevenden zijn de verschillen tussen leeftijdsgroepen kleiner, al ligt dit bij 65-plussers lager (23%).
Ook je functie maakt uit. Sociaal werkers en groeps-/woonbegeleiders zitten aan de top: 79% heeft te maken met agressie door patiënten/naasten. Tegelijkertijd valt op dat juist managers en vakspecialisten relatief vaak agressie door collega’s/leidinggevenden rapporteren (rond 37%).
Wat doet agressie met je werkplezier en mentale energie?
Het CBS legt in de werknemersenquête niet alleen agressie vast, maar ook signalen rond bevlogenheid en psychische vermoeidheid. Daaruit komt een herkenbaar patroon: wie agressie meemaakt, houdt minder energie over.
- Minder zin om te werken: onder medewerkers die agressie door patiënten/naasten meemaken zegt 58% zin te hebben om aan het werk te gaan, tegenover 66% bij collega’s zonder agressie-ervaring.
- Vaker opgebrand/frustratie: 19% voelt zich opgebrand door het werk (zonder agressie: 12%); 16% voelt zich gefrustreerd (zonder agressie: 9%).
- Vaker ontevreden over organisatie: (zeer) ontevreden over de organisatie: 15% bij medewerkers met agressie-ervaring versus 9% zonder; (zeer) ontevreden over het werk: 9% versus 4%.
Tegelijk blijft iets overeind dat veel zorgprofessionals zullen beamen: de meeste mensen vinden hun werk inhoudelijk leuk en zinvol, óók als ze agressie meemaken.
Werkdruk, tijd en steun: de werkomgeving doet ertoe
Een van de belangrijkste inzichten uit de CBS-publicatie: agressie staat niet los van de context waarin je werkt. Medewerkers die hoge werkdruk ervaren of te weinig tijd hebben voor patiënten/cliënten, rapporteren vaker agressie door patiënten/naasten.
- Werkdruk: bij (veel) te hoge werkdruk ervaart 68% agressie, versus 54% bij een werkdruk die als “goed” wordt ervaren.
- Tijd voor persoonlijke aandacht: wie voldoende tijd ervaart: 57% agressie; wie onvoldoende tijd ervaart: 75%.
- Tijd voor verzorging: voldoende tijd: 60%; onvoldoende tijd: 79%.
Ook steun en teamsfeer hangen samen met agressie. Wie onvoldoende ondersteuning voelt vanuit organisatie of leidinggevende rapporteert vaker agressie (bijvoorbeeld 69% bij onvoldoende steun van de organisatie versus 55% bij voldoende steun). En waar de sfeer in het team niet prettig is, ligt agressie hoger (totaal 70% versus 58% bij een prettige sfeer). Vooral het verschil bij pesten door patiënten/naasten is groot: 44% bij geen prettige sfeer tegenover 21% bij wel een prettige sfeer.
Belangrijke nuance: dit gaat om samenhang, niet om schuld
Het CBS benadrukt expliciet dat dit onderzoek geen uitspraken doet over oorzaak en gevolg. Dus: deze cijfers zeggen niet dat werkdruk ‘de oorzaak’ is, of dat agressie ‘automatisch’ leidt tot uitval. Wél laten ze zien dat agressie en werkomstandigheden elkaar raken en dat je een veilige werkomgeving niet met één losse maatregel bouwt.
Wat kun je hier als zorgprofessional mee?
Je kunt agressie niet altijd voorkomen, maar je kunt wél het verschil maken in wat erna gebeurt—voor jezelf en voor je team.
- Normaliseer melden, niet incasseren: bespreek incidenten in het team (ook “kleine” dingen zoals schelden of structureel kleinerende opmerkingen).
- Leg vast wat er gebeurt: korte, feitelijke verslaglegging helpt bij opvolging, patroonherkenning en ondersteuning achteraf.
- Vraag om directe nazorg: een korte debrief na een incident (5–10 minuten) kan voorkomen dat je ermee blijft rondlopen.
- Maak grenzen bespreekbaar richting naasten: zeker in drukke momenten helpt het als het team één lijn heeft over wat wel/niet acceptabel is.
- Kijk ook naar ‘binnen’: pesten en ongewenst gedrag in het team is óók agressie. Benoem het, leg het neer waar het hoort (leidinggevende/vertrouwenspersoon), en vraag om interventie.
Wat betekent dit voor leidinggevenden en teams?
De CBS-cijfers onderstrepen dat “agressiebeleid” breder is dan een training de-escalatie. Denk in een combinatie van:
- Realistische bezetting en tijd: minder “gejaagd werken” betekent vaak ook minder escalatiekans.
- Zichtbare rugdekking: snelle opvolging na incidenten, duidelijke afspraken, en steun in lastige gesprekken met patiënten/naasten.
- Teamcultuur en sociale veiligheid: pesten aanpakken is geen HR-detail, maar een veiligheidsmaatregel.
- Leren van patronen: verzamel (anoniem) incidenten, kijk waar/wanneer het gebeurt, en pas processen aan.
