Zorginstellingen zetten stappen naar meer bewegingsvrijheid voor bewoners en cliënten, maar in de dagelijkse praktijk blijven deuren nog vaak dicht. Dat blijkt uit toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die in 2025 bij 113 zorgaanbieders langsging in de verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, ggz en jeugdhulp. De inspectie ziet dat veel organisaties beleid maken, maar dat de uitvoering achterblijft.

Vrijheid moet het uitgangspunt zijn

De basis in de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is helder. Beperken of insluiten mag alleen als het echt niet anders kan, zo kort mogelijk en altijd op maat. De inspectie benadrukt daarom dat niet veiligheid, maar vrijheid en kwaliteit van leven het vertrekpunt moeten zijn. Ook bij kwetsbare bewoners, zoals mensen met dementie.

Waarom open deuren toch lastig blijven

Voor zorgmedewerkers zit de spanning vaak in de verantwoordelijkheid op de werkvloer. Teams willen incidenten voorkomen, voelen druk van familie en ervaren dat maatwerk moeilijker wordt bij zwaardere zorgvragen en personeelstekorten. Volgens de inspectie speelt ook mee dat er in de avond en nacht minder vast en deskundig personeel aanwezig is. Dan blijven deuren sneller gesloten en wordt eerder naar beperking of insluiting gegrepen.

Wat helpt volgens de inspectie wel

  • Een duidelijke, organisatiebrede visie waarin vrijheid voorop staat.
  • Leidinggevenden die medewerkers steunen bij lastige afwegingen.
  • Vaste zorgverleners die de cliënt goed kennen en per persoon keuzes maken.
  • Goed overleg met naasten en andere professionals.
  • Een veilige omgeving en techniek die ondersteunt, zonder automatisch nieuwe beperkingen op te leggen.

Verpleeghuizen worstelen zichtbaar met de omslag

Juist in de verpleeghuiszorg, waar veel bewoners met dementie wonen, ziet de inspectie dat de omslag traag gaat. Bij de 35 bezochte verpleeghuizen bleek dat scholing, teamdraagvlak en steun van het management onmisbaar zijn. Ook vraagt de inspectie om cliënten, naasten, receptie, facilitair medewerkers, omwonenden en gemeenten eerder bij het proces te betrekken. Tegelijk zeggen verzorgenden dat dit in de praktijk niet simpel is, omdat personeelstekort en de druk om verantwoording af te leggen aan familie het bieden van maatwerk bemoeilijken.

Techniek is geen snelle oplossing

Domotica, leefcirkels, tags, camera’s en deurverklikkers kunnen helpen, maar lossen het vraagstuk niet vanzelf op. De inspectie waarschuwt dat techniek ook een nieuwe vorm van beperking kan worden als die in de plaats komt van een gesloten deur. Open deuren vragen daarom niet alleen om hulpmiddelen, maar vooral om andere keuzes, goed vakmanschap en een team dat ruimte voelt om persoonsgericht te handelen.

Wat dit vraagt van zorgteams

Voor zorgmedewerkers ligt hier een duidelijke opdracht. Ken de cliënt goed, bespreek dilemma’s in het team, betrek naasten vroeg en kijk steeds opnieuw of een beperking echt nodig is. De inspectie verwacht dat zorgaanbieders meer tempo maken, meer van elkaar leren en hun medewerkers actief ondersteunen bij deze omslag. Open deuren zijn volgens de inspectie geen losse maatregel, maar een andere manier van kijken naar vrijheid, risico en goede zorg.