- 20-08-2026
- NIEUWS
De juridische strijd over de tarieven voor huisartsenzorg krijgt een vervolg. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt op dinsdag 19 januari 2027 de beroepen van de Landelijke Huisartsen Vereniging, Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen en De Bevlogen Huisartsen. De zitting begint om 09.00 uur.
De huisartsenorganisaties zijn het niet eens met het herziene tariefbesluit van de Nederlandse Zorgautoriteit. Volgens hen heeft de NZa eerdere kritiek van de rechter onvoldoende verwerkt. Vooral de vergoeding voor het werk en de verantwoordelijkheden van praktijkhoudende huisartsen blijft een belangrijk discussiepunt.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 18 november 2025 dat de NZa onvoldoende had aangetoond dat de huisartsentarieven kostendekkend waren. Het ging om de tarieven voor 2023, 2024 en 2025.
De rechter zag vooral problemen bij de vergoeding voor huisvesting en bij de berekening van de arbeidskosten van praktijkhoudende huisartsen. Veel praktijken zijn te klein geworden door grotere patiëntenaantallen, uitgebreidere teams en een bredere zorgvraag. De oude tarieven hielden volgens de rechter onvoldoende rekening met de kosten van passende huisvesting.
Ook de waardering van het praktijkhouderschap schoot tekort. De poortwachtersfunctie van de huisarts en de verantwoordelijkheid voor personeel, kwaliteit, bedrijfsvoering en continuïteit waren volgens de rechter niet goed verwerkt. De NZa kreeg zes maanden om nieuwe besluiten te nemen.
Op 30 juni 2026 presenteerde de NZa de herziene tarieven. De onderliggende kostprijzen werden gemiddeld met 2,2 procent verhoogd. De vergoeding voor huisvesting ging met 35 procent omhoog.
Volgens de NZa komt vanaf 2025 jaarlijks 60 tot 70 miljoen euro extra beschikbaar voor de huisvesting van huisartsenpraktijken. Voor een gemiddelde praktijk betekent dit ongeveer 10.790 euro extra per jaar.
De huisartsenorganisaties erkennen dat hiermee een stap is gezet. De discussie over de arbeidskosten is volgens hen echter nauwelijks opgelost. Zorgjob.nl schreef eerder uitgebreid over de bezwaren tegen het nieuwe tariefbesluit en de oprichting van de Vereniging De Bevlogen Huisartsen.
Een belangrijk onderdeel van de zaak is de normatieve arbeidskostencomponent, meestal afgekort tot NAC. Dit is het bedrag dat binnen de tarieven wordt meegenomen als vergoeding voor de werkzaamheden van een praktijkhoudende huisarts.
De NZa rekent bij een volledige NAC vanaf 36 uur per week. Werkt een huisarts minder, dan wordt een kleiner deel van de arbeidskosten toegerekend. Werkt een huisarts meer dan 36 uur, dan neemt de vergoeding volgens de LHV niet verder toe.
De LHV vindt dat deze methode geen goed beeld geeft van de praktijk. Praktijkhouders besteden naast patiëntenzorg veel tijd aan personeelsbeleid, administratie, huisvesting, ICT, kwaliteit, samenwerking en organisatie. Deze werkzaamheden vinden vaak buiten de normale spreekuren plaats.
De NZa stelt dat de NAC is gebaseerd op de zwaarte van de functie en niet op het precieze aantal gewerkte uren. Voor 2026 is in de tarieven 219.479 euro aan arbeidskosten opgenomen voor een fulltime werkende praktijkhoudend huisarts. Dit bedrag is geen persoonlijk inkomen. Het is een tariefcomponent waarin ook kosten voor onder meer pensioen en verzekeringen zijn verwerkt.
Hoewel de zaak vooral draait om praktijkhoudende huisartsen, kan de uitkomst gevolgen hebben voor het hele team. De financiële ruimte van een praktijk bepaalt mede hoeveel medewerkers kunnen worden aangenomen, hoeveel tijd beschikbaar is per patiënt en of uitbreiding van de praktijkruimte mogelijk is.
Dat raakt onder meer doktersassistenten, praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, physician assistants en verpleegkundig specialisten. Bij krappe tarieven kunnen vacatures langer openstaan en neemt de druk op bestaande medewerkers toe.
Ook de toegankelijkheid van de huisartsenzorg speelt mee. Het aandeel praktijken met een volledige patiëntenstop steeg van 18 procent in 2024 naar 30 procent in 2025. Meer informatie hierover staat in het artikel Huisartsenpraktijken vaker dicht voor nieuwe patiënten.
De rechtszaak gaat formeel over de vraag of de NZa de uitspraak uit 2025 goed heeft uitgevoerd. De huisartsenorganisaties willen daarnaast een bredere wijziging van de bekostiging.
Praktijkteams worden groter, de zorgvraag wordt complexer en steeds meer zorg verschuift naar de eerste lijn. Tegelijk vragen personeel, huisvesting en digitale ondersteuning om extra investeringen. Volgens de LHV moet de bekostiging deze ontwikkeling volgen en mag het tariefmodel niet bepalen hoe een praktijk haar zorg organiseert.
De beroepsvereniging wil daarom een eenvoudiger systeem dat ruimte biedt voor samenwerking, innovatie en toegankelijke basiszorg. De LHV praat hierover ook met het ministerie van VWS en de NZa.
Op 19 januari 2027 beoordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de NZa voldoende uitvoering heeft gegeven aan de eerdere uitspraak. Wanneer de rechter uitspraak doet, is nog niet bekend.
Tot die tijd gelden de herziene tariefbesluiten. Voor huisartsenpraktijken blijft onzeker of de huidige berekening in stand blijft of opnieuw moet worden aangepast.
Bron: LHV