- 23-07-2026
- NIEUWS
Het ziekteverzuim in de verpleging, verzorging en thuiszorg blijft ver boven het landelijke gemiddelde. In het eerste kwartaal van 2026 kwam het verzuim in de VVT uit op 9,9 procent. In de totale gezondheids- en welzijnszorg was dat 8,2 procent. Voor alle Nederlandse werknemers samen noteerde het CBS 5,8 procent.
De cijfers geven extra context bij het recente persbericht van HumanTotalCare. Volgens arbodiensten HumanCapitalCare en ArboNed steeg het landelijke verzuim van 4,7 procent in mei naar 4,8 procent in juni 2026. Dat was het hoogste niveau voor een junimaand in ruim twintig jaar. Het aantal ziekmeldingen liep in één maand op van 39 naar 49 per 1.000 medewerkers.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De nieuwste zorgcijfers laten zien dat het probleem in de VVT groter is dan het landelijke cijfer doet vermoeden. De vergelijking vraagt wel om enige uitleg. HumanTotalCare rapporteert over juni en baseert zich op ruim één miljoen werknemers uit verschillende sectoren. De CBS-cijfers gaan over het eerste kwartaal. Vernet gebruikt daarnaast een voortschrijdende periode van twaalf maanden. De percentages zijn daardoor niet rechtstreeks uitwisselbaar, maar wijzen wel in dezelfde richting.
| Bron en periode | Groep | Verzuimpercentage | Vergelijking |
|---|---|---|---|
| HumanTotalCare, juni 2026 | Ruim één miljoen werknemers uit verschillende sectoren | 4,8 procent | 4,7 procent in mei 2026 |
| CBS, eerste kwartaal 2026 | Alle werknemers | 5,8 procent | Gelijk aan het eerste kwartaal van 2025 |
| CBS, eerste kwartaal 2026 | Gezondheids- en welzijnszorg | 8,2 procent | 8,1 procent in het eerste kwartaal van 2025 |
| CBS, eerste kwartaal 2026 | Verpleging, verzorging en thuiszorg | 9,9 procent | 9,7 procent in het eerste kwartaal van 2025 |
| Vernet, tweede kwartaal 2025 tot en met eerste kwartaal 2026 | Door Vernet gevolgde zorgbranches | 7,98 procent | 0,12 procentpunt hoger dan een jaar eerder |
| Vernet, tweede kwartaal 2025 tot en met eerste kwartaal 2026 | VVT | 9,23 procent | 0,11 procentpunt hoger dan een jaar eerder |
Wanneer dezelfde CBS-periode wordt gebruikt, ligt het VVT-verzuim 4,1 procentpunt boven het landelijke gemiddelde. Dat komt neer op een verschil van bijna 71 procent. Vergeleken met de totale gezondheids- en welzijnszorg ligt de VVT 1,7 procentpunt hoger, een verschil van ruim 20 procent.
De VVT steeg bovendien van 9,7 procent in het eerste kwartaal van 2025 naar 9,9 procent in hetzelfde kwartaal van 2026. De stijging bedraagt 0,2 procentpunt. Zorg en welzijn als geheel ging van 8,1 naar 8,2 procent.
Het verschil met het landelijke junicijfer uit het persbericht is nog groter. De 9,9 procent van het CBS is ruim twee keer zo hoog als de 4,8 procent van HumanTotalCare. Deze uitkomst moet voorzichtig worden gelezen, omdat een winterkwartaal doorgaans meer verzuim kent dan een zomermaand. Ook de onderzochte werknemersgroepen verschillen.
De analyse van Vernet sluit nauw aan bij de hoofdconclusie van HumanTotalCare. In de door Vernet gevolgde zorgbranches kwam het verzuim over de twaalf maanden van het tweede kwartaal van 2025 tot en met het eerste kwartaal van 2026 uit op 7,98 procent. In de VVT was dat 9,23 procent. Dat was 0,11 procentpunt hoger dan een jaar eerder. De meldingsfrequentie daalde ondertussen naar gemiddeld 1,25 ziekmeldingen per medewerker.
Het hogere percentage ontstaat dus niet alleen doordat medewerkers zich vaker ziek melden. Vooral de duur van de uitval weegt zwaar. Vernet ziet de sterkste groei bij verzuim dat 92 tot en met 365 dagen duurt. HumanTotalCare ziet landelijk hetzelfde patroon. Over de periode juli 2025 tot en met juni 2026 bleef het aantal ziekmeldingen gelijk of daalde het, terwijl het gemiddelde verzuim opliep naar 4,9 procent.
Ook over heel 2025 was de trend zichtbaar. Vernet berekende voor de onderzochte zorgbranches een verzuimpercentage van 7,97 procent. Dat was, na de piek in 2022, het op één na hoogste niveau sinds de start van de metingen in 2000. De gemiddelde duur van afgesloten verzuimgevallen bedroeg 26,4 dagen. Niet alleen het verzuim van 92 tot en met 365 dagen nam toe, ook uitval van langer dan één jaar groeide verder.
De VVT-cijfers van Vernet laten een groot leeftijdsverschil zien. Bij medewerkers van 25 jaar en jonger bedroeg het verzuim over de voortschrijdende periode 6,03 procent. Bij medewerkers van 56 jaar en ouder was dat 11,16 procent.
De meldingsfrequentie laat het omgekeerde beeld zien. Medewerkers tot en met 25 jaar meldden zich gemiddeld 1,78 keer ziek, tegenover 1,01 keer bij medewerkers vanaf 56 jaar. Oudere medewerkers melden zich dus minder vaak ziek, maar hun verzuimpercentage ligt aanzienlijk hoger. Dat past bij een groter gewicht van langdurige uitval.
HumanTotalCare zag in juni juist een opvallende toename van ziekmeldingen onder werknemers van 25 tot 45 jaar. De arbodienst wijst bij deze groep op het risico van stressgerelateerde uitval door de combinatie van werk, zorgtaken en andere verantwoordelijkheden. De landelijke junicijfers en de VVT-cijfers spreken elkaar niet tegen. Het ene onderzoek kijkt naar een recente stijging in ziekmeldingen, het andere naar het totale aandeel verloren werkdagen over twaalf maanden.
Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden over 2025 blijkt dat 23 procent van de werknemers die verzuimden, aangaf dat het werk geheel of gedeeltelijk een rol speelde. In de gezondheids- en welzijnszorg lag dit aandeel met 28 procent hoger dan gemiddeld.
Een hoge werkdruk was met 28 procent de meest genoemde oorzaak van werkgerelateerd verzuim. Besmetting op het werk volgde met 14 procent en lichamelijk zwaar werk met 11 procent. Juist in de VVT kunnen deze factoren samenkomen. Zorgprofessionals werken met krappe roosters, onregelmatige diensten, fysiek belastende handelingen en een hoge emotionele verantwoordelijkheid.
Zorgjob.nl schreef eerder over de snelle groei van stressgerelateerde uitval. In het artikel Langdurige stressuitval treft vooral vrouwen, zorgsector moet opletten staat waarom vroeg signaleren en aandacht voor belastbaarheid nodig zijn.
Een verzuimpercentage van 9,9 procent betekent dat bijna één op de tien beschikbare werkdagen verloren gaat door ziekte. Voor een VVT-organisatie met 1.000 voltijdsbanen komt dit theoretisch neer op een gemiddelde uitval ter grootte van 99 voltijdsbanen. In de praktijk werken veel VVT-medewerkers in deeltijd, waardoor het aantal betrokken personen hoger kan zijn.
Langdurige uitval is lastig op te vangen. Openstaande diensten blijven langer bestaan, vaste medewerkers nemen extra uren over en teams krijgen minder ruimte om te herstellen. Daardoor kan een zichzelf versterkend probleem ontstaan. De bezetting daalt, de belasting voor aanwezige medewerkers stijgt en het risico op nieuwe uitval neemt toe.
Het landelijke verzuim van 4,8 procent in juni is hoog voor de tijd van het jaar, maar geeft geen volledig beeld van de zorg. De actuele CBS-cijfers laten zien dat zorg en welzijn in het eerste kwartaal op 8,2 procent uitkwam. De VVT stond met 9,9 procent bovenaan.
De verschillende bronnen trekken dezelfde hoofdconclusie. Niet alleen het aantal ziekmeldingen telt, vooral de langere duur van de uitval houdt het verzuim hoog. Voor de VVT ligt de grootste opgave daarom bij het voorkomen van langdurige uitval en het tijdig ondersteunen van medewerkers die minder goed herstellen.