- 11-09-2026
- NIEUWS
De toegang tot logopedie en ergotherapie verslechtert. Bij 88 procent van de logopediepraktijken en 83 procent van de ergotherapiepraktijken staat inmiddels een wachtlijst. Patiënten wachten enkele weken tot soms meer dan een jaar op behandeling. Dat blijkt uit twee marktonderzoeken van de Nederlandse Zorgautoriteit.
Vooral kinderen met een taalontwikkelingsstoornis, ouderen met neurologische problemen en mensen die ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te blijven wonen, worden geraakt. De zorgvraag groeit sneller dan het aantal beschikbare logopedisten en ergotherapeuten.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Bij logopedie wachten de meeste patiënten twee tot zes maanden. In sommige praktijken bedraagt de wachttijd meer dan een jaar. Daarmee wordt de geldende Treeknorm van één week regelmatig overschreden.
Bij ergotherapie lopen de wachttijden uiteen van enkele weken tot meer dan zes maanden. De NZa ziet de lange wachttijden niet als een tijdelijk of plaatselijk probleem. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars melden structurele tekorten aan behandelcapaciteit.
De werkelijke omvang is lastig vast te stellen. Een landelijke registratie van wachtlijsten ontbreekt. Sommige patiënten staan mogelijk bij meerdere praktijken ingeschreven of wachten bewust op een bepaalde behandelaar of behandeltijd. Dat verklaart volgens de NZa slechts een deel van het probleem.
In 2024 maakten ongeveer 290.000 mensen gebruik van ergotherapie. Dat waren er 42 procent meer dan in 2019. Het aantal gedeclareerde behandelingen nam in dezelfde periode met bijna 40 procent toe tot 4,1 miljoen per jaar.
Het RIVM verwacht dat de vraag naar ergotherapie tussen 2025 en 2040 nog eens met ongeveer 20,3 procent groeit. Vergrijzing, langer zelfstandig wonen en complexere zorgvragen spelen daarbij een belangrijke rol.
Ergotherapeuten helpen mensen om dagelijkse activiteiten weer zelfstandig uit te voeren. Zij ondersteunen bijvoorbeeld bij wonen, persoonlijke verzorging, mobiliteit, werk en energiemanagement. Daardoor kan ergotherapie zwaardere zorg of een opname helpen voorkomen.
Dat sluit aan bij de bredere verschuiving van zorg naar huis. Zorgjob schreef eerder dat ouderen langer thuis wonen en pas later met een zwaardere zorgvraag naar het verpleeghuis gaan. Juist daardoor neemt de behoefte aan ergotherapie, logopedie en andere eerstelijnszorg toe.
Ongeveer 285.000 mensen kregen in 2024 logopedische zorg. Dat waren er 7,1 procent meer dan in 2019. Het aantal behandelingen steeg in die periode met 11,3 procent.
Kinderen tot zeven jaar vormen nog steeds de grootste patiëntgroep. De vraag groeit vooral door het aantal kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Ook het aandeel volwassenen en ouderen neemt toe. Zij hebben bijvoorbeeld logopedie nodig na een beroerte of vanwege problemen met spreken, taal, stem of slikken.
De NZa verwacht dat de totale vraag naar logopedie tussen 2025 en 2040 met ongeveer 15 procent stijgt. Regionaal bestaan verschillen. Vooral in Limburg en Overijssel ligt het zorggebruik relatief hoog.
Het aantal beschikbare behandelaren groeit onvoldoende mee. In de eerstelijnszorg werken ongeveer 4.274 logopedisten. Tussen 2019 en 2024 daalde het aantal logopedieondernemingen met 4 procent tot ongeveer 1.630. Het aantal vestigingen bleef stabiel rond de 4.000.
De capaciteit bij ergotherapie nam de afgelopen jaren wel toe. Het aantal arbeidsplaatsen groeide tussen 2018 en 2021 van ongeveer 3.900 naar 4.900 fte. In 2024 telde de sector 644 ondernemingen en 987 vestigingen. De extra capaciteit is echter niet voldoende om de veel sterkere groei van de zorgvraag op te vangen.
Logopedisten en ergotherapeuten werken gemiddeld ongeveer 27 uur per week. Een aanzienlijk deel van die tijd gaat naar administratie, overleg, verslaglegging, samenwerking en reistijd. Daardoor blijft minder tijd over voor directe patiëntenzorg.
Praktijken hebben vacatures die langdurig openstaan. De instroom vanuit opleidingen blijft achter. Bij de opleidingen logopedie neemt het aantal studenten licht af en ligt de studie-uitval rond de 32 procent.
Een deel van de afgestudeerden kiest voor een ziekenhuis, revalidatiecentrum, verpleeghuis of andere organisatie in de tweede of derde lijn. Andere professionals verlaten het beroep na enkele jaren.
Zorgverleners noemen het salaris, de werkdruk, beperkte arbeidsvoorwaarden en het grote aantal indirecte taken als belangrijke oorzaken. In de eerstelijnslogopedie speelt ook het ontbreken van een cao een rol.
Volgens de prognoses bedroeg het tekort aan logopedische capaciteit in 2024 ongeveer 11 procent. Zonder aanvullende maatregelen kan dit tekort in 2043 oplopen tot 14 procent. Het probleem past binnen de bredere arbeidsmarktontwikkeling. Ondanks een hoge instroom blijft er volgens eerder onderzoek een groot tekort aan zorgprofessionals.
Een lange wachttijd is niet alleen vervelend. Uitstel kan directe gevolgen hebben voor de ontwikkeling, zelfstandigheid en gezondheid van patiënten.
Wanneer ondersteuning te laat begint, kan de zorgvraag zwaarder en ingewikkelder worden. Hierdoor neemt ook de druk op huisartsen, ziekenhuizen, wijkverpleging, revalidatiezorg en het sociaal domein toe.
De tarieven voor logopedie hielden tussen 2019 en 2025 gemiddeld ongeveer gelijke tred met de inflatie. Sinds 2023 bleven ze wel achter bij de NZa-index voor personele en materiële kosten. Praktijken zeggen hierdoor weinig ruimte te hebben voor hogere salarissen, innovatie en digitale zorg.
Bij ergotherapie stegen de gemiddelde tarieven sterker dan de inflatie. Toch ervaren ook deze praktijken financiële druk. Veel werkzaamheden rond overleg, afstemming en administratie kunnen niet apart worden gedeclareerd.
Zorgverzekeraars stellen dat indirecte werkzaamheden al in de vergoeding zijn verwerkt. De NZa kon niet vaststellen in hoeverre de tarieven deze kosten daadwerkelijk dekken.
Ook ervaren veel praktijken weinig onderhandelingsruimte. Contracten worden grotendeels digitaal en gestandaardiseerd aangeboden. Dat is volgens verzekeraars nodig vanwege het grote aantal kleine aanbieders, maar praktijken voelen zich hierdoor beperkt bij het maken van afspraken over tarieven en zorgvernieuwing.
Zorgverzekeraars hebben een wettelijke zorgplicht. Zij moeten zorgen dat verzekerden tijdig passende zorg kunnen krijgen. Volgens de NZa moeten verzekeraars de ontwikkelingen in zorgvraag, capaciteit en wachttijden beter volgen. Als de toegang verslechtert, moeten zij ingrijpen via contractering, zorgbemiddeling en afspraken met zorgaanbieders.
Zorgbemiddeling wordt nu weinig gebruikt. Veel patiënten weten niet dat hun verzekeraar kan helpen bij het zoeken naar een andere praktijk. Voor kwetsbare patiënten kan het bovendien moeilijk zijn om dit zelf te regelen.
Een centrale of regionaal afgestemde wachtlijst kan meer inzicht geven in beschikbare behandelplaatsen. Dat kan voorkomen dat patiënten bij meerdere praktijken tegelijk staan ingeschreven. De NZa benadrukt wel dat wachtlijstbeheer het tekort aan professionals niet oplost.
De NZa pleit voor een samenhangende aanpak. Praktijken kunnen samenwerken op het gebied van administratie, personeelsbeleid, digitalisering, werkgeverschap en scholing. Daardoor kan meer behandeltijd beschikbaar komen zonder dat kleine praktijken hun zelfstandigheid verliezen.
Digitale gegevensuitwisseling en ondersteunende technologie kunnen de administratieve belasting verminderen. Zorgjob beschreef eerder hoe artsen, fysiotherapeuten en ergotherapeuten tijd besparen bij de intake voor geriatrische revalidatie.
Verder noemt de NZa meerjarencontracten, passende financiering voor samenwerking en innovatie, betere regionale organisatie en aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden. Ook opleidingen, werkgevers en beroepsverenigingen moeten meer doen om studenten te behouden en uitstroom van jonge professionals te voorkomen.
De problemen bij logopedie en ergotherapie staan niet op zichzelf. Huisartsen, wijkverpleging, apotheken en andere paramedische beroepsgroepen kampen eveneens met een groeiende zorgvraag en beperkte capaciteit. Zorgjob schreef eerder dat steeds meer huisartsenpraktijken geen nieuwe patiënten aannemen.
De overheid wil zorg juist vaker dichtbij huis organiseren. Dat lukt alleen als de eerste lijn voldoende professionals, tijd en financiering heeft. Zonder extra maatregelen zullen de wachttijden voor logopedie en ergotherapie volgens de NZa verder oplopen.
De onderzoeken maken deel uit van een bredere analyse van de paramedische zorg. Na eerdere onderzoeken naar fysiotherapie, logopedie en ergotherapie volgen nog onderzoeken naar oefentherapie en diëtetiek.
Bron: NZa