- 06-03-2026
- NIEUWS
Voor zzp’ers in de zorg zet Den Haag een nieuwe koers in. Minister Thierry Aartsen schrapt het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Vbar, omdat dat volgens het kabinet te veel onrust veroorzaakte. Tegelijk wil het kabinet juist snel verder met het rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven en daarmee de weg vrijmaken voor de Zelfstandigenwet, die zelfstandigen en opdrachtgevers meer vooraf duidelijkheid moet geven.
Voor zorg-zzp’ers is vooral van belang dat dit geen pauze betekent in de handhaving. Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid, en dat blijft zo. Blijkt in de praktijk toch sprake van een arbeidsovereenkomst, dan kan de opdrachtgever alsnog loonheffingen moeten afdragen. Ook blijven er risico’s bestaan op het gebied van arbeidsrecht en pensioen.
Het kabinet zet wel door met het deel van Vbar dat laagbetaalde zzp’ers een sterkere rechtspositie moet geven. Het gaat om zelfstandigen die tot 38 euro per uur verdienen, gemeten naar het prijspeil van 1 januari 2026. Doet een zzp’er een beroep op dat rechtsvermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat géén sprake is van loondienst. Lukt dat niet, dan geldt de bescherming die hoort bij een dienstverband. Voor zorg-zzp’ers met lager geprijsde opdrachten is dat een belangrijke ontwikkeling.
De nieuwe basis moet komen uit de Zelfstandigenwet, een initiatief van VVD, D66, CDA en SGP. Volgens de initiatiefnemers moet die wet eindelijk helder maken wanneer iemand echt als zelfstandige werkt en wanneer feitelijk sprake is van een verkapt dienstverband. De wet is nadrukkelijk bedoeld om zelfstandigen meer rechtszekerheid te geven en beter aan te sluiten op een arbeidsmarkt waarin veel professionals bewust kiezen voor autonomie en ondernemerschap.
In dat voorstel staan twee toetsen centraal: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Daarbij wordt gekeken of iemand voor eigen rekening en risico werkt, een deugdelijke administratie voert, zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt en zelf iets heeft geregeld voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Daarnaast telt mee of een zorgprofessional vrijheid heeft om het werk en de werktijd te organiseren, niet onder hiërarchische controle staat en echt buiten loondienst wil werken. Er moet bovendien een aparte toetsingscommissie komen die werkrelaties kan beoordelen; de uitkomsten daarvan zouden openbaar zijn en bindend voor handhavende instanties zoals de Belastingdienst.
Voor zzp’ers in de zorg draait het straks dus niet alleen om wat er op papier staat, maar vooral om hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet. Wie zelfstandig opdrachten aanneemt, voor eigen rekening en risico werkt en veel regie heeft over planning en uitvoering, sluit beter aan bij de richting van de Zelfstandigenwet. Wie juist langdurig meedraait in vaste roosters, weinig vrijheid heeft en onder directe aansturing van een zorgorganisatie werkt, loopt meer kans dat de arbeidsrelatie als loondienst wordt beoordeeld. Dat maakt deze wetswijziging extra relevant voor zelfstandigen die structureel binnen zorgteams of instellingen worden ingezet.
Aartsen noemt het schrappen van dit deel van Vbar een eerste stap in een nieuwe koers. Volgens hem moet dat zorgen voor rust bij zelfstandigen en opdrachtgevers en voorkomen dat opdrachten onnodig wegvallen. Ook op de VVD-site wordt die lijn benadrukt: het oude wetsvoorstel vergrootte de onzekerheid volgens de partij eerder dan dat het die wegnam, en daarom moet er snel een helderder kader komen voor zelfstandig werk.
Voor zelfstandigen in de zorg is de boodschap dubbel. De overheid haalt een omstreden deel van de oude wetgeving van tafel, maar de controle op schijnzelfstandigheid blijft onverminderd doorlopen. Tegelijk komt de nadruk in de nieuwe koers meer te liggen op aantoonbaar ondernemerschap, eigen regie en een werkrelatie zonder hiërarchische aansturing. Juist daarom wordt het voor zorg-zzp’ers belangrijk om niet alleen contracten, maar ook hun manier van werken, tariefopbouw, administratie en ondernemerspositie scherp te organiseren.
Bron: Rijksoverheid