- 19-08-2026
- NIEUWS
Onderzoekers hebben tien vaste uitkomsten vastgesteld waarmee het welzijn van zorgprofessionals internationaal kan worden onderzocht. De uitkomsten gaan niet alleen over stress en mentale gezondheid. Ook werkplezier, inkomen, professionele groei en de balans tussen werk en privé tellen mee.
De internationale CROWN studie stond onder leiding van onderzoekers van het UMCG, UMC Utrecht, Amsterdam UMC en de Universiteit van Zürich. Een stuurgroep met deskundigen uit verschillende organisaties, waaronder de WHO, begeleidde het onderzoek. De resultaten zijn gepubliceerd in eClinicalMedicine.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Ziekenhuizen, zorgorganisaties en overheden investeren in programma’s die stress moeten verminderen, herstel ondersteunen en werkplezier vergroten. Het is alleen moeilijk om vast te stellen welke aanpak werkt. Onderzoeken gebruiken verschillende definities, vragenlijsten en uitkomsten.
Het ene onderzoek meet burn outklachten, terwijl een ander kijkt naar werkdruk, bevlogenheid of het voornemen om van baan te veranderen. Daardoor kunnen onderzoekers resultaten moeilijk vergelijken of samenvoegen.
Dat probleem is relevant voor de Nederlandse zorg. Het ziekteverzuim ligt hier al langere tijd boven het landelijke gemiddelde. Zorgjob schreef eerder dat het ziekteverzuim de zorg jaarlijks bijna 6 miljard euro kost. In de VVT liep het verzuim in het eerste kwartaal van 2026 op tot 9,9 procent.
De onderzoekers begonnen met ruim 250 mogelijke uitkomsten uit bestaande wetenschappelijke literatuur. Een internationaal panel met deskundigen uit twintig landen beoordeelde deze onderwerpen in drie rondes. Hierbij gebruikten de onderzoekers de Delphi methode, waarbij deelnemers onderwerpen beoordelen en vervolgens opnieuw wegen.
Artsen, verpleegkundigen en paramedische professionals waren bij het proces betrokken. De uiteindelijke standaard is daardoor niet beperkt tot één beroepsgroep, land of zorgstelsel.
Het panel koos de volgende tien uitkomsten, in volgorde van prioriteit.
De lijst laat zien dat welzijn meer omvat dan het voorkomen van burn out of ziekteverzuim. Een medewerker kan weinig stress ervaren, maar tegelijk ontevreden zijn over het inkomen, weinig ontwikkelmogelijkheden zien of geen betekenis meer ervaren in het werk.
De plaats van tevredenheid over het inkomen valt op. Salaris wordt in onderzoeken naar welzijn niet altijd als vaste uitkomst meegenomen. Het internationale panel vindt het onderwerp belangrijk genoeg voor de gezamenlijke standaard.
Autonomie, regelruimte en relaties met collega’s staan niet in de uiteindelijke lijst. Volgens de onderzoekers betekent dit niet dat deze onderwerpen onbelangrijk zijn. Het panel kan ze hebben gezien als omstandigheden die het welzijn beïnvloeden, en niet als uitkomsten waarmee welzijn zelf wordt gemeten.
Dat onderscheid is belangrijk. Meer invloed op roosters kan bijvoorbeeld bijdragen aan een betere balans tussen werk en privé. Goed leiderschap en veilige samenwerking kunnen het werkplezier en de mentale gezondheid verbeteren. De omstandigheden zijn dan de mogelijke oorzaak, terwijl de tien kernuitkomsten laten zien of het welzijn verandert.
Zorgorganisaties kunnen de tien uitkomsten gebruiken als basis voor medewerkeronderzoek, duurzame inzetbaarheid en de evaluatie van personeelsbeleid. Een organisatie die een nieuw rooster, een herstelprogramma of extra ontwikkeltijd invoert, kan vooraf bepalen welke uitkomsten hierdoor moeten verbeteren.
Praktische toepassingen zijn onder meer.
De standaard kan ook helpen bij het behoud van personeel. Ondanks een hoge instroom blijven de tekorten in de Nederlandse zorg groot. Zorgjob beschreef eerder dat een recordinstroom het tekort aan zorgprofessionals niet kan stoppen. Aandacht voor welzijn kan daarom niet los worden gezien van personeelsbehoud en de continuïteit van zorg.
De studie bepaalt welke onderwerpen moeten worden gemeten, maar nog niet met welke vragenlijsten dat moet gebeuren. Ook zijn er nog geen afspraken over de meetfrequentie of de grenswaarden voor een goede of slechte uitkomst.
De volgende stap is daarom een gezamenlijke meetset. Daarin moeten onderzoekers vastleggen welk meetinstrument bij iedere uitkomst past en wanneer een meting moet plaatsvinden.
De uitkomsten zeggen bovendien niet welke interventie het beste werkt. Het gaat om internationale consensus over wat gemeten moet worden. Vervolgonderzoek moet aantonen welke veranderingen in roosters, bezetting, leiderschap, beloning en ondersteuning het welzijn daadwerkelijk verbeteren.
Voor zorgprofessionals maakt de standaard zichtbaar dat welzijn niet alleen een persoonlijke verantwoordelijkheid is. Werkcultuur, inkomen, ontwikkelmogelijkheden en de inrichting van het werk hangen sterk samen met keuzes van werkgevers en beleidsmakers.
Voor zorgorganisaties ligt de waarde vooral in een bredere en beter vergelijkbare aanpak. Niet alleen vragen of medewerkers stress ervaren, maar ook of zij hun werk betekenisvol vinden, zich kunnen ontwikkelen en voldoende ruimte overhouden voor hun privéleven.
Bron: The Lancet