- 24-06-2026
- NIEUWS
Een Verpleegkundige in opleiding (VIO) is iemand die wordt opgeleid tot verpleegkundige en daarbij leren en werken of leren en stage lopen combineert. De Verpleegkundige in opleiding volgt meestal de opleiding Mbo-Verpleegkundige niveau 4, Hbo-Verpleegkunde of een duale/BBL-route waarbij de student in dienst is bij een zorgorganisatie en tegelijkertijd onderwijs volgt.
De Verpleegkundige in opleiding is nog geen volledig zelfstandig bevoegde verpleegkundige. De VIO ontwikkelt stap voor stap de kennis, vaardigheden en professionele houding die nodig zijn om na diplomering als verpleegkundige te werken. In de praktijk betekent dit dat de Verpleegkundige in opleiding zorg verleent onder begeleiding van een werkbegeleider, praktijkopleider, verpleegkundige, teamleider of opleidingsfunctionaris. Naarmate de opleiding vordert, krijgt de VIO meer zelfstandigheid en complexere taken.
Belangrijk is het onderscheid tussen een Verpleegkundige in opleiding en een BIG-geregistreerde verpleegkundige. De titel verpleegkundige is beschermd. Een Verpleegkundige in opleiding mag dus niet doen alsof hij of zij al volledig bevoegd verpleegkundige is. Pas na het behalen van een erkend verpleegkundig diploma en inschrijving in het BIG-register mag iemand de beschermde beroepstitel verpleegkundige voeren.
De Verpleegkundige in opleiding leert verpleegkundige zorg te verlenen aan mensen met lichamelijke, psychische, sociale of complexe gezondheidsproblemen. De werkzaamheden verschillen per opleidingsjaar, leerroute, afdeling en zorgsector. In het eerste deel van de opleiding ligt de nadruk vaak op basiszorg, observeren, rapporteren en het leren kennen van cliënten of patiënten. Later verschuift de rol naar meer verpleegkundige handelingen, klinisch redeneren, coördineren van zorg en samenwerken met andere disciplines.
De Verpleegkundige in opleiding voert onder begeleiding onder meer de volgende werkzaamheden uit:
De Verpleegkundige in opleiding leert niet alleen technische handelingen, maar ook professioneel denken. Een belangrijk onderdeel is klinisch redeneren: het verzamelen van gegevens, herkennen van patronen, inschatten van risico’s, prioriteiten stellen en onderbouwde verpleegkundige keuzes maken. Daarbij leert de VIO steeds beter om te beoordelen wanneer een situatie stabiel is, wanneer hulp nodig is en wanneer direct moet worden opgeschaald.
De werkzaamheden van een Verpleegkundige in opleiding bouwen meestal geleidelijk op. In veel zorgorganisaties wordt gewerkt met leerdoelen, competentieniveaus of praktijkopdrachten. Een globale indeling ziet er als volgt uit:
| Fase | Typische werkzaamheden van de Verpleegkundige in opleiding | Mate van zelfstandigheid |
|---|---|---|
| Beginfase | Meelopen, basiszorg, contact maken met patiënten of cliënten, observeren, eenvoudige metingen uitvoeren en leren rapporteren. | Veel begeleiding en directe supervisie. |
| Middenfase | Zelfstandigere basiszorg, verpleegtechnische handelingen oefenen, verpleegplannen lezen en uitvoeren, medicatieveiligheid leren toepassen. | Begeleiding op afstand, met controle en nabespreking. |
| Gevorderde fase | Zorg coördineren voor meerdere patiënten of cliënten, klinisch redeneren, prioriteiten stellen, overleg voeren en complexe situaties leren hanteren. | Toenemende zelfstandigheid, maar nog altijd binnen leerafspraken. |
| Eindfase | Functioneren richting beginnend beroepsbeoefenaar, diensten voorbereiden, zorg evalueren, overdrachten doen en professionele verantwoordelijkheid nemen. | Bijna zelfstandig, met eindverantwoordelijkheid bij bevoegde professionals. |
De Verpleegkundige in opleiding werkt vooral in zorginstellingen waar verpleegkundige zorg wordt verleend. De precieze werkplek hangt af van de opleiding, het leerjaar, de leerarbeidsovereenkomst en de beschikbare stage- of opleidingsplaatsen. Veel VIO’s werken of lopen stage in ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorgorganisaties en de geestelijke gezondheidszorg.
Veel voorkomende werkplekken voor een Verpleegkundige in opleiding zijn:
In de praktijk wordt de Verpleegkundige in opleiding vaak gekoppeld aan een vaste afdeling of een vaste leerroute. Sommige organisaties laten VIO’s rouleren tussen afdelingen, zodat zij ervaring opdoen met verschillende doelgroepen. Een VIO kan bijvoorbeeld eerst leren in de ouderenzorg, daarna in het ziekenhuis en later in de wijkverpleging of GGZ.
De Verpleegkundige in opleiding werkt in een omgeving waar zorgcontinuïteit belangrijk is. Dat betekent dat diensten ook in de avond, nacht, weekenden en op feestdagen kunnen plaatsvinden. Niet iedere VIO draait meteen alle diensten; dit hangt af van leeftijd, opleiding, cao, leerjaar, beleid van de instelling en de mate waarin onregelmatige diensten verantwoord zijn binnen het leertraject.
Het werk is fysiek, mentaal en sociaal intensief. De Verpleegkundige in opleiding krijgt te maken met ziekte, pijn, kwetsbaarheid, herstel, overlijden, familiegesprekken en soms agressie of verward gedrag. Tegelijkertijd is het een beroep waarin contact, betekenisvol werk en persoonlijke ontwikkeling centraal staan.
Het maandelijkse inkomen van een Verpleegkundige in opleiding hangt sterk af van de leerroute. Een VIO in een BOL- of voltijdopleiding is meestal vooral student en ontvangt doorgaans geen volledig salaris, maar hooguit een stagevergoeding. Een VIO in een BBL- of duale opleiding heeft meestal een leerarbeidsovereenkomst en valt dan onder de cao van de werkgever.
De onderstaande bedragen zijn bruto maandbedragen volgens cao-tabellen. Ze zijn exclusief vakantiegeld, eindejaarsuitkering, onregelmatigheidstoeslag, reiskostenvergoeding, eventuele stagevergoeding, pensioenafdracht en andere arbeidsvoorwaarden. De feitelijke beloning kan verschillen door contracturen, leerjaar, cao, instelling, leeftijd, eerdere werkervaring en individuele afspraken.
| Leerroute | Status van de Verpleegkundige in opleiding | Gebruikelijke beloning |
|---|---|---|
| BOL mbo-verpleegkunde | Student met stages | Meestal stagevergoeding of geen salaris; geen volwaardig cao-maandsalaris als leerling-werknemer. |
| Voltijd hbo-verpleegkunde | Student met stages | Meestal stagevergoeding, afhankelijk van instelling en cao-afspraken. |
| BBL mbo-verpleegkunde | Leerling-werknemer | Salaris volgens cao of leerlingschaal, vaak gekoppeld aan praktijkleerjaar. |
| Hbo-verpleegkunde duaal | Werknemer en student | Salaris volgens cao, arbeidsovereenkomst en leerroute. |
| Verkorte route voor zij-instromers | Vaak werknemer in opleiding | Afhankelijk van cao, eerdere functie, werkervaring en afspraken over salarisbehoud. |
Voor Verpleegkundigen in opleiding die onder de Cao Ziekenhuizen vallen, zijn er leerlingschalen voor onder meer BBL-trajecten en hbo-duale trajecten. Onderstaande bedragen geven een indruk van het bruto maandinkomen per praktijkleerjaar.
| Praktijkleerjaar | Bruto per maand per 1 februari 2026 | Bruto per maand per 1 augustus 2026 |
|---|---|---|
| 1e praktijkleerjaar | € 2.022 | € 2.063 |
| 2e praktijkleerjaar | € 2.211 | € 2.255 |
| 3e praktijkleerjaar | € 2.452 | € 2.501 |
| 4e praktijkleerjaar | € 2.681 | € 2.735 |
Een Verpleegkundige in opleiding die in de geestelijke gezondheidszorg werkt, kan onder de Cao GGZ vallen. Voor bbl-leerlingen mbo niveau 3 en 4 noemt de cao aparte bedragen per praktijkleerjaar. De bedragen zijn gebaseerd op een arbeidsduur van 36 uur per week.
| Praktijkleerjaar | Bruto per maand per 1 januari 2026 | Bruto per maand per 1 juli 2026 |
|---|---|---|
| 1e praktijkleerjaar | € 2.504 | € 2.504 |
| 2e praktijkleerjaar | € 2.504 | € 2.504 |
| 3e praktijkleerjaar | € 2.589 | € 2.667 |
| 4e praktijkleerjaar | € 2.655 | € 2.735 |
In de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg geldt voor leerling-werknemers een andere systematiek. De cao bepaalt dat de leerling-werknemer ten minste het salaris ontvangt dat hoort bij de zij-instroomperiodiek van de functiegroep waarvoor hij of zij wordt opgeleid. Zodra de leerling aantoonbaar bekwaam genoeg is om de functie grotendeels zelfstandig uit te oefenen, geldt ten minste de volgende periodiek in de schaal. De werkgever bepaalt de functiegroep op basis van de functie en FWG-indeling.
Onderstaande tabel geeft daarom geen vaste VIO-leerlingschaal, maar laat zien wat de bedragen in veel voorkomende FWG-schalen betekenen volgens de salaristabel per 1 juli 2026.
| Voorbeeld functiegroep Cao VVT | Zij-instroomperiodiek per 1 juli 2026 | Maximum van de schaal per 1 juli 2026 | Toelichting |
|---|---|---|---|
| FWG 35 | € 2.663,54 | € 3.592,96 | Kan voorkomen bij ondersteunende of lager ingeschaalde zorgfuncties. |
| FWG 40 | € 2.811,51 | € 3.864,43 | Komt in de VVT-sector geregeld voor bij verpleegkundige of aanverwante functies, afhankelijk van functie-inhoud. |
| FWG 45 | € 2.981,98 | € 4.245,84 | Komt voor bij zwaardere verpleegkundige functies of functies met meer zelfstandigheid. |
| FWG 50 | € 3.324,94 | € 4.822,50 | Kan voorkomen bij functies met meer regie, coördinatie of hbo-verpleegkundige verantwoordelijkheden. |
Na diplomering verandert de positie van de Verpleegkundige in opleiding. De VIO wordt dan, na registratie waar nodig, beginnend verpleegkundige. De inschaling verschuift dan meestal van een leerlingschaal of leerlingregeling naar een reguliere verpleegkundige functiegroep. In ziekenhuizen komen verpleegkundige functies vaak terecht in FWG-schalen zoals FWG 45 of FWG 50, afhankelijk van functie, afdeling, ervaring en verantwoordelijkheden. In VVT, GGZ en gehandicaptenzorg gelden vergelijkbare cao-systemen, maar de exacte schaal wordt altijd bepaald door de functie-inhoud en de cao van de werkgever.
Er is geen exact officieel aantal werkzame Verpleegkundigen in opleiding in Nederland beschikbaar als aparte beroepsgroep. Dat komt doordat Verpleegkundige in opleiding geen zelfstandige BIG-registratiecategorie is. VIO’s worden in statistieken vaak geregistreerd als student, stagiair, leerling-werknemer, bbl’er, hbo-duaal student of werknemer in opleiding. Daardoor is het aantal betaalde VIO’s niet één-op-één af te lezen uit het BIG-register of uit reguliere arbeidsmarktstatistieken.
Voor een beroepengids is de meest zorgvuldige formulering: het aantal werkzame Verpleegkundigen in opleiding is niet exact bekend, maar het gaat waarschijnlijk om enkele tienduizenden mensen die een verpleegkundeopleiding volgen, waarvan een deel betaald werkt als leerling-werknemer of duaal student.
| Indicator | Aantal | Betekenis voor de Verpleegkundige in opleiding |
|---|---|---|
| BIG-geregistreerde verpleegkundigen | 226.816 per 1 juni 2026 | Dit zijn gediplomeerde, geregistreerde verpleegkundigen; VIO’s vallen hier normaal gesproken nog niet onder. |
| Nieuwe mbo-studenten verpleegkunde | Ongeveer 8.900 in studiejaar 2023/2024 | Dit is jaarlijkse instroom in de mbo-opleiding, niet het totaal aantal VIO’s. |
| Nieuwe hbo-studenten verpleegkunde | Ongeveer 6.700 in studiejaar 2023/2024 | Dit is jaarlijkse instroom in de hbo-opleiding, niet het totaal aantal VIO’s. |
| Exact aantal betaalde VIO’s | Niet officieel apart vastgesteld | BBL’ers, hbo-duale studenten en leerling-werknemers worden niet landelijk als één aparte beroepsgroep gepubliceerd. |
Omdat de opleidingen meerdere jaren duren, is het totale aantal mensen dat op enig moment verpleegkunde studeert groter dan de jaarlijkse instroom. Niet iedereen die verpleegkunde studeert, is echter ook betaald werkzaam als Verpleegkundige in opleiding. Een BOL-student of voltijd hbo-student loopt vooral stage, terwijl een BBL’er of hbo-duale student meestal werknemer in opleiding is.
De vereiste vooropleiding hangt af van de gekozen route: mbo-verpleegkunde, hbo-verpleegkunde, BBL, duaal of een verkort traject voor zij-instromers. De Verpleegkundige in opleiding kan dus verschillende instroomprofielen hebben.
| Route naar Verpleegkundige in opleiding | Gebruikelijke vooropleiding | Opmerking |
|---|---|---|
| Mbo-Verpleegkundige niveau 4, BOL | Meestal vmbo kader, gemengde leerweg of theoretische leerweg; ook mogelijk via havo/vwo-overgang of een passend mbo-diploma. | De student volgt onderwijs en loopt stages. |
| Mbo-Verpleegkundige niveau 4, BBL | Vergelijkbare mbo-toelatingseisen, vaak aangevuld met een leerarbeidsovereenkomst bij een erkend leerbedrijf. | De VIO werkt en leert tegelijk. |
| Verkorte mbo-route | Vaak Verzorgende IG niveau 3 of relevante zorgervaring. | Voor zij-instromers kan de opleidingsduur korter zijn, bijvoorbeeld door vrijstellingen of eerder behaalde competenties. |
| Hbo-Verpleegkunde voltijd | Havo, vwo of mbo niveau 4. | De student volgt een hbo-bachelor met stages in verschillende zorgsectoren. |
| Hbo-Verpleegkunde duaal | Havo, vwo of mbo niveau 4, plus meestal een arbeidsovereenkomst of opleidingsplaats bij een aangesloten zorginstelling. | De VIO combineert hbo-onderwijs met betaald werken in de zorg. |
| Zij-instroom hbo of deeltijd | Meestal mbo niveau 4, havo, vwo of relevante werkervaring; soms 21+-toelatingsonderzoek. | De precieze toelating verschilt per hogeschool. |
Naast de formele vooropleiding kunnen zorginstellingen aanvullende voorwaarden stellen. Denk aan een Verklaring Omtrent het Gedrag, vaccinatie- of gezondheidsverklaringen, beheersing van de Nederlandse taal, beschikbaarheid voor onregelmatige diensten, een leerarbeidsovereenkomst of een passende werkplek waar de leerdoelen behaald kunnen worden.
Het opleidingsniveau van de Verpleegkundige in opleiding hangt af van de route. In Nederland zijn er grofweg twee hoofdwegen naar het beroep verpleegkundige:
In de beroepspraktijk kunnen mbo- en hbo-verpleegkundigen allebei directe patiëntenzorg verlenen. Het verschil zit vooral in de breedte van de opleiding, de mate van regie, complexiteit, kwaliteitsontwikkeling, onderzoekend vermogen en functies waarvoor iemand na diplomering in aanmerking komt. Een Verpleegkundige in opleiding kan dus mbo- of hbo-student zijn, maar de praktijkrol lijkt op de werkvloer soms sterk op elkaar, zeker in de basis van de verpleegkundige zorg.
De duur van de vooropleiding vóór instroom in de verpleegkundeopleiding verschilt per route. Hieronder staat de vooropleiding los beschreven van de verpleegkundeopleiding zelf.
| Vooropleiding vóór instroom | Gebruikelijke duur | Relevantie voor Verpleegkundige in opleiding |
|---|---|---|
| Vmbo | Ongeveer 4 jaar | Vmbo kader, gemengde leerweg of theoretische leerweg kan toegang geven tot mbo niveau 4, waaronder mbo-verpleegkunde. |
| Havo | Ongeveer 5 jaar | Geeft toegang tot hbo-verpleegkunde en kan ook toegang geven tot mbo-verpleegkunde. |
| Vwo | Ongeveer 6 jaar | Geeft toegang tot hbo-verpleegkunde en kan ook toegang geven tot mbo-verpleegkunde. |
| Mbo niveau 2 of 3 | Meestal 1 tot 3 jaar, afhankelijk van opleiding en route | Kan een opstap zijn naar mbo-verpleegkunde niveau 4. |
| Verzorgende IG niveau 3 | Vaak ongeveer 3 jaar | Wordt vaak gebruikt als basis voor een verkorte of BBL-route richting mbo-verpleegkundige. |
| Mbo niveau 4 | Meestal 3 tot 4 jaar | Kan toegang geven tot hbo-verpleegkunde. |
De opleiding waarin iemand daadwerkelijk Verpleegkundige in opleiding is, duurt meestal enkele jaren. De duur hangt af van voltijd, deeltijd, BOL, BBL, duaal, vrijstellingen en eerdere zorgopleiding.
| Opleidingsroute | Gebruikelijke duur | Kenmerk |
|---|---|---|
| Mbo-Verpleegkundige niveau 4, BOL | Meestal 4 jaar | School gecombineerd met stages. |
| Mbo-Verpleegkundige niveau 4, BBL | Vaak 2,5 tot 4 jaar | Werken en leren; bij eerdere zorgopleiding kan de route korter zijn. |
| Verkorte mbo-route na Verzorgende IG | Vaak ongeveer 2 tot 2,5 jaar | Voor kandidaten met relevante vooropleiding en werkplek. |
| Hbo-Verpleegkunde voltijd | Meestal 4 jaar | Hbo-bachelor met stages en praktijkleren. |
| Hbo-Verpleegkunde duaal | Meestal 4 jaar, soms korter bij vrijstellingen | Combinatie van hbo-onderwijs en arbeidsovereenkomst. |
| Hbo-Verpleegkunde deeltijd | Meestal 3 tot 4 jaar, afhankelijk van vrijstellingen | Voor werkenden of zij-instromers met relevante ervaring. |
Het opleidingsniveau van een Verpleegkundige in opleiding (VIO) is VWO, HAVO, VMBO/MAVO.
Competenties van een Verpleegkundige in opleiding (VIO)
Een goede Verpleegkundige in opleiding ontwikkelt zich op meerdere gebieden tegelijk. Het beroep vraagt om praktische vaardigheden, kennis van ziektebeelden en medicatie, sociale sensitiviteit, nauwkeurigheid en professioneel verantwoordelijkheidsbesef.
Een Verpleegkundige in opleiding mag zorg verlenen binnen de grenzen van opleiding, bekwaamheid, bevoegdheid, toezicht en protocollen van de instelling. Dat betekent dat de VIO niet simpelweg alle verpleegkundige handelingen zelfstandig mag uitvoeren. De vraag is steeds: is de Verpleegkundige in opleiding voldoende bekwaam, is er opdracht of toestemming, is er toezicht mogelijk en past de handeling binnen het leerjaar en de afspraken van de opleiding?
Bij verpleegtechnische en risicovolle handelingen is extra voorzichtigheid nodig. Een VIO kan bijvoorbeeld leren injecteren, katheteriseren, wondzorg uitvoeren of medicatie toedienen, maar dit gebeurt volgens duidelijke afspraken. De begeleidende verpleegkundige of praktijkopleider blijft verantwoordelijk voor veilige begeleiding en toetsing. De Verpleegkundige in opleiding heeft zelf ook de plicht om grenzen aan te geven en geen handelingen uit te voeren waarvoor hij of zij zich niet bekwaam voelt.
Een Verpleegkundige in opleiding wordt opgeleid voor een bredere verpleegkundige rol dan een Verzorgende IG in opleiding. De Verzorgende IG richt zich vooral op persoonlijke verzorging, begeleiding en bepaalde verpleegtechnische handelingen binnen het eigen deskundigheidsgebied. De Verpleegkundige in opleiding leert daarnaast meer over verpleegkundige diagnosen, klinisch redeneren, zorgcoördinatie, complexere zorgsituaties, preventie, evaluatie van zorg en samenwerking met artsen en andere disciplines.
In de dagelijkse zorg werken verzorgenden, verpleegkundigen en VIO’s vaak nauw samen. De verschillen zitten vooral in opleiding, eindverantwoordelijkheid, complexiteit van zorg en bevoegdheden na diplomering.
Een mbo-Verpleegkundige in opleiding en een hbo-Verpleegkundige in opleiding leren allebei verpleegkundige zorg te verlenen. Toch zijn er verschillen in opleidingsaccent.
| Onderdeel | Mbo-Verpleegkundige in opleiding | Hbo-Verpleegkundige in opleiding |
|---|---|---|
| Opleidingsniveau | Mbo niveau 4 | Hbo bachelor |
| Praktijkgerichtheid | Sterk gericht op uitvoering van verpleegkundige zorg. | Gericht op uitvoering én analyse, regie, preventie, innovatie en kwaliteitsverbetering. |
| Klinisch redeneren | Belangrijk onderdeel, vooral gekoppeld aan dagelijkse zorgsituaties. | Uitgebreider gekoppeld aan complexiteit, evidence based practice en overstijgende zorgvraagstukken. |
| Na diplomering | Werk als mbo-verpleegkundige in uiteenlopende zorgsectoren. | Werk als hbo-verpleegkundige, vaak met meer mogelijkheden richting regie, wijkverpleging, kwaliteit, onderzoek of vervolgstudie. |
Na het afronden van de opleiding kan de Verpleegkundige in opleiding doorgroeien naar verschillende functies. De meest directe stap is werken als beginnend verpleegkundige. Daarna zijn er veel specialisatiemogelijkheden.
Een belangrijke vervolgstap voor hbo-verpleegkundigen is de opleiding tot verpleegkundig specialist via de Master Advanced Nursing Practice. Iemand in die route wordt vaak Verpleegkundige in opleiding tot specialist of VioS genoemd. Dat is niet hetzelfde als de algemene Verpleegkundige in opleiding. Een VioS is al verpleegkundige en volgt een vervolgopleiding tot verpleegkundig specialist.
Andere benamingen voor Verpleegkundige in opleiding (VIO)
Voor de Verpleegkundige in opleiding worden in vacatures, opleidingen en zorgorganisaties verschillende benamingen gebruikt. De betekenis is niet altijd exact hetzelfde, maar de termen overlappen vaak.
De term VioS wordt soms in dezelfde context genoemd, maar betekent iets anders. Een VioS is een Verpleegkundige in opleiding tot specialist. Dat is een vervolgtraject voor iemand die al verpleegkundige is en wordt opgeleid tot verpleegkundig specialist.