- 17-09-2026
- BLOG
Zorgaanbieders en zorgverzekeraars moeten binnen twee maanden concrete afspraken maken om de toegankelijkheid van logopedie en ergotherapie te verbeteren. Dat schrijft minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 22 september aan de Tweede Kamer. De afspraken volgen op onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit dat laat zien dat patiënten steeds moeilijker tijdig behandeling krijgen.
Voor beide beroepsgroepen komt een afzonderlijke werkagenda. Daarin moeten onder meer afspraken staan over wachtlijsten, financiële gegevens, innovatie en regionale samenwerking. Zorgverzekeraars gaan actiever inzetten op zorgbemiddeling. Zorgaanbieders nemen het voortouw bij het aantrekkelijker maken van de beroepen en het verbeteren van hun organisatie.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Zorgjob berichtte eerder dat de NZa alarm slaat over tekorten aan logopedisten en ergotherapeuten. Uit de onderzoeken bleek dat 88 procent van de logopediepraktijken en 83 procent van de ergotherapiepraktijken een wachtlijst heeft. Bij logopedie wachten veel patiënten twee tot zes maanden, soms langer dan een jaar.
De Kamerbrief vormt de beleidsreactie op deze onderzoeken. Het kabinet erkent dat de problemen acuut zijn en wil voor deze twee beroepsgroepen alvast maatregelen uitwerken.
Het aantal patiënten dat ergotherapie kreeg, nam tussen 2019 en 2024 met 42 procent toe tot ongeveer 290.000. Vergrijzing, langer zelfstandig wonen en complexere hulpvragen dragen bij aan de groei. De beschikbare behandelcapaciteit groeit onvoldoende mee. Bovendien gaat een deel van de werktijd op aan administratie, overleg en reizen.
Bij logopedie steeg het aantal patiënten in dezelfde periode met ongeveer 7 procent, terwijl het aantal eerstelijnslogopedisten licht daalde. Praktijken hebben moeite vacatures te vervullen. Beperkte arbeidsvoorwaarden, werkdruk en vertrek naar andere werkvelden bemoeilijken het behoud van professionals.
De minister verduidelijkt daarbij dat het geraamde capaciteitstekort van 11 procent bij logopedie betrekking heeft op de hele sector. Het cijfer geldt dus niet uitsluitend voor eerstelijnspraktijken.
Een patiënt op een wachtlijst weet niet altijd dat de zorgverzekeraar kan helpen zoeken naar een andere behandelaar. Ook kan het voor patiënten lastig zijn om zelf bemiddeling te regelen. De NZa ziet daarom ruimte om beschikbare behandelplekken beter te benutten.
Daarvoor is meer inzicht nodig in wachttijden en capaciteit. Een landelijke wachtlijstregistratie ontbreekt. Dubbele inschrijvingen en voorkeuren voor een bepaalde behandelaar of behandeltijd maken het beeld bovendien minder duidelijk. Betere registratie en bemiddeling kunnen helpen bij de verdeling van behandelplekken, maar lossen het personeelstekort niet op.
Veel praktijken ervaren weinig ruimte om over contracten en tarieven te onderhandelen. Ook bestaat discussie over de vergoeding van indirect werk, zoals overleg en afstemming met andere zorgverleners. Verzekeraars stellen dat dergelijke werkzaamheden in de tarieven zijn verwerkt. De NZa kon niet vaststellen in hoeverre de vergoedingen deze kosten daadwerkelijk dekken.
Een volledig oordeel over de financiële gezondheid van de sectoren ontbreekt eveneens. Daarvoor zijn onvoldoende gegevens beschikbaar, onder meer over liquiditeit en geld dat ondernemers uit hun praktijk halen. De brief kondigt geen algemene tariefverhoging aan.
Vanaf 1 januari 2027 wordt de financiering van Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden via de Zorgverzekeringswet geregeld. Het kabinet verwacht dat verzekeraars deze mogelijkheid ook gebruiken om samenwerking binnen afzonderlijke beroepsgroepen te ondersteunen.
Voor professionals is die samenwerking relevant omdat veel praktijken klein zijn. Gezamenlijke administratie, digitale ondersteuning en afstemming over personeel kunnen ruimte creëren voor patiëntenzorg. Ergotherapie en logopedie ondersteunen bovendien het dagelijks functioneren en kunnen bijdragen aan het voorkomen of uitstellen van zwaardere zorg.
Rond de jaarwisseling informeert het kabinet de Tweede Kamer over de gemaakte afspraken. In het voorjaar van 2027 worden ook de marktonderzoeken naar diëtetiek en oefentherapie verwacht. Daarna volgt een bredere afweging over het beleid voor de paramedische zorg.
Bron: MinVWS