- 24-04-2026
- NIEUWS
Zorgaanbieders moeten meer doen om seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg en jeugdhulp te voorkomen. Dat stelt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd na nieuwe cijfers over 2025. De inspectie ontving vorig jaar 340 meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patiënten en cliënten. Dat aantal ligt ongeveer gelijk aan de jaren daarvoor. Tegelijk benadrukt de IGJ dat meldingen maar een deel van het werkelijke probleem laten zien.
Volgens de inspectie nemen steeds meer organisaties hun verantwoordelijkheid. Er is meer aandacht voor preventie, opleidingen passen beleid aan en teams bespreken het onderwerp vaker. Ook ondertekenden meer dan 40 partijen in de zorg het zorgmanifest voor een gezamenlijke aanpak. Toch vindt de IGJ dat de sector nu concreter moet worden. Alleen beleid op papier is niet genoeg.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
De meldingen kwamen vooral uit de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdhulp. In de gehandicaptenzorg ging het in 2025 om 100 meldingen. De ggz, inclusief zorg aan justitiabelen, telde 80 meldingen. In de jeugdhulp steeg het aantal meldingen naar 70.
| Sector | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|
| Eerstelijnszorg | 60 | 40 | 50 |
| Geestelijke gezondheidszorg, inclusief zorg aan justitiabelen | 80 | 100 | 80 |
| Gehandicaptenzorg | 100 | 90 | 100 |
| Jeugdhulp | 50 | 60 | 70 |
| Medisch-specialistische zorg | 10 | 20 | 10 |
| Publieke gezondheidszorg | < 5 | 0 | < 5 |
| Verpleging en verzorging | 40 | 30 | 30 |
| Totaal | 330 | 330 | 340 |
De cijfers laten zien dat het probleem breed speelt. Ook sectoren met lagere aantallen blijven kwetsbaar, omdat niet iedere situatie wordt gemeld. De IGJ wijst erop dat sommige meldingen gaan over zorgverleners over wie eerder ook signalen zijn binnengekomen. Soms melden meerdere cliënten zich over dezelfde persoon.
De zorgrelatie vraagt om nabijheid, vertrouwen en professionele grenzen. Juist die combinatie maakt patiënten en cliënten kwetsbaar. Mensen zijn vaak afhankelijk van de zorgverlener voor behandeling, begeleiding, persoonlijke verzorging of veiligheid. Als een zorgverlener die positie misbruikt, kan de schade groot zijn.
De IGJ ziet dat risico’s groter worden door personeelstekorten, diplomafraude, zorgfraude en gebrekkige controle van het arbeidsverleden. Ook kunnen zorgverleners die eerder over de grens gingen soms opnieuw aan het werk bij een andere aanbieder. Dat gebeurt vooral wanneer er geen aangifte is gedaan, geen veroordeling is gevolgd of geen duidelijke registratie bestaat.
Een verklaring omtrent het gedrag helpt, maar is volgens de inspectie niet voldoende. De VOG is niet in elke zorgsector verplicht. Daarnaast zegt een VOG niets over situaties waarin grensoverschrijdend gedrag wel heeft plaatsgevonden, maar nooit strafrechtelijk is vastgesteld.
Een belangrijk punt in het rapport is de rol van collega’s. Zorgmedewerkers zien soms signalen voordat grensoverschrijdend gedrag duidelijk wordt. Denk aan opvallend veel een-op-eencontact, geheimzinnig gedrag, persoonlijke appjes, voorkeursbehandeling of opmerkingen die niet passen bij een professionele zorgrelatie.
Volgens de IGJ herkennen zorgverleners zulke signalen vaak pas achteraf. Ook weten zij niet altijd waar ze hun zorgen veilig kunnen bespreken. Dat geldt zeker als een cliënt iets in vertrouwen vertelt. Dan ontstaat een dilemma tussen vertrouwelijkheid, veiligheid en professionele verantwoordelijkheid.
De inspectie wil dat zorgorganisaties hier duidelijker in worden. Medewerkers moeten weten bij wie ze terechtkunnen, wat ze mogen bespreken en welke stappen passen bij een vermoeden. Dat vraagt om praktische afspraken, niet alleen om een gedragscode in een document.
De IGJ benoemt ook een gevoelig onderwerp binnen teams. Zorgverleners kunnen gevoelens ontwikkelen voor een cliënt. Dat is niet meteen het probleem. Het risico ontstaat vooral wanneer iemand deze gevoelens niet bespreekt met een collega, leidinggevende, supervisor of vertrouwenspersoon.
Daarom moet er volgens de inspectie ruimte zijn om dit professioneel te bespreken. Niet om gedrag goed te praten, maar om grenzen te bewaken en tijdig bij te sturen. Intervisie, supervisie en moreel beraad kunnen hierbij helpen. Voor zorgmedewerkers moet duidelijk zijn dat hulp vragen bij professionele nabijheid onderdeel is van goed vakmanschap.
In 2025 kreeg de IGJ 64 meldingen over ontslag van een zorgverlener na seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie waarschuwt dat ontslag alleen niet altijd genoeg is. Een zorgverlener kan daarna elders opnieuw aan de slag, bijvoorbeeld als zzp’er of via een andere werkgever.
Zorgaanbieders moeten daarom verder kijken dan het beëindigen van het dienstverband. Als er sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag, moeten zij beoordelen of een tuchtklacht of aangifte nodig is. Ook na ontslag blijft die verantwoordelijkheid bestaan.
De IGJ diende in 2025 zelf 14 tuchtklachten in over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De maatregelen liepen uiteen van voorwaardelijke schorsingen tot doorhaling in het BIG-register of SKJ-register. Volgens de inspectie dienen zorginstellingen zelf nog zelden een tuchtklacht in, terwijl dat wel kan.
Voor cliënten kan het zwaar zijn om zelf een tuchtprocedure te starten. Een zorgaanbieder kan hierin verantwoordelijkheid nemen. Dat kan steun geven aan de cliënt en helpt om professionele normen duidelijk te stellen. Ook kan het risico’s voor andere patiënten en cliënten beperken.
Niet elke melding leidt tot aangifte. Dat kan verschillende redenen hebben. Soms is nog onduidelijk of het gedrag strafbaar is. Soms wil de cliënt geen aangifte doen. Ook kan bewijs ontbreken. Bij cliënten met dementie of een ernstige verstandelijke beperking kan het extra moeilijk zijn om feiten goed vast te stellen.
Toch vindt de IGJ dat zorgaanbieders aangifte serieus moeten afwegen. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn en kan vallen onder aanranding of verkrachting. Zorgaanbieders moeten cliënten hierin goed ondersteunen, bijvoorbeeld met hulp van Slachtofferhulp Nederland of het Centrum Seksueel Geweld.
Voor zorgmedewerkers betekent dit dat professionele grenzen actief bewaakt moeten worden. Niet alleen bij het eigen handelen, maar ook bij signalen rond collega’s. Wie iets ziet dat niet klopt, moet dat niet laten liggen. Bespreek zorgen vroeg, leg signalen vast volgens de afspraken van de organisatie en vraag hulp bij twijfel.
Ook teams hebben hierin een taak. Maak grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar tijdens overleg, intervisie en scholing. Bespreek concrete situaties, zoals contact via sociale media, persoonlijke cadeaus, een-op-eencontact buiten afspraken om en cliënten die een medewerker in vertrouwen nemen.
De kern van de boodschap van de IGJ is duidelijk. De zorgsector is in beweging, maar moet nu meer sturen op concrete actie. Preventie, goed werkgeverschap, veilige meldroutes en duidelijke opvolging moeten vaste onderdelen worden van veilige zorg.
Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)