- 07-08-2026
- NIEUWS
De sector zorg en welzijn telde eind 2025 een recordaantal van 1.539.500 werknemers. Ook stroomden opnieuw meer mensen in dan er vertrokken. Toch blijven de personeelstekorten groot. Het aantal vacatures en het ziekteverzuim namen verder toe. Dat blijkt uit de arbeidsmarktplaat van RegioPlus van juni 2026.
De cijfers tonen een arbeidsmarkt die groeit, maar de stijgende zorgvraag niet kan bijhouden. Richting 2035 dreigt het verschil tussen de vraag naar medewerkers en het beschikbare personeel snel groter te worden.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Over de twaalf maanden tot en met het vierde kwartaal van 2025 stroomden 200.200 werknemers in bij zorg en welzijn. Dat is 13,1 procent meer dan een jaar eerder en het hoogste aantal sinds het begin van de metingen.
In dezelfde periode verlieten 152.600 werknemers de sector. De uitstroom steeg met 1,8 procent. Per saldo kwamen er 47.600 werknemers bij. Alleen in het voorgaande kwartaal was het positieve saldo in de afgelopen vier jaar groter.
De verpleging, verzorging en thuiszorg is met 488.000 werknemers de grootste branche. Dit is bijna 32 procent van alle werknemers in zorg en welzijn. Daarna volgen de ziekenhuizen en overige medisch-specialistische zorg met 229.100 werknemers en de gehandicaptenzorg met 186.000 werknemers.
RegioPlus telde eind 2025 ongeveer 192.000 zelfstandigen in zorg en welzijn. Dat waren er 28.000 minder dan een jaar eerder. De strengere handhaving op schijnzelfstandigheid en het aangepaste inhuurbeleid van zorgorganisaties spelen waarschijnlijk een rol bij deze daling.
Ten opzichte van het derde kwartaal kwamen er wel 8.000 zelfstandigen bij. De daling verloopt dus niet in een rechte lijn. Zorgorganisaties blijven zelfstandigen inzetten als vacatures en uitval niet met werknemers in loondienst kunnen worden opgevangen. Zorgjob schreef eerder over een gehandicaptenzorgorganisatie die aangaf door vacatures en ziekteverzuim nog niet zonder zzp'ers te kunnen.
In het vierde kwartaal van 2025 waren er 2.350 meer openstaande vacatures dan een jaar eerder. Ook ontstonden er 3.900 meer nieuwe vacatures. De groei van het aantal werknemers is daardoor nog niet voldoende om de vraag naar personeel op te vangen.
Recentere CBS-cijfers bevestigen dat beeld. Aan het einde van het tweede kwartaal van 2026 stonden in zorg en welzijn ongeveer 68.500 vacatures open. Bijna één op de vijf openstaande vacatures in Nederland kwam uit deze sector. Lees hierover ook het artikel over het aanhoudende personeelstekort in de zorg.
Het ziekteverzuim kwam in het vierde kwartaal uit op 7,9 procent. Dat is het hoogste percentage sinds het vierde kwartaal van 2022. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden bedroeg het gemiddelde verzuim over twaalf maanden 7,5 procent.
Het hoge verzuim beperkt de beschikbare personeelscapaciteit. Open diensten en extra taken komen daardoor bij de medewerkers terecht die wel aan het werk zijn. Van de ondervraagde werknemers ervaart 35 procent de werkdruk als veel te hoog. Tegelijkertijd is 78 procent tevreden of zeer tevreden met het werk.
De leeftijdsopbouw vormt een extra risico. Een kwart van de werknemers is 55 jaar of ouder. Dat zijn ongeveer 385.000 medewerkers. Pensionering veroorzaakt inmiddels 17 procent van de uitstroom uit de sector.
Vanaf 2030 verwacht RegioPlus een snellere groei van het tekort, doordat een groter deel van de huidige medewerkers met pensioen gaat. Nieuwe instroom uit opleidingen en zij-instroom worden daardoor steeds belangrijker.
In het studiejaar 2025 en 2026 volgden 372.540 studenten een opleiding die gericht is op zorg en welzijn. Dat waren 1.320 studenten minder dan in de vorige arbeidsmarktplaat. Vooral het mbo is belangrijk, omdat veel zorgfuncties op mbo-niveau worden uitgevoerd.
Het aantal mbo-studenten daalde naar 163.100. Het studierendement zakte van 63 naar 61 procent. Van de mbo-studenten die een bbl-opleiding afronden, gaat 84 procent in zorg en welzijn werken. Bij mbo-bol is dat 56 procent. Het rendement van de opleidingen bepaalt daardoor hoeveel nieuwe professionals daadwerkelijk beschikbaar komen.
Werkgevers moeten niet alleen nieuwe medewerkers aantrekken, maar vooral voorkomen dat bestaande medewerkers vertrekken. Uit het landelijke uitstroomonderzoek over 2025 blijkt dat de privésituatie met 24 procent de meest genoemde vertrekreden is. Daarna volgen beperkte ontwikkelmogelijkheden met 23,2 procent en de inhoud van het werk met 21,5 procent. Planning, tijd en werkdruk worden ieder door 18,8 procent genoemd.
Voor medewerkers jonger dan 35 jaar zijn ontwikkelmogelijkheden de belangrijkste reden om te vertrekken. Bij oudere medewerkers speelt de privésituatie vaker een rol. Denk daarbij aan mantelzorg, gezondheid en de combinatie van werk en privé.
Zorgorganisaties kunnen uitstroom beperken met voorspelbare roosters, loopbaanmogelijkheden, scholing tijdens werktijd en ondersteuning bij mantelzorg. Ook vaste standplaatsen en minder gebroken diensten kunnen helpen. Zorgjob beschreef eerder waarom zorgprofessionals bij verschillende soorten werkgevers om vergelijkbare redenen vertrekken.
De arbeidsvraag in zorg en welzijn stijgt volgens de nieuwste prognose tussen 2024 en 2035 met 20,4 procent. Het beschikbare personeelsaanbod groeit naar verwachting met slechts 6,2 procent.
Zonder aanvullend beleid kan het tekort in 2035 oplopen tot ongeveer 327.000 professionals. In een scenario waarin rekening wordt gehouden met geplande maatregelen blijft een tekort van ongeveer 227.000 medewerkers over.
Meer instroom alleen is daarom niet voldoende. RegioPlus pleit voor behoud van personeel, regionale samenwerking, andere taakverdelingen, inzet van technologie en betere samenwerking tussen professionals en informele zorg. Voor zorgprofessionals betekent dit dat functies, teams en roosters de komende jaren verder zullen veranderen.
Bron: RegioPlus