- 29-07-2026
- NIEUWS
De Noord-Brabantse gehandicaptenzorgorganisatie SWZ waarschuwt dat naheffingen en boetes voor het inhuren van schijnzelfstandigen het voortbestaan van de organisatie kunnen bedreigen. Tegelijk kan SWZ naar eigen zeggen niet stoppen met de inzet van zzp’ers. Door openstaande vacatures en een hoog ziekteverzuim zijn er onvoldoende vaste medewerkers om alle noodzakelijke zorg te leveren.
SWZ ondersteunt ongeveer 1.500 mensen met een lichamelijke of meervoudige beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Ongeveer 400 cliënten wonen bij de organisatie. Veel van hen hebben dagelijks intensieve begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleegkundige zorg nodig.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Bestuurder Jody Cath zegt tegen Nieuwsuur dat de organisatie moet kiezen tussen twee risico’s. Zonder zzp’ers ontstaan gaten in de roosters en komt de dagelijkse zorg onder druk te staan. Met zzp’ers loopt SWZ het risico dat de Belastingdienst de arbeidsrelatie achteraf als loondienst beoordeelt.
De personeelssituatie bij SWZ is fors. De organisatie heeft 82 fte aan openstaande vacatures op een totale personeelsomvang van 450 fte. Dat betekent dat ruim 18 procent van de benodigde formatie niet via reguliere vacatures kan worden ingevuld.
Daarnaast schommelt het ziekteverzuim rond 11 procent. Ter vergelijking, in de totale sector zorg en welzijn lag het ziekteverzuim in het eerste kwartaal van 2026 op 8,2 procent. Door de combinatie van vacatures en verzuim mist SWZ dagelijks een groot deel van de geplande personele capaciteit.
De organisatie vult momenteel 62 fte in met zzp’ers. Dat is bijna één op de zeven voltijdbanen binnen de totale formatie. Pogingen om deze zelfstandigen over te halen naar een dienstverband leverden volgens het bestuur weinig resultaat op.
SWZ kondigde eerder aan te willen stoppen met zzp-groepsbegeleiders. Dat besluit leidde volgens de organisatie tot meer uitval en vertrek onder vaste medewerkers. Ook namen de klachten over de zorg toe. SWZ besloot daarom toch zelfstandigen te blijven inzetten om de minimale bezetting te kunnen garanderen.
Personeelstekorten hebben direct invloed op het dagelijks leven van cliënten. Wanneer een begeleider zich kort voor een dienst ziekmeldt, kan het gebeuren dat een cliënt pas rond het middaguur uit bed wordt geholpen. Die persoon mist dan het ontbijt en heeft soms al uren wakker in bed gelegen.
Bij mensen met een meervoudige beperking, ernstig verstandelijke beperking of complexe gedragsproblematiek kan een verandering in het dagritme veel onrust veroorzaken. Minder bekende begeleiders, uitgestelde verzorging en wisselende afspraken vergroten het risico op spanning, agressie en incidenten.
Ook vaste medewerkers voelen de gevolgen. Zij moeten vaker extra diensten werken, nieuwe collega’s inwerken en verantwoordelijkheid dragen voor grotere groepen. Dat kan het ziekteverzuim verder verhogen en nieuwe uitstroom veroorzaken.
Dit sluit aan bij het eerdere artikel Onderzoek: langdurige zorg voor mensen met beperking zakt door ondergrens. Daaruit bleek dat cliënten en naasten meer personeelswisselingen, medicatiefouten, incidenten en verlies van eigen regie ervaren.
De Wet DBA is niet nieuw. De grote verandering is dat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer volledig controleert op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium dat jarenlang gold, is beëindigd.
Bij schijnzelfstandigheid werkt iemand op papier als zelfstandig ondernemer, terwijl de samenwerking in de praktijk kenmerken van een arbeidsovereenkomst heeft. De naam van het contract is daarbij niet doorslaggevend. De Belastingdienst kijkt naar de dagelijkse werksituatie.
Belangrijke aandachtspunten zijn onder meer:
Het gebruik van protocollen, cliëntendossiers en kwaliteitseisen betekent niet automatisch dat sprake is van loondienst. Zorgprofessionals moeten zich ook als zelfstandige aan zorgwetten en professionele standaarden houden. De volledige werksituatie bepaalt uiteindelijk hoe de arbeidsrelatie wordt beoordeeld.
Wanneer de Belastingdienst vaststelt dat een zzp’er feitelijk in loondienst werkt, kan de opdrachtgever een correctieverplichting en een naheffingsaanslag voor de loonheffingen krijgen. De Belastingdienst kan daarbij teruggaan tot 1 januari 2025.
In 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd. Een vergrijpboete is wel mogelijk wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Dat kan bijvoorbeeld spelen wanneer een organisatie bewust doorgaat met een constructie waarvan zij weet dat deze niet aan de regels voldoet.
Vanaf 2027 kunnen ook verzuimboetes volgen. Daardoor neemt het financiële risico voor zorgorganisaties verder toe. Een instelling krijgt dus niet automatisch een boete omdat zij zzp’ers inzet. Eerst moet worden vastgesteld dat de arbeidsrelatie feitelijk een dienstverband is. Voor een vergrijpboete moet daarnaast sprake zijn van opzet of grove schuld.
SWZ heeft niet bekendgemaakt hoe hoog een mogelijke naheffing zou zijn. Door de omvang van de zzp-inzet kan het bedrag volgens de organisatie echter in de miljoenen lopen. Het bestuur vreest dat de organisatie zo’n financiële tegenvaller niet kan dragen.
SWZ staat niet alleen. Veertien organisaties uit de gehandicaptenzorg stuurden in oktober 2025 een brandbrief aan de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De organisaties onderschrijven het belang van vaste teams en duurzame arbeidsrelaties. Zij stellen tegelijk dat de tijdelijke inzet van gespecialiseerde zelfstandigen soms noodzakelijk blijft. Dat geldt vooral op locaties waar mensen wonen die levenslang intensieve en complexe zorg nodig hebben.
Volgens de ondertekenaars biedt de huidige uitvoering van de Wet DBA te weinig ruimte voor deze situaties. Zij vrezen dat miljoenenclaims de continuïteit van zorg en de financiële positie van instellingen aantasten.
Een recent AZW-onderzoek naar zzp’ers in zorg en welzijn laat zien dat zelfstandigen vooral worden ingezet voor het oplossen van roosterproblemen en het leveren van specifieke kennis. In de gehandicaptenzorg spelen beide redenen een belangrijke rol. Zzp’ers werken daar relatief vaak als begeleider.
Van alle onderzochte werkgevers meldde 26,2 procent dat de inzet van zzp’ers was afgenomen. Bij 69 procent bleef de inzet gelijk en bij 4,9 procent nam deze toe. Grote organisaties bouwden de inzet duidelijk vaker af. Van de werkgevers met minimaal 50 fte meldde 58,9 procent een afname.
Het onderzoek laat ook zien dat minder zzp-inhuur niet automatisch leidt tot meer vaste medewerkers. Sommige zelfstandigen kiezen voor loondienst, maar anderen verlaten de organisatie of stoppen volledig met werken in de zorg. Vooral autonomie, zeggenschap over werktijden en invloed op de werkdruk zijn belangrijke redenen om zelfstandig te blijven.
Zorgjob.nl schreef eerder dat de langdurige zorg naar schatting ongeveer 5.000 zorgprofessionals verloor tijdens de afbouw van externe inhuur. Bijna 2.000 van hen werkten in de gehandicaptenzorg. Lees hierover meer in BDO: langdurige zorg verliest 5.000 zorgprofessionals in één jaar.
Een grote afhankelijkheid van zelfstandigen heeft ook nadelen. Cliënten met een intensieve ondersteuningsvraag hebben behoefte aan bekende begeleiders, voorspelbare afspraken en medewerkers die kleine veranderingen in gedrag herkennen.
Veel tijdelijke medewerkers kunnen de overdracht, kennisopbouw en samenwerking binnen teams moeilijker maken. Vaste medewerkers moeten vaker nieuwe krachten inwerken. Zelfstandigen nemen daarnaast niet altijd deel aan scholing, teamoverleg en verbetertrajecten.
Te weinig flexibele capaciteit kan echter eveneens schade veroorzaken. Openstaande diensten komen dan bij vaste medewerkers terecht of blijven oningevuld. De keuze gaat daarom niet alleen over vast of flexibel personeel. Organisaties moeten bepalen welke minimale vaste bezetting nodig is en voor welke situaties tijdelijke expertise verantwoord kan worden ingezet.
Het kabinet erkent de personeelsproblemen in de gehandicaptenzorg, maar wil geen sectorbrede uitzondering op de regels maken. Een uitzondering voor de volledige gehandicaptenzorg zou volgens het kabinet juridisch niet houdbaar zijn. Ook bestaan er grote verschillen tussen zorgaanbieders.
De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland vraagt de Belastingdienst en de zorginspectie wel om rekening te houden met de personeelskrapte en de gevolgen voor cliënten. De branchevereniging wil vaste dienstverbanden als basis houden, met gerichte ruimte voor flexibele inzet en specialistische kennis.
De wettelijke onzekerheid is intussen niet volledig opgelost. Het kabinet schrapte in maart 2026 het deel van het wetsvoorstel VBAR dat duidelijker moest maken wanneer iemand werknemer of zelfstandige is. Er wordt gewerkt aan een Zelfstandigenwet. Totdat nieuwe regels gelden, blijven bestaande wetgeving, rechtspraak en de feitelijke werksituatie bepalend.
Voor vaste medewerkers betekent de discussie dat roosters, werkdruk en continuïteit voorlopig onder druk blijven staan. Een snelle zzp-stop kan leiden tot extra diensten en minder beschikbare collega’s. Een grote zzp-inzet kan tegelijk zorgen voor meer wisselingen en extra inwerktijd.
Voor zelfstandige zorgprofessionals blijft werken als zzp’er mogelijk. De opdracht moet wel passen bij zelfstandig ondernemerschap. Een tijdelijke opdracht met een duidelijk resultaat, eigen verantwoordelijkheid en professionele ruimte is beter verdedigbaar dan het langdurig invullen van dezelfde functie als werknemers in loondienst.
De zorgen onder zelfstandigen nemen ondertussen toe. Meer hierover staat in het eerdere artikel Waarom steeds meer zorg-zzp’ers zich zorgen maken, ondanks stijgende inkomsten.
De waarschuwing van SWZ laat zien dat handhaving op schijnzelfstandigheid direct samenhangt met het personeelstekort. De organisatie kan de zzp-inzet niet zonder gevolgen beëindigen, maar loopt bij voortzetting een financieel en juridisch risico.
Een duurzame oplossing vraagt om aantrekkelijkere vaste banen, meer invloed op roosters, minder administratieve druk, regionale flexpools en ruimte voor tijdelijke specialistische opdrachten. Ook moeten zorgorganisaties per opdracht beoordelen of iemand werkelijk als zelfstandige werkt.
Zonder zo’n aanpak blijven zorgorganisaties kiezen tussen onvoldoende personeel en financiële risico’s. De gevolgen komen dan terecht bij cliënten en bij de medewerkers die de openstaande diensten moeten opvangen.
Bron: SWZ/NOS/Nieuwsuur