- 26-06-2026
- BLOG
De kwaliteit van zorg, ondersteuning en leven van mensen met een beperking in de Wlz staat verder onder druk. Dat blijkt uit het nieuwe rapport Door de ondergrens gezakt van Ieder(in). Respondenten melden meer personeelswisselingen, meer incidenten, minder eigen regie en een grotere afhankelijkheid van naasten.
Ieder(in) deed onderzoek onder 525 mensen die zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg, of hun naasten. De uitkomsten laten zien dat de problemen in de langdurige gehandicaptenzorg niet zijn afgenomen sinds het eerdere onderzoek uit 2023. Op meerdere punten is de situatie verslechterd.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Volgens het rapport geeft inmiddels 20 procent van de respondenten de kwaliteit van zorg en ondersteuning een onvoldoende. In 2023 lag dat aandeel nog rond de 11 tot 12 procent. Ook de kwaliteit van leven krijgt vaker een onvoldoende. In 2023 gaf 13 procent daarvoor een onvoldoende, in het nieuwe onderzoek is dat 26 procent.
De kern van het probleem ligt volgens Ieder(in) bij instabiliteit in de zorg. Respondenten noemen veel wisselingen van begeleiders en zorgverleners, onvoldoende ingewerkte medewerkers, gebrek aan kennis van de cliënt en te weinig tijd voor persoonlijke aandacht.
Vaste gezichten blijven juist bepalend voor goede zorg. Mensen die dezelfde begeleiders hebben, ervaren meer rust, veiligheid en vertrouwen. Toch zegt nog 56 procent meestal dezelfde begeleiders of zorgverleners te hebben. In 2023 was dat 64 procent. Een kwart heeft een paar vaste gezichten, maar krijgt ook onbekende medewerkers. Ongeveer 1 op de 10 heeft steeds andere zorgverleners.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat de druk op continuïteit steeds zichtbaarder wordt in de dagelijkse praktijk. Het gaat niet alleen om roosters vullen, maar ook om kennis van de cliënt, signaleren van risico’s, contact opbouwen en afspraken nakomen.
Het rapport laat ook een toename van incidenten zien. De helft van de respondenten zegt geen incident te hebben meegemaakt. De andere helft noemt onder meer agressie van medebewoners, medicatiefouten, ongelukken door onvoldoende toezicht, agressie van personeel en incidenten rond voeding of vervoer.
Van de respondenten die wel een incident meemaakten, zegt 37 procent dat het aantal incidenten in de afgelopen twee jaar is toegenomen. Ieder(in) legt een direct verband met personeelstekorten. Minder vaste krachten, minder ervaring en minder toezicht vergroten volgens het rapport de kans op fouten en escalaties.
Voor zorgteams is dat een belangrijk signaal. De gevolgen van onderbezetting komen niet alleen terecht bij medewerkers, maar ook bij cliënten die afhankelijk zijn van voorspelbare zorg en begeleiding.
Een ander duidelijk patroon is de groeiende rol van familie en andere naasten. 69 procent van de respondenten krijgt hulp van familie. Naasten helpen met ziekenhuisbezoek, vervoer, administratie, uitjes, persoonlijke verzorging, huishoudelijke ondersteuning en soms ook medische zorg.
Volgens Ieder(in) zijn mantelzorgers niet langer alleen aanvullend op professionele zorg. Zij houden de zorg in veel situaties draaiend. Ze regelen, controleren, springen bij en zorgen voor sociaal contact. Dat geldt ook voor mensen die in een instelling wonen.
Dat vergroot de druk op ouders, partners en andere familieleden. Respondenten maken zich zorgen over de vraag wat er gebeurt als naasten ouder worden, ziek worden of wegvallen. Vooral mensen met een complexe zorgvraag en weinig netwerk lopen daardoor extra risico.
De kwaliteit van leven staat volgens het rapport onder druk door een combinatie van factoren. Mensen hebben minder ruimte voor activiteiten, minder sociale contacten en minder eigen regie. De zorg blijft vaak beperkt tot wat strikt nodig is, zoals wassen, eten, medicatie en toezicht.
Ruim de helft van de respondenten is nog positief over hoe vaak zij leuke dingen kunnen doen. Maar dat aandeel is gedaald ten opzichte van 2023. Tegelijk is 27 procent ontevreden of zeer ontevreden over de mogelijkheid om activiteiten te doen, zoals wandelen, boodschappen doen, een spelletje spelen of deelnemen aan dagbesteding.
Vooral in instellingen lijkt weinig ruimte voor activiteiten onder begeleiding. Respondenten geven aan dat personeel daar vaak geen tijd voor heeft. Daardoor brengen mensen meer tijd alleen door. Het rapport noemt eenzaamheid dan ook een structureel probleem, ook op plekken waar veel zorg aanwezig is.
Eigen regie is een terugkerend knelpunt. Veel respondenten ervaren dat afspraken niet worden nagekomen of dat keuzes vooral worden bepaald door roosters, regels en beschikbare capaciteit. Daardoor verschuift de regie in de praktijk naar de organisatie of het systeem.
Mensen met een persoonsgebonden budget en mensen in kleinschalige woonvormen zijn vaker positief. Zij ervaren meer invloed op wie zorg verleent, wanneer zorg plaatsvindt en hoe ondersteuning wordt ingericht. Ook noemen zij vaker vaste teams, korte lijnen en persoonlijke aandacht.
Daar staat tegenover dat een pgb veel vraagt van mensen en hun naasten. Het organiseren van zorg, het bijhouden van administratie en de onzekerheid over budgetten zorgen voor stress. Ieder(in) waarschuwt dat pgb en kleinschalige zorg niet alleen mogen blijven werken dankzij de inzet van familie.
| Onderwerp | Uitkomst |
|---|---|
| Aantal respondenten | 525 |
| Vragenlijst ingevuld door naaste | 64 procent |
| Vragenlijst zelf ingevuld | 36 procent |
| Onvoldoende voor zorg en ondersteuning | 20 procent |
| Gemiddeld cijfer zorg en ondersteuning | 7,1 |
| Onvoldoende voor kwaliteit van leven | 26 procent |
| Gemiddeld cijfer kwaliteit van leven | 6,7 |
| Familie betrokken bij informele zorg | 69 procent |
| Meestal vaste begeleiders of zorgverleners | 56 procent |
| Incidenten volgens betrokkenen toegenomen | 37 procent van de groep met incidentervaring |
Ieder(in) doet acht aanbevelingen. De organisatie wil dat de minister en uitvoerende partijen erkennen dat de ondergrens in de langdurige zorg is overschreden. Verder pleit Ieder(in) voor meer vaste zorgverleners, lagere werkdruk, meer passende plekken voor zware VG indicaties, minder bureaucratie en meer ruimte voor eigen regie.
Ook vraagt de organisatie om sociale contacten en activiteiten serieuzer te nemen als onderdeel van kwaliteit van leven. Professionele zorg moet volgens Ieder(in) weer het vangnet vormen, in plaats van dat mantelzorgers die rol structureel moeten overnemen.
Het rapport maakt duidelijk dat de langdurige zorg niet alleen kampt met capaciteitsproblemen, maar ook met kwaliteitsverlies. Voor cliënten betekent dat minder veiligheid, minder regie en minder sociaal leven. Voor zorgprofessionals betekent het dat werken aan continuïteit, deskundigheid en aandacht steeds belangrijker wordt.
Bron: ierder(in)