- 31-07-2026
- NIEUWS
Het hoge ziekteverzuim in de zorg kost jaarlijks naar schatting 5,8 miljard euro. Dat berekent ABN AMRO op basis van het gemiddelde verzuim en de totale arbeidskosten in de sector. Vooral in de verpleging, verzorging en thuiszorg ligt het verzuim hoog. Werkdruk, lichamelijke belasting, besmettingen en onveiligheid op de werkvloer spelen daarbij een belangrijke rol.
Het gemiddelde ziekteverzuim in de zorg kwam in 2025 uit op 7,5 procent. Voor alle Nederlandse sectoren samen was dat 5,4 procent. Binnen de zorg noteerde de verpleging, verzorging en thuiszorg, de VVT, met 9,2 procent het hoogste jaargemiddelde. Daarna volgden de gehandicaptenzorg met 8,1 procent en de jeugdzorg met 7,7 procent.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
ABN AMRO baseert de schatting op 77,8 miljard euro aan arbeidskosten in de zorg in 2024. Daaronder vallen salarissen, werkgeverslasten, opleidingskosten en andere personeelskosten. Als medewerkers door ziekte gemiddeld 7,5 procent van de beschikbare werktijd uitvallen, komt het bijbehorende deel van de arbeidskosten uit op ongeveer 5,8 miljard euro.
Het gaat om een raming en niet om een afzonderlijke rekening van 5,8 miljard euro. De berekening gebruikt arbeidskosten uit 2024, terwijl de lonen daarna zijn gestegen. Extra uitgaven voor vervanging, overwerk en externe inhuur zijn niet afzonderlijk in het bedrag verwerkt. De totale financiële druk voor zorgorganisaties kan daardoor hoger liggen.
Recentere kwartaalcijfers laten zien dat de druk in de ouderenzorg en thuiszorg aanhoudt. In het eerste kwartaal van 2026 kwam het ziekteverzuim in de VVT uit op 9,9 procent. In de hele gezondheids- en welzijnszorg was dat 8,2 procent en landelijk 5,8 procent. Zorgjob.nl schreef daar eerder over in het artikel Ziekteverzuim in VVT loopt op tot 9,9 procent.
Het kwartaalcijfer van 9,9 procent kan niet één op één worden vergeleken met het jaargemiddelde van 9,2 procent over 2025. Seizoensinvloeden, zoals griep en andere infecties, spelen in het eerste kwartaal vaak een grotere rol. De cijfers bevestigen wel dat het verzuim in de VVT hoog blijft.
Van de zorgmedewerkers die zich ziek meldden, gaf 27 procent aan dat de oorzaak met het werk te maken had. Werkgerelateerd verzuim komt daarmee vaker voor dan in andere sectoren. Bij deze groep werd besmetting het vaakst genoemd, met 33 procent. Daarna volgden een te hoge werkdruk met 23 procent, lichamelijk zwaar werk met 11,5 procent, emotioneel zwaar werk met 7 procent en ruzie, conflicten of grensoverschrijdend gedrag met 5,5 procent.
Ook burn-outklachten komen in de zorg vaker voor. In 2025 had 4,3 procent van de zorgmedewerkers een burn-out, tegenover 3,4 procent van alle werkenden. Op basis van ruim 1,5 miljoen werknemers in de brede zorgsector gaat het volgens ABN AMRO om bijna 65.000 mensen.
Niet alleen de werkdruk en fysieke belasting vragen aandacht. Bijna één op de vijf zorgmedewerkers kreeg in het voorafgaande jaar te maken met intimidatie of bedreiging door patiënten, cliënten of naasten. Bijna één op de tien werd geconfronteerd met lichamelijk geweld. Ongeveer 8,5 procent kreeg te maken met seksuele intimidatie.
In de Sectorale Welzijnsmonitor van ABN AMRO scoort de zorg van alle onderzochte sectoren het laagst op gezondheid en op één na laagst op veiligheid. Een kwart van de zorgmedewerkers vindt dat de leidinggevende niet alles doet om een onveilige werkplek te voorkomen. Verder vindt 15 procent dat de leidinggevende onvoldoende oog heeft voor het welzijn van medewerkers.
De monitor laat ook verschillen tussen vrouwen en mannen zien. Van de vrouwelijke zorgmedewerkers had 56 procent in de voorafgaande twaalf maanden verzuimd, tegenover 50 procent van de mannen. Ook gaf 51 procent van de vrouwen aan regelmatig zelf te kunnen bepalen hoe zij het werk uitvoeren. Bij mannen was dat 63 procent.
Vrouwen noemden lichamelijk zwaar werk vaker als oorzaak van werkgerelateerd verzuim. Mannen noemden emotioneel zwaar werk juist iets vaker. Omdat ongeveer 85 procent van de medewerkers in de brede zorgsector vrouw is, kan meer invloed op roosters, verlof en de uitvoering van het werk een groot deel van de beroepsgroep bereiken.
De gevolgen zijn ook merkbaar voor collega’s en patiënten. Zieke medewerkers moeten worden vervangen, diensten worden anders verdeeld en de druk op de aanwezige teams loopt verder op. Dat kan opnieuw tot uitval leiden. Tegelijk stonden er aan het einde van het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 68.500 vacatures open in zorg en welzijn. Meer daarover staat in het artikel Nieuwe CBS-cijfers tonen aanhoudend personeelstekort in de zorg.
Door de krappe arbeidsmarkt kunnen zorgorganisaties het verzuim niet eenvoudig opvangen met nieuwe medewerkers. Het voorkomen van uitval en het behouden van personeel worden daardoor steeds belangrijker voor de continuïteit van de zorg.
ABN AMRO adviseert zorgorganisaties om gezondheid, veiligheid en autonomie structureel onderdeel te maken van het personeelsbeleid. Mogelijke maatregelen zijn:
Voor zorgprofessionals betekent dit dat een ziekmelding niet alleen als een individueel probleem moet worden bekeken. Wanneer werkdruk, onveiligheid of lichamelijke belasting steeds terugkeren, ligt een deel van de oplossing in de organisatie van het werk. Minder verzuim vraagt daarom om voldoende bezetting, veilige teams en leidinggevenden die signalen vroeg oppakken.
Bron: ABN AMRO