Werknemers in de eerstelijnsfysiotherapie krijgen uitzicht op gezamenlijke afspraken over hun salaris, scholing en arbeidsvoorwaarden. CNV, FBZ en Fysiovakbond FDV hebben op 3 november 2026 met de Werkgeversvereniging Fysiotherapie een onderhandelingsresultaat bereikt voor een basis-cao. Daarin staan onder meer twee loonstijgingen in 2027, een overgang naar vaste salarissen en vergoeding van verplichte scholing en registratiekosten. De achterbannen moeten nog met het resultaat instemmen.

Het resultaat moet een einde maken aan een periode van 23 jaar zonder sectorale cao. De beoogde looptijd is van 1 januari tot en met 31 december 2027. Voor zorgprofessionals in een fysiotherapiepraktijk kan daarmee meer duidelijkheid ontstaan over de ondergrens van hun arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd blijft er werk liggen: een volledig salarisgebouw en een volwaardige gezamenlijke pensioenregeling zijn nog geen onderdeel van deze basis-cao.

Twee loonstijgingen voor werknemers met een vast salaris

Voor werknemers met een vast salaris zijn twee verhogingen afgesproken. Per 1 januari 2027 gaat het salaris met 2,5 procent omhoog. Op 1 september 2027 volgt een tweede verhoging van 1 procent.

De loonafspraken hebben daarmee betrekking op twee verschillende momenten in het jaar. Wie wil beoordelen wat het resultaat voor het eigen inkomen betekent, moet ook kijken naar de huidige beloningsafspraken en de afgesproken arbeidsduur. Voor medewerkers met een variabele beloning bevat het resultaat namelijk een afzonderlijke verandering: de overstap naar een vast salaris.

Variabele beloning maakt plaats voor een vast salaris

Een belangrijke afspraak is het afschaffen van het variabele salaris. Werknemers krijgen een vast salaris en een vaste arbeidsomvang. Het salaris mag daarbij niet afhankelijk zijn van de omzet, het aantal declarabele uren of het aantal behandelingen.

Voor een fysiotherapeut die nu op basis van een omzetpercentage wordt betaald, kan dat een wezenlijke verandering betekenen. Het afgesproken inkomen wordt dan losgekoppeld van het aantal behandelingen dat wordt gedeclareerd. Dat kan meer voorspelbaarheid geven bij het plannen van vaste lasten en het vergelijken van arbeidsvoorwaarden.

Werkgever en werknemer krijgen volgens FBZ zes maanden om de overgang naar een vast salaris te regelen. Hoe het huidige variabele loon wordt vertaald naar een vast bedrag, is daardoor een belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking. De nieuwsberichten geven nog geen uitgewerkte omrekenmethode.

Functiewaardering en loonondergrenzen als eerste basis

Voor de cao zijn functies beschreven, gewaardeerd en ingedeeld in functiegroepen. Aan die groepen worden loonondergrenzen gekoppeld. Daarmee ontstaat een gezamenlijke basis om te bepalen welk minimaal salaris bij een functie hoort.

Dat is nog niet hetzelfde als een volledig salarisgebouw met uitgewerkte salarisschalen en doorgroeistappen. Volgens CNV moet de functiewaardering juist het fundament vormen om daar in een volgende cao naartoe te werken. De bekendgemaakte berichten noemen nog geen concrete loonondergrenzen per functiegroep.

Voor medewerkers wordt het daarom relevant om straks te kunnen nagaan welke functiebeschrijving bij hun werkzaamheden past, in welke groep zij worden ingedeeld en welke beloning daarbij hoort. Alleen naar de functietitel kijken geeft daarvoor nog geen volledig beeld.

Verplichte scholing wordt vergoed in tijd en geld

Verplichte scholing die in opdracht van de werkgever wordt gevolgd, wordt volgens de afspraken volledig vergoed, zowel in tijd als in kosten. FBZ noemt daarbij ook scholing voor kwaliteitsregistratie. Daarnaast komen de kosten voor BIG- en kwaliteitsregistraties voor vergoeding in aanmerking.

Voor zorgprofessionals raakt dit direct aan het onderhouden van hun deskundigheid. Bij het beoordelen van een scholingsafspraak gaat het immers zowel om de cursusprijs als om de uren die nodig zijn om de scholing te volgen. De precieze voorwaarden moeten straks uit de cao-tekst blijken; de aankondiging betekent niet dat iedere zelfgekozen opleiding automatisch onder de vergoeding valt.

De afspraak over registratiekosten is extra actueel. Zorgjob berichtte eerder dat BIG-registratie en herregistratie vanaf 2027 ruim 46 procent duurder worden. Duidelijkheid over wie deze beroepskosten betaalt, wordt daarmee nog relevanter.

Gunstigere bestaande afspraken blijven behouden

De beoogde cao krijgt een minimumkarakter. Dat betekent dat werkgevers gunstiger afspraken met werknemers mogen maken. Bestaande arbeidsvoorwaarden blijven volgens FBZ van kracht, behalve wanneer ze minder gunstig zijn dan het afgesproken cao-minimum.

De cao vormt daarmee een ondergrens voor de arbeidsvoorwaarden. Wie al betere afspraken heeft, hoeft die volgens dit uitgangspunt niet in te leveren. Bij de invoering is het daarom zinvol om de bestaande arbeidsovereenkomst en aanvullende afspraken naast de definitieve cao te leggen.

Naast loon en scholing bevat het resultaat afspraken over vakantiedagen, veilige werkomstandigheden en professionele autonomie. De persberichten werken die onderdelen nog niet inhoudelijk uit. Concrete aantallen vakantiedagen of nieuwe procedures kunnen daaruit dus nog niet worden afgeleid.

Pensioenregeling blijft een volgende opgave

Een volwaardige pensioenregeling voor alle medewerkers is nog niet geregeld in dit resultaat. Partijen spreken de ambitie uit om die per 1 januari 2029 te realiseren. Dat is een doel voor het vervolgtraject, geen pensioenafspraak die door dit onderhandelingsresultaat al volledig is uitgewerkt.

CNV benadrukt dat de basis-cao een begin is van verdere verbetering. De bond verbindt betere arbeidsvoorwaarden aan het behouden van fysiotherapeuten voor de sector. Ook de ontwikkeling van de behandeltarieven blijft volgens CNV van belang.

Die financiële context speelde eerder al een rol in het nieuws. Zorgjob schreef over de terughoudende kabinetsreactie op extra financiering en vergoeding van fysiotherapie. De nieuwe arbeidsvoorwaardenafspraken en de discussie over de bekostiging van de zorg hebben ieder hun eigen vervolg nodig.

Eerst stemmen, daarna verdere invoering

Het bereikte resultaat wordt voorgelegd aan de leden van de betrokken vakbonden en werkgeversvereniging. Er ligt op 3 november dus een onderhandelingsresultaat; de goedkeuring door de achterbannen moet nog volgen.

Vervolgens willen partijen de cao algemeen verbindend laten verklaren. Daarmee kunnen cao-bepalingen ook gaan gelden voor werkgevers die niet bij de betrokken werkgeversvereniging zijn aangesloten, voor zover zij onder de werkingssfeer vallen. Die verklaring is nog geen voldongen feit.

Voor individuele zorgprofessionals zijn daarom de definitieve cao-tekst, de ingangsafspraken en de werkingssfeer van belang. Werken als fysiotherapeut betekent op zichzelf niet dat iedere cao voor de eerstelijnsfysiotherapie automatisch op het dienstverband van toepassing is.

Wat kun je als medewerker alvast nagaan?

Wie in een eerstelijnsfysiotherapiepraktijk werkt, kan de volgende onderwerpen alvast op een rij zetten voor het gesprek over de toekomstige afspraken:

  • Beloning: ontvang je een vast salaris of een bedrag dat afhankelijk is van omzet of behandelingen?
  • Arbeidsduur: welke omvang van het dienstverband is schriftelijk afgesproken?
  • Scholing en registratie: welke kosten betaal je nu zelf en hoe wordt scholingstijd verwerkt?
  • Gunstigere afspraken: welke aanvullende arbeidsvoorwaarden zijn al vastgelegd?
  • Functie-indeling: welke taken en verantwoordelijkheden moeten herkenbaar terugkomen in de toekomstige functiebeschrijving?

Bij de ledenraadpleging en publicatie van de cao-tekst moet duidelijk worden hoe deze afspraken precies worden toegepast en welke vervolgstappen nodig zijn voor de invoering in de praktijk.

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf dan in voor onze gratis nieuwsbrief.