Menu
Nog geen account? | Je wachtwoord vergeten?

RIVM: ouderenzorg verschuift naar huis, zorg in verpleeghuis wordt steeds zwaarder

De vraag naar ouderenzorg neemt niet af, maar verandert van karakter. Ouderen blijven langer zelfstandig wonen, ontvangen vaker langdurige zorg thuis en verhuizen later naar een verpleeghuis. Als zij uiteindelijk worden opgenomen, hebben zij gemiddeld een zwaardere zorgvraag en verblijven zij er korter. Dat blijkt uit uitgebreid onderzoek van het RIVM naar veranderingen in de Nederlandse ouderenzorg.

Het onderzoek laat zien dat signalen over lege verpleeghuisplaatsen niet betekenen dat Nederland minder ouderenzorg nodig heeft. Landelijk groeit het aantal ouderen dat langdurige zorg ontvangt juist. Het probleem zit vooral in de aansluiting tussen het bestaande zorgaanbod en de zorg die ouderen tegenwoordig nodig hebben en willen ontvangen.

Lees vaker nieuwsberichten over de zorg

Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.

Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.

Voor zorgprofessionals heeft deze verschuiving grote gevolgen. In de wijk krijgen teams vaker te maken met ouderen met complexe en langdurige zorgvragen. In verpleeghuizen neemt het aandeel bewoners met zware dementiezorg en ernstige lichamelijke beperkingen toe. Tegelijk zorgt een kortere verblijfsduur voor meer opnames, overdrachten en werkzaamheden rond nieuwe bewoners.

RIVM onderzocht signalen van leegstand in de ouderenzorg

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Centrum Indicatiestelling Zorg kregen vanaf medio 2024 signalen dat plekken binnen de verpleging, verzorging en thuiszorg niet altijd werden gebruikt. Ook zorgaanbieders meldden leegstaande verpleeghuisbedden en een teruglopend gebruik van wijkverpleging.

Het RIVM onderzocht daarom of sprake is van vraaguitval. Met andere woorden, hebben minder ouderen zorg nodig dan eerder werd verwacht?

Daarvoor analyseerden onderzoekers onder meer landelijke registraties over de periode 2018 tot en met 2024. Daarnaast werden zorgbestuurders, professionals, experts en ouderen geïnterviewd.

De hoofdconclusie is duidelijk. Op landelijk niveau ziet het RIVM geen aanwijzingen dat de totale behoefte aan ouderenzorg afneemt. Er is vooral sprake van vraagverandering. De zorg verschuift van lichtere naar zwaardere zorg en van het verpleeghuis naar de thuissituatie.

Aantal ouderen met Wlz-zorg stijgt met ongeveer 60.000

Het aantal 65-plussers dat gebruikmaakt van zorg vanuit de Wet langdurige zorg steeg van ongeveer 145.000 in 2018 naar 205.000 in 2024. Dat zijn ongeveer 60.000 extra ouderen in zes jaar tijd.

Tegelijkertijd daalde het aantal 65-plussers dat wijkverpleging vanuit de Zorgverzekeringswet ontving. In 2018 ging het om ongeveer 257.000 ouderen, in 2024 om ongeveer 240.000. Dat is een afname van 17.000 cliënten.

Die cijfers laten zien dat het niet voldoende is om alleen naar het gebruik van wijkverpleging te kijken. Een deel van de langdurige en zwaardere zorg verschuift naar de Wlz, terwijl die zorg steeds vaker thuis wordt geleverd.

Vooral bij de oudste groep neemt het gebruik van langdurige zorg toe. Van de Nederlanders van 85 jaar en ouder maakte in 2018 ongeveer 22 procent gebruik van Wlz-zorg. In 2024 was dat ongeveer 26 procent.

Langdurige zorg thuis groeit veel sneller dan verpleeghuiszorg

De grootste verschuiving is zichtbaar bij de plaats waar Wlz-zorg wordt geleverd.

In 2018 ontvingen ongeveer 34.000 ouderen Wlz-zorg thuis. In 2024 waren dat er ongeveer 78.000. Het aantal is daarmee in zes jaar tijd meer dan verdubbeld.

Onder Wlz-zorg thuis vallen onder andere het volledig pakket thuis, het modulair pakket thuis en zorg via een persoonsgebonden budget. De oudere kan daarbij in de oorspronkelijke woning blijven wonen, maar zorg thuis kan ook worden geleverd in een aanleunwoning of woonzorgcomplex.

Het aantal ouderen dat Wlz-zorg in een verpleeghuis ontvangt nam eveneens toe, maar veel minder sterk. Het ging van ongeveer 112.000 cliënten in 2018 naar 127.000 in 2024.

Deze ontwikkeling sluit aan bij de Landelijke monitor verpleegzorg waar Zorgjob eerder over schreef. Ook daaruit bleek dat de groei van verpleegzorg vooral buiten het traditionele verpleeghuis plaatsvindt.

Zorgprofiel 4VV halveert bijna in het verpleeghuis

Niet alleen de plek waar zorg wordt geleverd verandert. Ook de zorgzwaarte binnen het verpleeghuis verandert snel.

Het aantal bewoners met zorgprofiel 4VV daalde van ongeveer 23.000 in 2018 naar 12.000 in 2024. Dat is een afname van bijna 50 procent.

4VV is het lichtste VV-zorgprofiel dat het RIVM in deze analyse meeneemt. Het gaat om ouderen die beschut wonen en intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging nodig hebben, maar gemiddeld een minder zware zorgvraag hebben dan bewoners met hogere VV-profielen.

De afname van 4VV is ook zichtbaar bij indicaties en wachtlijsten. Lichtere langdurige zorg wordt steeds vaker buiten het verpleeghuis georganiseerd.

5VV en 6VV groeien juist sterk

Tegenover de daling van 4VV staat een duidelijke groei van de zwaardere zorgprofielen.

Het aantal bewoners met zorgprofiel 5VV nam toe van ongeveer 55.000 in 2018 naar 64.000 in 2024. Dit profiel komt veel voor bij mensen die intensieve dementiezorg nodig hebben.

Bij zorgprofiel 6VV is de groei nog sterker. Het aantal cliënten steeg van ongeveer 24.000 naar 35.000. Dat is een stijging van 43 procent. Bij deze groep gaat het onder andere om ouderen met ernstige lichamelijke beperkingen die intensieve verzorging en verpleging nodig hebben.

De verpleeghuispopulatie verandert daardoor. Zorgteams krijgen relatief minder bewoners met een lichte zorgvraag en meer bewoners met dementie, ernstige lichamelijke beperkingen, multimorbiditeit en complexe verpleegkundige problemen.

De gemiddelde verpleeghuisbewoner vraagt intensievere zorg

Voor medewerkers betekent deze ontwikkeling dat een gelijk aantal bewoners niet automatisch een gelijke hoeveelheid werk betekent.

Een afdeling met meer cliënten met 5VV, 6VV of hogere profielen vraagt meer gespecialiseerde kennis. Denk aan dementiezorg, omgaan met onbegrepen gedrag, palliatieve zorg, verpleegtechnische handelingen, wondzorg, medicatie, mobiliteitsproblemen en het begeleiden van familie.

Ook klinisch redeneren en multidisciplinaire samenwerking worden belangrijker. Bij complexe ouderen zijn vaak meerdere professionals betrokken, zoals verzorgenden IG, verpleegkundigen, specialisten ouderengeneeskunde, psychologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en diëtisten.

De verschuiving heeft daarmee gevolgen voor de personeelsmix. Zorgorganisaties moeten niet alleen voldoende medewerkers hebben, maar ook voldoende medewerkers met de juiste deskundigheid.

Ouderen verblijven korter in het verpleeghuis

Tegelijkertijd verandert de verblijfsduur. Het aandeel ouderen dat langer dan vijf jaar in een verpleeghuis woont neemt af. Het aandeel bewoners dat korter dan drie maanden verblijft neemt juist toe.

Het RIVM ziet dit als een logisch gevolg van het feit dat ouderen later naar het verpleeghuis verhuizen. Zij zijn bij opname gemiddeld kwetsbaarder en hebben vaker een zwaardere zorgvraag.

De kortere verblijfsduur heeft een direct effect op het werk van zorgprofessionals. Er komen vaker nieuwe bewoners binnen.

Bij iedere opname moet opnieuw informatie worden verzameld. Medicatie moet worden gecontroleerd, risico's worden beoordeeld, zorgdoelen moeten worden afgesproken en familie moet worden meegenomen in het zorgproces. Ook behandelaren moeten vaak snel worden betrokken.

Het RIVM benoemt daarom expliciet dat de grotere doorstroom meer inzet van verpleeghuismedewerkers kan vragen.

Meer opnames betekent meer overdrachten en administratie

Een korter verblijf verandert ook de organisatie van een afdeling. Wanneer bewoners vaker wisselen, neemt het aantal overdrachtsmomenten toe.

Zorgprofessionals krijgen vaker te maken met:

Een bed dat gedurende een jaar door meerdere bewoners wordt gebruikt, kan daardoor aanzienlijk meer organisatorische inzet vragen dan een bed dat het hele jaar door dezelfde bewoner wordt gebruikt.

Gemiddelde bezettingsgraad blijft rond 95 procent

Ondanks signalen over leegstand ziet het RIVM geen landelijke daling van de gemiddelde bezettingsgraad.

Bij een selectie van grotere verpleeghuizen bleef de geschatte bezettingsgraad sinds 2021 rond de 95 procent. Gemiddeld genomen is er dus geen sterke landelijke leegstand zichtbaar.

Dat landelijke gemiddelde verhult echter grote verschillen tussen individuele locaties.

In de periode 2021 tot en met 2024 nam bij ongeveer 47 procent van de onderzochte verpleeghuizen het aantal bezette plaatsen toe. Die groei kwam vooral door bewoners met zorgprofiel 5VV of hoger.

Bij ongeveer 30 procent bleef de bezetting nagenoeg gelijk.

Bij ongeveer 23 procent nam de bezetting af.

Bij 14 procent zijn minimaal negen plaatsen verdwenen uit de bezetting

Bij een deel van de organisaties was de terugloop behoorlijk groot. Van alle onderzochte verpleeghuizen had ongeveer 14 procent in 2024 minimaal negen plaatsen minder bezet dan in 2021.

Bij veel locaties met een dalende bezetting speelt de terugloop van zorgprofiel 4VV een belangrijke rol. Landelijk wordt de daling van 4VV meestal gecompenseerd door de groei van zwaardere zorgprofielen. Bij deze instellingen lukt dat minder goed.

Volgens het RIVM kan daar sprake zijn van verschillende situaties. De lokale zorgvraag kan daadwerkelijk anders zijn, het aanbod kan onvoldoende aansluiten op de vraag of de organisatie kan moeite hebben om de benodigde omslag naar zwaardere zorg te maken.

Driekwart van dalende verpleeghuizen ziet ook minder 4VV

De samenhang met het lichtere zorgprofiel is sterk. Van de 294 onderzochte verpleeghuizen waar de totale bezetting afnam, zagen 215 ook een afname van 4VV. Dat is ongeveer 73 procent.

Bij veel andere instellingen wordt een daling van 4VV wel opgevangen doordat meer bewoners met 5VV, 6VV of hogere profielen worden opgenomen.

Dat verschil is belangrijk. Het laat zien dat leegstand niet alleen samenhangt met het totale aantal ouderen in een regio. Ook de vraag of een locatie geschikt is voor de zwaardere zorgvraag speelt een rol.

Meer verpleeghuizen zonder wachtlijst in 2025

Het RIVM onderzocht ook de wachtlijsten. Landelijk zijn de veranderingen beperkt, maar er zijn wel signalen die aansluiten bij de gemelde leegstand.

Het aandeel verpleeghuizen met geen of een relatief korte wachtlijst steeg tussen 2023 en 2025 van ongeveer 10 naar 13 procent.

Het aandeel verpleeghuizen dat gedurende een heel kalenderjaar helemaal geen wachtlijst had, lag tussen 2019 en 2024 rond de 8 procent. In 2025 liep dat op tot 9,5 procent.

Dat betekent dat ongeveer 227 van de 2.391 verpleeghuisaanbieders waarvoor deze wachtlijstgegevens beschikbaar waren op geen enkel meetmoment in 2025 een wachtlijst hadden.

Het is geen bewijs voor landelijke vraaguitval. Het laat wel zien dat een deel van de organisaties daadwerkelijk te maken heeft met een beperktere instroom.

Verpleeghuizen met dalende bezetting hebben kortere wachtlijsten

Het RIVM ziet daarnaast een verband tussen bezetting en wachtlijsten.

Verpleeghuizen waar zowel het aantal 4VV-cliënten als de totale bezetting daalt, hebben gemiddeld kortere wachtlijsten voor cliënten met de zwaardere profielen 5VV tot en met 8VV dan andere verpleeghuizen.

Bij deze locaties lijkt dus meer aan de hand dan alleen het verdwijnen van lichte verpleeghuiszorg. De vraag naar de zwaardere plaatsen is er mogelijk eveneens kleiner, of cliënten kiezen voor andere aanbieders.

Het RIVM spreekt daarom over een mogelijk allocatievraagstuk. Het totale zorgaanbod is niet altijd beschikbaar op de plaats en in de vorm waar de vraag ontstaat.

Regionale verschillen spelen een grote rol

Zorgbestuurders en professionals wijzen erop dat de situatie per regio sterk verschilt.

In sommige gebieden blijven locaties vol en bestaan lange wachtlijsten. Elders hebben organisaties moeite om alle beschikbare capaciteit te benutten.

Verschillen kunnen onder andere samenhangen met de leeftijdsopbouw van de bevolking, sociaaleconomische positie van ouderen, woningmarkt, beschikbaarheid van alternatieve woonvormen en aanwezigheid van particuliere zorgaanbieders.

Volgens geïnterviewde bestuurders hebben financieel draagkrachtige ouderen bijvoorbeeld meer mogelijkheden om voor particuliere woonzorg te kiezen. Ook kunnen ouderen binnen een regio de ene locatie aantrekkelijker vinden dan de andere.

Een landelijke groei van de zorgvraag betekent dus niet automatisch dat iedere bestaande verpleeghuislocatie vanzelf volledig bezet blijft.

Ook de kwaliteit van de woonomgeving beïnvloedt de keuze

Het rapport laat zien dat ouderen en hun familie kritischer kijken naar de manier waarop zij willen wonen.

Zorgprofessionals en klantbemiddelaars zien bijvoorbeeld dat locaties met gedeeld sanitair minder aantrekkelijk kunnen zijn wanneer in dezelfde omgeving moderne alternatieven beschikbaar zijn met een eigen badkamer en toilet.

Ouderen hebben bovendien meer keuze uit verschillende woonvormen. Naast het traditionele verpleeghuis zijn er seniorenappartementen, geclusterde woonvormen, woonzorgcomplexen en particuliere initiatieven.

Dat betekent dat zorgorganisaties niet alleen moeten nadenken over hoeveel plaatsen zij aanbieden. Ook de vorm en kwaliteit van wonen worden belangrijker.

Ouderen willen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven

De keuze om langer thuis te blijven komt niet alleen voort uit overheidsbeleid. Uit de focusgroepen van het RIVM blijkt dat ouderen daar zelf een sterke voorkeur voor hebben.

De eigen woning staat voor zelfstandigheid. Daarnaast hechten ouderen sterk aan hun buurt. Zij kennen hun buren, weten waar voorzieningen zijn en hebben er hun sociale contacten.

Veel ouderen denken daarom eerst aan aanpassingen van de huidige woning wanneer lichamelijke beperkingen ontstaan. Bijvoorbeeld een traplift, beugels of andere voorzieningen.

Verhuizen komt vaak pas serieus in beeld wanneer een concrete gebeurtenis optreedt, zoals een val, beroerte, verlies van mobiliteit of cognitieve achteruitgang.

Dat kan betekenen dat belangrijke keuzes pas worden gemaakt wanneer de situatie al urgent is.

Veel ouderen willen kinderen niet zwaar belasten

Een opvallende uitkomst uit de gesprekken is dat ouderen professionele zorg belangrijk blijven vinden.

Hoewel familie en andere naasten een belangrijke rol spelen, geven veel ouderen aan hun kinderen niet met intensieve zorgtaken te willen belasten. Zij verwachten dat professionele zorg beschikbaar is wanneer de zorgvraag zwaar wordt.

Dat is relevant voor beleid dat sterk inzet op zelfstandigheid, sociale netwerken en informele zorg. Langer thuis wonen betekent niet automatisch dat ouderen verwachten dat familie steeds meer zorgtaken overneemt.

Mantelzorg komt verder onder druk

In de praktijk kan langer thuis wonen wel leiden tot een grotere belasting van mantelzorgers.

Naast het uitvoeren van zorgtaken moeten mantelzorgers regelmatig zorg organiseren, afspraken regelen en contact onderhouden met verschillende organisaties. Thuiswonende ouderen kunnen te maken hebben met de Wlz, Zorgverzekeringswet, Wmo, huisarts, thuiszorg en andere voorzieningen.

Het RIVM wijst erop dat er door de vergrijzing naar verhouding minder potentiële mantelzorgers per oudere beschikbaar komen.

Daar komt een arbeidsmarktprobleem bij. Mantelzorgers werken relatief vaak zelf in de zorg. Daardoor kan een zorgprofessional niet alleen tijdens het werk met een stijgende zorgvraag te maken krijgen, maar thuis ook steeds meer mantelzorg moeten verlenen.

De combinatie van werk en mantelzorg wordt daarmee een belangrijk aandachtspunt voor de personeelsplanning en duurzame inzetbaarheid in de zorg.

Meer zorg thuis verhoogt ook de druk op de eerste lijn

Wanneer ouderen met complexere problemen thuis blijven wonen, verandert het werk van wijkteams en andere eerstelijnsprofessionals.

Wijkverpleegkundigen en verzorgenden IG krijgen vaker te maken met cliënten met meerdere chronische aandoeningen, cognitieve problemen, medicatiegebruik, mobiliteitsproblemen en een kwetsbaar sociaal netwerk.

De wijkverpleegkundige krijgt daarbij een belangrijke rol in signalering, indicatiestelling en zorgcoördinatie.

Ook de specialist ouderengeneeskunde beweegt steeds meer richting de thuissituatie. Zorgjob schreef eerder over een regionale aanpak waarbij de specialist ouderengeneeskunde een vaste plek naast de huisarts in de wijk krijgt. Juist bij ouderen met complexe problematiek kan deze specialist helpen om crisissituaties en onnodige ziekenhuisopnames te voorkomen.

Thuis wonen kan de ziekenhuiszorg juist zwaarder belasten

Een verschuiving naar thuis betekent niet dat de totale zorgbelasting automatisch lager wordt.

Het RIVM wijst erop dat ouderen die zelfstandig blijven wonen relatief vaker in het ziekenhuis kunnen worden opgenomen, bijvoorbeeld na een val. Daarnaast kan meer druk ontstaan op huisartsenzorg en andere eerstelijnszorg.

Kosten en werk verschuiven daardoor mogelijk tussen verschillende delen van het zorgstelsel.

Minder gebruik van een verpleeghuisplaats kan samengaan met meer thuiszorg, meer mantelzorg, meer huisartsenzorg en incidenteel meer ziekenhuiszorg.

Voor professionals maakt dit goede samenwerking tussen VVT, huisartsenzorg, ziekenhuis en sociaal domein belangrijker.

Kwetsbare ouderen thuis vragen om vroegtijdige zorgplanning

De ontwikkeling sluit ook aan bij eerder onderzoek naar kwetsbaarheid onder thuiswonende ouderen. Zorgjob schreef eerder dat een kwart van de thuiswonende 65-plussers een kwetsbare gezondheid heeft.

Juist bij deze groep is tijdige zorgplanning belangrijk. Wanneer ouderen pas over zorg en wonen nadenken nadat een val, beroerte of snelle cognitieve achteruitgang optreedt, is de ruimte om rustig keuzes te maken kleiner.

Zorgprofessionals kunnen daarom eerder het gesprek voeren over vragen zoals:

Personeelstekort bepaalt mede hoeveel plaatsen echt beschikbaar zijn

Het begrip capaciteit vraagt volgens het RIVM om voorzichtigheid. Er zijn geen volledige landelijke gegevens over het daadwerkelijke aantal beschikbare ouderenzorgplaatsen.

Een fysieke kamer is bovendien niet automatisch een bruikbare zorgplaats. Daarvoor moeten ook voldoende medewerkers beschikbaar zijn om veilige en passende zorg te leveren.

Het RIVM gebruikte daarom een schatting van de capaciteit op basis van het maximale aantal cliënten dat een aanbieder in een bepaalde periode daadwerkelijk verzorgde.

Voor een nauwkeuriger beeld adviseert het instituut om in de toekomst per aanbieder gegevens te verzamelen over capaciteit en wachtlijsten.

Daarbij zou capaciteit niet alleen moeten betekenen dat er een bed of kamer staat. Er moet ook personeel beschikbaar zijn om de plaats daadwerkelijk te gebruiken.

Duurzame inzetbaarheid krijgt expliciet aandacht van het RIVM

Een van de aanbevelingen uit het rapport richt zich rechtstreeks op medewerkers in de ouderenzorg.

Volgens het RIVM moeten overheid en zorgorganisaties de duurzame inzetbaarheid van personeel bewaken. De veranderende zorgvraag kan gevolgen hebben voor zowel de benodigde vaardigheden als de ervaren belasting.

Dat is relevant omdat verschillende ontwikkelingen tegelijk plaatsvinden. Cliënten thuis worden complexer, bewoners in verpleeghuizen hebben een zwaardere zorgvraag en de doorstroom in instellingen neemt toe.

De personeelsvraag moet daarom niet alleen worden uitgedrukt in het aantal benodigde medewerkers. Ook scholing, deskundigheidsmix, roosters, werkdruk en ondersteuning van teams spelen een rol.

Zorgorganisaties moeten flexibeler kunnen reageren

Het RIVM ziet verschillen tussen organisaties in de manier waarop zij omgaan met de veranderende vraag.

Sommige grotere organisaties hebben meerdere vormen van zorg in huis en kunnen daardoor makkelijker capaciteit verschuiven. Zij bieden bijvoorbeeld verpleeghuiszorg, wijkzorg, volledig pakket thuis en andere woonzorgvormen.

Andere organisaties zijn sterker afhankelijk van één type locatie of één zorgconcept.

Bestuurders die vroeg investeerden in nieuwe woonzorgvormen en regionale samenwerking geven aan nu minder problemen te ervaren.

Het RIVM adviseert daarom om zorgorganisaties voldoende ruimte te geven om lokaal op veranderingen in de zorgvraag te reageren.

De woningmarkt wordt onderdeel van het ouderenzorgvraagstuk

Meer zorg thuis kan alleen wanneer ouderen geschikt kunnen wonen.

Een woning met trappen, een moeilijk toegankelijke badkamer of onvoldoende ruimte voor hulpmiddelen kan op latere leeftijd een probleem worden. Woningaanpassingen kunnen een oplossing bieden, maar niet iedere woning is geschikt om intensieve zorg langdurig thuis te organiseren.

Daarom worden geclusterde woonvormen en woonzorgcomplexen steeds belangrijker. Zij kunnen zelfstandigheid combineren met de mogelijkheid om zorg efficiënt dichtbij te organiseren.

Het RIVM benadrukt wel dat nieuwe woonvormen moeten aansluiten bij wat ouderen zelf aantrekkelijk vinden. Alleen een zorggeschikte woning bouwen is niet voldoende. Ligging, woonkwaliteit, zelfstandigheid en behoud van het sociale netwerk spelen eveneens een grote rol.

Onderzoek geeft nog geen volledig beeld van 2025

Een belangrijke beperking van het onderzoek is de onderzoeksperiode.

De meeste registratiedata lopen tot en met 2024. Juist vanaf medio 2024 kwamen vanuit de sector meer signalen over leegstand en mogelijke vraaguitval.

Eventuele grote veranderingen in 2025 zijn daarom niet volledig zichtbaar in de belangrijkste analyses van het rapport.

De wachtlijstgegevens lopen voor een deel wel door tot 2025 en laten een lichte stijging zien van het aantal aanbieders zonder wachtlijst. Het RIVM vindt dit echter onvoldoende om te concluderen dat de landelijke zorgvraag afneemt.

Daarom adviseert het instituut om het onderzoek over twee jaar te herhalen.

Geen vraaguitval, maar een mismatch tussen vraag en aanbod

De cijfers geven uiteindelijk een ander beeld dan het woord leegstand misschien suggereert.

Het aantal ouderen groeit. Het aantal ouderen met Wlz-zorg groeit. Het aantal ouderen dat zware langdurige zorg nodig heeft groeit eveneens.

Wat verandert, is waar die zorg wordt geleverd en welke vorm van zorg nodig is.

De lichtere zorg verdwijnt gedeeltelijk uit het traditionele verpleeghuis. Zorg thuis groeit snel. Tegelijk concentreert het verpleeghuis zich steeds sterker op cliënten met een zware zorgvraag.

Een verpleeghuis dat vooral is ingericht op de zorgvraag van enkele jaren geleden kan daardoor moeite krijgen om de beschikbare plaatsen te vullen, ook wanneer er regionaal nog steeds veel ouderen zorg nodig hebben.

Wat betekent dit voor zorgprofessionals?

Voor zorgprofessionals zijn vooral de volgende ontwikkelingen relevant:

Ouderenzorg wordt niet kleiner, maar fundamenteel anders georganiseerd

Het RIVM-onderzoek laat vooral zien dat de Nederlandse ouderenzorg een duidelijke overgang doormaakt.

De toekomstige ouderenzorg bestaat minder vanzelfsprekend uit een keuze tussen thuis wonen zonder intensieve zorg en wonen in een verpleeghuis. Daartussen ontstaat een steeds groter gebied met Wlz-zorg thuis, geclusterde woonvormen, wijkverpleging, ondersteuning vanuit het sociale domein en specialistische ouderenzorg in de eerste lijn.

Voor zorgprofessionals betekent dit dat het werk zich verder verspreidt over de wijk, de woning en het verpleeghuis. Tegelijk wordt de groep die uiteindelijk in een instelling woont gemiddeld zorgintensiever.

De belangrijkste opgave is daarom niet alleen om voldoende ouderenzorg beschikbaar te houden. Het aanbod moet ook op de juiste plaats, in de juiste woonvorm en met de juiste professionals beschikbaar zijn.

Bron: RIVM

Google
Maak Zorgjob jouw voorkeursbron bij Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal jij voortaan zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer ons laatste zorgnieuws.
Instellen →

Gerelateerde vacatures

Helpende plus
  • Topjob
  • 03-09-2026
  • Leiden
  • parttime
  • hbo
  • vast
Bij deze organisatie werk je in een omgeving waar alles draait om revalidatie, vooruitgang en zelfstandigheid. Je ondersteunt cliënten bij hun dagelijkse verzorging, zoals opstaan, wassen, aankleden en eten. Met jouw aandacht, energie en positieve benadering draag je direct bij aan hun herstel. Je signaleert veranderingen, speelt hierop in en schakelt makkelijk...
Verzorgende IG
  • Topjob
  • 03-09-2026
  • Rosmalen
  • parttime
  • mbo
  • vast
Heb jij een groot hart voor de ouderenzorg en wil je werken bij een kleinschalige ouderenorganisatie in Rosmalen? Dan is deze vacature iets voor jou. Wie zijn wij? Mogen wij onszelf even aan je voorstellen? Wij zijn een ouderenzorgorganisatie in Rosmalen. Bij de organisatie streven we naar ‘Un goeien aard’ en zijn we graag een goede buur. Dit doen...
Verzorgende IG
  • Topjob
  • 03-09-2026
  • Rosmalen
  • parttime
  • mbo
  • vast
Heb jij een groot hart voor de ouderenzorg en wil je werken bij een kleinschalige ouderenorganisatie in Rosmalen? Dan is deze vacature iets voor jou. Wie zijn wij? Mogen wij onszelf even aan je voorstellen? Wij zijn een ouderenzorgorganisatie in Rosmalen. Bij de organisatie streven we naar ‘Un goeien aard’ en zijn we graag een goede buur. Dit doen...
Verzorgende IG
  • Topjob
  • 03-09-2026
  • Rosmalen
  • parttime
  • mbo
  • vast
Heb jij een groot hart voor de ouderenzorg en wil je werken bij een kleinschalige ouderenorganisatie in Rosmalen? Dan is deze vacature in de thuiszorg iets voor jou. Wie zijn wij? Mogen wij onszelf even aan je voorstellen? Wij zijn een ouderenzorgorganisatie in Rosmalen. Bij de organisatie streven we naar ‘Un goeien aard’ en zijn we graag een goede...
Helpende plus
  • Topjob
  • 03-09-2026
  • Rosmalen
  • parttime
  • mbo
  • vast
Heb jij een groot hart voor de ouderenzorg en wil je werken bij een kleinschalige ouderenorganisatie in Rosmalen? Dan is deze vacature iets voor jou. Wie zijn wij? Mogen wij onszelf even aan je voorstellen? Wij zijn een ouderenzorgorganisatie in Rosmalen. Bij de organisatie streven we naar ‘Un goeien aard’ en zijn we graag een goede buur. Dit doen...
Bekijk alle gerelateerde vacatures

Laatste berichten

VPRO volgt bewoners en begeleiders op zorgpark van ’s Heeren Loo
  • 03-09-2026
  • NIEUWS
Documentairemaker Nicolaas Veul loopt voor de nieuwe VPRO-serie Zoals het komt: 100 dagen in de gehandicaptenzorg honderd dagen mee op een woonzorgpark voor mensen met een ernstige verstandelijke beperking. Hij werkt mee als begeleider en onderzoekt wat goede zorg betekent voor bewoners die hun hele leven intensieve ondersteuning nodig hebben. De vijfdelige...
Zorg investeert vooral in ICT, maar digitale vernieuwing blijft achter
  • 03-09-2026
  • NIEUWS
Zorgorganisaties investeren veel in ICT en medewerkers. Toch blijft hun digitale transformatie achter bij de manier waarop zij samenwerking, leiderschap en kennis organiseren. Zorgprofessionals ervaren bovendien minder ruimte en ondersteuning voor innovatie dan managers en medewerkers in staf- en ondersteunende functies. Dat blijkt uit de eerste Innovatiemonitor...
Zorgmedewerkers voeren actie, kabinet verzacht plannen maar FNV gaat door
  • 01-09-2026
  • NIEUWS
Medewerkers van ziekenhuizen en universitair medische centra komen deze maand op meerdere plaatsen in Nederland in actie tegen de plannen van het kabinet voor de sociale zekerheid. Vakbond FNV organiseert sit-ins bij ziekenhuizen en UMC's. De acties richten zich vooral tegen voorgenomen versoberingen van de WW en de WIA. De eerste actie vindt woensdag 2 september...
Personeelstekort in de ggz loopt richting 15.000 ondanks groei aantal werknemers
  • 28-08-2026
  • NIEUWS
De geestelijke gezondheidszorg weet weer meer medewerkers aan te trekken dan er vertrekken. In 2025 werken ongeveer 115.000 mensen in de ggz, tegenover circa 98.000 begin 2020. Toch blijft de arbeidsmarkt onder druk staan. Het personeelstekort kan volgens de huidige prognose oplopen van ongeveer 9.100 medewerkers in 2024 naar ruim 15.000 in 2035. Dat blijkt uit...
LUMC ontdekt waarom darmontsteking bij Crohn zo hardnekkig kan zijn
  • 27-08-2026
  • NIEUWS
Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum hebben nieuwe aanwijzingen gevonden voor de manier waarop chronische darmontstekingen bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa in stand kunnen blijven. Een deel van de onderzochte CD4-T-cellen blijkt tijdens een actieve ontsteking eigenschappen te hebben waarmee ze de ontstekingsreactie kunnen versterken,...