- 08-07-2026
- NIEUWS
Verpleegkundigen op chirurgische verpleegafdelingen besteden veel tijd aan het handmatig meten van vitale functies. Denk aan hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte in het bloed. Die controles zijn belangrijk, zeker na een operatie. Ze helpen om verslechtering snel te zien. Tegelijk kosten ze op drukke afdelingen veel tijd.
Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven onderzocht daarom of een slimme armband dit werk deels kan overnemen. De uitkomst is duidelijk. Door het gebruik van de viQtor waren 62,7 procent minder handmatige controles nodig. Dat scheelt ongeveer tien minuten per patiënt per dag. Voor een verpleegkundige met vier patiënten betekent dat ongeveer veertig minuten extra ruimte in een dienst.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Het ziekenhuis benadrukt dat de armband verpleegkundigen niet vervangt. Het doel is juist om hen meer tijd te geven voor zorg die niet door technologie kan worden overgenomen. Denk aan observeren, uitleg geven, geruststellen, helpen bij mobiliseren en het gesprek met de patiënt.
De viQtor is een medisch hulpmiddel dat de patiënt om de bovenarm draagt. De armband meet automatisch drie vitale waarden:
De waarden worden automatisch doorgestuurd naar het elektronisch patiëntendossier. Daardoor hoeft de verpleegkundige minder vaak met de hand te meten. Handmatige controles blijven mogelijk wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld bij twijfel, klachten of een afwijkend klinisch beeld.
De armband wordt vooral ingezet bij patiënten die net geopereerd zijn. Juist bij deze groep is goede monitoring belangrijk. Na een operatie kunnen complicaties ontstaan, zoals ademhalingsproblemen, infecties, bloedingen of circulatieproblemen. Veranderingen in vitale functies kunnen een vroeg signaal zijn dat een patiënt achteruitgaat.
Aan het onderzoek in het Catharina Ziekenhuis deden 392 patiënten mee op chirurgische verpleegafdelingen. Ook 54 verpleegkundigen vulden vragenlijsten in over hun ervaringen. De onderzoekers keken onder meer naar werkdruk, gebruiksgemak en acceptatie van de nieuwe werkwijze.
De invoering van de armband leidde tot een duidelijke daling van het aantal handmatige controles. Het aantal verwachte controles lag op 4686. Na invoering van de armband werden er 1748 handmatige controles uitgevoerd. Dat is een afname van 62,7 procent.
Ook de ervaren werkdruk nam af. In de studie daalde de gemiddelde score op de Integrated Workload Scale van 5,46 naar 3,87. Dat wijst erop dat verpleegkundigen minder belasting ervaarden bij het uitvoeren van de controles. De bruikbaarheid van het systeem werd ook beter beoordeeld na invoering.
De tijdswinst lijkt op papier beperkt. Tien minuten per patiënt per dag klinkt niet groot. Op een volle afdeling telt dit toch snel op. Een verpleegkundige die meerdere patiënten verzorgt, kan daardoor merkbaar meer ruimte krijgen in de dienst.
Die ruimte is belangrijk. Verpleegkundigen combineren postoperatieve controles met medicatie, wondzorg, mobiliseren, wassen, uitleg geven en reageren op vragen van patiënten en familie. Zeker in de ochtend kan de werkdruk hoog zijn. Als een deel van de routinecontroles automatisch verloopt, ontstaat er meer ruimte voor taken waarbij de verpleegkundige echt nodig is.
Voor patiënten kan dit ook merkbaar zijn. Minder losse controles aan bed betekent minder verstoring. Tegelijk blijft er zicht op belangrijke waarden. Dat kan vooral prettig zijn voor patiënten die rust nodig hebben na een operatie.
De armband meet waarden, maar ziet niet hoe iemand erbij ligt. Dat blijft werk voor de verpleegkundige. Een patiënt kan benauwd ogen, pijn hebben, verward raken of stiller worden dan normaal. Zulke signalen passen niet altijd direct in een meetwaarde, maar zijn wel belangrijk.
Daarom blijft de klinische blik leidend. Technologie kan ondersteunen, maar geen volledig beeld geven van de patiënt. De verpleegkundige moet de meetwaarden blijven combineren met observatie, ervaring en overleg met artsen.
De inzet van de armband vraagt dus niet minder vakmanschap, maar een andere manier van werken. Verpleegkundigen hoeven minder tijd te besteden aan herhaalde routinehandelingen. Tegelijk moeten zij goed kunnen beoordelen wanneer een waarde aandacht vraagt en wanneer een extra controle nodig is.
Het onderzoek laat ook zien dat nieuwe technologie niet vanzelf tijd bespaart. In het begin kostte de armband juist extra tijd. Verpleegkundigen moesten leren hoe het apparaat werkt, hoe het wordt opgeladen en waar de waarden in het dossier terug te vinden zijn.
Ook artsen moesten wennen aan de nieuwe manier van monitoren. Als de ene arts nog om oude handmatige metingen vraagt en de andere arts werkt met de waarden uit de armband, ontstaat dubbel werk. Dat maakt de invoering kwetsbaar.
Daarom zijn duidelijke werkafspraken nodig. Teams moeten weten wanneer de armband volstaat, wanneer handmatige controle nodig blijft en wie reageert op afwijkende waarden. Zonder die afspraken kan technologie juist extra druk geven in plaats van werk verlichten.
Volgens het Catharina Ziekenhuis reageren patiënten over het algemeen positief. Sommige patiënten merken de band bij het slapen, omdat deze om de bovenarm zit. De meeste patiënten vinden het gebruik echter geen probleem, zolang duidelijk is dat het helpt bij hun zorg.
De uitleg van zorgverleners speelt hierbij een grote rol. Als verpleegkundigen de armband met vertrouwen uitleggen, accepteren patiënten het hulpmiddel makkelijker. Twijfel bij zorgverleners kan juist onzekerheid oproepen bij patiënten.
Dat maakt scholing en begeleiding belangrijk. Niet alleen de techniek moet kloppen. Zorgverleners moeten ook goed kunnen uitleggen waarom de armband wordt gebruikt, wat er gemeten wordt en wat de patiënt kan verwachten.
De inzet van slimme meetapparatuur past in een bredere ontwikkeling binnen ziekenhuizen. Afdelingen zoeken naar manieren om patiënten beter te volgen zonder de werkdruk verder te verhogen. Zeker op verpleegafdelingen is dat relevant, omdat patiënten complexer worden en ligduur vaak korter is.
Continue monitoring kan helpen om veranderingen eerder te signaleren dan bij losse meetmomenten. Tegelijk moeten ziekenhuizen voorkomen dat verpleegkundigen worden overspoeld met data of meldingen. Een goed systeem moet bruikbare informatie geven, zonder onnodige alarmdruk.
Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de viQtor bij postoperatieve patiënten nauwkeurig kan meten voor hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte. Ook werd een hoge beschikbaarheid van meetgegevens gezien. Dat ondersteunt het gebruik op verpleegafdelingen, maar goede implementatie blijft bepalend voor het effect in de praktijk.
Voor verpleegkundigen laat dit onderzoek vooral zien dat technologie pas waarde heeft als het aansluit op het werkproces. De armband levert tijdwinst op wanneer teams duidelijke afspraken maken en wanneer artsen, verpleegkundigen en ICT dezelfde werkwijze volgen.
Voor verpleegkundig leiders en afdelingshoofden ligt er een praktische opdracht. Betrek verpleegkundigen vroeg bij de invoering. Test het systeem op de werkvloer. Leg vast welke controles vervallen, welke blijven en wanneer een verpleegkundige handmatig meet.
Voor artsen betekent dit dat zij moeten vertrouwen op de afgesproken meetwijze. Als zij naast de automatische waarden toch steeds om handmatige metingen vragen, verdwijnt de tijdwinst snel.
Voor patiënten kan de armband zorgen voor minder verstoring en meer continue bewaking. Maar ook zij hebben duidelijke uitleg nodig. De boodschap moet simpel zijn: de armband meet belangrijke waarden automatisch, de verpleegkundige blijft uw toestand volgen en komt wanneer dat nodig is.
Het Catharina Ziekenhuis bekijkt inmiddels hoe de slimme armband breder kan worden ingezet. Daarbij wordt onder meer gekeken naar andere chirurgische specialismen. Het onderzoek maakt deel uit van een groter project om patiënten rondom een operatie slimmer te volgen.
De belangrijkste conclusie is dat slimme monitoring verpleegkundigen niet overbodig maakt. Het kan hen juist helpen om minder tijd kwijt te zijn aan herhaalde routinecontroles. De winst zit niet alleen in minuten, maar vooral in betere verdeling van aandacht. Minder meten met de hand betekent meer ruimte voor beoordeling, begeleiding en contact met de patiënt.