- 26-06-2026
- BLOG
Een Straatverpleegkundige is een verpleegkundige die sociaal-medische zorg verleent aan dak- en thuisloze mensen en aan andere personen die moeilijk aansluiting vinden bij de reguliere gezondheidszorg. De Straatverpleegkundige wacht niet altijd tot iemand zelf om hulp vraagt, maar zoekt mensen actief op. Dit wordt outreachend werken genoemd.
De Straatverpleegkundige werkt op het snijvlak van verpleegkundige zorg, openbare gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en het sociaal domein. Het doel is niet alleen een wond verzorgen of medicatie geven. Minstens zo belangrijk is het herstellen van vertrouwen, het herkennen van gezondheidsrisico’s en het begeleiden van iemand naar passende en zo mogelijk reguliere zorg.
De functie is ontstaan omdat mensen zonder stabiele woonplek vaak moeilijk gebruik kunnen maken van gewone zorg. Zij hebben bijvoorbeeld geen vaste huisarts, telefoon, identiteitsbewijs, vervoer, zorgverzekering of veilige plek om te herstellen. Psychiatrische klachten, verslaving, een licht verstandelijke beperking, schulden, schaamte, eerdere negatieve ervaringen of zorgmijdend gedrag kunnen de toegang verder bemoeilijken.
Straatzorg is de verzamelnaam voor de sociaal-medische zorg aan mensen die dakloos, thuisloos of zeer sociaal kwetsbaar zijn. Deze zorg wordt geleverd door onder anderen Straatverpleegkundigen, huisartsen, straatdokters, verpleegkundig specialisten, sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen.
De zorg is laagdrempelig, persoonsgericht en praktisch. Er wordt rekening gehouden met de omstandigheden waarin iemand leeft. Een behandeladvies zoals “houd de wond schoon”, “bewaar de medicatie gekoeld” of “rust twee weken uit” is immers moeilijk uitvoerbaar wanneer iemand buiten slaapt, voortdurend moet verhuizen of geen toegang heeft tot schoon water.
Een Straatverpleegkundige probeert daarom een medisch verantwoord behandelplan te vertalen naar wat in de dagelijkse werkelijkheid van de cliënt haalbaar is.
De belangrijkste doelgroep bestaat uit dak- en thuisloze mensen. Het kan gaan om mensen die buiten slapen, in een auto verblijven, tijdelijk bij anderen overnachten, gebruikmaken van een noodopvang of steeds tussen tijdelijke verblijfplaatsen wisselen.
Afhankelijk van de organisatie kan de Straatverpleegkundige ook werken met:
Niet iedere Straatverpleegkundige bedient al deze groepen. De precieze doelgroep wordt bepaald door de gemeente, GGD, opvangorganisatie of zorginstelling waarvoor de verpleegkundige werkt.
De werkzaamheden van een Straatverpleegkundige zijn breed. Directe verpleegkundige zorg wordt gecombineerd met signalering, triage, begeleiding, preventie en zorgcoördinatie.
Een Straatverpleegkundige moet vaak eerst aandacht geven aan wat de cliënt op dat moment het belangrijkst vindt. Dat kan een pijnlijke voet zijn, maar ook een slaapplaats, droge kleding, eten of het terugvinden van medicatie. Vanuit zo’n concrete hulpvraag kan geleidelijk ruimte ontstaan voor verdere zorg.
Op straat zijn vaak minder diagnostische middelen beschikbaar dan in een ziekenhuis. Klinisch redeneren, goed observeren en tijdig overleggen zijn daarom bijzonder belangrijk.
De Straatverpleegkundige stelt niet zelfstandig iedere medische diagnose en schrijft niet zonder aanvullende bevoegdheid geneesmiddelen voor. Daarvoor wordt samengewerkt met een huisarts, straatdokter, verslavingsarts, psychiater of verpleegkundig specialist.
Bij de doelgroep komt vaak een combinatie voor van lichamelijke aandoeningen, psychiatrische klachten, verslaving, verstandelijke beperkingen en sociale problemen. De Straatverpleegkundige:
De Straatverpleegkundige is geen vervanger van psychiatrische behandeling of verslavingsbehandeling, maar kan problemen vroeg herkennen en de cliënt begeleiden naar passende hulp.
Een belangrijk deel van het werk bestaat uit het overbruggen van de afstand tussen de cliënt en het gewone zorgstelsel. De Straatverpleegkundige kan bijvoorbeeld:
Het uiteindelijke doel is meestal dat de cliënt zo veel mogelijk gebruik kan maken van reguliere zorg. De Straatverpleegkundige blijft betrokken zolang dat nodig is om de overgang veilig en haalbaar te maken.
Een Straatverpleegkundige werkt met veel verschillende disciplines en instanties. Denk aan:
De Straatverpleegkundige vervult vaak een verbindende rol. Een behandeling kan medisch goed zijn, maar toch mislukken wanneer niemand rekening houdt met huisvesting, financiën, verslaving, beperkte gezondheidsvaardigheden of het ontbreken van een telefoon.
Ook in de straatzorg gelden professionele eisen voor dossiervoering, privacy, overdracht, medicatieveiligheid en incidentmelding. De Straatverpleegkundige:
Er bestaat geen vaste standaardwerkdag. Een Straatverpleegkundige kan de ochtend beginnen met een spreekuur in een opvanglocatie. Daarna volgt overleg met een straatdokter over cliënten met wonden, infecties of chronische aandoeningen. Vervolgens gaat de verpleegkundige samen met een collega, ervaringsdeskundige of wijkagent de straat op om mensen te bezoeken die buiten slapen.
Later op de dag kan de Straatverpleegkundige een cliënt begeleiden naar het ziekenhuis, medicatie ophalen, telefonisch overleggen met een ggz-team en een wondzorgplan bijstellen. Tussendoor kunnen acute situaties ontstaan, zoals ernstige benauwdheid, intoxicatie, onderkoeling, verwardheid of een cliënt die na een operatie nergens veilig kan herstellen.
Veel straatzorg vindt overdag plaats, maar afhankelijk van werkgever en voorziening kunnen ook vroege, late, weekend- of bereikbaarheidsdiensten voorkomen.
Een Straatverpleegkundige werkt vooral buiten de traditionele verpleegafdeling en dicht bij de leefomgeving van de doelgroep. Mogelijke werkplekken zijn:
Werkgevers zijn onder meer GGD’en, gemeenten, thuiszorgorganisaties, maatschappelijke-opvangorganisaties, ggz-instellingen, verslavingszorg, ziekenhuizen en regionale samenwerkingsverbanden. De Straatverpleegkundige kan bij één organisatie in dienst zijn, maar dagelijks voor een gezamenlijk straatzorgteam werken.
Er bestaat geen landelijke salarisschaal die uitsluitend voor Straatverpleegkundigen geldt. Het salaris wordt bepaald door de werkgever, cao, functiebeschrijving, opleidingsniveau, werkervaring en verantwoordelijkheden.
De onderstaande bedragen zijn bruikbare salarisindicaties per 1 juli 2026, bruto per maand bij een fulltime dienstverband van 36 uur:
| Werkgever of functieniveau | Mogelijke schaal | Bruto per maand |
|---|---|---|
| Zorg- of thuiszorgorganisatie | Cao VVT, bijvoorbeeld FWG 50 | Ongeveer € 3.592,96 tot € 4.822,50 |
| GGD of gemeentelijke gezondheidsorganisatie | Cao SGO, schaal 8 | Ongeveer € 3.246 tot € 4.556 |
| GGD, hbo-functie met meer zelfstandigheid | Cao SGO, schaal 9 | Ongeveer € 3.568 tot € 5.096 |
Voor de beroepengids kan daarom worden uitgegaan van een indicatief inkomen van ongeveer € 3.250 tot € 5.100 bruto per maand bij 36 uur. Een veelvoorkomende bandbreedte voor een ervaren verpleegkundige functie rond FWG 50 is ongeveer € 3.593 tot € 4.823 bruto per maand.
Het daadwerkelijke bedrag kan lager of hoger zijn. Boven op het basissalaris kunnen vakantiegeld, eindejaarsuitkering, individueel keuzebudget, reiskostenvergoeding, pensioenopbouw en onregelmatigheidstoeslagen komen. Een Straatverpleegkundige die alleen tijdens kantooruren werkt, ontvangt meestal minder onregelmatigheidstoeslag dan iemand die avond-, weekend- of bereikbaarheidsdiensten draait.
Een netto maandbedrag kan niet algemeen worden genoemd, omdat dit afhangt van contracturen, belastingen, pensioenpremie, toeslagen en de persoonlijke situatie.
Het exacte aantal Straatverpleegkundigen in Nederland is niet bekend. De functie heeft geen afzonderlijke registratie in het BIG-register en wordt door het CBS niet als aparte beroepsgroep geteld. Straatverpleegkundigen kunnen bovendien onder verschillende functienamen, werkgevers en cao’s werken.
Per 1 augustus 2026 stonden ongeveer 231.014 verpleegkundigen in het BIG-register. Dit is de totale beroepsgroep en zegt niet hoeveel daarvan in de straatzorg werken.
Een landelijk onderzoek uit 2017 naar 43 centrumgemeenten vond in 19 gemeenten een verpleegkundige die vast betrokken was bij de medische zorg aan dak- en thuisloze mensen. Dit is een historisch cijfer over gemeentelijke beschikbaarheid, geen telling van individuele Straatverpleegkundigen. Eén gemeente kan meerdere verpleegkundigen hebben en een verpleegkundige kan in deeltijd voor verschillende voorzieningen werken.
Als actueel lokaal voorbeeld heeft GGD Groningen vier straatzusters. Zulke lokale aantallen mogen echter niet worden opgeteld tot een betrouwbare landelijke schatting, omdat straatzorg per gemeente anders is georganiseerd.
De meest correcte formulering voor de beroepengids is daarom: er is geen betrouwbare landelijke telling, maar het gaat om een relatief kleine, gespecialiseerde beroepsgroep binnen de veel grotere groep BIG-geregistreerde verpleegkundigen.
Er bestaat geen afzonderlijke, wettelijk verplichte basisopleiding met de naam “opleiding tot Straatverpleegkundige”. De gebruikelijke vooropleiding is een erkende opleiding tot verpleegkundige:
Na het behalen van het diploma moet de verpleegkundige zich registreren in het BIG-register. De titel “verpleegkundige” is wettelijk beschermd. “Straatverpleegkundige” is geen afzonderlijke beschermde specialistentitel, maar de persoon die deze functie uitoefent moet voor verpleegkundige werkzaamheden wel als verpleegkundige zijn opgeleid, geregistreerd, bevoegd en bekwaam.
Werkgevers kunnen zowel mbo- als hbo-verpleegkundigen aannemen. Voor functies met veel zelfstandige triage, complexe casuïstiek, zorgcoördinatie, beleidsmatige taken of publieke gezondheidszorg wordt regelmatig hbo-niveau gevraagd of sterk gewaardeerd.
Opleidingsniveau: mbo niveau 4.
Duur: meestal vier jaar. Een mbo-4-middenkaderopleiding duurt formeel drie tot vier jaar. De precieze duur hangt af van de school, leerweg en eventuele vrijstellingen.
Leerwegen:
Mogelijke toelatingsvooropleidingen:
Tijdens Mbo-Verpleegkunde leert de student onder andere basiszorg, verpleegtechnische handelingen, klinisch redeneren, medicatieveiligheid, communicatie, preventie, zorgplanning en samenwerken met andere disciplines.
Na diplomering en BIG-registratie kan de mbo-verpleegkundige werkervaring opdoen in bijvoorbeeld thuiszorg, maatschappelijke opvang, ggz, verslavingszorg, wijkzorg of ziekenhuiszorg. Vanuit die ervaring kan de overstap naar straatzorg worden gemaakt.
Opleidingsniveau: hbo-bachelor, NLQF-niveau 6.
Duur: vier jaar bij een reguliere voltijdopleiding.
Mogelijke toelatingsvooropleidingen:
Voor mbo-verpleegkundigen bestaan bij sommige hogescholen deeltijdse, duale of verkorte trajecten. De duur daarvan verschilt per instelling en is afhankelijk van werkervaring, vrijstellingen en de inrichting van het programma.
Hbo-Verpleegkunde besteedt naast directe zorg veel aandacht aan complexe besluitvorming, preventie, onderzoekend vermogen, zorgcoördinatie, gezondheidsbevordering, leiderschap en kwaliteitsverbetering. Dat sluit goed aan bij de zelfstandige en verbindende positie van de Straatverpleegkundige.
Aanvullende scholing is niet landelijk op één manier verplicht, maar is voor de praktijk zeer waardevol. Werkgevers vragen bovendien vaak relevante werkervaring. Passende aanvullende scholing kan gaan over:
De Nederlandse Straatdokters Groep werkt aan deskundigheidsbevordering en een curriculum voor straatzorg. Dit ondersteunt de professionalisering van het werkveld, maar vervangt de erkende verpleegkundige basisopleiding niet.
Dat is niet onmogelijk, maar veel werkgevers geven de voorkeur aan verpleegkundigen met enige werkervaring. De Straatverpleegkundige werkt vaak zelfstandig, moet acute risico’s herkennen en heeft te maken met complexe combinaties van somatiek, psychiatrie, verslaving en sociale problematiek.
Relevante ervaring kan worden opgedaan in:
Het opleidingsniveau van een Straatverpleegkundige is HBO, MBO.
Verschil met een Straatdokter
Een Straatdokter is meestal een huisarts of andere arts die medische diagnoses stelt en behandelingen of geneesmiddelen kan voorschrijven. De Straatverpleegkundige beoordeelt, verzorgt, observeert, begeleidt en coördineert vanuit het verpleegkundige deskundigheidsgebied.
In de praktijk vullen beide functies elkaar aan. De Straatverpleegkundige heeft vaak intensiever en frequenter contact met cliënten, signaleert verslechtering, bereidt het spreekuur voor en bewaakt of gemaakte afspraken uitvoerbaar zijn. De arts draagt de medische verantwoordelijkheid voor diagnostiek en behandeling binnen diens deskundigheidsgebied.
De Nederlandse Straatdokters Groep gebruikt “straatdokter” daarnaast soms als brede aanduiding voor het straatzorgnetwerk. Dat betekent niet dat een Straatverpleegkundige juridisch een arts is.
Een Wijkverpleegkundige verleent en organiseert doorgaans zorg bij mensen die een woning of stabiel thuisadres hebben. Een Straatverpleegkundige werkt juist met mensen zonder stabiele woonplek of met een zeer grote afstand tot reguliere zorg.
Er is inhoudelijke overlap, bijvoorbeeld bij wondzorg, medicatie, preventie en zorgcoördinatie. De Straatverpleegkundige heeft doorgaans meer te maken met dakloosheid, onverzekerdheid, zorgmijding, openbare ruimte, psychiatrie, verslaving en maatschappelijke opvang.
Een Sociaal psychiatrisch verpleegkundige is gespecialiseerd in sociale psychiatrie en ambulante ggz. Een Straatverpleegkundige richt zich meestal breder op lichamelijke én psychische gezondheidsproblemen van dak- en thuisloze of moeilijk bereikbare mensen.
Een Straatverpleegkundige kan zelf een sociaalpsychiatrische achtergrond hebben. Toch zijn de functienamen niet automatisch uitwisselbaar: de doelgroep, bevoegdheden, opleidingseisen en werkgever kunnen verschillen.
Een ervaren Straatverpleegkundige kan zich ontwikkelen tot bijvoorbeeld:
Andere benamingen voor Straatverpleegkundige
In Nederland en Vlaanderen komen verschillende functienamen voor:
Verwante functienamen zijn sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, FACT-verpleegkundige, wijkverpleegkundige en verpleegkundige publieke gezondheid. Deze functies kunnen overlappen met straatzorg, maar zijn niet per definitie hetzelfde beroep.