- 15-05-2026
- NIEUWS
Kinderartsen maken zich zorgen over de groeiende groep kinderen die klachten ontwikkelt door te weinig beweging. In de spreekkamer zien zij steeds vaker gevolgen van bewegingsarmoede. Het gaat onder meer om overgewicht, obesitas, slechte motorische ontwikkeling, benauwdheid, obstipatie, spierklachten, gewrichtsklachten en mentale klachten zoals angst en somberheid.
Bijna de helft van de Nederlandse kinderen beweegt onvoldoende. Kinderen zitten veel. Op de basisschool gaat het gemiddeld om meerdere uren per dag. In het voortgezet onderwijs kan dat oplopen tot een groot deel van de dag. Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt het advies om minstens één uur per dag matig intensief te bewegen. Ook moeten zij meerdere keren per week activiteiten doen die spieren en botten versterken.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De zorgen gaan verder dan conditie of gewicht. Kinderartsen zien bij jongeren aandoeningen die eerder vooral bij volwassenen voorkwamen. Denk aan diabetes type 2 en leververvetting. Ook vermoeidheid, pijnklachten en een lage belastbaarheid komen vaker voor bij kinderen die weinig bewegen.
Voor zorgprofessionals is dit belangrijk, omdat bewegingsarmoede vaak samenhangt met meerdere problemen tegelijk. Een kind met overgewicht beweegt vaak minder makkelijk. Daardoor raakt het sneller buiten adem, haakt het sneller af bij sport of buitenspelen en krijgt het nog minder beweging. Zo kan een patroon ontstaan van minder bewegen, meer klachten en minder zelfvertrouwen.
Een belangrijk deel van de oplossing ligt op school. Kinderen brengen daar veel tijd zittend door. Er was een voorstel om dagelijks bewegen een vaste plek te geven in de kerndoelen voor het basisonderwijs. Dat onderdeel is uiteindelijk niet opgenomen in de definitieve plannen.
Dat besluit leidt tot kritiek van deskundigen. Zij vinden dat de gezondheid en ontwikkeling van kinderen beter beschermd moeten worden. Dagelijks bewegen op school kan volgens hen helpen om beweging weer normaal te maken, ook voor kinderen die thuis weinig ruimte, geld of steun hebben om te sporten.
Voorbeelden uit de praktijk laten zien dat scholen beweging ook kunnen verweven in de gewone schooldag. Dat kan met korte beweegmomenten tussen lessen, bewegend leren, actieve pauzes, buitenspelen en meer ruimte voor lopen, rennen en spelen.
Meer bewegen hoeft dus niet alleen via extra gymlessen te lopen. Het vraagt vooral om een schoolomgeving waarin zitten vaker wordt onderbroken. Dat is belangrijk voor conditie, motoriek, concentratie en mentaal welzijn.
Voor kinderartsen, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, fysiotherapeuten, huisartsen, diëtisten en ggz-professionals ligt er een duidelijke taak. Bewegingsarmoede verdient een vaste plek in het gesprek met kinderen en ouders. Zeker bij overgewicht, motorische achterstand, vermoeidheid, obstipatie, somberheid, angstklachten of pijn aan spieren en gewrichten.
Bewegingsarmoede bij kinderen is niet alleen een individuele keuze. De omgeving speelt een grote rol. Schermen, lange schooldagen, minder buitenspelen, drukke agenda’s en veel zitten maken het voor kinderen moeilijker om genoeg te bewegen.
Voor zorgprofessionals is vroeg signaleren belangrijk. Niet pas reageren als overgewicht, diabetes type 2, leververvetting of mentale klachten al duidelijk aanwezig zijn, maar bewegen eerder en concreter bespreken. Elke dag meer bewegen hoeft niet groot te beginnen. Het moet wel weer een vast onderdeel worden van het dagelijks leven van kinderen.
Bron: Pointer KRO-NCRV