- 17-08-2026
- NIEUWS
Mensen met een beperking of chronische ziekte kunnen door voorgenomen beleidsmaatregelen tientallen tot honderden euro’s per maand extra kwijt zijn. Het Nibud berekende voor acht voorbeeldhuishoudens een nadeel van 47 tot 384 euro per maand. Deze bedragen komen boven op de meerkosten die deze huishoudens nu al hebben.
Het Nibud onderzocht de gevolgen van maatregelen uit het coalitieakkoord 2026 tot 2030 en plannen uit de vorige kabinetsperiode. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Ieder(in), in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland en MantelzorgNL.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De onderzoekers keken onder meer naar het eigen risico, de eigen bijdrage voor wijkverpleging, huishoudelijke hulp, de aftrek van zorgkosten, de Wmo en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Vooral de combinatie van maatregelen pakt zwaar uit.
Het Nibud rekende de gevolgen door voor acht huishoudens. Het kleinste berekende nadeel bedraagt 47 euro per maand. Het grootste nadeel komt uit op 384 euro per maand wanneer een huishouden zowel een hogere Wmo-bijdrage als een eigen bijdrage voor wijkverpleging moet betalen.
Bij deze berekeningen zijn verschillende kosten nog niet meegenomen. Het financiële nadeel van geneesmiddelen die mogelijk uit het basispakket verdwijnen, is bijvoorbeeld nog onbekend. Ook de invloed van een hoger verzamelinkomen op toeslagen en eigen bijdragen is niet volledig verwerkt.
| Voorbeeldhuishouden | Bestaande meerkosten per maand | Effect maatregelen per maand | Totaal per maand |
|---|---|---|---|
| Alleenstaande met motorische beperking en bijstandsuitkering | € 241 | € 160 | € 401 |
| Alleenstaande met motorische beperking en minimumloon | € 247 | € 180 | € 427 |
| Stel, één persoon met spierziekte | € 426 | € 299 | € 725 |
| Stel met twee kinderen, één persoon met spierziekte | € 426 | € 299 | € 725 |
| Alleenstaande met zintuiglijke beperking en Wajong | € 99 | € 153 | € 252 |
| Alleenstaande met verstandelijke beperking | € 89 | € 140 | € 229 |
| Gezin met kind met beperking, regulier onderwijs | € 680 | € 47 | € 727 |
| Gezin met kind met beperking, geen onderwijs | € 1.006 | € 82 | € 1.088 |
Mensen met een beperking of chronische ziekte betalen nu al meer voor energie, vervoer, voeding, hulpmiddelen, persoonlijke verzorging, wonen en ondersteuning. Volgens het Nibud lopen deze bestaande meerkosten bij de onderzochte huishoudens uiteen van 89 tot 1.006 euro per maand.
Een alleenstaande met een motorische beperking en een bijstandsuitkering heeft bijvoorbeeld 241 euro per maand aan bestaande meerkosten. Door de beleidsmaatregelen kan daar 160 euro bijkomen. Het totale verschil met een vergelijkbaar huishouden zonder beperking loopt dan op tot 401 euro per maand.
Bij een gezin met een kind met een beperking dat geen onderwijs volgt, bedragen de bestaande meerkosten al 1.006 euro per maand. Na verwerking van de doorgerekende maatregelen stijgt dat naar 1.088 euro. Gemiste inkomsten doordat een ouder minder kan werken, zijn hierin niet opgenomen.
Het kabinet wil een eigen bijdrage invoeren voor wijkverpleging. Daaronder vallen onder meer wondzorg, hulp bij medicatie, persoonlijke verzorging en het coördineren van zorg thuis. Deze zorg wordt nu vanuit de basisverzekering vergoed zonder eigen bijdrage.
De precieze regeling is nog niet uitgewerkt. Het Nibud rekent met een mogelijke bijdrage van gemiddeld 5 euro per uur. Bij vier uur wijkverpleging per week komt dat neer op ruim 85 euro per maand.
Voor mensen die veel zorg nodig hebben, kunnen de bedragen veel hoger worden. Bij 35 uur wijkverpleging per week zou een bijdrage van 5 euro per uur uitkomen op bijna 760 euro per maand. Het is nog niet bekend of er een maximum komt en of de bijdrage afhankelijk wordt van het inkomen.
Ook is onzeker of mensen tegelijk een eigen bijdrage voor wijkverpleging en voor Wmo-ondersteuning moeten betalen. Zonder goede regeling tegen de stapeling van bijdragen kunnen huishoudens dubbel worden geraakt.
Een andere maatregel is het schrappen van huishoudelijke hulp uit de Wmo. Mensen betalen hiervoor nu een vast abonnementstarief van 21,80 euro per maand. Als huishoudelijke hulp niet langer via de Wmo beschikbaar is, moeten mensen deze ondersteuning zelf regelen en betalen.
Twee uur particuliere huishoudelijke hulp per week kost bij een laag tarief van 17,50 euro per uur ongeveer 150 euro per maand. Na aftrek van het huidige abonnementstarief betekent dat volgens de berekening ongeveer 130 euro aan extra maandlasten.
Bij uurtarieven van 20 tot 25 euro lopen de totale kosten op tot ongeveer 170 tot 215 euro per maand. Het kabinet wil een gemeentelijk vangnet invoeren voor huishoudens die deze kosten niet kunnen betalen. De voorwaarden en omvang van dat vangnet zijn nog onbekend.
Als mensen de hulp niet kunnen inkopen, komt een groter deel van het huishouden waarschijnlijk bij partners, kinderen en andere naasten terecht. Dat vergroot de belasting van mantelzorgers. Zorgjob schreef eerder dat naasten nu al een steeds groter deel van de langdurige zorg opvangen.
De aftrek voor specifieke zorgkosten moet per 2028 verdwijnen. Mensen kunnen nu bepaalde uitgaven vanwege ziekte of een beperking aftrekken van hun belastbare inkomen. Door de afschaffing betalen zij niet alleen meer belasting. Hun verzamelinkomen wordt ook hoger.
Een hoger verzamelinkomen kan leiden tot minder huurtoeslag en hogere eigen bijdragen voor de Wmo en Wlz. Daardoor veroorzaakt één maatregel meerdere financiële nadelen.
Bij een inkomen rond het minimumloon en 1.000 euro aan specifieke zorgkosten berekent het Nibud een totaal nadeel van ongeveer 55 euro per maand. Dit bestaat uit 27 euro extra belasting, 20 euro minder huurtoeslag en 8 euro extra Wmo-bijdrage.
Bij 3.000 euro aan specifieke zorgkosten kan het nadeel bij een minimumloon oplopen tot 224 euro per maand. Bij een modaal inkomen komt het berekende effect uit op 110 euro per maand.
Voor mensen met Wlz-zorg kan de afschaffing eveneens leiden tot hogere eigen bijdragen. Eerder onderzoek schatte dat ongeveer 80.000 mensen hierdoor gemiddeld 500 euro per jaar extra aan Wlz-bijdragen kunnen gaan betalen.
Het verplichte eigen risico moet in 2027 stijgen van 385 naar 455 euro. Daarna groeit het mee met de zorguitgaven. Het Nibud verwacht dat het eigen risico in 2030 ongeveer 505 euro bedraagt.
Voor iemand die het volledige eigen risico gebruikt, betekent dit in 2027 een stijging van 70 euro per jaar. In 2030 is het verschil met het huidige bedrag naar verwachting 120 euro per jaar, oftewel 10 euro per maand.
Het kabinet wil tegelijk het maximale bedrag per behandeling verlagen. Mensen met een chronische ziekte hebben daar volgens het Nibud vaak weinig voordeel van. Zij gebruiken meerdere vormen van zorg en maken het eigen risico meestal al volledig op aan medicijnen, hulpmiddelen, onderzoeken en behandelingen.
Het kabinet wil ook kritisch kijken naar geneesmiddelen die buiten het ziekenhuis worden gebruikt. Bepaalde maagzuurremmers, kunsttranen, allergiemiddelen en middelen tegen obstipatie kunnen mogelijk uit het basispakket verdwijnen.
Voor sommige mensen lijken dit kleine uitgaven. Voor patiënten die deze middelen dagelijks en langdurig nodig hebben, kunnen de kosten oplopen. Het Nibud kon deze maatregel niet doorrekenen, omdat nog niet vaststaat welke geneesmiddelen worden geschrapt.
Dit betekent dat de bedragen uit het rapport waarschijnlijk geen volledig beeld geven van de toekomstige lasten.
Het kabinet wil de IVA-uitkering vanaf 2030 afschaffen voor nieuwe aanvragers. De IVA is bedoeld voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Zij ontvangen nu 75 procent van hun laatstverdiende loon.
Nieuwe aanvragers zouden na afschaffing maximaal 70 procent ontvangen. Bij een inkomen van 120 procent van het minimumloon berekent het Nibud een daling van 149 euro bruto per maand. Bij een modaal inkomen bedraagt het verschil 200 euro bruto per maand.
Bij hogere inkomens kan het nadeel verder oplopen, vooral door de combinatie met de geplande verlaging van het maximumdagloon. Bij anderhalf keer modaal berekent het Nibud een verschil van 794 euro bruto per maand. Bij twee keer modaal gaat het om 1.257 euro bruto per maand.
De jaarlijkse Tegemoetkoming arbeidsongeschikten moet in 2027 verdwijnen. Mensen met een WIA, WAO, WAZ of Wajong ontvangen deze bijdrage als compensatie voor extra kosten door ziekte of arbeidsongeschiktheid.
De tegemoetkoming bedroeg in 2025 219,90 euro per jaar. De afschaffing betekent een verlies van ongeveer 18 euro per maand. Voor huishoudens met weinig financiële ruimte kan ook dit bedrag merkbaar zijn.
Het vaste abonnementstarief voor de Wmo wordt volgens de plannen per 2028 vervangen door een inkomensafhankelijke en vermogensafhankelijke bijdrage. Boven een bepaald inkomen kan de bijdrage oplopen tot maximaal 328 euro per maand, gebaseerd op het prijspeil van 2025.
Voor een alleenstaande met een minimumloon berekent het Nibud een stijging van ongeveer 7 euro per maand. Bij een stel met een minimumloon en een arbeidsongeschiktheidsuitkering kan de stijging ongeveer 116 euro per maand bedragen.
De bijdrage wordt berekend op basis van inkomen en vermogen van twee jaar eerder. Hierdoor kan de bijdrage achterlopen op de actuele financiële situatie. Iemand die recent minder is gaan verdienen, kan tijdelijk toch een hoge bijdrage krijgen.
Het vorige kabinet stelde voor om vanaf 2028 een eigen bijdrage voor jeugdzorg in te voeren. De regeling is nog niet uitgewerkt. Een eerder genoemd model ging uit van een inkomensafhankelijke bijdrage met een maximum van 1.500 euro per huishouden per jaar.
Een eigen bijdrage kan ook gezinnen raken die jeugdhulp gebruiken vanwege autisme, een verstandelijke beperking of intensieve begeleidingsvragen. Daarnaast kan een bijdrage voor respijtzorg de toegang tot tijdelijke ontlasting voor mantelzorgers beperken.
De eventuele jeugdzorgbijdrage is niet opgenomen in de berekende bedragen. De werkelijke gevolgen voor gezinnen kunnen daardoor hoger uitvallen.
Ieder(in) en Patiëntenfederatie Nederland waarschuwen dat hogere kosten kunnen leiden tot het uitstellen of mijden van zorg. Mensen kunnen noodzakelijke medicijnen minder vaak gebruiken, afspraken afzeggen of stoppen met ondersteuning die zij niet meer kunnen betalen.
Voor zorgprofessionals kunnen de financiële gevolgen zichtbaar worden in de dagelijkse praktijk:
Zorgprofessionals kunnen financiële problemen eerder signaleren door kosten standaard bespreekbaar te maken. Een cliënt die afspraken mist of zorg weigert, heeft niet altijd minder behoefte aan hulp. De kosten kunnen de reden zijn.
Het Nibud benadrukt dat veel maatregelen nog niet definitief zijn uitgewerkt. De berekeningen zijn daarom schattingen. De acht huishoudens geven voorbeelden, maar vertegenwoordigen niet alle mensen met een chronische ziekte of beperking.
Gemeentelijke compensatie is niet meegenomen. Ook de kosten van geschrapte geneesmiddelen, de volledige doorwerking op toeslagen en de mogelijke eigen bijdrage voor jeugdzorg ontbreken. Sommige huishoudens kunnen daardoor meer worden geraakt dan de berekende bedragen laten zien.
De berekeningen maken wel duidelijk dat afzonderlijke maatregelen niet los van elkaar kunnen worden beoordeeld. Een hoger eigen risico, lagere uitkering, hogere Wmo-bijdrage en minder belastingaftrek kunnen binnen hetzelfde huishouden samenkomen.
De maatregelen hebben niet alleen gevolgen voor het huishoudboekje. Wanneer mensen professionele hulp niet meer kunnen betalen, verschuiven taken naar mantelzorgers en zorgteams. Uitgestelde zorg kan later leiden tot zwaardere klachten, crisissituaties en hogere zorgkosten.
Het rapport laat daarmee een risico zien voor de toegankelijkheid van zorg. Mensen met een beperking of chronische ziekte hebben vaak weinig mogelijkheden om hun inkomen te verhogen of hun zorggebruik te verminderen. Juist bij deze groep kan een extra bijdrage bepalen of noodzakelijke zorg nog betaalbaar blijft.
Bron: Nibud