- 15-06-2026
- BLOG
Het kabinet wil zorgfraude harder aanpakken. Nieuwe en herstartende zorgaanbieders krijgen te maken met strengere controles, meer screening en extra toezicht. Ook moet de Wet Bibob vaker worden ingezet om malafide partijen uit de zorg te weren. Voor de aanpak komt oplopend tot 50 miljoen euro per jaar beschikbaar.
Met het pakket wil het kabinet voorkomen dat publiek zorggeld terechtkomt bij fraudeurs of criminele netwerken. Volgens het kabinet gaat het niet meer alleen om losse gevallen van fraude, maar steeds vaker om georganiseerde criminaliteit in de zorg. Dat raakt patiënten, cliënten, zorgmedewerkers en bonafide zorgaanbieders.
Ontvang gratis onze zorgberichten in je mailbox.
Je kunt je op elk moment afmelden via de link onderaan de e-mails die je ontvangt.
Wil je graag weten hoe onze nieuwsbrief eruit ziet? Bekijk hier het archief.
Een belangrijk onderdeel van het pakket is strengere controle aan de voorkant. Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel om de toetredingseisen voor zorgaanbieders aan te scherpen. Dat moet gelden voor nieuwe aanbieders en aanbieders die opnieuw starten na eerdere problemen.
De nieuwe norm moet gaan gelden voor zorg die wordt betaald vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Jeugdwet en persoonsgebonden budgetten. Voor ondersteuning vanuit de Wmo 2015 wordt nog verder uitgewerkt welke eisen voor welke aanbieders moeten gelden. Daarbij kijkt het kabinet naar kwaliteit, rechtmatigheid en integriteit.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat de overheid scherper wil kijken naar wie zorg mag leveren en onder welke voorwaarden. Het doel is om aanbieders met verkeerde bedoelingen eerder tegen te houden, voordat zij cliënten binnenhalen of zorggeld declareren.
Het kabinet wil de vergunningsplicht uitbreiden naar alle zorgaanbieders. Daaronder vallen ook solisten en onderaannemers. Daarnaast moet een Verklaring Omtrent het Gedrag verplicht worden voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders van zorgorganisaties.
Deze maatregel moet voorkomen dat personen met een fraudeverleden of criminele banden via een nieuwe constructie opnieuw actief worden in de zorg. Vooral onderaanneming en kleine zorgconstructies krijgen hierdoor meer aandacht. Juist daar is toezicht soms lastig, omdat verantwoordelijkheden versnipperd kunnen zijn.
Naast papiercontroles komen er meer fysieke controles bij nieuwe en herstartende zorgaanbieders. Dat geldt vooral voor aanbieders met een verhoogd risico. Inspecties en toezichthouders moeten zo sneller signalen van fraude, misbruik en ondermijning zien.
Fysieke controles kunnen bijvoorbeeld duidelijk maken of een aanbieder echt zorg levert, of personeel aanwezig is, of cliënten passende ondersteuning krijgen en of de administratie aansluit bij de praktijk. Daarmee verschuift de aanpak van reageren achteraf naar eerder ingrijpen.
De overheid wil de Wet Bibob structureler en risicogerichter inzetten in de zorg. Met deze wet kunnen overheden onderzoeken of er een risico bestaat dat vergunningen, subsidies of opdrachten worden misbruikt voor criminele activiteiten.
Voor zorgaanbieders kan dit betekenen dat gemeenten en andere partijen meer vragen stellen over financiering, eigendom, bestuur en zakelijke relaties. Dat raakt vooral aanbieders bij wie signalen bestaan van onduidelijke geldstromen, schijnconstructies of banden met criminele netwerken.
Fraudeurs werken vaak over gemeentegrenzen en zorgdomeinen heen. Daarom wil het kabinet betere samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren en opsporingsdiensten. Er komt aanvullende regelgeving om tijdens lopende fraudeonderzoeken beter informatie te kunnen delen.
Ook onderzoekt het ministerie van Justitie en Veiligheid of politiegegevens over mogelijke zorgfraude gedeeld kunnen worden met partners binnen de Taskforce Integriteit Zorgsector. Daardoor moeten signalen sneller bij de juiste partijen terechtkomen.
De aanpak krijgt ook extra capaciteit. Via afspraken uit het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord komt er meer inzet voor de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie en voor het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Ook het toezicht wordt uitgebreid, zodat bestuursrechtelijke handhaving sterker wordt.
Dat moet ervoor zorgen dat fraudezaken sneller worden onderzocht en aangepakt. In de praktijk duren fraudeonderzoeken nu vaak lang. Ondertussen kunnen malafide aanbieders doorgaan, overstappen naar een andere gemeente of via een nieuwe rechtspersoon opnieuw beginnen.
Minister Mirjam Sterk wijst erop dat zorgfraude niet alleen financiële schade veroorzaakt. Volgens haar krijgen mensen soms niet de zorg waar zij recht op hebben, komen zorgmedewerkers in onveilige situaties terecht en verdwijnt gemeenschapsgeld naar fraudeurs en criminelen.
Voor medewerkers op de werkvloer kan zorgfraude zichtbaar worden in de dagelijkse praktijk. Denk aan cliënten die minder zorg krijgen dan gedeclareerd, medewerkers die onder druk worden gezet om uren anders te registreren, onduidelijke contracten, contante betalingen, valse diploma’s of bestuurders die vooral sturen op productie en declaraties.
Voor zorgorganisaties neemt het belang van een goede administratie, duidelijke governance en interne controle verder toe. Organisaties moeten kunnen laten zien wie verantwoordelijk is, wie eigenaar is, hoe zorg wordt geleverd en hoe declaraties tot stand komen.
Ook samenwerking met onderaannemers vraagt meer aandacht. Hoofdaannemers zullen beter moeten controleren met wie zij werken. Alleen verwijzen naar contractafspraken is niet genoeg wanneer zorggeld verkeerd wordt gebruikt of cliënten onvoldoende zorg krijgen.
De nieuwe aanpak leunt niet alleen op wetgeving en extra controles. Signalen uit de praktijk blijven belangrijk. Zorgprofessionals, cliënten, naasten en gemeenten kunnen vaak vroeg zien dat iets niet klopt.
Voorbeelden van signalen zijn:
De maatregelen laten zien dat fraudebestrijding steeds meer wordt gezien als onderdeel van kwaliteit en veiligheid. Zorgfraude is niet alleen een financieel probleem. Het kan direct gevolgen hebben voor cliënten, medewerkers en de betrouwbaarheid van de zorgsector.
Voor goede zorgaanbieders kan strengere controle extra administratieve druk geven. Tegelijk moet het pakket juist helpen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Aanbieders die investeren in goede zorg, deskundig personeel en correcte declaraties moeten minder last hebben van partijen die zorggeld gebruiken zonder passende zorg te leveren.
De kern van het pakket is dat fraude eerder moet worden herkend en sneller moet worden gestopt. Strengere toelating, bredere vergunningseisen, VOG’s, Bibob-toetsing, fysieke controles, betere gegevensdeling en extra opsporingscapaciteit moeten samen zorgen voor meer grip op zorgfraude.
Voor zorgprofessionals betekent dit dat integriteit, transparantie en meldbereidheid belangrijker worden. Niet alleen bestuurders, maar ook teams op de werkvloer kunnen een rol spelen door afwijkende situaties bespreekbaar te maken en signalen tijdig door te geven.
Bron: Rijksoverheid