- 18-02-2026
- NIEUWS

De arbeidsmarkt sport en bewegen groeit door. In 2024 werken er bijna 95.000 mensen in of rond sport en bewegen. In 2022 waren dat er nog ongeveer 82.000. De groei komt vooral door meer sportberoepen buiten de sportsector, vooral in het onderwijs. Tegelijk blijven bekende knelpunten bestaan; veel deeltijd, relatief weinig vaste contracten en een loon dat achterblijft bij de rest van de arbeidsmarkt.
Het aandeel werkenden dat in de bedrijfstak sport werkt is de laatste twee jaar ongeveer gelijk gebleven. Het aandeel dat in het onderwijs werkt neemt juist toe; van 13 procent in 2022 naar 17 procent in 2024. Vakleerkrachten, combinatiefunctionarissen en andere beweegprofessionals worden vaker onderdeel van teams in en rond school. Dat biedt kansen voor extra uren en stabielere planning; het vraagt ook om duidelijke rolafspraken en loopbaanpaden.
De sector blijft draaien op kleine contracten en combinatiebanen. In 2024 heeft 20 procent van de werkenden in sport en bewegen meer dan één werkkring; buiten sport en bewegen is dat 10 procent. Het aandeel vaste dienstverbanden daalt en flex neemt toe. Bij sportberoepen groeit ook het aandeel zelfstandigen; van 37 procent naar 42 procent.
Opvallend; de wens om meer uren te werken neemt af, maar blijft hoger dan gemiddeld. In sport en bewegen wil 16 procent meer werken, buiten sport en bewegen is dat 10 procent.
Het uurloon stijgt, maar minder hard dan elders. Tussen 2022 en 2024 groeit het gemiddelde bruto uurloon in sport en bewegen ongeveer 10 procent; buiten sport en bewegen is dat ongeveer 14 procent. Medewerkers zijn relatief vaak ontevreden over pensioen, cao en salaris.
Cao dekking blijft een zwakke plek. In 2024 valt 39 procent van de werkenden bij sportorganisaties onder een cao; landelijk is dat 73 procent. Wie onder een cao valt, verdient gemiddeld meer en werkt minder vaak met een oproepovereenkomst.
De sector scoort hoog op bevlogenheid. In 2023 is 54 procent dagelijks enthousiast over de baan; buiten sport en bewegen is dat 39 procent. De zorgen over baanbehoud zijn laag; in 2023 maakt 7 procent zich zorgen over het behoud van de baan, het laagste niveau sinds 2014. Ook de algemene tevredenheid is hoog; 86 procent is tevreden met het werk en 80 procent met de arbeidsomstandigheden.
Het aantal gediplomeerden van sportopleidingen stijgt tussen 2021 en 2023 van 7.100 naar ruim 7.500. De groei zit vooral in hbo en wo; mbo blijft in totaal stabiel.
De aansluiting op werk verschilt per opleiding. Gediplomeerden leraar lichamelijke opvoeding zijn positiever over de aansluiting dan sportkundigen. Bij mbo zijn niveau 4 gediplomeerden positiever dan niveau 2 en 3. Een extra signaal; bij niveau 2 medewerker sport en recreatie is 14 procent werkloos anderhalf jaar na afstuderen, hoger dan bij de andere bekeken sportopleidingen.
Bron: trendrapport over de arbeidsmarkt sport en bewegen (PDF)