- 10-07-2026
- NIEUWS
De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde wordt positief beoordeeld door artsen in opleiding en recent afgestudeerde specialisten. Toch blijven er duidelijke verbeterpunten. Aios willen meer medisch-inhoudelijke verdieping, meer farmacologie en betere begeleiding tijdens de ziekenhuisstage. Ook zorgt personeelstekort tijdens stages voor extra werkdruk.
Dat blijkt uit onderzoek van het Nivel naar de kwaliteit van de opleiding in 2026. Het instituut voerde het onderzoek uit in opdracht van SBOH, de werkgever en financier van aios ouderengeneeskunde. Vergelijkbare onderzoeken vonden plaats in 2012, 2016 en 2021. Hierdoor is zichtbaar hoe de opleiding zich ontwikkelt.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Van de alumni vindt 90 procent dat de opleiding hen goed heeft voorbereid op het werk als specialist ouderengeneeskunde. In 2021 was dat 82 procent. De afgestudeerde specialisten beoordelen ook hun voorbereiding op de verschillende competentiegebieden positief.
Minimaal 86 procent van de alumni voelde zich voldoende voorbereid op ieder onderzocht competentiegebied. De hoogste beoordeling ging naar professionaliteit. Alle ondervraagde alumni vonden dat zij hierop voldoende waren voorbereid. Ook samenwerken, medisch handelen en communicatie scoorden hoog.
De opleiding lijkt daarmee haar belangrijkste doel te bereiken. Dat is van belang, omdat de vraag naar specialisten ouderengeneeskunde groeit. Door de dubbele vergrijzing neemt het aantal kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen toe, zowel in instellingen als thuis. Tegelijkertijd blijft de instroom in de opleiding achter bij de ramingen.
Ondanks het positieve totaaloordeel vindt een groot deel van de deelnemers dat het onderwijs medisch inhoudelijk niet diep genoeg gaat. Van de aios in de eerste helft van de opleiding beoordeelt slechts 25 procent de medische verdieping als voldoende. In de tweede helft is dat 34 procent. Onder alumni ligt dit aandeel rond de 50 procent.
Het Nivel ziet mogelijk een verschil tussen wat aios verwachten en hoe het curriculum is opgebouwd. De medische verdieping komt vooral later in de opleiding aan bod, terwijl aios hier juist in het eerste jaar behoefte aan hebben. Meer duidelijkheid over wanneer onderwerpen worden behandeld, kan een deel van de ontevredenheid verminderen.
Niet alle medische onderwerpen worden negatief beoordeeld. Meer dan 80 procent van de aios en alumni is tevreden over het onderwijs rond probleemgedrag bij ouderen, geriatrisch assessment en casuïstiek in de eerste lijn.
Farmacologie blijft achter. Ongeveer 60 procent vindt het farmacologieonderwijs voldoende. Aios vragen vooral om meer aandacht voor psychofarmaca, polyfarmacie en medicatie bij complexe ouderenzorg. Zij stellen voor om vaker apothekers, geriaters en andere inhoudelijke experts bij het onderwijs te betrekken.
Ook de opzet van het cursorisch onderwijs vraagt aandacht. Alumni geven dit onderwijs gemiddeld een 7,0, maar slechts 42 procent voelt zich tijdens de bijeenkomsten voldoende uitgedaagd. Bijna drie op de tien alumni vinden dat de opleiding hen tijdens deze onderwijsdagen onvoldoende uitdaagt.
Deelnemers noemen dat lessen soms weinig diepgang hebben. Voorbereidingsopdrachten worden tijdens de bijeenkomst geregeld opnieuw behandeld, waardoor goed voorbereide aios weinig nieuwe kennis opdoen. Onderwijs van externe gastdocenten wordt juist positief beoordeeld. Van de alumni zegt 87 procent veel te hebben geleerd van gastdocenten van buiten het opleidingsinstituut.
De ziekenhuisstage is verbeterd ten opzichte van 2021, maar blijft de minst goed beoordeelde stage. Vooral de beschikbare tijd voor begeleiding en feedback schiet tekort.
Van de aios vindt 56 procent dat de stageopleider voldoende tijd heeft voor begeleiding. Slechts 44 procent wordt naar eigen zeggen genoeg geobserveerd. Het aandeel dat voldoende leergesprekken krijgt, blijft steken op 32 procent. Ook weet maar 35 procent vooraf goed wat de ziekenhuisstage inhoudt.
Het Nivel adviseert om vooraf duidelijker te communiceren over de inhoud, leerdoelen en verwachtingen. Daarnaast moeten opleiders meer ruimte krijgen om aios te observeren, feedback te geven en de begeleiding aan te passen aan hun leerbehoefte.
Ook de relatie tussen zorg en kosten krijgt tijdens veel stages te weinig aandacht. Alleen binnen de geriatrische revalidatiezorg wordt dit onderwerp volgens de deelnemers voldoende behandeld. Wanneer bespreking op de stageplek niet mogelijk is, kan het onderwerp meer aandacht krijgen tijdens terugkomdagen.
De hoeveelheid persoonlijke reflectie was in 2021 een belangrijk kritiekpunt. Toen vond 52 procent van zowel de aios als de alumni dat dit onderwerp te veel aandacht kreeg. In 2026 is dat gedaald naar 33 procent.
De waardering voor het reflectieonderwijs zelf is goed. Persoonlijke reflectie wordt regelmatig genoemd als een van de beste onderdelen van de opleiding. Het probleem zit vooral in de frequentie, met name tijdens het eerste jaar. Sommige aios spreken in hun antwoorden over reflectiemoeheid.
Het Nivel adviseert daarom om de werkvorm te behouden, maar kritisch te kijken naar het aantal reflectiemomenten. De tijd die hierdoor vrijkomt, kan worden gebruikt voor medische verdieping en farmacologie.
De aandacht voor management en leiderschap is sterk toegenomen. In het landelijke opleidingsplan dat sinds september 2024 geldt, is een aparte leerlijn leiderschap opgenomen. De eerste ervaringen met deze leerlijn zijn positief.
Toch vindt ongeveer 45 procent van de verder gevorderde aios dat onderwerpen als organisatie en management, personeelsmanagement en het opleiden en superviseren van andere professionals voldoende aan bod komen. Ook het omgaan met een raad van bestuur vraagt meer aandacht.
Aios hebben vooral behoefte aan praktische kennis. Voorbeelden zijn gesprekken met medewerkers, samenwerking met HR, leidinggeven aan teams en contact met bestuurders. Het Nivel noemt praktijkopdrachten en gesprekken met acteurs als mogelijke onderwijsvormen.
Werkdruk komt in het onderzoek naar voren als nieuw aandachtspunt. Van de aios die onder het opleidingsplan uit 2024 vallen, vindt 23 procent de werkdruk te hoog. Onder aios die het eerdere opleidingsplan volgen, is dat 14 procent.
Uit de open antwoorden blijkt dat personeelstekorten en uitval van collega’s een belangrijke oorzaak zijn. Aios krijgen hierdoor extra zorgtaken. Dit gaat ten koste van de voorbereiding op onderwijs, begeleiding en het behalen van persoonlijke leerdoelen. Het Nivel adviseert om de werkdruk in alle fasen van de opleiding te blijven volgen.
Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken over het nieuwe landelijke opleidingsplan. De aios die dit programma volgen, zaten tijdens het onderzoek allemaal in de eerste helft van hun opleiding. Zij hadden verschillende onderdelen nog niet gevolgd en kozen daardoor vaak voor het antwoord dat zij nog geen oordeel konden geven.
De eerste signalen zijn positief over de opbouw van het cursorisch onderwijs. Van de aios binnen het oude programma vindt 45 procent de volgorde logisch. Binnen het nieuwe programma is dat 66 procent. Het volledige effect van de vernieuwde opleiding kan pas bij een volgende evaluatie worden vastgesteld.
Voor het onderzoek benaderde het Nivel 506 aios. Van hen vulden 179 de vragenlijst in, een respons van 35 procent. Daarnaast werden 618 specialisten ouderengeneeskunde benaderd die de opleiding maximaal vijf jaar eerder hadden afgerond. Van deze alumni deden er 99 mee, een respons van 16 procent.
Volgens het Nivel zijn de verbeterpunten uit 2021 zichtbaar opgepakt. De opleiding bereidt de meeste deelnemers goed voor op hun beroep. De volgende stap is vooral gericht op meer medische diepgang, sterker farmacologieonderwijs, betere stagebegeleiding en bescherming van de leertijd bij personeelstekorten.
Bron: Nivel