- 26-03-2026
- NIEUWS
De minister van VWS wil fysiotherapie een stevigere plek geven in passende zorg, maar trekt daar op dit moment geen extra geld voor uit. Dat blijkt uit de reactie op het NZa-onderzoek naar de positie van de sector. Daarmee komt er voorlopig geen uitbreiding van het basispakket voor de eerste twintig behandelingen bij patiënten met een aandoening op de chronische lijst.
Voor zorgprofessionals in de eerste lijn is dat een duidelijke boodschap. Het kabinet erkent dat fysiotherapie kan bijdragen aan het voorkomen van zwaardere zorg en aan beter functioneren van patiënten, maar koppelt daar nu geen financiële verruiming aan. De politieke erkenning is er dus wel, de budgettaire ruimte niet.
In de brief stelt de minister dat opname van meer fysiotherapie in het basispakket kan bijdragen aan een sterkere positie van de sector. Toch wordt die stap nu niet gezet. Volgens VWS zijn daar op dit moment geen middelen voor beschikbaar binnen de begroting.
Dat betekent dat de huidige discussie over passende inzet van fysiotherapie doorloopt, terwijl de bekostiging niet meebeweegt. Voor veel professionals in de eerste lijn voelt dat als een lastig signaal. Juist in een zorgstelsel dat inzet op de juiste zorg op de juiste plek, ligt een grotere rol voor fysiotherapie voor de hand. Maar zonder extra financiering blijft die beweging begrensd.
Ook op andere punten kiest het kabinet niet voor directe ingrepen. De minister ziet op basis van het NZa-onderzoek geen aanleiding voor een noodplan of voor minimumtarieven. De toezichthouder concludeert dat er op dit moment geen acuut toegankelijkheidsprobleem is en ook geen aantoonbaar marktfalen.
Daarmee blijft de lijn van VWS terughoudend. Er komt geen zwaar instrument om tarieven af te dwingen en ook geen snelle stelselcorrectie. In plaats daarvan kiest het kabinet voor structurele monitoring van de sector. Zo wil VWS knelpunten in toegankelijkheid, bedrijfsvoering en personele ontwikkeling eerder signaleren.
De brief maakt ook duidelijk waar het kabinet de komende tijd wel op inzet. VWS verwacht dat de sector zelf verder werkt aan professionalisering, kwaliteit en betere onderbouwing van de meerwaarde van zorg. De nadruk komt te liggen op aantoonbare effecten voor de patiënt, op functioneren en op het voorkomen van zwaardere zorg.
Voor de eerste lijn betekent dat dat fysiotherapeuten, huisartsen en andere zorgprofessionals nog meer zullen moeten laten zien waar samenwerking echt verschil maakt. Niet alleen in de behandelkamer, maar ook in regionale afspraken, ketenzorg en verwijspatronen. De inhoudelijke rol van fysiotherapie wordt daarmee belangrijker, ook al blijft een financiële doorbraak vooralsnog uit.
De uitkomst van deze brief is dubbel. Aan de ene kant krijgt fysiotherapie nadrukkelijk een plek in het verhaal over passende zorg en substitutie. Aan de andere kant blijft de praktische steun vanuit het stelsel beperkt. Voor eerstelijnszorgprofessionals betekent dat dat zij voorlopig moeten blijven werken binnen een systeem dat de beweging naar voren wel benoemt, maar nog niet echt bekostigt.
De discussie is daarmee niet voorbij. Integendeel. De komende periode zal vooral draaien om de vraag of de sector erin slaagt om de meerwaarde van fysiotherapie nog scherper zichtbaar te maken. Pas als dat lukt, lijkt de kans groter dat een volgend kabinet of een volgend besluit wel bereid is om de vergoeding verder open te trekken.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.