- 15-04-2026
- NIEUWS
Het kabinet wil meer rust en duidelijkheid brengen in het debat over zelfstandigen. In een brief aan de Tweede Kamer schetst minister Aartsen van Werk en Participatie een nieuwe koers. Die moet ervoor zorgen dat zelfstandigen meer erkenning krijgen, terwijl schijnzelfstandigheid tegelijk harder wordt aangepakt. Voor zorgorganisaties en zorgprofessionals die met zzp’ers werken, kan deze koers direct gevolgen hebben.
Een belangrijk punt uit de brief is dat het kabinet het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Vbar wil schrappen. Volgens het kabinet zorgde dat onderdeel juist voor extra onzekerheid op de markt. Opdrachtgevers werden daardoor voorzichtiger om zelfstandigen in te huren, ook in situaties waarin dat volgens de huidige regels gewoon mogelijk is.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Het kabinet wil daarom sterker benadrukken wat wel kan binnen de bestaande wetgeving. Het huidige beoordelingskader, gebaseerd op recente rechtspraak, wordt gepubliceerd op hetjuistecontract.nl. Ook komt er een nieuwe campagne die opdrachtgevers en zelfstandigen moet laten zien hoe zij op een juiste manier met elkaar kunnen samenwerken.
In de zorg is de inzet van zzp’ers al jaren een gevoelig onderwerp. Veel organisaties zijn terughoudender geworden uit angst voor naheffingen, juridische risico’s en discussies over schijnzelfstandigheid. Tegelijk leunen delen van de sector nog altijd op zelfstandigen om roosters rond te krijgen, pieken op te vangen en specialistische kennis in te huren.
De brief laat zien dat het kabinet die spanning ziet. Enerzijds moet misbruik worden aangepakt. Anderzijds wil het kabinet voorkomen dat zelfstandigen onnodig overal de deur wordt gewezen. Voor werkgevers in de zorg betekent dit dat zij niet alleen moeten kijken naar risico’s, maar ook naar de vraag hoe een opdracht zo kan worden ingericht dat die wel past binnen de regels.
Hoewel het kabinet een deel van de eerdere plannen schrapt, gaat het wel verder met het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief onder 38 euro. Werkenden die onder dat bedrag werken en vinden dat zij eigenlijk werknemer zijn, krijgen daarmee een sterkere positie.
Dat onderdeel is vooral bedoeld om kwetsbare groepen beter te beschermen en schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de markt tegen te gaan. In sectoren waar met lagere tarieven wordt gewerkt, kan dit grote gevolgen hebben. In de zorg zullen vooral organisaties die werken met lagere tarieven of met constructies aan de onderkant van de arbeidsmarkt scherper moeten toetsen of hun werkwijze nog houdbaar is.
Het kabinet legt in de brief ook nadruk op recente rechtspraak. Daaruit volgt dat extern ondernemerschap volwaardig meeweegt bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Dat betekent dat niet alleen wordt gekeken naar de opdracht zelf, maar ook naar hoe iemand zich daarbuiten als ondernemer gedraagt.
Voor zelfstandigen in de zorg is dat een belangrijk signaal. Wie meerdere opdrachtgevers heeft, zelf investeert, ondernemersrisico loopt en zich zichtbaar als ondernemer profileert, staat sterker in de beoordeling. Tegelijk maakt dat de toets voor opdrachtgevers niet eenvoudiger. Zij moeten immers mede afgaan op informatie die buiten de directe arbeidsrelatie ligt.
Op langere termijn wil het kabinet werken aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Daarmee moet duidelijker worden wanneer iemand echt zelfstandig werkt en dus niet als werknemer moet worden gezien. Die wet moet zelfstandigen meer erkenning geven, maar ook vastleggen welke verantwoordelijkheden daarbij horen.
Het kabinet noemt daarbij nadrukkelijk zaken als arbeidsongeschiktheid en pensioen. De boodschap is helder. Meer ruimte voor zelfstandig ondernemerschap moet samengaan met meer eigen verantwoordelijkheid. Voor zorgprofessionals die bewust als zzp’er werken, betekent dit dat ondernemerschap niet vrijblijvend is.
Wie hoopte op een pas op de plaats bij de handhaving, komt bedrogen uit. Het kabinet schrijft expliciet dat het geen zigzagbeleid wil. De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft dus bestaan. Volgens het kabinet heeft juist die handhaving geleid tot meer bewustwording in de markt.
Voor zorgaanbieders betekent dit dat de nieuwe toon uit Den Haag niet moet worden gelezen als een vrijbrief. Het kabinet wil meer duidelijkheid en minder onnodige uitsluiting van zzp’ers, maar verwacht tegelijk dat organisaties hun samenwerking juridisch en praktisch goed regelen.
De brief maakt ook duidelijk dat de overheid zelf het goede voorbeeld moet geven. Potentiële schijnzelfstandigheid binnen de Rijksoverheid moet naar nul. Tegelijk vindt het kabinet dat zelfstandigen niet categorisch mogen worden uitgesloten als inhuur wel binnen de regels past.
Die lijn kan ook voor de zorgsector relevant worden. Veel zorgbestuurders en managers zoeken naar beleid dat juridisch klopt, maar tegelijk werkbaar blijft in de praktijk. De boodschap uit de brief is dat beide moeten kunnen, zolang de organisatie bewust kiest voor de juiste contractvorm en die keuze ook kan onderbouwen.
Voor zorgorganisaties lijkt de belangrijkste les dat afwachten geen goede optie is. Deze brief wijst op een koers waarin ruimte blijft voor zzp-inzet, maar alleen als de samenwerking goed is ingericht. Dat vraagt om scherpe opdrachtomschrijvingen, goede contracten en een praktijk die past bij zelfstandig ondernemerschap.
Voor zorgprofessionals die als zzp’er werken, wordt het belangrijker om zichtbaar ondernemer te zijn. Niet alleen op papier, maar ook in de dagelijkse praktijk. De richting van het kabinet is duidelijk. Er komt meer erkenning voor zelfstandigen, maar ook meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en op het voorkomen van schijnconstructies.
De brief markeert geen eindpunt, maar wel een duidelijke politieke keuze. Het kabinet wil af van extra regels die volgens veel partijen juist meer onrust brachten. Daarvoor in de plaats komt een koers waarin zelfstandigen meer ruimte krijgen, kwetsbare werkenden beter beschermd moeten worden en de handhaving overeind blijft.
Voor de zorg is dat relevant, omdat de sector dagelijks te maken heeft met personeelstekorten, flexibele inzet en een blijvende discussie over de rol van zzp’ers. Deze kabinetskoers maakt duidelijk dat die inzet mogelijk blijft, maar alleen als zorgorganisaties en zelfstandigen hun samenwerking strakker en bewuster organiseren.
Bron: MinVWS