- 10-03-2026
- NIEUWS

Bijna elke dag fietst hij ons huis voorbij. Gebogen over zijn stuur, de sjaal om zijn hals wapperend als een op hol geslagen vlag in zijn kielzog, trapt hij doelgericht onze straat door. En ik weet precies waar hij heen gaat.
Hij is onderweg naar zijn vrouw Mona. Of beter gezegd naar haar graf.
Ik voel bij mezelf altijd een steekje als ik hem zie fietsen. Bij de herinnering aan haar pijn en de worsteling die zij dagelijks voerde om haar verdriet te boven te komen.
Er 'het beste van te maken'.
Maar er het beste van te maken was bij lange na niet genoeg, hoe graag ze dat ook wilde. De diepte van de onmacht dat in haar binnenste tegen haar sprak was simpelweg te groot.
'Als ik toen, of was ik toen maar', op de repeteerstand.
Ik bewonderde haar veerkracht. De veerkracht waardoor ze elke dag toch weer uit haar bed stapte. En zichzelf dwong om te doen wat ze doen moest.
Maar ik had net zoveel begrip voor al die momenten waarop het niet meer ging. Wanneer ze al dat gevoel niet meer de baas kon. Op die dagen verorberde ze hele pakken koek, zat ze de hele dag op de bank om televisie te kijken. Haar scootmobiel, die nagelnieuw in de schuur op haar wachtte, negeerde ze met steeds een nieuwe reden.
Ze wilde meer dan wat ook in haar uppie de straat op, waar het normale leven voor al die gezonde mensen gewoon maar doordraaide, maar ze kon het niet. Niet alleen. Soms ging ze naar buiten, maar altijd samen met hem. Hij duwde haar rolstoel vanuit de parkeergarage naar de winkel voor een boodschap en hielp haar daarna snel weer terug de auto in.
Terug naar haar veilige huis. Die scootmobiel is de schuur nooit uit geweest.
Mona was een veertiger toen ik voor het eerst voor haar ging zorgen. Precies even oud als ik toen was. Ze was aan huis gekluisterd als gevolg van een heftig ongeluk. De schade aan haar lijf was enorm en de schade aan haar mentale gezondheid bleef rauw en vers.
Er waren dagen waarop ze over niets anders kon praten.
Ik bezocht haar bijna dagelijks. De bruutheid van het verschil in onze levens was steeds opnieuw gespreksonderwerp. En ook al was ze dankbaar voor het leven, het verdriet om wat ze was verloren was te groot om overheen te stappen.
De schade aan haar lijf zorgde steeds vaker voor stukjes afscheid, tot het definitieve afscheid zich aandiende.
Wat gunde ik haar mooier, veel mooier, dan dit.
Geschreven door Cynthia Poen
Cynthia is verpleegkundige en werkt sinds een paar jaar als zorgbemiddelaar bij de organisatie waar ze ooit als 15-jarig meisje haar eerste stage liep. Tijdens haar loopbaan werkte ze bij revalidatiecentra, in diverse ziekenhuizen, verpleeghuizen en verleende palliatieve zorg aan huis.
Over die ervaringen schreef ze o.a Zorgliefde, een bundel vol ervaringsverhalen.
Op haar website cynthiapoen.nl schrijft ze columns over alles wat haar dagelijks bezighoud.