- 19-06-2026
- NIEUWS
Klachten aan knieën, heupen, schouders, armen en rug zorgen voor een grote en groeiende belasting in de huisartsenpraktijk. Uit onderzoek van het Erasmus MC blijkt dat musculoskeletale aandoeningen ruim tien procent van alle huisartsconsulten vormen. Daarmee behoren klachten aan het bewegingsapparaat tot de meest voorkomende redenen om de huisarts te bezoeken.
De onderzoekers analyseerden miljoenen consulten uit elektronische patiëntendossiers van meer dan 2,5 miljoen Nederlanders. Het ging om gegevens uit de periode 2017 tot en met 2023. Per jaar werden 7,5 tot 9,3 miljoen consulten bekeken.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Vooral klachten aan benen en heupen kwamen vaak voor. Die groep was goed voor ongeveer een derde van alle consulten rond het bewegingsapparaat. Daarna volgden klachten aan armen, schouders en rug. Ongeveer 60 procent van de patiënten was vrouw. De hoogste aantallen werden gezien bij mensen van 55 tot en met 64 jaar en bij 75-plussers.
Volgens de onderzoekers bevestigen de cijfers wat veel huisartsen al langer merken in de spreekkamer. Gewrichtsklachten komen vaak voor, vragen tijd en zijn lang niet altijd eenvoudig te beoordelen. Toch krijgen aandoeningen zoals artrose volgens hen relatief weinig aandacht in opleidingen, beleid en organisatie van zorg.
Dat schuurt met de dagelijkse praktijk. Het gaat niet om een kleine groep patiënten met tijdelijke pijn. Het gaat om miljoenen mensen die door pijn of stijfheid minder goed kunnen bewegen, werken, slapen of deelnemen aan het dagelijks leven. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt, maar loopt bij deze klachten regelmatig tegen grenzen aan.
Bij gewrichtsklachten verwachten patiënten vaak snel duidelijkheid. Een foto of MRI voelt voor veel mensen als logisch bewijs. Toch is beeldvorming lang niet altijd nodig of helpend. Bij artrose en veel andere klachten aan het bewegingsapparaat begint goede diagnostiek met een gesprek en lichamelijk onderzoek.
Dat maakt de beoordeling complex. Een pijnlijke knie, stijve heup of beperkte schouder kan veel oorzaken hebben. Klachten overlappen vaak. De huisarts moet kijken, voelen, testen en inschatten welke signalen passen bij een normaal beloop en welke klachten vervolgonderzoek of verwijzing vragen.
Beeldvorming kan de situatie ook ingewikkelder maken. Een röntgenfoto kan duidelijke slijtage laten zien terwijl de patiënt weinig klachten heeft. Andersom kan iemand veel pijn ervaren terwijl de foto weinig afwijkingen toont. Daardoor kan een scan of foto soms meer twijfel oproepen dan duidelijkheid geven.
De onderzoekers wijzen op het risico dat onzekerheid bij huisarts of patiënt leidt tot meer beeldvorming en meer verwijzingen naar de tweede lijn. Dat kan zorgkosten verhogen en wachttijden vergroten, terwijl een deel van de patiënten ook goed in de eerste lijn geholpen kan worden.
Dat vraagt om vertrouwen in klinisch onderzoek, duidelijke uitleg aan patiënten en betere samenwerking tussen huisartsen, fysiotherapeuten en orthopeden. Zeker bij artrose is dat belangrijk, omdat deze aandoening sterk toeneemt en veel invloed heeft op kwaliteit van leven.
Voor zorgprofessionals ligt hier een duidelijke opdracht. Patiënten moeten zich serieus genomen voelen, ook wanneer beeldvorming niet direct nodig is. Uitleg over het normale beloop, bewegen, pijn, belasting en herstel is daarbij net zo belangrijk als de diagnose zelf.
De onderzoekers pleiten voor meer aandacht voor het bewegingsapparaat in de geneeskundeopleiding en de huisartsopleiding. Niet elke huisarts voelt zich even zeker bij lichamelijk onderzoek van knie, heup, schouder of rug. Meer training kan helpen om klachten beter te beoordelen en onnodige verwijzingen te voorkomen.
Ook samenwerking in de eerste lijn wordt belangrijker. Fysiotherapeuten kunnen een grotere rol spelen bij uitleg, oefentherapie, bewegen en begeleiding bij langdurige klachten. Huisartsen blijven nodig voor diagnostiek, triage en het herkennen van alarmsignalen. Orthopeden komen vooral in beeld wanneer conservatieve zorg onvoldoende helpt of wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn voor specialistische behandeling.
Een gezamenlijke aanpak kan voorkomen dat patiënten van loket naar loket gaan. Dat is belangrijk, omdat mensen met gewrichtsklachten vaak al langere tijd pijn hebben voordat zij hulp zoeken. Heldere afspraken tussen disciplines kunnen helpen om patiënten sneller op de juiste plek te krijgen.
Een belangrijke boodschap voor patiënten is dat bewegen meestal onderdeel blijft van herstel en behoud van functie. Dat kan tegenstrijdig voelen, zeker bij pijn. Toch kan passend bewegen helpen om kracht, mobiliteit en dagelijks functioneren te behouden.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat uitleg over bewegen zorgvuldig moet gebeuren. Niet elke patiënt heeft dezelfde belastbaarheid, angst of verwachtingen. Goede begeleiding vraagt om maatwerk, heldere doelen en uitleg die aansluit bij de klachten en de leefwereld van de patiënt.
De groei van gewrichtsklachten vraagt daarom niet alleen om meer capaciteit, maar ook om betere organisatie van zorg. De huisartsenpraktijk krijgt een centrale rol, maar kan dit niet alleen dragen. De cijfers maken duidelijk dat klachten aan het bewegingsapparaat een structureel onderdeel zijn van de zorgvraag in Nederland. Dat vraagt om betere scholing, duidelijke patiëntcommunicatie en nauwere samenwerking in de eerste en tweede lijn.
Bron: Erasmus MC