- 31-07-2026
- NIEUWS
Een wijkverpleegkundige is een hbo-opgeleide verpleegkundige die verpleging en verzorging bij mensen thuis beoordeelt, organiseert, coördineert en deels zelf uitvoert. De wijkverpleegkundige kijkt niet alleen naar een ziekte, wond of lichamelijke beperking. Ook de woonomgeving, zelfredzaamheid, mentale gezondheid, mantelzorg, veiligheid, voeding, medicatie en sociale situatie tellen mee.
De wijkverpleegkundige heeft veel professionele zelfstandigheid. Binnen de Zorgverzekeringswet bepaalt een vakbekwame verpleegkundige welke wijkverpleging nodig is, met welk doel, hoeveel tijd daarvoor nodig is, hoe lang de zorg duurt en wie de zorg het beste kan uitvoeren. Dit heet indiceren en organiseren van zorg.
De wijkverpleegkundige combineert directe cliëntenzorg met indiceren, klinisch redeneren, coördineren, overleggen en kwaliteitsbewaking. Hoe de werkweek eruitziet, verschilt per organisatie. Bij de ene werkgever draait de wijkverpleegkundige regelmatig mee in zorgroutes. Bij een andere werkgever ligt de nadruk op intakes, indicaties, complexe casussen, coaching en samenwerking in de wijk.
De belangrijkste werkzaamheden zijn:
Indiceren is een kerntaak van de wijkverpleegkundige. De cliënt heeft voor wijkverpleging uit de basisverzekering geen verwijzing van een huisarts of medisch specialist nodig. De cliënt, familie, huisarts, transferverpleegkundige of een andere betrokkene kan rechtstreeks contact opnemen met een aanbieder van wijkverpleging.
De wijkverpleegkundige bezoekt de cliënt in de eigen woonomgeving. Een huisbezoek geeft informatie die in een spreekkamer minder zichtbaar is. De wijkverpleegkundige ziet bijvoorbeeld of iemand veilig kan lopen, medicatie goed bewaart, voldoende eten in huis heeft, een trap kan gebruiken en ondersteuning van familie of buren krijgt.
Bij het indicatieproces worden meestal de volgende stappen doorlopen:
De wijkverpleegkundige bepaalt de aard, omvang, duur en doelen van de zorg. De indicatie moet objectief, onafhankelijk, onderbouwd en onbevooroordeeld tot stand komen. De zorgverzekeraar of werkgever mag niet voorschrijven hoeveel zorg een individuele cliënt volgens een standaardberekening krijgt.
Een wijkverpleegkundige is niet alleen een coördinator. Afhankelijk van de functie en het team voert de wijkverpleegkundige ook zelf zorg uit. Dit gebeurt vooral bij complexe, instabiele of nieuwe zorgsituaties.
Voorbeelden van directe zorg zijn:
De wijkverpleegkundige moet bij iedere handeling bevoegd en aantoonbaar bekwaam zijn. Een diploma of BIG-registratie betekent niet automatisch dat iemand iedere verpleegtechnische handeling zonder aanvullende scholing mag uitvoeren.
Wijkverpleging is niet alleen gericht op het overnemen van taken. De wijkverpleegkundige onderzoekt eerst wat de cliënt zelf kan, opnieuw kan leren of met een hulpmiddel kan uitvoeren. Deze herstelgerichte manier van werken wordt vaak reablement genoemd.
Een wijkverpleegkundige kan bijvoorbeeld onderzoeken of een cliënt:
De wijkverpleegkundige mag zorg niet zomaar bij mantelzorgers neerleggen. Er moet worden gekeken of een naaste de taak wil uitvoeren, kan leren, beschikbaar is en niet overbelast raakt.
Wijkverpleegkundigen werken met volwassenen van verschillende leeftijden. Ouderen vormen de grootste groep, maar wijkverpleging is niet uitsluitend ouderenzorg.
Veel voorkomende cliëntgroepen zijn:
In 2024 ontvingen ongeveer 593.000 mensen wijkverpleging die vanuit de Zorgverzekeringswet werd betaald. Ongeveer 80 procent van deze cliënten was ouder dan 66 jaar. De gemiddelde leeftijd was 75 jaar. Een cliënt ontving gemiddeld vier uur wijkverpleging per week en bleef gemiddeld zes maanden in zorg. De verschillen tussen cliënten zijn groot.
Een wijkverpleegkundige heeft brede vakkennis nodig. De professional werkt vaak alleen bij een cliënt thuis en moet zonder directe aanwezigheid van een arts of collega kunnen beoordelen wat nodig is.
Belangrijke vaardigheden zijn:
De wijkverpleegkundige werkt met vertrouwelijke gezondheidsgegevens en neemt beslissingen die invloed hebben op de veiligheid en zelfstandigheid van cliënten. Belangrijke wetten en professionele kaders zijn onder meer:
Technologie krijgt een grotere plaats in het werk. De wijkverpleegkundige beoordeelt of een hulpmiddel past bij de mogelijkheden en wensen van de cliënt. Digitale zorg mag niet worden ingezet als deze onveilig is of niet aansluit bij de cliënt.
Veel gebruikte toepassingen zijn:
Wijkverpleegkundigen krijgen te maken met complexe beslissingen, tijdsdruk en verantwoordelijkheid. Zij werken bij mensen thuis, waar de omstandigheden niet altijd goed controleerbaar zijn.
Belastende onderdelen kunnen zijn:
Landelijk onderzoek uit 2026 laat zien dat hulpmiddelen steeds vaker worden gebruikt en dat de samenwerking met andere eerstelijnsprofessionals redelijk goed verloopt. Samenwerking met het sociale domein, taakverschuiving naar helpenden, intervisie en consequente toepassing van het normenkader blijven aandachtspunten.
De wijkverpleegkundige werkt voornamelijk bij cliënten thuis. De eigen omgeving kan ook een aanleunwoning, woonzorgcomplex, kleinschalige woonvorm, dagbestedingslocatie of werkplek zijn.
De meeste wijkverpleegkundigen zijn in dienst van:
Een deel van het werk gebeurt op kantoor of vanuit een wijkpost. Daar verwerkt de wijkverpleegkundige aanmeldingen, schrijft indicaties, actualiseert zorgplannen en overlegt met collega’s. Ook zijn er besprekingen in huisartsenpraktijken, buurtcentra, ziekenhuizen en regionale samenwerkingsverbanden.
De wijkverpleegkundige is vaak het vaste verpleegkundige aanspreekpunt rond een cliënt. Samenwerking is nodig omdat problemen thuis meestal niet binnen één vakgebied of één zorgwet passen.
Belangrijke samenwerkingspartners zijn:
Een werkdag kan vroeg beginnen met een korte overdracht. Daarna bezoekt de wijkverpleegkundige enkele cliënten. Bij de eerste cliënt wordt een wond beoordeeld en behandeld. Bij een volgende cliënt controleert de wijkverpleegkundige de medicatie en bespreekt zij met de mantelzorger hoe de nacht is verlopen.
Later op de ochtend volgt een intake bij iemand die na een ziekenhuisopname naar huis is gegaan. De wijkverpleegkundige brengt de zorgvraag in kaart, beoordeelt de veiligheid thuis en stelt een voorlopig zorgplan op. Zij overlegt met de huisarts en vraagt een ergotherapeut om mee te kijken naar hulpmiddelen.
In de middag verwerkt de wijkverpleegkundige de indicatie in het elektronisch cliëntendossier. Daarna bespreekt zij een complexe situatie met het wijkteam. Ook beantwoordt zij vragen van collega’s, past zij een zorgplan aan en controleert zij of een cliënt met palliatieve zorg voldoende medicatie en hulpmiddelen in huis heeft.
De werkdag kan anders verlopen door een val, plotselinge benauwdheid, een verwarde cliënt, een verslechterende wond of een overbelaste mantelzorger. Zelfstandig prioriteiten stellen is daarom belangrijk.
Wijkverpleegkundigen vallen meestal onder de cao VVT. Een volledige werkweek binnen deze cao bedraagt gemiddeld 36 uur. De functie wordt vaak gewaardeerd in FWG 50 of FWG 55. De werkelijke schaal hangt af van de functieomschrijving, verantwoordelijkheden en functiewaardering door de werkgever.
| Schaal per 1 juli 2026 | Bruto startsalaris | Bruto maximumsalaris |
|---|---|---|
| FWG 50 | € 3.592,96 per maand | € 4.822,50 per maand |
| FWG 55 | € 3.772,15 per maand | € 5.413,38 per maand |
Een wijkverpleegkundige in FWG 50 verdient vanaf juli 2026 dus meestal tussen € 3.592,96 en € 4.822,50 bruto per maand. Een zwaarder gewaardeerde functie in FWG 55 levert tussen € 3.772,15 en € 5.413,38 bruto per maand op. Actuele vacatures laten beide schalen zien.
De werkgever bepaalt de periodiek op basis van relevante werkervaring, eerdere inschaling en afspraken bij indiensttreding. Een starter begint meestal onder in de schaal. Daarna kan het salaris periodiek stijgen tot het maximum.
| Contract | FWG 50 | FWG 55 |
|---|---|---|
| 24 uur per week | Ongeveer € 2.395 tot € 3.215 bruto per maand | Ongeveer € 2.515 tot € 3.609 bruto per maand |
| 32 uur per week | Ongeveer € 3.194 tot € 4.287 bruto per maand | Ongeveer € 3.353 tot € 4.812 bruto per maand |
| 36 uur per week | € 3.592,96 tot € 4.822,50 bruto per maand | € 3.772,15 tot € 5.413,38 bruto per maand |
Deze bedragen zijn exclusief vakantiegeld, eindejaarsuitkering en eventuele toeslagen.
Bij een werkgever die de cao VVT toepast, kan een wijkverpleegkundige onder meer rekenen op:
De onregelmatigheidstoeslag loopt in 2026, afhankelijk van het tijdstip, uiteen van 22 tot 60 procent van het uurloon. Niet iedere wijkverpleegkundige werkt veel onregelmatige diensten. Functies die vooral bestaan uit indiceren, coördineren en kwaliteitswerk worden vaker overdag uitgevoerd.
Er bestaat geen actuele openbare telling van uitsluitend mensen met de functie wijkverpleegkundige. Dat komt doordat wijkverpleegkundige geen aparte BIG-registratie heeft en werkgevers verschillende functietitels gebruiken. Landelijke arbeidsmarktbestanden tellen bovendien vaak complete wijkteams of de hele thuiszorgsector.
Het Zorginstituut gebruikte in 2023 een omvang van ongeveer 80.000 fte wijkverpleging. Dit getal omvat niet alleen wijkverpleegkundigen. Het gaat ook om andere verpleegkundigen, verzorgenden en medewerkers die verpleging en verzorging thuis leveren.
Een aantal van ongeveer 70.000 wijkverpleegkundigen wordt soms genoemd, maar kan niet als betrouwbare telling van de specifieke hbo-functie worden gebruikt. Het getal ligt dicht bij de personeelsomvang van de brede wijkverpleging en telt daardoor waarschijnlijk meerdere functiegroepen mee.
De meest zorgvuldige formulering is daarom: Nederland heeft tienduizenden medewerkers in de wijkverpleging, samen goed voor ongeveer 80.000 fte volgens de laatst beschikbare landelijke raming. Het aantal specifiek werkzame wijkverpleegkundigen is onbekend en vormt een deel van dit totaal.
De baankansen zijn goed. Door vergrijzing, kortere ziekenhuisopnames, personeelstekorten en het beleid om mensen langer thuis te laten wonen neemt de behoefte aan deskundige wijkverpleging toe.
Nivel vermeldde in 2026 een verwacht personeelstekort in de brede wijkverpleging van ongeveer 25.300 personen in 2034. Dit gaat opnieuw om meerdere functies binnen de wijkverpleging, niet alleen om hbo-opgeleide wijkverpleegkundigen.
De vraag is vooral groot naar professionals die:
Wijkverpleging wordt zeven dagen per week geleverd. Veel thuiszorgroutes beginnen vroeg in de ochtend en lopen door tot in de avond. Nachtzorg wordt vaak via een apart nachtzorgteam of bereikbaarheidsdienst geregeld.
Een wijkverpleegkundige kan werken in:
Niet iedere wijkverpleegkundige draait dezelfde diensten. Wie veel directe cliëntenzorg verleent, werkt vaker onregelmatig. Wie vooral indiceert, coördineert of kwaliteitswerk uitvoert, werkt meestal overdag. Parttime contracten van 24 tot 32 uur komen veel voor.
De gebruikelijke opleiding is hbo Verpleegkunde. Dit is een bacheloropleiding op NLQF-niveau 6. Na afronding ontvangt de student de graad Bachelor of Science of Bachelor of Nursing, afhankelijk van de opleiding.
De opleiding behandelt onder meer:
Via stages maakt de student kennis met verschillende zorgsectoren. Wie wijkverpleegkundige wil worden, kan stages, keuzeonderwijs of een afstudeeropdracht in de thuiszorg kiezen.
Voor toelating tot hbo Verpleegkunde gelden meestal de volgende routes:
De vooropleiding staat los van de hbo-opleiding Verpleegkunde. De gebruikelijke duur is:
| Vooropleiding | Gebruikelijke duur |
|---|---|
| Havo | 5 jaar na de basisschool |
| Vwo | 6 jaar na de basisschool |
| Mbo niveau 4 | Meestal 3 tot 4 jaar, afhankelijk van de opleiding en leerweg |
| Mbo Verpleegkunde niveau 4 | Meestal 4 jaar, soms korter via een versneld traject |
| 21-plusroute | Geen vaste vooropleiding, wel voorbereiding en een toelatingsonderzoek |
De reguliere voltijdopleiding hbo Verpleegkunde duurt vier jaar. Deeltijd- en duale opleidingen duren meestal ook vier jaar, maar de feitelijke studieduur kan per student en hogeschool verschillen.
Verkorte routes zijn mogelijk:
Er bestaat geen landelijke, verplichte volledige vervolgopleiding met de naam opleiding tot wijkverpleegkundige. De basis is hbo Verpleegkunde. Voor indiceren volgens het actuele normenkader is aanvullende scholing nodig.
Volgens het V&VN Normenkader Indicatieproces moet een verpleegkundige die nieuwe indicaties voor wijkverpleging stelt aantoonbaar vakbekwaam zijn. De voorwaarden gaan verder dan alleen het bezit van een diploma.
De belangrijkste voorwaarden zijn:
Werkervaring zonder passende verpleegkundige opleiding vervangt de opleiding niet. Ook een afgestudeerde hbo-verpleegkundige moet zich specifiek bekwamen in het indiceren en organiseren van zorg thuis.
Verpleegkundige is een wettelijk beschermde beroepstitel. Een verpleegkundige die in de individuele gezondheidszorg werkt, moet in het BIG-register staan. De professional valt daarmee onder het tuchtrecht.
Herregistratie is iedere vijf jaar nodig. Voor herregistratie op basis van werkervaring geldt voor verpleegkundigen een norm van 2.080 relevante werkuren in de vijf jaar voor de herregistratiedatum. Wie onvoldoende uren heeft, kan onder voorwaarden via scholing aan de eisen voldoen.
Wijkverpleegkundige is geen afzonderlijk artikel 3-beroep in het BIG-register. Het register vermeldt de basisregistratie als verpleegkundige. Daardoor kan het BIG-register niet worden gebruikt om het exacte aantal wijkverpleegkundigen te tellen.
Het opleidingsniveau van een Wijkverpleegkundige is HBO.
Het beroep past bij iemand die zelfstandig wil werken, verantwoordelijkheid durft te nemen en belangstelling heeft voor de complete leefomgeving van een cliënt. Je moet kunnen omgaan met verschillen tussen mensen, woningen, ziektebeelden en sociale situaties.
Een wijkverpleegkundige moet zorgvuldig kunnen beslissen, maar ook praktisch zijn. Je werkt niet in een volledig ingerichte behandelkamer. Je zoekt samen met de cliënt en het netwerk naar een oplossing die thuis uitvoerbaar en veilig is.
Andere benamingen voor wijkverpleegkundige
Werkgevers gebruiken verschillende functietitels. Niet iedere titel heeft precies dezelfde taken of verantwoordelijkheden.
Een thuiszorgverpleegkundige kan een bredere benaming zijn voor iedere verpleegkundige die thuiszorg verleent. Regiewijkverpleegkundige, kwaliteitswijkverpleegkundige en senior wijkverpleegkundige wijzen meestal op extra verantwoordelijkheden voor complexe zorg, coaching, indicaties of kwaliteitsbeleid.
| Beroep | Belangrijkste verschil |
|---|---|
| Wijkverpleegkundige | Werkt meestal op hbo-niveau, indiceert, organiseert en coördineert zorg thuis en behandelt complexe situaties. |
| Mbo-verpleegkundige in de wijk | Voert veel directe verpleegkundige zorg uit, maar voldoet zonder aanvullende kwalificaties niet automatisch aan de eisen om Zvw-zorg te indiceren. |
| Verzorgende IG | Heeft mbo niveau 3 en richt zich vooral op persoonlijke verzorging, begeleiding, signalering en toegestane verpleegtechnische handelingen. |
| Helpende of helpende plus | Ondersteunt vooral bij dagelijkse verzorging en laagcomplexe taken. De wijkverpleegkundige blijft verantwoordelijk voor passende taakverdeling. |
| Casemanager dementie | Begeleidt specifiek mensen met dementie en hun naasten gedurende het ziekteproces. |
| Verpleegkundig specialist | Heeft een hbo-master en kan binnen het eigen specialisme zelfstandig behandelen, diagnosticeren en onder voorwaarden medicatie voorschrijven. |
| Transferverpleegkundige | Regelt vervolgzorg bij ontslag uit een ziekenhuis of zorginstelling en werkt meestal niet langdurig in het wijkteam. |
Een wijkverpleegkundige kan zich inhoudelijk specialiseren of doorgroeien naar een coördinerende, adviserende of leidinggevende functie.
Mogelijke vervolgstappen zijn: