- 21-06-2026
- NIEUWS

Een kwart van de thuiswonende 65-plussers heeft een kwetsbare gezondheid. Dat blijkt uit een factsheet op basis van gegevens uit de Longitudinal Aging Study Amsterdam, LASA. De cijfers laten zien dat deze groep vaker hulp nodig heeft, minder eigen regie ervaart en nog te weinig gesprekken voert over toekomstige zorg en het levenseinde.
De factsheet brengt een belangrijke doelgroep uit het Integraal Zorgakkoord in beeld. Het gaat om thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder. De onderzoekers analyseerden gegevens van 1.074 LASA-deelnemers. Van hen heeft 25 procent een kwetsbare gezondheid. De andere 75 procent valt niet in die groep.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De uitkomsten zijn relevant voor huisartsen, wijkverpleegkundigen, specialisten ouderengeneeskunde, thuiszorgteams, casemanagers, sociaal werkers en andere zorgprofessionals die betrokken zijn bij ouderenzorg thuis. De cijfers maken duidelijk waar de druk in de praktijk zit: bij tijdige gesprekken, passende ondersteuning en behoud van eigen regie.
De groep ouderen met een kwetsbare gezondheid verschilt duidelijk van ouderen zonder kwetsbare gezondheid. De gemiddelde leeftijd ligt hoger. Ouderen met een kwetsbare gezondheid zijn gemiddeld 79 jaar. Ouderen zonder kwetsbare gezondheid zijn gemiddeld 74 jaar.
Ook de leeftijdsopbouw verschilt sterk. Van de ouderen met een kwetsbare gezondheid is 24 procent 85 jaar of ouder. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat 6 procent. Verder bestaat de kwetsbare groep voor 61 procent uit vrouwen. Bij de groep zonder kwetsbare gezondheid is dat 49 procent.
De factsheet laat ook sociale verschillen zien. Ouderen met een kwetsbare gezondheid hebben vaker een laag opleidingsniveau en een lager inkomen. Ook wonen zij vaker zonder partner. Bijna de helft van de ouderen met kwetsbare gezondheid heeft geen partner. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat een kwart.
Voor de praktijk is dat belangrijk. Juist ouderen zonder partner hebben vaak minder directe steun thuis. Zij kunnen daardoor sneller afhankelijk worden van formele zorg, mantelzorg op afstand of hulp uit het sociale domein.
Een hoofdthema in de factsheet is proactieve zorgplanning. Daarbij bespreken ouderen samen met zorgverleners en naasten wat zij belangrijk vinden bij toekomstige zorg. Denk aan wonen, ziekenhuisopname, behandeling, reanimatie, euthanasie en wie beslissingen mag nemen als iemand dat zelf niet meer kan.
Volgens de factsheet gebeurt dit nog te weinig. Dat geldt zowel voor ouderen met als zonder kwetsbare gezondheid. De verschillen tussen beide groepen zijn kleiner dan verwacht. Juist bij ouderen met een kwetsbare gezondheid zouden deze gesprekken vaker en eerder moeten plaatsvinden.
Voor zorgprofessionals ligt hier een duidelijke taak. Kwetsbaarheid kan dienen als signaal om het gesprek te starten. Niet pas bij crisis, opname of snelle achteruitgang, maar eerder in het zorgproces.
Onder de LASA-deelnemers waren 501 thuiswonende 75-plussers. De meeste ouderen hebben vertrouwen in artsen. 90 procent verwacht dat artsen goede zorg geven in de laatste levensfase. 88 procent denkt dat artsen hun wensen over medische beslissingen zullen volgen.
Daar staat tegenover dat veel ouderen hun wensen nog nooit met een arts hebben besproken. Van de 75-plussers met een kwetsbare gezondheid heeft 69 procent nog nooit met een arts gesproken over wensen rond het levenseinde. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat 76 procent.
Dat verschil is klein. De cijfers laten vooral zien dat vertrouwen niet automatisch leidt tot een gesprek. Ouderen gaan er mogelijk van uit dat de arts weet wat passend is. Zorgverleners kunnen op hun beurt wachten tot de oudere het onderwerp zelf aansnijdt. Daardoor blijft het gesprek uit.
Ongeveer 30 tot 45 procent van de 75-plussers heeft de afgelopen maanden niet nagedacht over belangrijke keuzes rond toekomstige zorg. Het gaat onder meer om:
Ouderen met een kwetsbare gezondheid denken hier iets vaker over na dan ouderen zonder kwetsbare gezondheid. Zij spreken er ook iets vaker over met een naaste of zorgverlener, of leggen wensen schriftelijk vast. Toch blijft ook in deze groep veel onbesproken.
Voor de zorgpraktijk betekent dit dat proactieve zorgplanning niet alleen een medisch onderwerp is. Het vraagt om herhaling, timing en samenwerking. Een gesprek met de huisarts kan iets anders opleveren dan een gesprek met de wijkverpleegkundige, casemanager of mantelzorger. Juist daarom is afstemming nodig.
Ouderen met een kwetsbare gezondheid ontvangen veel vaker hulp thuis dan ouderen zonder kwetsbare gezondheid. 55 procent krijgt informele hulp. Dat is hulp van bijvoorbeeld een partner, kinderen, familie, buren, vrienden of vrijwilligers. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat 20 procent.
Ook formele hulp komt vaker voor. 49 procent van de ouderen met een kwetsbare gezondheid krijgt formele hulp, zoals wijkverpleging, thuiszorg of hulp van zorgteams. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat 26 procent.
De cijfers overlappen deels. Sommige ouderen krijgen zowel informele als formele hulp. Dat past bij de praktijk, waarin mantelzorg en professionele ondersteuning vaak naast elkaar lopen.
Toch ontvangt 28 procent van de ouderen met een kwetsbare gezondheid geen informele of formele hulp. Dat is opvallend, omdat deze groep juist meer risico loopt op achteruitgang, overbelasting of verlies van zelfstandigheid.
De meeste ouderen vinden de hoeveelheid hulp voldoende. Toch zegt bijna 1 op de 5 ouderen met een kwetsbare gezondheid dat de ondersteuning “gaat wel” of “onvoldoende” is. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid geldt dat voor 5 procent.
Dat verschil is relevant voor wijkteams, gemeenten en zorgaanbieders. Het laat zien dat het niet genoeg is om alleen te meten of iemand hulp ontvangt. De vraag is ook of die hulp past bij de behoefte, op het juiste moment komt en voldoende samenhang heeft.
Voor zorgprofessionals kan dit aanleiding zijn om door te vragen. Niet alleen: “Krijgt u hulp?”, maar ook: “Is de hulp genoeg?”, “Komt de hulp op het juiste moment?” en “Kunt u zelf nog bepalen wat belangrijk voor u is?”
Ouderen met een kwetsbare gezondheid ervaren minder eigen regie in de hulpverlening dan ouderen zonder kwetsbare gezondheid. Dat gaat over drie concrete punten:
Toch vinden veel ouderen eigen regie belangrijk. Van de ouderen met een kwetsbare gezondheid zegt 75 procent dat zij het belangrijk of heel belangrijk vinden om de zorgverlening zelf te bepalen. Bij ouderen zonder kwetsbare gezondheid is dat 88 procent.
Daar zit spanning. Ouderen willen invloed houden, maar ervaren dat in de praktijk niet altijd. Dat kan komen door personeelstekorten, vaste routes in de thuiszorg, beperkte keuzevrijheid, afhankelijkheid van mantelzorg of een complex zorgnetwerk.
Voor zorgverleners is eigen regie daardoor geen losse wens, maar een vast aandachtspunt in de dagelijkse zorg. Kleine keuzes kunnen al verschil maken. Denk aan tijdstip van zorg, volgorde van handelingen, betrokkenheid van naasten of afspraken over wie contactpersoon is.
De onderzoekers beschouwen de resultaten als een nulmeting. De gebruikte LASA-data komen uit 2021 en 2022. Dat was nog voor de start van het Integraal Zorgakkoord en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen.
De resultaten kunnen daardoor helpen om latere veranderingen te volgen. In de Monitor doelgroepen IZA worden onder meer kwaliteit van leven, ervaren gezondheid en tevredenheid met het leven gevolgd. De factsheet voegt daar extra inzichten aan toe over proactieve zorgplanning, hulp thuis en ervaringen met ondersteuning.
Omdat reguliere LASA-metingen niet vaak genoeg plaatsvinden voor actuele monitoring, is in 2025 een tussentijdse meting uitgevoerd. De resultaten daarvan worden volgens de factsheet verwacht in het tweede of derde kwartaal van 2026.
De factsheet bevestigt wat veel zorgprofessionals al dagelijks zien. Ouderen blijven langer thuis, maar de ondersteuningsvraag wordt zwaarder. Mantelzorg is onmisbaar, maar niet altijd beschikbaar. Formele hulp is nodig, maar staat onder druk. Tegelijk blijven gesprekken over toekomstige zorg vaak liggen.
Voor de praktijk springen drie punten eruit.
De cijfers maken duidelijk dat passende ouderenzorg thuis niet alleen draait om meer zorg. Het gaat ook om eerder praten, beter afstemmen en scherper kijken naar wat ouderen zelf belangrijk vinden.
Een kwart van de thuiswonende 65-plussers heeft een kwetsbare gezondheid. Deze groep is ouder, vaker alleenstaand en vaker afhankelijk van hulp. Tegelijk heeft een deel geen hulp, vindt bijna 1 op de 5 de ondersteuning matig of onvoldoende en blijft eigen regie onder druk staan.
De grootste winst lijkt te liggen bij tijdige gesprekken. Veel ouderen vertrouwen erop dat artsen passende zorg bieden in de laatste levensfase, maar hebben hun wensen nog niet besproken. Voor zorgprofessionals is dat een praktisch aanknopingspunt. Begin eerder, maak het gesprek concreet en leg afspraken vast voordat de situatie verslechtert.
Bron: Zorginstituut Nederland