Het Openbaar Ministerie heeft op 13 maart 2026 een gevangenisstraf van acht jaar geëist tegen een 24-jarige man uit Hoogstraten in België. Volgens het OM wordt hij verdacht van verkrachting en aanranding van drie bewoners met dementie in een zorginstelling in Breda. Het gaat om twee vrouwen en een man van 80, 90 en 77 jaar.
Verdenking tijdens eerste nachtdienst als zzp’er
De feiten zouden hebben plaatsgevonden in de nacht van 20 op 21 april 2024. De verdachte draaide volgens het OM toen zijn eerste nachtdienst op deze locatie als zzp’er, terwijl hij al meer dan een jaar ervaring had als zorgmedewerker. Na het wakker worden zouden de bewoners aan een verpleegkundige in de ochtenddienst hebben verteld wat hun was overkomen.
OM wijst op verklaringen, forensische sporen en digitale bevindingen
Justitie baseert de verdenking volgens het bericht op meerdere gedetailleerde verklaringen van de slachtoffers, forensische sporen en bevindingen op de telefoon van de verdachte. Daarbij verwees het OM ook naar zoekresultaten die volgens justitie aansloten bij seks met ouderen en vrouwen met dementie. Bij de politie leggen de slachtoffers meerdere, gedetailleerde verklaringen af en ze laten emoties zien die horen bij seksueel misbruik. Op een hoeslaken (en onder haar nagels) van een van de slachtoffers worden spermaresten van de verdachte aangetroffen. Tijdens de zitting legde de verdachte pas een gedeeltelijke bekentenis af, die alleen betrekking had op de aanranding.
Veiligheid van bewoners staat centraal
Voor zorgprofessionals raakt deze zaak aan de kern van veilige zorg. Bewoners van een zorginstelling moeten erop kunnen vertrouwen dat zij ook tijdens avond- en nachtdiensten beschermd zijn, zeker wanneer het gaat om mensen met dementie die in hoge mate afhankelijk zijn van professionele zorg. Het OM benadrukte in deze zaak expliciet dat op dat gevoel van veiligheid een ernstige inbreuk zou zijn gemaakt.
Naast celstraf ook beroepsverbod en maatregel geëist
Naast de celstraf, met aftrek van voorarrest, eist het OM een beroepsverbod van dertien jaar en oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. Daarmee kan aan het einde van een eventuele detentie worden beoordeeld of verdere behandeling nodig is.
De rechtbank in Breda doet op 13 april 2026 uitspraak.
Bron: OM
