- 07-07-2026
- NIEUWS
De Bevlogen Huisartsen hebben naast hun bestaande stichting een vereniging opgericht. Met die stap wil de groep praktijkhoudende huisartsen haar juridische en politieke slagkracht vergroten in de strijd voor hogere en volgens hen eerlijkere huisartsentarieven. De lancering volgt direct op het nieuwe tariefbesluit van de Nederlandse Zorgautoriteit, NZa, over de huisartsenzorg.
Volgens De Bevlogen Huisartsen lukt het via overleg aan bestuurlijke tafels niet meer om de positie van de huisarts structureel te verbeteren. De nieuwe vereniging moet daarom zorgen voor meer vaste steun uit de achterban. Leden dragen financieel bij aan de procedures en krijgen volgens de organisatie ook toegang tot juridische duiding, modelbrieven en kennissessies.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De Bevlogen Huisartsen begonnen in 2022 als stichting. Die stichting werd opgericht door elf huisartsen. De groep voerde de afgelopen jaren meerdere procedures over huisartsentarieven, onder meer tegen de NZa. Volgens De Bevlogen Huisartsen zijn daarvan drie procedures gewonnen en loopt er nog één.
Met de vereniging verandert de organisatie van karakter. Een stichting kan procederen en geld inzamelen, maar kent geen ledenstructuur. Een vereniging kan leden binden, inspraak organiseren en structurele contributie vragen. Daarmee wil De Bevlogen Huisartsen uitgroeien tot een vaste belangenbehartiger naast bestaande organisaties als LHV en VPH.
Het lidmaatschap kost volgens de vereniging 750 euro per jaar. De organisatie stelt dat leden daarmee bijdragen aan juridische procedures, deskundigenrapporten en eigen kostenonderzoek. Ook krijgen leden toegang tot besloten sessies en updates over lopende procedures.
De directe aanleiding voor de lancering is het nieuwe besluit van de NZa over de maximumtarieven voor huisartsenzorg in 2025 en 2026. De NZa maakte op 30 juni 2026 bekend dat de maximumtarieven worden verhoogd. De basis daarvoor is een bijstelling van de onderliggende kostprijzen met gemiddeld 2,2 procent.
De NZa verhoogt vooral de vergoeding voor huisvestingskosten. Volgens de toezichthouder stijgt die vergoeding met 35 procent. Vanaf 2025 komt er jaarlijks 60 tot 70 miljoen euro extra beschikbaar via de maximumtarieven om te investeren in huisvesting. Dat komt volgens de NZa neer op ongeveer 10.790 euro extra per gemiddelde praktijk.
Voor veel huisartsen is vooral huisvesting een knelpunt. Praktijken zijn gegroeid, teams zijn groter geworden en de zorgvraag is zwaarder. Daardoor hebben praktijken meer ruimte nodig voor spreekkamers, ondersteunend personeel, triage, overleg en digitale zorg. De rechter oordeelde eerder dat de oude tariefsystematiek onvoldoende rekening hield met die huisvestingsdruk.
Het nieuwe besluit kwam er niet vrijwillig. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 18 november 2025 dat de NZa de huisartsentarieven voor 2023, 2024 en 2025 onvoldoende had onderbouwd als kostendekkend. De zaak was aangespannen door LHV, VPH en De Bevlogen Huisartsen. De NZa moest binnen zes maanden opnieuw naar de tarieven kijken.
De rechter liet het kostprijsonderzoek zelf grotendeels in stand, maar zag wel problemen bij twee onderdelen. Het ging om de huisvestingskosten en de arbeidskosten van praktijkhoudende huisartsen. Volgens het CBb hielden de oude tarieven onvoldoende rekening met te krappe huisvesting en met de zwaarte van de poortwachtersfunctie van huisartsen.
De NZa zegt dat zij die uitspraak heeft verwerkt. Volgens de toezichthouder is de vergoeding voor huisvesting aangepast op basis van een normatieve onderbouwing. Ook stelt de NZa dat de onderbouwing van de arbeidskosten van praktijkhouders is verdiept en uitgebreid, onder meer met een rapport van Berenschot.
De Bevlogen Huisartsen vinden de aanpassing onvoldoende. Volgens de organisatie komt er wel geld bij, maar blijven de structurele problemen in de bekostiging bestaan. De groep wijst onder meer op de arbeidskosten van praktijkhouders, de tarieven voor avond, nacht en weekend, en de manier waarop basiszorg wordt toegerekend aan basistarieven, modules en ketenzorg.
Ook de LHV reageerde kritisch op het NZa-besluit. De vereniging noemt het besluit onbegrijpelijk en zegt opnieuw naar de rechter te stappen. Volgens de LHV houdt de NZa vast aan een rekenmethode die geen recht doet aan de dagelijkse praktijk van de huisarts.
De kritiek draait niet alleen om geld. Huisartsenorganisaties stellen dat de bekostiging invloed heeft op de toegankelijkheid van huisartsenzorg. Als tarieven te krap zijn, wordt het moeilijker om personeel te betalen, huisvesting uit te breiden, een praktijk over te nemen of nieuwe praktijklocaties te openen. Dat raakt uiteindelijk ook patiënten die geen huisarts kunnen vinden of te maken krijgen met patiëntenstops.
Een belangrijk discussiepunt is de positie van de praktijkhoudend huisarts. De NZa neemt in de tarieven een normatief bedrag op voor de arbeidskosten van praktijkhouders. Voor 2025 gaat het om 202.476 euro per fte praktijkhoudend huisarts. Voor 2026 stijgt dit bedrag door indexatie naar 219.479 euro. De NZa benadrukt dat dit geen vastgesteld individueel inkomen is, maar een tariefcomponent voor arbeidskosten, inclusief onder meer pensioen en verzekeringen.
Huisartsenorganisaties vinden dat de NZa de werkelijkheid van praktijkhouders nog steeds te beperkt waardeert. Praktijkhouders zijn niet alleen arts, maar ook werkgever, ondernemer, eindverantwoordelijke voor kwaliteit, organisator van praktijkvoering en poortwachter binnen het zorgstelsel. In veel praktijken komt daar een groeiend takenpakket bij, doordat zorg verschuift vanuit ziekenhuis, ggz en sociaal domein naar de eerste lijn.
De discussie raakt daarmee aan een bredere vraag. Wat moet de basiszorg in de huisartsenpraktijk kosten om toegankelijk te blijven. Volgens De Bevlogen Huisartsen worden praktijken nu te veel gedwongen om inkomsten uit modules, ketenzorg en aanvullende afspraken te halen. De organisatie wil dat basiszorg sterker uit basistarieven wordt betaald.
Voor praktijkhouders betekent het nieuwe NZa-besluit dat er vanaf 2025 extra ruimte komt via de tarieven, vooral voor huisvesting. De exacte impact verschilt per praktijk. Een praktijk met hoge huur, ruimtegebrek of uitbreidingsplannen zal anders naar het besluit kijken dan een praktijk met stabiele huisvesting en lagere vaste lasten.
De Bevlogen Huisartsen stellen dat de verhoging per ingeschreven patiënt lager uitvalt dan volgens hun berekeningen nodig is. De organisatie noemt een verschil tussen wat via het tarief wordt geregeld en wat praktijken volgens haar nog zelf moeten ophalen bij zorgverzekeraar of regio-organisatie. Daarvoor heeft DBH een modelbrief opgesteld voor leden.
Voor huisartsen in loondienst en waarnemers is de betekenis indirect. De extra bekostiging komt primair bij de praktijk binnen. Maar de financiële ruimte van een praktijk bepaalt ook wat mogelijk is voor formatie, werkdruk, contractvormen, ondersteuning en arbeidsvoorwaarden. De discussie over tarieven raakt daardoor het hele team in de huisartsenpraktijk.
Met de oprichting van de vereniging wil De Bevlogen Huisartsen de druk op NZa, zorgverzekeraars en politiek opvoeren. De organisatie kiest nadrukkelijk voor juridische actie naast overleg. Volgens DBH heeft procederen de afgelopen jaren meer opgeleverd dan alleen gesprekken aan bestuurlijke tafels.
De vereniging presenteert zich als onafhankelijk en vrijwillig georganiseerd. De inkomsten moeten komen uit contributies en donaties. Volgens de organisatie gaat de bijdrage vooral naar juristen, deskundigen en procedures. Daarmee wil DBH langdurig kunnen blijven optreden in dossiers over tarieven, bekostiging en de positie van de huisarts.
De komende periode wordt duidelijk hoe breed de steun onder huisartsen is. Hoe meer praktijkhouders lid worden, hoe steviger de vereniging kan optreden in nieuwe procedures en richting beleidsmakers. Tegelijk blijft de vraag hoe de nieuwe vereniging zich gaat verhouden tot bestaande belangenorganisaties en tot lopende trajecten rond het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord.
De lancering van de vereniging laat zien dat het conflict over huisartsentarieven nog lang niet is afgerond. De NZa stelt dat zij de rechterlijke opdracht heeft uitgevoerd en de tarieven waar nodig heeft aangepast. Huisartsenorganisaties zien vooral dat de kern van hun bezwaren blijft bestaan.
Daarmee lijkt een nieuwe juridische ronde waarschijnlijk. Voor zorgprofessionals in en rond de huisartsenpraktijk is dit meer dan een bestuurlijk geschil. De uitkomst bepaalt mede hoeveel ruimte praktijken krijgen voor personeel, huisvesting, tijd voor patiënten en organisatie van basiszorg.
De oprichting van de Vereniging De Bevlogen Huisartsen moet die discussie een nieuwe fase geven. Niet alleen via donaties en losse acties, maar via een ledenorganisatie die structureel wil procederen, informeren en druk uitoefenen. Voor praktijkhouders wordt de vraag nu of zij zich aansluiten bij die koers, of afwachten wat de volgende stap van de rechter en de NZa oplevert.
Bron: De Bevlogen Huisartsen