- 10-08-2026
- NIEUWS
De Nederlandse Zorgautoriteit heeft in 2025 vooral gewerkt aan betere toegang tot zorg, nieuwe vormen van bekostiging en lagere administratieve lasten. Tegelijk voerde de toezichthouder het toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars op. Dat blijkt uit de Jaarverantwoording NZa 2025.
De NZa voerde 4.713 interventies uit bij zorgaanbieders. Daarvan waren er 297 formeel. Bij zorgverzekeraars vonden 180 interventies plaats, waarvan 51 formeel. De organisatie ontving daarnaast 732 signalen over mogelijke problemen in de zorg.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De NZa onderzocht in 2025 of zorgverzekeraars en zorgkantoren voldoende deden voor toekomstige verpleeghuisbewoners, mensen die onvrijwillig worden opgenomen, zwangeren die kraamzorg nodig hebben en patiënten die te maken krijgen met geneesmiddelentekorten.
Eén zorgverzekeraar stond onder verscherpt toezicht. De NZa beëindigde dit toezicht eind 2025 nadat de verzekeraar openstaande verbeterpunten had uitgevoerd. Volgens de toezichthouder nemen verzekeraars en zorgkantoren meer regie, maar is de zorgplicht nog niet overal voldoende onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering.
Het totale aantal signalen daalde van 792 in 2024 naar 732 in 2025. Het aantal signalen over zorgplicht en wachttijden steeg juist van 117 naar 130. Ook het aantal signalen over de Wmo en Jeugdwet nam toe, van 18 naar 37.
De cijfers sluiten aan bij de aanhoudende problemen met de toegankelijkheid van zorg. Zorgjob schreef eerder over de oorzaken van de lange wachttijden in de ggz.
De NZa wil de registratie van wachttijden in de ggz eenvoudiger maken. Aanbieders met één vestiging hoeven hun wachttijdgegevens niet meer handmatig in het Zorgbeeldportaal te zetten. De NZa gebruikt daarvoor declaratiedata.
Ook hoeft geen enkele ggz aanbieder meer door te geven hoeveel mensen op dat moment wachten. Het doel is om de handmatige aanlevering vanaf 2027 volledig te beëindigen.
De verandering moet de administratieve druk verlagen en de gegevens betrouwbaarder maken. In 2025 voerde de NZa nog 157 informele interventies uit om de kwaliteit van de aangeleverde wachttijdgegevens te verbeteren.
Administratie blijft een groot probleem in de sector. Zorgjob beschreef eerder dat regeldruk de zorg jaarlijks ongeveer 2 miljard euro kost.
De NZa werkte in 2025 aan nieuwe bekostiging voor de acute zorg. Op basis van haar adviezen besloot de minister om vanaf 2027 budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp in te voeren.
Ziekenhuizen worden daardoor minder afhankelijk van het aantal behandelde patiënten. De financiering kan beter aansluiten op de capaciteit die een regio nodig heeft om spoedeisende zorg beschikbaar te houden.
Voor de intensive care adviseerde de NZa juist tegen budgetbekostiging. Volgens de toezichthouder draagt deze vorm van financiering niet voldoende bij aan een toekomstbestendige inrichting van de intensive care.
Daarnaast begeleidde de NZa regionale experimenten met acute zorg in Zoetermeer, Amsterdam Noord en Beverwijk. Deze projecten onderzoeken hoe organisaties spoedzorg gezamenlijk kunnen organiseren en financieren.
De NZa bereidde nieuwe bekostiging voor regionale samenwerking in de eerste lijn voor. Deze regeling moet vanaf 2027 ruimte geven aan huisartsen, wijkverpleging en andere zorgverleners om structureel samen te werken.
Ook werkt de toezichthouder aan structurele financiering van proactieve zorgplanning. Daarbij bespreken zorgverleners vroegtijdig met patiënten welke zorg en behandeling passen bij hun gezondheid, situatie en wensen.
Deze ontwikkelingen zijn belangrijk omdat de druk op de eerste lijn blijft toenemen. Zo steeg het aandeel huisartsenpraktijken met een volledige patiëntenstop in 2025 naar 30 procent. Meer hierover staat in het Zorgjob artikel over de toenemende druk op huisartsenpraktijken.
Voor de wijkverpleging onderzocht de NZa het gebruik van integrale prestaties met een vrij tarief. Zorgaanbieders krijgen dan één vergoeding voor een groter deel van het zorgtraject, in plaats van meerdere afzonderlijke prestaties.
Volgens de NZa biedt dit voordelen voor gecontracteerde aanbieders. Voor niet gecontracteerde aanbieders ontstaan risico’s. De toezichthouder adviseert daarom eerst de Wet marktordening gezondheidszorg aan te passen.
De verandering kan invloed hebben op de organisatie van wijkteams, de registratie van zorg en de afspraken tussen aanbieders en zorgverzekeraars.
In de gehandicaptenzorg werd de prestatie VG7 gesplitst in VG7 en VG7 plus. VG7 plus krijgt een hoger tarief voor cliënten die intensievere zorg nodig hebben.
Zorgorganisaties hoeven hierdoor voor de meeste cliënten binnen deze zware doelgroep geen afzonderlijke meerzorgaanvraag meer te doen. Dat vermindert het aantal administratieve procedures en moet de toegang tot passende zorg verbeteren.
De NZa nam in 2025 drie boetebesluiten in de wijkverpleging. De overtredingen gingen over administratie en verplichte informatie. De boetes waren gericht aan organisaties en feitelijk leidinggevenden. Drie andere boeterapporten waren eind 2025 nog in voorbereiding.
Voor kostprijsonderzoeken legde de toezichthouder zeven aanwijzingen op aan verloskundige zorgaanbieders en één aan een mondzorgaanbieder. Alle aanwijzingen werden opgevolgd.
Ook controleerde de NZa de openbare jaarverantwoording van zorgaanbieders. Van de aanbieders diende 72,3 procent de verantwoording over 2024 in. In totaal deden 6.985 aanbieders dit niet. De NZa verstuurde ongeveer 900 voornemens tot een last onder dwangsom en legde 271 lasten onder dwangsom op.
De NZa bereidde zich in 2025 voor op nieuwe taken in de jeugdzorg. Sinds 1 januari 2026 onderzoekt de toezichthouder risico’s voor de beschikbaarheid van jeugdzorg. Ook krijgt de NZa taken rond financiële transparantie en de jaarverantwoording van jeugdzorgaanbieders.
De medewerkers en taken van de Jeugdautoriteit zijn overgegaan naar de NZa. Er is ook een meldpunt ingericht waar professionals, cliënten en andere betrokkenen zorgen over de beschikbaarheid van jeugdzorg kunnen melden.
De NZa ontving in 2025 ruim 80,6 miljoen euro. Van de uitgaven ging 73 procent naar personeel, 11 procent naar automatisering, 10 procent naar het werkprogramma en 6 procent naar overige kosten.
De toezichthouder vroeg om een structurele verhoging van het budget met 2,5 miljoen euro. VWS kende deze verhoging niet toe. Volgens de NZa is verdere prioritering daardoor onvermijdelijk. Nieuwe taken of onverwachte problemen kunnen binnen het huidige budget niet altijd snel worden opgepakt.
Bron: Rapport Jaarverantwoording 2025 NZa