- 17-07-2026
- NIEUWS
Het tekort aan neurologen groeit en is inmiddels in een groot deel van Nederland merkbaar. Ziekenhuizen krijgen meer patiënten met neurologische aandoeningen, terwijl het aantal beschikbare neurologen achterblijft. De Nederlandse Vereniging voor Neurologie waarschuwt dat hierdoor niet alleen de planbare zorg, maar ook de organisatie van de acute neurologische zorg onder druk komt te staan.
Neurologen behandelen aandoeningen van de hersenen, het ruggenmerg, de zenuwen en de spieren. Het gaat onder meer om beroertes, epilepsie, multiple sclerose, migraine, dementie, de ziekte van Parkinson en spierziekten. Door de vergrijzing groeit het aantal patiënten met deze aandoeningen. Tegelijkertijd zorgen nieuwe diagnostische mogelijkheden en behandelingen ervoor dat patiënten vaker en langer onder controle blijven bij een neuroloog.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Volgens de beroepsvereniging is er daardoor meer neurologische capaciteit nodig dan ziekenhuizen momenteel kunnen leveren. Vacatures blijven langer openstaan en bestaande vakgroepen moeten met minder mensen een groeiende hoeveelheid zorg organiseren.
De gevolgen zijn het duidelijkst zichtbaar op de poliklinieken. Patiënten moeten langer wachten op een eerste afspraak, aanvullend onderzoek of een vervolgconsult. Op sommige plaatsen wordt minder urgente neurologische zorg tijdelijk beperkt of naar een ander ziekenhuis verplaatst.
Een duidelijk voorbeeld is het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda. Daar stonden begin 2026 ongeveer 1.200 patiënten op de wachtlijst voor een eerste afspraak bij neurologie. De wachttijd kon oplopen tot anderhalf jaar. Het ziekenhuis besloot daarom tijdelijk geen nieuwe patiënten met niet-acute klachten aan te nemen.
Op dat moment werkten er zes neurologen in het ziekenhuis, samen goed voor ongeveer drie voltijdsfuncties. Personeelswisselingen en een stijging van het aantal verwijzingen hadden de beschikbare capaciteit verder verkleind. Patiënten met spoedeisende klachten, zoals een herseninfarct, konden nog wel terecht.
Het probleem beperkt zich niet meer tot het noorden, Zeeland en andere gebieden buiten de Randstad. Ook ziekenhuizen in het midden van het land melden langere wachttijden. Daarmee ontwikkelt het tekort zich van een regionaal probleem tot een landelijke uitdaging.
Een belangrijke oorzaak is de veroudering van de bevolking. Op hogere leeftijd neemt de kans toe op een herseninfarct, hersenbloeding, dementie en de ziekte van Parkinson. Ook komen combinaties van neurologische, cardiovasculaire en andere chronische aandoeningen vaker voor.
Deze patiënten hebben vaak complexe zorg nodig. Naast de neuroloog zijn bijvoorbeeld klinisch geriaters, revalidatieartsen, specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en casemanagers betrokken. De afstemming tussen deze professionals kost tijd en maakt de zorg organisatorisch zwaarder.
Ook leven patiënten langer met neurologische aandoeningen. Door betere behandeling neemt de overleving toe, maar blijft vaak langdurige controle nodig. Hierdoor groeit niet alleen het aantal nieuwe patiënten, maar ook het aantal mensen dat al bij een neurologieafdeling onder behandeling is.
Medische vooruitgang verlaagt de druk niet automatisch. Nieuwe behandelingen kunnen juist extra patiëntenstromen veroorzaken. Patiënten die vroeger weinig behandelmogelijkheden hadden, komen nu wel in aanmerking voor onderzoek, medicatie of een ingreep.
Bij een acuut herseninfarct kunnen ziekenhuizen meer patiënten behandelen met stolseloplossende medicatie of een ingreep waarbij het stolsel uit een bloedvat wordt verwijderd. Deze zorg moet dag en nacht beschikbaar zijn en vraagt om snelle beoordeling door een neuroloog, goede beeldvorming en regionale afspraken tussen ambulancediensten en ziekenhuizen.
Ook bij chronische aandoeningen zijn de mogelijkheden uitgebreid. Voor multiple sclerose zijn meer ziekteremmende geneesmiddelen beschikbaar. Voor migraine zijn nieuwe preventieve behandelingen ontwikkeld. Zulke therapieën vragen om indicatiestelling, controles, evaluatie van het effect en bewaking van mogelijke bijwerkingen.
De vooruitgang is gunstig voor patiënten, maar vergroot het aantal medische handelingen en contactmomenten. Een nieuwe behandeling kan daardoor extra capaciteit vragen van neurologen, verpleegkundigen, apotheken, laboratoria en diagnostische afdelingen.
Ziekenhuizen proberen de acute neurologische zorg zo lang mogelijk overeind te houden. Neurologen nemen hiervoor diensten van collega’s over of werken samen met omliggende ziekenhuizen. Dat heeft gevolgen voor de dienstbelasting en voor de hoeveelheid tijd die overblijft voor poliklinische zorg.
Wanneer een ziekenhuis onvoldoende neurologen beschikbaar heeft, kan het nodig zijn om patiënten naar een andere locatie te sturen. Vooral in dunbevolkte gebieden kunnen de reistijden hierdoor toenemen. Dat is ongunstig bij aandoeningen waarbij iedere minuut telt, zoals een herseninfarct of een ernstige epileptische aanval.
De hoge dienstbelasting kan het personeelstekort verder versterken. Neurologen kunnen minder gaan werken, eerder stoppen of kiezen voor een instelling met minder avond-, nacht- en weekenddiensten. Kleinere vakgroepen zijn extra kwetsbaar, omdat ziekte, zwangerschap of vertrek van één collega direct grote gevolgen heeft voor het rooster.
Het Capaciteitsorgaan rekende in 2025 met ongeveer 1.065 werkzame neurologen in Nederland. Neurologie behoort samen met de spoedeisende geneeskunde tot de medisch specialismen met de grootste tekorten. Daarom is geadviseerd om het aantal opleidingsplaatsen te verhogen.
In 2026 waren er 49 plaatsen voor de opleiding tot neuroloog. Voor 2027 is een instroom van 60 artsen geadviseerd. Dat is een duidelijke stijging, maar het effect is niet snel zichtbaar. De medische vervolgopleiding tot neuroloog duurt zes jaar. Artsen die in 2027 beginnen, kunnen daarom op zijn vroegst rond 2033 als neuroloog aan de slag.
Intussen bereikt een deel van de huidige neurologen de pensioengerechtigde leeftijd. De uitstroom bestaat bovendien relatief vaak uit artsen die voltijds of bijna voltijds werken. Nieuwe generaties specialisten kiezen vaker voor een kleiner contract, onder meer vanwege de hoge werkdruk en de behoefte aan een betere balans tussen werk en privé.
Het aantal neurologen kan daardoor in personen toenemen, terwijl de beschikbare capaciteit in voltijdsfuncties minder snel groeit.
Meer neurologen opleiden is volgens de beroepsvereniging niet voldoende. Ziekenhuizen moeten ook anders bepalen welke zorg door een neuroloog moet worden uitgevoerd en welke taken andere professionals kunnen overnemen.
Verpleegkundig specialisten en physician assistants kunnen bijvoorbeeld een rol spelen bij controles, voorlichting, medicatiebegeleiding en de langdurige follow-up van stabiele patiënten. Gespecialiseerde verpleegkundigen zijn al actief binnen onder meer de zorg voor patiënten met Parkinson, epilepsie, multiple sclerose, hoofdpijn en een beroerte.
Ook kan een deel van de controlezorg mogelijk dichter bij huis plaatsvinden. Een patiënt die al langere tijd stabiel is, hoeft niet altijd jaarlijks door een neuroloog te worden gezien. Onder duidelijke voorwaarden kan de huisarts of een andere zorgprofessional een deel van de controles uitvoeren. De neuroloog blijft dan beschikbaar voor overleg en voor patiënten bij wie de klachten veranderen.
Taakverschuiving werkt alleen wanneer verantwoordelijkheden, financiering en informatie-uitwisseling goed zijn geregeld. Het verplaatsen van een taak zonder extra capaciteit in de eerste lijn kan de druk slechts naar een andere zorgsector verschuiven.
Ziekenhuizen zullen vaker regionaal moeten afspreken waar verschillende vormen van neurologische zorg worden aangeboden. Niet iedere locatie hoeft alle gespecialiseerde behandelingen zelfstandig te organiseren, maar basiszorg en spoedzorg moeten wel bereikbaar blijven.
Regionale samenwerking kan bestaan uit gezamenlijke dienstroosters, digitale consultatie, uitwisseling van personeel en afspraken over verwijzingen. Ook kan een neuroloog op afstand meekijken bij onderzoek of triage. Daarmee kan schaarse expertise over meerdere locaties worden verdeeld.
Deze samenwerking vraagt om goede digitale systemen en toegang tot patiëntgegevens. Neurologen moeten snel beelden, onderzoeksuitslagen en eerdere behandelgegevens kunnen beoordelen. Zonder passende informatievoorziening leidt zorg op afstand juist tot extra administratie en dubbel onderzoek.
Het tekort aan neurologen raakt een brede groep zorgprofessionals. Huisartsen kunnen te maken krijgen met patiënten die langer op diagnostiek wachten en in de tussentijd begeleiding nodig hebben. Spoedeisende hulpafdelingen en ambulanceprofessionals moeten vaker overleggen over de juiste behandellocatie.
Verpleegkundigen en medisch ondersteunende professionals krijgen meer taken bij triage, patiëntbegeleiding en controles. Paramedici zien mogelijk meer patiënten met langdurige beperkingen, terwijl een definitieve diagnose of behandelbesluit nog op zich laat wachten.
Voor zorgorganisaties betekent dit dat zij niet alleen naar het aantal neurologen moeten kijken. Ook voldoende verpleegkundige capaciteit, diagnostiek, administratieve ondersteuning en regionale coördinatie zijn nodig. Zonder deze ondersteuning kan een neuroloog minder tijd besteden aan taken waarvoor specialistische kennis noodzakelijk is.
Het tekort kan niet op korte termijn volledig worden opgelost. Meer opleidingsplaatsen zijn nodig, maar leveren pas na jaren extra specialisten op. Tot die tijd moeten ziekenhuizen keuzes maken over controles, verwijzingen, regionale verdeling van zorg en de inzet van andere professionals.
Daarbij moet worden voorkomen dat niet-acute zorg structureel wordt uitgesteld. Een klacht die bij verwijzing niet spoedeisend lijkt, kan wijzen op een aandoening waarbij vroege diagnostiek belangrijk is. Lange wachttijden kunnen bovendien leiden tot onzekerheid, ziekteverzuim en extra contacten met de huisarts of spoedeisende hulp.
De waarschuwing van de neurologen laat daarmee een breder probleem zien. Nieuwe behandelingen maken meer zorg mogelijk, maar voldoende personeel is nodig om die mogelijkheden ook toegankelijk te houden. Zonder aanvullende maatregelen dreigen grotere regionale verschillen, langere wachttijden en een verdere stijging van de werkdruk in ziekenhuizen.
Bron: NVN