- 03-08-2026
- NIEUWS
De lange wachttijden in de specialistische ggz zijn niet alleen het gevolg van personeelstekorten of een groeiende zorgvraag. Ook de financiering, verdeling en organisatie van de zorg spelen een grote rol. Daardoor komt beschikbare behandelcapaciteit onvoldoende terecht bij mensen met ernstige of complexe psychische problemen.
Dat concluderen psychiater en hoogleraar psychiatrie Christiaan Vinkers en hoogleraar betaalbare en toegankelijke zorg Patrick Jeurissen in een nieuwe whitepaper over de Nederlandse ggz. Hun analyse is gebaseerd op beleidsrapporten, landelijke registraties, statistieken en wetenschappelijke publicaties.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Voor de ggz geldt een maximale wachttijd van veertien weken tussen verwijzing en de start van een behandeling. In oktober 2024 waren er 108.878 geregistreerde wachtplekken. Bij 62.598 daarvan werd de norm overschreden.
Het gaat om wachtplekken en niet om afzonderlijke patiënten. Eén persoon kan bij meerdere aanbieders op een wachtlijst staan. Toch laten de cijfers volgens de onderzoekers zien dat de toegankelijkheid van de specialistische ggz structureel onder druk staat.
De gemiddelde wachttijd verschilt sterk per patiëntengroep. Mensen met schizofrenie of een andere psychotische stoornis wachten gemiddeld ongeveer zeventien weken. Bij persoonlijkheidsstoornissen loopt dit op tot 32 weken. Mensen met complexe of meervoudige problemen wachten gemiddeld ongeveer zestig weken.
Deze laatste groep heeft vaak een combinatie van psychiatrische aandoeningen, verslavingsproblemen, sociale problemen of een licht verstandelijke beperking. Juist voor deze patiënten zijn passende behandelplekken schaars.
Het aantal mensen met psychische klachten is de afgelopen jaren toegenomen. In de periode 2007 tot en met 2009 voldeed 17,4 procent van de volwassenen aan de criteria voor een psychische aandoening. Tussen 2019 en 2022 was dit gestegen naar 26,1 procent. Dat komt neer op ongeveer 3,3 miljoen volwassenen tussen 18 en 75 jaar.
In 2024 meldde ongeveer 44 procent van de volwassenen angstige of depressieve gevoelens. Tien jaar eerder was dat 37 procent. Onder jongeren van 16 tot 25 jaar steeg het aandeel van 38 procent naar meer dan 50 procent.
Ook het zorggebruik nam toe. Het aantal volwassenen dat zorg of ondersteuning kreeg vanwege psychische problemen steeg van ongeveer 1,39 miljoen in 2017 naar 1,57 miljoen in 2024.
De extra zorgvraag werd vooral opgevangen door huisartsen, praktijkondersteuners en andere lichte vormen van psychische ondersteuning. Het aantal patiënten bij een praktijkondersteuner ggz steeg van ongeveer 116.000 in 2012 naar 566.000 in 2017.
De specialistische ggz liet een andere ontwikkeling zien. In 2013 werden daar ongeveer 681.000 patiënten behandeld. In 2017 waren dat er nog ongeveer 533.000. Andere cijfers wijzen op een verdere daling naar ongeveer 515.000 patiënten in 2021.
Hierdoor ontstond een scheve verdeling. Lichte psychische zorg werd toegankelijker, terwijl de capaciteit voor ernstige en complexe problematiek achterbleef. De langste wachttijden ontstonden juist in het deel van de ggz waar de zwaarste patiënten worden behandeld.
Zorgjob schreef eerder over de aanhoudende problemen in het artikel GGZ kraakt onder wachttijden, behandelaren zoeken oplossing via rechter.
Het aantal medewerkers in de ggz groeide van ongeveer 83.000 in 2010 naar 110.000 in 2024. Dat is een stijging van meer dan 30 procent. Toch namen de wachttijden toe en behandelde de specialistische ggz niet meer, maar in bepaalde perioden juist minder patiënten.
Meer medewerkers betekenen volgens de onderzoekers niet automatisch meer behandeluren. Een deel van de beschikbare tijd gaat naar administratie, overleg, coördinatie en organisatorische taken. Daarnaast werken meer professionals parttime, zelfstandig of buiten de specialistische ggz.
De grootste tekorten zitten bovendien bij functies die nodig zijn voor complexe diagnostiek, behandelregie en specialistische behandeling. Het gaat onder andere om psychiaters, klinisch psychologen en verpleegkundig specialisten ggz. Een tekort binnen deze beroepsgroepen kan een volledig behandelteam beperken.
De vacaturegraad in de ggz bedroeg in 2024 ongeveer 74 vacatures per duizend banen. Daarmee behoort de ggz tot de onderdelen van zorg en welzijn met de grootste personeelstekorten.
De personeelsgroei roept volgens Vinkers en Jeurissen vragen op over de inrichting van zorgprocessen. Als een groter personeelsbestand niet leidt tot meer behandelingen, moet worden onderzocht hoeveel tijd professionals daadwerkelijk aan patiëntenzorg kunnen besteden.
Dat sluit aan bij eerder onderzoek naar de kosten van regels en verantwoording. Zorgjob beschreef dit in het artikel Regeldruk kost de zorg 2 miljard euro, minder administratie moet uren vrijmaken.
Zorgverzekeraars spreken met ggz-aanbieders af hoeveel zorg zij mogen declareren. Zodra een omzetplafond is bereikt, kunnen aanbieders besluiten tijdelijk geen nieuwe patiënten meer aan te nemen. Dit kan gebeuren terwijl behandelaren beschikbaar zijn en er landelijk voldoende geld voor de ggz is gereserveerd.
Tussen 2013 en 2017 werd ruim 1,5 miljard euro minder aan ggz uitgegeven dan binnen de landelijke begrotingskaders mogelijk was. Vanaf 2022 was juist sprake van jaarlijkse overschrijdingen van ongeveer 200 miljoen euro. In beide perioden bleven de wachttijden oplopen.
De totale uitgaven aan curatieve ggz stegen van ongeveer 3,3 miljard euro in 2015 naar 5,6 miljard euro in 2024. Meer geld leidde dus niet automatisch tot een betere toegang tot specialistische behandeling.
Ongeveer 0,8 procent van de verzekerden is verantwoordelijk voor twee derde van de uitgaven aan geneeskundige ggz. Het huidige systeem compenseert zorgverzekeraars niet volledig voor alle hoge en moeilijk voorspelbare kosten van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen.
Verzekeraars mogen deze patiënten niet weigeren. De financiële prikkels kunnen echter wel invloed hebben op de hoeveelheid complexe zorg die zij inkopen. Binnen een vast budget kunnen korte en minder intensieve behandelingen financieel gunstiger zijn dan langdurige trajecten voor mensen met meervoudige problemen.
Een andere verklaring is de afbouw van klinische ggz. Rond 2012 waren er ongeveer 112 psychiatrische bedden per 100.000 inwoners. De huidige capaciteit wordt geschat op ongeveer 50 bedden per 100.000 volwassen inwoners.
Het beleid was gericht op behandeling in de eigen leefomgeving. Klinische bedden zouden worden vervangen door intensieve ambulante zorg. De onderzoekers stellen dat deze ambulante capaciteit niet in iedere regio volledig is opgebouwd. Personeelstekorten, versnipperde financiering en onduidelijke verantwoordelijkheden tussen zorgdomeinen speelden daarbij een rol.
Voor veel patiënten biedt ambulante behandeling voordelen. Bij ernstige, meervoudige of acute problemen kan het ontbreken van voldoende intensieve zorg thuis of van een klinische plek echter leiden tot langere wachttijden en meer druk op crisisteams.
De gevolgen van lange wachttijden blijven niet beperkt tot uitgestelde behandeling. Van de onderzochte patiënten met wachttijdervaring meldde 94 procent negatieve emotionele gevolgen. Bij 83 procent namen de klachten tijdens het wachten toe.
Van de werkende respondenten ervoer 77 procent problemen op het werk of tijdens de opleiding. Het ging onder andere om productiviteitsverlies, ziekteverzuim en verlies van werk. Van de respondenten met een partner meldde ongeveer 70 procent negatieve gevolgen voor de relatie.
Uitgestelde behandeling vergroot ook de kans dat uiteindelijk intensievere en duurdere zorg nodig is. Klachten kunnen escaleren, waarna crisiszorg of een klinische opname noodzakelijk wordt.
Mensen die wachten op specialistische behandeling blijven vaak langer bij de huisarts of POH ggz. Deze professionals moeten dan overbruggingszorg bieden aan patiënten met problemen die buiten hun normale taken en deskundigheid kunnen vallen.
Van de onderzochte huisartsen en praktijkondersteuners gaf 93 procent aan dat de ggz-wachttijden hun spreekuur minder toegankelijk maken voor andere patiënten. Negentig procent ervoer hierdoor een hogere werkdruk.
Ook naasten nemen tijdens de wachttijd meer begeleiding en toezicht op zich. Dat kan leiden tot overbelasting, zorgen en een gevoel van machteloosheid.
De onderzoekers concluderen dat uitbreiding van capaciteit alleen onvoldoende is. De beschikbare mensen en middelen moeten beter worden verdeeld over lichte, specialistische, ambulante en klinische zorg.
Daarvoor zijn aanpassingen nodig in zorginkoop, omzetplafonds, risicoverevening en regionale samenwerking. Binnen ggz-organisaties moet daarnaast worden gekeken naar administratieve belasting, behandelprocessen en de inzet van schaarse specialisten.
De whitepaper is een beschrijvende systeemanalyse en toont samenhangen, geen bewezen oorzakelijke verbanden. De gebruikte registraties zijn bovendien niet altijd volledig vergelijkbaar. Het manuscript is ingediend voor wetenschappelijke beoordeling. De analyse maakt wel duidelijk dat de wachttijden niet met één maatregel kunnen worden opgelost.
Bron: whitepaper van Vinkers en Jeurissen