Menu
Nog geen account? | Je wachtwoord vergeten?

Toegang tot fysiotherapie onder druk, chronische zorg kwetsbaar

Patiëntenfederatie Nederland publiceerde in januari 2026 een uitgebreid eindrapport over ervaringen van patiënten met fysiotherapie en/of oefentherapie. De uitkomsten zijn relevant voor iedere fysiotherapeut die dagelijks werkt aan kwaliteit, patiëntrelatie, uitkomsten én toegankelijkheid van zorg.

Kerncijfers in één oogopslag

OnderwerpBelangrijkste uitkomst
Deelnemers 9.259 panelleden deden mee; 7.097 (77%) hadden in de afgelopen 2 jaar fysio- en/of oefentherapie
Geen therapie, wel nodig 199 deelnemers (2%) kregen géén therapie terwijl dit volgens hen wél nodig was
Belangrijkste reden voor therapie Chronische aandoening/klacht (44%), gevolgd door (tijdelijke) pijnklachten (27%) en revalidatie na operatie (22%)
Meest voorkomende behandelonderdelen Oefeningen (81%), adviezen/instructies (53%), massage (46%)
Tevredenheid Ruim 9 op de 10 deelnemers zijn tevreden over praktijk én therapeut; circa 6 op de 10 zelfs zeer tevreden
Samen beslissen 83% bepaalde doelen samen met de therapeut; deze groep is het meest positief over proces én resultaat
Vergoeding als kantelpunt Bij minder/geen vergoeding zou een grote groep minder of niet meer gaan; vrijwel iedereen verwacht dan nadelige gevolgen

Waarom dit eindrapport nu belangrijk is voor de fysiotherapeut

Het rapport laat zien dat patiënten fysio- en oefentherapie in de kern waarderen: het contact met de therapeut, ervaren expertise en bereikbaarheid scoren hoog. Tegelijkertijd laat het onderzoek ook een kwetsbare onderlaag zien: toegankelijkheid staat onder druk door kosten, (onvoldoende) vergoeding, beperkte ‘etalage-informatie’ en soms een mismatch tussen hulpvraag en aanbod (met name bij complexe of specifieke klachten).

Voor de beroepsgroep is dit relevant om drie redenen:

  • Kwaliteit is meer dan techniek: de topfactoren draaien om relatie, expertise en bereikbaarheid.
  • Toegankelijkheid is een klinische factor: minder sessies of geen start heeft volgens patiënten directe negatieve impact op functioneren en kwaliteit van leven.
  • Samen beslissen is niet “nice to have”: het hangt samen met hogere tevredenheid en betere ervaren uitkomsten.

Onderzoek in het kort: opzet en doelgroep

Patiëntenfederatie Nederland voerde het onderzoek uit onder het eigen Zorgpanel. In totaal deden 9.259 deelnemers mee. Van hen had 77% (n=7.097) in de afgelopen twee jaar fysiotherapie en/of oefentherapie gehad. Daarnaast gaf 2% (n=199) aan geen therapie te hebben gehad, terwijl dit volgens hen wel nodig was. Samen vormen zij de doelgroep van het onderzoek.

Het onderzoek is eerder ook in 2022 uitgevoerd. In 2026 zijn enkele onderwerpen toegevoegd en waar mogelijk is vergeleken met 2022 (bij significante verschillen worden die in het rapport benoemd).

Wie deden mee: een profiel dat je mee moet wegen in je interpretatie

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is 68 jaar. 57% is vrouw. Opvallend is het hoge aandeel deelnemers met een chronische aandoening: 88% rapporteert een chronische aandoening. Veel voorkomende aandoeningen in de groep zijn onder andere reumatische aandoeningen (32%) en hart- en vaatziekten (26%).

Voor jou als fysiotherapeut betekent dit dat de resultaten sterk gekleurd kunnen zijn door een populatie waarin chronische en vaak complexe zorgvragen relatief vaak voorkomen. Dat maakt het rapport juist extra interessant voor praktijken met een groot aandeel chronische zorg, geriatrie, long-/hartrevalidatie, oncologie, reuma en vergelijkbare doelgroepen.

Soort therapie en specialisatie: de ‘gespecialiseerde’ fysiotherapeut is vaak in beeld

Van de deelnemers die therapie kregen, had 62% fysiotherapie, 9% oefentherapie en 28% beide. 55% werd door één therapeut behandeld en 45% door meerdere therapeuten.

Opvallend: deelnemers geven vaak aan door een gespecialiseerde fysiotherapeut te zijn behandeld. In de verdiepende uitsplitsing worden manuele therapie (37%) en sportfysiotherapie (21%) het meest genoemd. Ook noemt een grote groep een “andere (niet erkende) specialisatie”, waarbij veel wordt verwezen naar regio-specifieke expertise (knie, schouder, heup, rug, hand) of aandoeningsgericht (COPD, Parkinson, artrose). Ook technieken zoals dry needling en acupunctuur worden door deelnemers genoemd als onderdeel van de ‘specialisatie’.

Voor de praktijkvoering is dit een belangrijk signaal: patiënten gebruiken “specialisatie” breed. Niet alleen BIG-/KNGF-erkende profielen tellen mee, maar ook aantoonbare ervaring met een klacht of doelgroep én zichtbaarheid daarvan.

Zoeken naar een passende therapeut: patiënten zijn pragmatisch en kostenbewust

45% van de deelnemers zocht zelf actief naar een passende fysio- of oefentherapeut voor de meest recente klacht. De overige groep kwam veelal terecht bij een therapeut omdat men daar eerder al behandeld was (26%) of via verwijzing door huisarts/andere zorgverlener (23%).

Waar zoeken patiënten? De huisarts blijft een spil, internet groeit mee

Van de mensen die zelf zochten, zocht men vooral via:

  • Huisarts/andere zorgverlener: 29%
  • Vrienden of bekenden: 25%
  • Internet: 23%
  • ZorgkaartNederland: 5%
  • Andere website: 18%
  • Zorgverzekeraar: 3%

Daarnaast noemt 30% “een andere manier”, vaak omdat men de therapeut/praktijk al kende of omdat de praktijk dichtbij is (bijvoorbeeld in de sportschool of woonomgeving).

Wat vinden patiënten het belangrijkst bij het kiezen van een praktijk?

De belangrijkste keuzecriteria zijn opvallend helder. Het meest belangrijk is of de praktijk een contract heeft met de zorgverzekeraar: 85% vindt dit (heel) belangrijk. Daarna volgen:

  • Bereikbaarheid van de praktijk: 83% (heel) belangrijk
  • Specialisatie van de therapeut: 83% (heel) belangrijk
  • Aangesloten bij kwaliteitsregister/keurmerk: 80% (heel) belangrijk
  • Eerdere ervaringen met therapeut/praktijk: 78% (heel) belangrijk

Andere factoren (zoals aansluiting bij een netwerk/samenwerkingsverband, aanbevelingen of reviews) zijn minder doorslaggevend, maar nog steeds relevant voor een deel van de doelgroep.

Vinden patiënten makkelijk een passende therapeut? Meestal wel, maar de “6%” is inhoudelijk belangrijk

In totaal vindt 88% het (heel) makkelijk om een passende therapeut te vinden, ook als men niet direct terecht kan. Tegelijkertijd geeft 6% aan dat dit (heel) moeilijk was. In die toelichtingen komen patronen terug die je als fysiotherapeut herkent:

  • zoeken naar expertise bij specifieke of zeldzamere klachten (bijv. hypermobiliteit, oedeem, post-COVID/PEM, ernstige longproblematiek)
  • te weinig passende aanbieders in de directe omgeving
  • meerdere behandelaars geprobeerd voordat er “een klik” of passende aanpak was

“Niet veel therapeuten kunnen met hypermobiliteit overweg.”

Voor de sector zijn dit geen randgevallen. Juist hier zitten risico’s op zorgmijding, overbelasting, uitstel en escalatie naar zwaardere zorg.

Waarvoor komen patiënten bij de fysio- of oefentherapeut?

De belangrijkste redenen voor therapie zijn:

  • Chronische aandoening/klacht: 44%
  • (Tijdelijke) pijnklachten: 27%
  • Revalidatie na operatie: 22%
  • Eenmalige blessure (niet sport): 9%
  • Sportblessure: 5%
  • Anders: 14%

In de toelichtingen worden chronische rug-, nek- en schouderklachten vaak genoemd, evenals reumatische aandoeningen, COPD, Parkinson en fibromyalgie.

Hoe ziet de behandeling er volgens patiënten uit?

De meest genoemde behandelonderdelen zijn:

  • Oefeningen: 81%
  • Adviezen/instructies: 53%
  • Massage: 46%
  • Manuele therapie: 29%
  • Tapen: 12%
  • Overig: 15% (o.a. dry needling, shockwave, oedeemtherapie, hydrotherapie)

De meeste deelnemers krijgen dus een combinatie, vaak oefentherapie-achtig (oefenen + instructie) aangevuld met hands-on technieken.

Individueel vs groep: het merendeel krijgt 1-op-1, en daar is men vaak positiever over

86% krijgt individuele behandelingen, 4% groepsbehandeling en 10% beide. In totaal is 87% positief over de behandelvorm die men kreeg. Daarbij valt op:

  • Individueel: 89% positief
  • Groep: 74% positief
  • Beide: 80% positief

Positieve punten van groepsbehandeling: elkaar motiveren, van elkaar leren, lotgenotencontact (bijv. Parkinson/COPD). Negatieve punten: “onpersoonlijk”, onvoldoende aandacht voor specifieke klachten en heterogene groepen.

“Je pept elkaar op en het contact met je medemensen is leuk.”

De waardering voor 1-op-1 heeft in veel reacties te maken met maatwerk, aandacht en communicatie. Dat is een direct signaal dat patiënten de individuele afstemming als kwaliteitsindicator ervaren.

Zorg op afstand: klein aandeel, groei in apps, daling in beeldbellen

Ongeveer één op de tien deelnemers had zorg op afstand tijdens de behandeling. Het gaat vooral om:

  • Oefeningen via app of website: 68%
  • Beeldbellen: 9%
  • Andere vormen: 26% (bijv. mail/telefoon of oefeningen op papier)

Vergeleken met 2022 worden apps/websites vaker genoemd, terwijl beeldbellen minder vaak voorkomt. Dat past bij het verschuiven van “noodoplossing” (pandemie) naar “hybride aanvulling”.

Hoe waarderen patiënten zorg op afstand?

79% is positief, 12% neutraal en 8% negatief. In toelichtingen klinkt een herkenbare lijn:

  • positief: thuis kunnen oefenen, herhalen, minder reistijd, eigen planning
  • kritisch: onpersoonlijker, minder “stok achter de deur”, onzekerheid over uitvoering

“Zo kon ik de oefeningen nog eens bekijken.”

Voor fysiotherapeuten zit hier een praktische les: hybride werkt vooral goed wanneer het ingebed is in een plan met feedbackmomenten, monitoring of periodieke evaluatie (in de praktijk of op afstand).

Status van behandeling: bijna de helft is nog in traject

Ten tijde van het onderzoek:

  • 49% is nog onder behandeling
  • 44% is klaar
  • 7% is eerder gestopt

Waarom stoppen patiënten eerder? Drie hoofdoorzaken

Van de deelnemers die stopten (n=479) noemt bijna de helft als belangrijkste reden dat de behandeling niet (voldoende) hielp (48%). Daarnaast stopte 21% omdat de behandeling te belastend was of klachten toenamen, en 21% vanwege te hoge kosten of onvoldoende/geen vergoeding. Ook noemt men: zelf gaan oefenen (20%) en ontevredenheid over de therapeut (17%).

“Het hielp mij niet (voldoende).”

Dit is relevante feedback voor de praktijk: uitval gaat niet alleen over “effect”, maar ook over belasting/belastbaarheid, verwachtingsmanagement, afstemming en de financiële realiteit.

Wat levert therapie op volgens patiënten die nog bezig zijn?

Bij deelnemers die nog in behandeling zijn (n=3.473) zien we vooral functionele winst:

  • Beter of meer kunnen bewegen: 67%
  • Minder (toename van) pijn: 48%
  • Minder (toename van) klachten: 47%
  • Therapie heeft (nog) niks opgeleverd: 9%

Bij “anders” noemen deelnemers o.a. betere conditie, meer energie, meer spierkracht, mentale boost en beter leren omgaan met de aandoening.

Doelen en doelbereik bij afgeronde trajecten: meestal haalt men (een deel van) de doelen

Bij deelnemers met een afgerond traject (n=3.144) waren de meest genoemde doelen:

  • Beter of meer kunnen bewegen: 57%
  • Minder (toename van) pijn: 45%
  • Minder (toename van) klachten: 34%
  • Klachten volledig wegnemen: 32%

Doelbereik varieert per doel. Zo wordt “beter of meer bewegen” door 76% behaald. “Klachten volledig wegnemen” wordt door 56% behaald. Een deel (12%) geeft aan dat geen doelen behaald zijn.

Rapportcijfer voor resultaat: gemiddeld een 7,5, maar met grote verschillen tussen groepen

Over alle deelnemers samen is het gemiddelde rapportcijfer voor het resultaat 7,5. 59% geeft een 8 of hoger, 30% geeft een 6 of 7 en 10% geeft een 5 of lager.

Uitsplitsing laat duidelijke verschillen zien:

  • Afgerond traject: gemiddeld 7,8 (70% geeft 8+)
  • Nog in behandeling: gemiddeld 7,5 (55% geeft 8+)
  • Eerder gestopt: gemiddeld 5,3 (49% geeft 5 of lager)

“Zonder de fysio had ik nooit meer kunnen lopen.”

Uitkomsten per type klacht: chronisch scoort lager, waarschijnlijk door lopende trajecten en complexe doelen

Wanneer deelnemers voor één klacht behandeld zijn (en de beoordeling dus scherper te koppelen is), valt op dat patiënten met chronische aandoeningen relatief vaker nog in behandeling zijn. In die groep is het aandeel “6 of 7” hoger en het gemiddelde rapportcijfer lager (rond 7,3) dan bij kortdurende trajecten zoals revalidatie na operatie of blessures (waar gemiddelden rond 7,6–7,8 liggen).

Voor de fysiotherapeut onderstreept dit het belang van realistische doelen en heldere evaluatiemomenten bij chronische zorg: “resultaat” is daar vaak behoud, stabilisatie en het voorkomen van achteruitgang.

Samen beslissen over doelen: 83% doet het samen, en dat loont

83% van de deelnemers stelt de doelen samen met de therapeut vast. Bij 11% bepaalt de therapeut de doelen zelf. 3% bepaalt de doelen zelf, en bij 3% zijn doelen (nog) niet besproken.

De waardering is hoog als het samen gebeurt: 92% is positief over de manier waarop doelen samen bepaald worden. Als de therapeut de doelen zelf bepaalt, is slechts 60% positief.

“Samen kom je vaak tot de beste weg. Zijn expertise en mijn eigen mening wat ik wil bereiken.”

Samen beslissen hangt samen met betere ervaren uitkomsten

De relatie tussen doelbepaling en resultaat is opvallend:

  • Doelen samen bepaald: gemiddeld resultaat 7,7 (62% geeft 8+)
  • Doelen door patiënt bepaald: gemiddeld resultaat 7,4
  • Doelen door therapeut bepaald: gemiddeld resultaat 6,9

Voor de praktijk is dit een concrete kwaliteitshefboom: niet alleen “vragen wat iemand wil”, maar die doelen ook vertalen naar een haalbaar plan, periodieke evaluatie en gedeelde besluitvorming over vervolgstappen (opschalen, afbouwen, zelfmanagement, groep/individueel, hybride inzet).

Behandelfrequentie: grote spreiding, met een stevige groep langdurige trajecten

Het totale aantal afspraken in de afgelopen twee jaar voor de meest recente klacht varieert sterk:

  • Minder dan 10 afspraken: 38% (17% had 1–4, 21% had 5–9)
  • 41 of meer afspraken: 21% (vaak bij chronische aandoeningen)

Gemiddeld per maand gaat het bij 76% om 1–4 keer, bij 18% om 5–8 keer en bij 7% om meer dan 8 keer per maand.

Vinden patiënten het aantal behandelingen passend?

73% vindt het aantal behandelingen “precies goed”. 11% vindt het te weinig. Vooral mensen met chronische klachten geven relatief vaker aan dat het te weinig is (13%).

In toelichtingen bij “te weinig” komen drie oorzaken vaak terug:

  • vergoeding/verzekeringslimiet (meer sessies betekent zelf betalen)
  • capaciteit (agenda therapeut vol)
  • belasting (meer therapie zou beter zijn, maar is fysiek/mentaal te zwaar)

Te weinig behandelingen heeft volgens patiënten bijna altijd gevolgen

Onder deelnemers die aangeven te weinig behandelingen te hebben gehad, zegt 91% nadelige gevolgen te ervaren; 75% zelfs in redelijke tot sterke mate. Veelgenoemde effecten: terugkeer of toename van (pijn)klachten, beperkingen in dagelijks functioneren en het “moeten spreiden” van sessies over het jaar waardoor effectiviteit daalt.

“Teveel tijd tussen behandelingen zorgt voor meer pijn en krampklachten.”

Tevredenheid over praktijk en therapeut: hoog en stabiel ten opzichte van 2022

Ruim negen op de tien deelnemers zijn tevreden over zowel de praktijk als de fysiotherapeut/oefentherapeut. Zes op de tien zijn zelfs zeer tevreden. De tevredenheid over praktijk en therapeut loopt vaak gelijk: 83% geeft hetzelfde oordeel.

In het rapport is ook zichtbaar dat hogere tevredenheid vaak samenvalt met een hoger ervaren behandelresultaat. Andersom zien we dat bij lagere resultaten vaker neutrale of negatieve beoordelingen voorkomen. Belangrijk detail: bij chronische aandoeningen kan een minder hoog “resultaatcijfer” ook voorkomen ondanks tevredenheid, omdat volledig herstel niet realistisch is.

Wat bepaalt kwaliteit volgens patiënten? Contact en expertise staan bovenaan

Deelnemers kozen hun top 3 van belangrijkste aspecten in de behandeling. De top 3 is:

  1. Goed contact met de therapeut
  2. Expertise van de therapeut
  3. Goede bereikbaarheid van de praktijk (locatie)

Opvallend: in 2022 stond het “resultaat van de behandeling” nog op plek 3; nu is dit naar plek 4 verschoven. Dat suggereert niet dat resultaat onbelangrijk is, maar dat patiënten het steeds meer plaatsen binnen een bredere kwaliteitsbeleving (relatie, deskundigheid, toegankelijkheid).

“Goed contact is nodig om vertrouwen te hebben in de behandeling.”

Tevredenheid per kwaliteitsaspect: resultaat is de enige echte ‘laagvlieger’

Over de meeste aspecten is ruim 9 op de 10 deelnemers (zeer) tevreden. Het contact met de therapeut scoort het hoogst: 95% is (zeer) tevreden, waarvan 71% zeer tevreden. Expertise en bereikbaarheid scoren ook zeer hoog.

De uitzondering is het resultaat van de behandeling: 76% is (zeer) tevreden. Dat is nog steeds een ruime meerderheid, maar duidelijk lager dan de overige kwaliteitsaspecten. Het rapport benadrukt daarbij dat ongeveer de helft van de deelnemers nog in behandeling is en dat een eindoordeel over “resultaat” dan lastiger is.

Vergoeding: 73% volledig vergoed, maar het systeem is voor veel patiënten een breekpunt

73% van de deelnemers geeft aan dat behandelingen volledig via de zorgverzekering worden vergoed; bij 17% gedeeltelijk. 7% krijgt geen vergoeding. Van de deelnemers met vergoeding komt dit (in totaal) het vaakst uit de aanvullende verzekering (46%), gevolgd door basisverzekering (21%) en een combinatie van beide (25%).

Wat gebeurt er als vergoeding daalt of wegvalt? Patiënten verwachten directe zorgmijding

Het rapport vroeg ook naar gedrag bij minder of geen vergoeding. Een paar opvallende patronen:

  • Van de volledig-vergoede groep zou bij gedeeltelijke vergoeding 41% minder vaak gaan en 8% helemaal niet meer.
  • Als diezelfde groep helemaal geen vergoeding meer zou krijgen, zou 38% minder vaak gaan en 24% helemaal niet meer.
  • Van de gedeeltelijk-vergoede groep zou bij geen vergoeding 47% minder vaak gaan en 15% helemaal niet meer.

Dit zijn grote aantallen. Het signaal is helder: vergoeding werkt in de praktijk als toegangspoort tot therapietrouw, continuïteit en tijdige start.

Minder therapie heeft volgens patiënten bijna altijd negatieve effecten

Van de deelnemers die aangeven minder of niet meer te gaan bij minder/geen vergoeding, zegt 98% nadeel te ondervinden. 52% verwacht zelfs in sterke mate nadelige gevolgen, 38% in redelijke mate.

“Zonder fysio ga ik hard achteruit.”

Met name bij chronische aandoeningen en bij revalidatie na een operatie verwacht men ernstige gevolgen: achteruitgang, meer pijn, slechtere mobiliteit en meer afhankelijkheid van andere (zwaardere) zorg.

Geen therapie gehad terwijl het wél nodig was: kosten domineren, wachtlijsten spelen kleiner maar bestaan wel

199 deelnemers kregen in de afgelopen twee jaar geen fysio- of oefentherapie, terwijl zij dit wel nodig vonden. Ook hier gaat het vaak om chronische aandoeningen (52%) en (tijdelijke) pijnklachten (26%).

De meest genoemde redenen om niet te starten:

  • Kosten te hoog / geen vergoeding: 34%
  • Zelf opgepakt (sportschool, yoga, thuis oefenen): 26%
  • Het is er nog niet van gekomen: 19%
  • Slechte ervaring / geen vertrouwen: 8%
  • Geen plek / wachtlijst: 4%

85% van deze groep ervaart nadelige gevolgen door het ontbreken van therapie; 60% in redelijke tot sterke mate.

Wat vraagt Patiëntenfederatie Nederland aan beleid en sector?

In de aanbevelingen legt Patiëntenfederatie Nederland de nadruk op vier punten:

  • Toegang: voorkom dat eigen betalingen de toegang tot fysio- en oefentherapie blokkeren, zeker bij kleine groepen met chronische/progressieve aandoeningen.
  • Transparante kwaliteitsinformatie: ontwikkel voor patiënten betekenisvolle kwaliteitsindicatoren en maak die breed inzichtelijk.
  • Etalage-informatie op vaste plek: maak informatie over contractering, bereikbaarheid, specialisaties, registers/keurmerken en ervaring met klacht/ziektebeeld gemakkelijk vindbaar.
  • Onderscheid chronisch vs kortdurend: betrek beide groepen vroeg in beleid en bekostiging; doelen, beloop en aanpak verschillen wezenlijk.
  • Samen beslissen breed implementeren: niet alleen doelen, maar ook invulling en afronding (individueel vs groep, zorg op afstand, zelfmanagement).

Praktijkimplicaties: wat kun jij als fysiotherapeut hier morgen mee?

Onderstaande punten vertalen de belangrijkste bevindingen naar praktische aanknopingspunten voor de fysiotherapiepraktijk.

1) Maak “etalage-informatie” radicaal helder (online én aan de balie)

Omdat contractering en toegankelijkheid zo’n grote rol spelen in keuze én continuïteit, helpt het als patiënten zonder drempel kunnen zien:

  • met welke verzekeraars je contracten hebt (en wat dat betekent voor vergoeding)
  • wat een sessie kost en wat er gebeurt bij overschrijding van het pakket
  • wachttijd tot eerste afspraak en mogelijkheden bij acute zorg
  • specialisaties en doelgroepen (in patiëntentaal, niet alleen in “registertaal”)
  • kwaliteitssystemen/registraties (maar ook: wat merkt de patiënt daarvan?)

Het rapport maakt duidelijk: veel patiënten vinden dit belangrijk, maar zoeken nu verspreid via huisarts, internet, bekenden en losse websites.

2) Investeer in contact: het is de #1 kwaliteitsfactor

“Goed contact met de therapeut” staat bovenaan. Dat betekent niet alleen vriendelijk zijn, maar vooral:

  • luisteren en doorvragen op hulpvraag, verwachtingen en grenzen
  • uitleggen waarom je iets doet (en waarom niet)
  • een plan maken dat past bij belastbaarheid, context en financiën
  • afstemmen en evalueren (niet alleen uitvoeren)

3) Organiseer samen beslissen als werkproces (niet als losse gesprekstechniek)

De cijfers laten zien dat samen doelen bepalen samenhangt met hogere tevredenheid en betere ervaren resultaten. Praktisch kun je dit borgen door:

  • bij intake expliciet 2–3 concrete doelen te formuleren (functioneel, meetbaar en realistisch)
  • een evaluatiemoment te plannen (bijv. na 3–5 sessies) met keuze: doorgaan/aanpassen/afbouwen
  • alternatieven bespreekbaar te maken: groep vs individueel, hybride, zelfmanagement
  • bij chronische trajecten het doelkader te verbreden: behoud, vertragen, voorkomen van terugval

4) Hybride zorg: bouw ‘stok achter de deur’ en feedback in

Apps en online oefenprogramma’s worden gewaardeerd, maar patiënten benoemen ook risico’s: minder motivatie, onzekerheid over uitvoering. Overweeg daarom:

  • korte check-ins (fysiek of op afstand) om techniek te borgen
  • een simpel follow-up ritme: “hoe ging het deze week?”
  • een duidelijke afspraak over wanneer iemand contact opneemt (bijv. toename pijn, twijfel uitvoering)

5) Neem financiële drempels expliciet mee in je behandelplan

Het rapport laat zien dat kosten leiden tot minder therapie, uitstel of zelfs helemaal geen start. Dat is geen randvoorwaarde; het beïnvloedt het behandelverloop. Maak het bespreekbaar zonder oordeel:

  • vraag of het pakket toereikend is en of er zorgen zijn over kosten
  • maak een plan dat past binnen de mogelijkheden (frequentie, zelfmanagement, oefenschema’s)
  • bespreek wat minimale effectieve follow-up kan zijn (en wanneer opschalen nodig is)

Gespreksstarters voor de intake (direct toepasbaar)

  • Doelen: “Waar wil je over 6 weken concreet beter in zijn?”
  • Randvoorwaarden: “Wat is haalbaar qua tijd, energie en (eventuele) eigen betaling?”
  • Zelfmanagement: “Wat lukt je thuis wel en niet? Waar heb je feedback op nodig?”
  • Evaluatie: “Wanneer vinden we samen dat we moeten bijsturen of afbouwen?”
  • Behandelvorm: “Past 1-op-1 het beste, of zou (kleine) groep/hybride ook kunnen werken?”

Tot slot: de rode draad voor de fysiotherapeut

De rode draad in dit eindrapport is positief: patiënten waarderen fysiotherapie en oefentherapie, en veel mensen ervaren verbetering in bewegen en pijn. Tegelijkertijd zijn er duidelijke kwetsbaarheden die jij in je dagelijkse praktijk direct raakt: vindbaarheid van passende expertise, de invloed van vergoeding op therapietrouw, en het verschil tussen chronische en kortdurende trajecten.

Wie het hardst profiteert van goede fysiotherapie (chronische en postoperatieve doelgroepen), is vaak ook het meest kwetsbaar wanneer toegang of continuïteit onder druk komt te staan. Juist daar liggen kansen om met transparantie, samen beslissen en slimme hybride ondersteuning kwaliteit zichtbaar én toegankelijk te maken.

Bron: Patiëntenfederatie Nederland – “Ervaringen met fysio- en/of oefentherapie” (januari 2026), onderzoek onder het Zorgpanel.

Gerelateerde vacatures

Algemeen fysiotherapeut
  • Topjob
  • 13-02-2026
  • Zwaag
  • parttime
  • hbo
  • vast
Voor Fysiotherapie B&O zijn wij per direct op zoek naar een fysiotherapeut(e) die in Zwaag wilt gaan behandelen.  Ben jij op zoek naar: Een jonge werkplek met fijne collegae +- 16 uur inzetbaar Uren en dagen in overleg, één avond of weekend dagdeel dag is een pré Een vergoeding voor administratie en overleggen Reiskosten...
Geriatriefysiotherapeut
  • Topjob
  • 12-02-2026
  • Hasselt
  • parttime
  • hbo
  • vast
LEUKE VACATURE in Hasselt (gemeente zwartewaterland) Gezocht: Een energieke geriatrie fysiotherapeut  die zich als een vis in het water voelt in een klein dynamisch team van 4 fysiotherapeuten!   Jouw werkzaamheden bestaan uit het begeleiden, adviseren en behandelen van klanten in de praktijk als aan huis (in Hasselt). WAAR ZIJN WIJ NAAR OP...
Algemeen fysiotherapeut
  • Topjob
  • 12-02-2026
  • Tilburg
  • parttime
  • hbo
  • vast
GEZOCHT: GEDREVEN FYSIOTHERAPEUT  – TILBURG  Word jij onze nieuwe collega in een team dat energie geeft? Ben jij een ambitieuze en enthousiaste fysiotherapeut die klaar is voor de volgende stap? Zoek je een plek waar jouw ideeën welkom zijn, je jezelf kunt blijven ontwikkelen en waar je kunt werken in een fijne sfeer? Dan ben jij degene...
Kinderfysiotherapeut
  • Topjob
  • 12-02-2026
  • Kampen
  • parttime
  • hbo
  • vast
Wij zijn op zoek naar en kinderfysiotherapeut (i.o.). Uren (16-40 uur) zijn in overleg bespreekbaar.   Wij zijn een zelfstandige praktijk en zijn gevestigd in een gezondheidscentrum. Daarbuiten hebben wij dependances op in het (speciaal) onderwijs en een ODC. Onze patiëntenpopulatie bestaat uit kinderen tussen de 0-18 jaar, zowel regulier als speciaal...
Algemeen fysiotherapeut
  • Topjob
  • 12-02-2026
  • Warmond
  • fulltime
  • hbo
  • vast
Fysiotherapeut(e) die verder kijkt dan de lokale klacht Ben jij een fysiotherapeut die mensen wil behandelen — niet “zittingen afdraaien”?Dan zou Medical Move goed bij je kunnen passen. Bij Medical Move werken we niet volgens het standaard riedeltje. We nemen de tijd om verder te kijken dan de lokale klacht en gaan op zoek naar de oorzaak...
Bekijk alle gerelateerde vacatures

Laatste berichten

Landelijke 24-uursstaking jeugdzorg op maandag 2 maart, protest in Utrecht
  • 13-02-2026
  • NIEUWS
Maandag 2 maart 2026 leggen duizenden jeugdzorgmedewerkers 24 uur het werk neer. Vakbonden FNV, CNV en FBZ roepen op om die dag in Utrecht te demonstreren. Aanleiding is onvrede over het cao-eindbod van werkgevers en het uitblijven van een inhoudelijke reactie daarna. Wat er nu wordt aangekondigd Datum: maandag 2 maart 2026 Duur: 24 uur Start: 00.00 uur Locatie...
Dag van de verpleging
  • 12-02-2026
  • ARTIKEL
De Dag van de Verpleging (ook vaak “Internationale Dag van de Verpleging” of “International Nurses Day”) is hét moment in het jaar waarop de verpleegkundige professie zichtbaar wordt gemaakt: niet alleen als “bedankmoment”, maar ook als inhoudelijke mijlpaal voor professionaliteit, kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid....
Nieuw directoraat in het LUMC moet zeggenschap en loopbanen van verpleegkundigen versterken
  • 06-02-2026
  • NIEUWS
Het LUMC heeft een Directoraat Zorg opgericht. Het doel is om de positie van verpleegkundigen en medisch ondersteunende beroepen structureel te versterken, en om de verpleegkundige zorg binnen het academisch ziekenhuis verder te ontwikkelen, lezen we op de website van het LUMC. Waarom het LUMC dit nu doet Verpleegkundigen vormen een groot deel van de dagelijkse...
Zo schrijf je een vacaturetekst die zorgprofessionals wél laat reageren
  • 03-02-2026
  • ARTIKEL
Een vacaturetekst is in de zorg vaak het eerste moment waarop een zorgprofessional beslist, dit past bij mij of volgende. Onderzoek naar vacatureteksten laat zien dat veel teksten nog steeds onder de maat scoren en dat er juist in de zorg duidelijke verbeterkansen liggen. Mensen lezen vacatureteksten vooral scanbaar, zeker op mobiel. Daarom zijn structuur,...
7 procent extra loon voor UMC-personeel
  • 02-02-2026
  • NIEUWS
Vakbond FNV meldt dat er na ruim drie maanden onderhandelen een onderhandelingsresultaat ligt voor de cao UMC 2026 tot en met 2027. Als leden instemmen, krijgen medewerkers in universitaire medische centra in totaal 7 procent structurele loonstijging en een pakket aan afspraken over toeslagen, verlof en vergoedingen. Loon en looptijd Looptijd van 1 januari...