- 24-09-2026
- NIEUWS
Een arboverpleegkundige is een BIG-geregistreerde verpleegkundige die zich heeft gespecialiseerd in arbeid en gezondheid. De arboverpleegkundige helpt werknemers om gezond te blijven werken, voorkomt waar mogelijk ziekteverzuim en begeleidt werknemers die door lichamelijke of psychische klachten zijn uitgevallen.
Het beroep ligt op het grensvlak van verpleegkunde, bedrijfsgeneeskunde, preventie, arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid. De arboverpleegkundige kijkt niet alleen naar een ziekte of klacht, maar vooral naar de invloed daarvan op het werk. Ook onderzoekt de arboverpleegkundige welke omstandigheden op het werk klachten veroorzaken of verergeren.
De officiële afkorting is AVK. De Engelse benaming is occupational health nurse.
Een arboverpleegkundige werkt meestal niet aan het bed en verleent doorgaans geen dagelijkse patiëntenzorg. Het werk bestaat vooral uit gesprekken, onderzoek, begeleiding, advisering, rapportage, preventie en overleg met werkgevers en andere arboprofessionals.
| Onderdeel | Gegevens |
|---|---|
| Beroepsnaam | Arboverpleegkundige |
| Afkorting | AVK |
| Werkveld | Arbeid en gezondheid, bedrijfsgezondheidszorg en arbodienstverlening |
| Opleidingsniveau | Hbo-niveau, meestal hbo-verpleegkunde met een post-hbo-specialisatie |
| Duur hbo-verpleegkunde | Vier jaar voltijd |
| Duur vervolgopleiding | Ongeveer vijftien tot achttien maanden |
| Registratie | BIG-registratie als verpleegkundige, registratie in het deskundigheidsgebied Arboverpleegkundige bij V&VN is mogelijk |
| Salarisindicatie 2026 | Ongeveer € 3.700 tot € 5.200 bruto per maand bij een volledig dienstverband |
| Gemiddelde salarisindicatie | Ongeveer € 4.400 bruto per maand |
| Aantal werkenden | Naar schatting ongeveer 1.000 in Nederland |
| Belangrijkste werkgevers | Arbodiensten, grote bedrijven, ziekenhuizen, overheden en gespecialiseerde adviesorganisaties |
De arboverpleegkundige richt zich op de gezondheid van mensen in relatie tot hun werk. Daarbij gaat het om werknemers die al zijn uitgevallen, werknemers die dreigen uit te vallen en gezonde werknemers bij wie gezondheidsrisico’s vroeg kunnen worden opgespoord.
De werkzaamheden vinden plaats op drie niveaus. Het individuele niveau van de werknemer, het niveau van een team of afdeling en het niveau van de gehele organisatie.
Een belangrijk deel van het werk bestaat uit de begeleiding van werknemers die ziekgemeld zijn. De arboverpleegkundige bespreekt de klachten, de thuissituatie, de werkomstandigheden en de mogelijkheden om het werk geheel of gedeeltelijk te hervatten.
Veelvoorkomende werkzaamheden zijn.
De arboverpleegkundige stelt niet zelfstandig vast of iemand arbeidsongeschikt is. Medische beoordeling, complexe probleemanalyse en het definitieve oordeel over belastbaarheid vallen onder de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts. De precieze verdeling van taken wordt vastgelegd in afspraken over taakdelegatie.
Veel arboverpleegkundigen voeren bedrijfsgeneeskundige werkzaamheden uit in taakdelegatie. Dit betekent dat een bedrijfsarts bepaalde taken overdraagt aan een daarvoor opgeleide en bekwame arboverpleegkundige.
Voor taakdelegatie gelden duidelijke voorwaarden.
De bedrijfsarts blijft eindverantwoordelijk voor het geheel van de sociaal-medische begeleiding. De arboverpleegkundige blijft zelf verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de eigen werkzaamheden.
Een arboverpleegkundige houdt zich niet alleen bezig met werknemers die al zijn uitgevallen. Preventie is een belangrijk onderdeel van het beroep. Het doel is om gezondheidsproblemen te herkennen voordat ze tot langdurig verzuim leiden.
Preventieve werkzaamheden zijn onder andere.
De arboverpleegkundige kijkt hierbij niet alleen naar de werknemer. Ook werkroosters, personeelsbezetting, leiderschap, veiligheid, werkcultuur en de inrichting van de werkplek kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken.
Arboverpleegkundigen kunnen een rol hebben bij een Preventief Medisch Onderzoek, meestal afgekort als PMO. Tijdens een PMO worden gezondheidsrisico’s onderzocht en krijgen werknemers advies over hun gezondheid en inzetbaarheid.
Onderdelen van een PMO kunnen zijn.
Een Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek, meestal afgekort als PAGO, richt zich specifiek op gezondheidsrisico’s die met het werk samenhangen. Denk aan gehoorschade door lawaai, huidproblemen door chemische stoffen, rugklachten door tillen of luchtwegproblemen door stof.
Bij een werkplekonderzoek bezoekt de arboverpleegkundige de werkplek van een werknemer. De arboverpleegkundige onderzoekt hoe het werk wordt uitgevoerd en welke factoren herstel of gezond werken belemmeren.
Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar.
Na het onderzoek maakt de arboverpleegkundige een rapport met praktische verbeterpunten. Dat kan leiden tot een andere werkplekinrichting, hulpmiddelen, aangepaste taken, extra pauzes of verandering van werkprocessen.
De arboverpleegkundige adviseert ook leidinggevenden, HR-medewerkers, preventiemedewerkers en directies. Dit gebeurt zonder vertrouwelijke medische informatie van individuele werknemers te delen.
De adviezen kunnen gaan over.
De arboverpleegkundige kan verzuimgegevens en resultaten van gezondheidsonderzoeken analyseren. De werkgever ontvangt alleen informatie op groepsniveau als individuele werknemers uit de gegevens herkenbaar zouden kunnen zijn.
De arboverpleegkundige is verpleegkundige en valt onder het medisch beroepsgeheim. Medische informatie mag niet zonder toestemming aan de werkgever worden verstrekt.
De werkgever mag bijvoorbeeld niet worden geïnformeerd over.
De werkgever kan wel informatie ontvangen over de functionele mogelijkheden van de werknemer. Daarbij kan het gaan om mogelijke werkhervatting, tijdelijke aanpassingen, verwachte duur van beperkingen, vervolgstappen en de datum van een nieuw contactmoment.
De arboverpleegkundige heeft daardoor een onafhankelijke positie. De werkgever betaalt vaak voor de arbodienstverlening, maar heeft geen vrije toegang tot het medische dossier.
Arboverpleegkundigen werken vooral bij organisaties die zich bezighouden met bedrijfsgezondheidszorg en arbodienstverlening.
De arboverpleegkundige werkt afwisselend in een spreekkamer, op kantoor, bij klanten, op de werkvloer en vanuit huis. Voor veel functies is een rijbewijs nodig omdat de arboverpleegkundige verschillende bedrijfslocaties bezoekt.
De meeste arboverpleegkundigen werken overdag en op werkdagen. Avond-, nacht- en weekenddiensten komen veel minder voor dan in ziekenhuizen, verpleeghuizen of de thuiszorg.
De functie bestaat voor een groot deel uit zelfstandig werken. Tegelijkertijd is regelmatig overleg nodig met andere professionals. Hybride werken komt veel voor, maar spreekuren, medische onderzoeken en werkplekbezoeken vinden meestal op locatie plaats.
Het werk kan mentaal belastend zijn. Een arboverpleegkundige heeft te maken met werknemers die onzeker, boos, gespannen of teleurgesteld zijn. Ook kunnen de belangen van werknemer en werkgever uiteenlopen. De arboverpleegkundige moet onafhankelijk blijven en duidelijk uitleggen wat wel en niet mogelijk is.
Een arboverpleegkundige werkt meestal in een multidisciplinair team. Daarin kunnen de volgende professionals vertegenwoordigd zijn.
| Arboverpleegkundige | Bedrijfsarts |
|---|---|
| Is opgeleid als verpleegkundige | Is opgeleid als arts en medisch specialist |
| Heeft meestal een post-hbo-specialisatie gevolgd | Heeft na geneeskunde een vierjarige specialistenopleiding gevolgd |
| Richt zich sterk op begeleiding, preventie, functioneren en gezondheid | Is verantwoordelijk voor medische beoordeling en bedrijfsgeneeskundige besluitvorming |
| Kan taken uitvoeren in taakdelegatie | Delegeert taken en blijft verantwoordelijk voor het geheel |
| Mag niet zelfstandig alle medische oordelen geven | Kan zelfstandig een medisch oordeel geven over arbeidsmogelijkheden |
| Is BIG-geregistreerd als verpleegkundige | Is BIG-geregistreerd als arts en geregistreerd als bedrijfsarts |
Een arboverpleegkundige is dus geen vervanger van de bedrijfsarts. Beide beroepen vullen elkaar aan. Door een goede taakverdeling kan de bedrijfsarts zich richten op complexe medische beoordelingen en kan de arboverpleegkundige meer tijd besteden aan begeleiding, preventie en contact met werknemers.
De functie praktijkondersteuner bedrijfsarts wordt meestal afgekort als POB. Een POB ondersteunt de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding en voert taken uit in taakdelegatie.
De functies overlappen, maar zijn niet hetzelfde. Een arboverpleegkundige heeft altijd een verpleegkundige achtergrond en een bredere deskundigheid op het gebied van preventie, gezondheidsonderzoek, gezondheidsbevordering en organisatieadvies. Een POB hoeft niet altijd verpleegkundige te zijn.
Bij sommige opleidingen is de opleiding tot POB opgenomen in het opleidingstraject tot arboverpleegkundige. Bij de NSPOH ontvangt een student na afronding van het volledige traject zowel het diploma POB als het diploma arboverpleegkundige.
Een arboverpleegkundige verdient in 2026 ongeveer € 3.700 tot € 5.200 bruto per maand bij een volledig dienstverband. Een actuele landelijke salarisstatistiek komt uit op gemiddeld ongeveer € 4.423 bruto per maand.
Een actuele vacature bij een grote arbodienst noemt een salaris van € 3.906 tot € 4.890 bruto per maand op basis van 40 uur. Een vacature die via Zorgjob werd aangeboden, noemde een salaris tot € 5.150 bruto per maand.
Een bruikbare salarisindeling is.
| Ervaringsniveau | Indicatief bruto maandsalaris |
|---|---|
| Verpleegkundige in opleiding tot arboverpleegkundige | Ongeveer € 3.500 tot € 4.100 |
| Gediplomeerd arboverpleegkundige | Ongeveer € 3.900 tot € 4.700 |
| Ervaren of senior arboverpleegkundige | Ongeveer € 4.600 tot € 5.200 |
| Senior adviseur of coördinerende functie | Soms hoger dan € 5.200, afhankelijk van werkgever en verantwoordelijkheid |
Het salaris hangt af van opleiding, ervaring, aantal uren, verantwoordelijkheden, regio en werkgever. Er bestaat geen landelijke cao die voor alle arboverpleegkundigen geldt. Grote arbodiensten kunnen een eigen cao of arbeidsvoorwaardenregeling hebben.
Veel arboverpleegkundigen werken 24 tot 36 uur per week. Bij een salaris van € 3.906 tot € 4.890 op basis van 40 uur komt het bruto salaris naar verhouding ongeveer uit op.
| Uren per week | Indicatief bruto per maand |
|---|---|
| 24 uur | Ongeveer € 2.344 tot € 2.934 |
| 28 uur | Ongeveer € 2.734 tot € 3.423 |
| 32 uur | Ongeveer € 3.125 tot € 3.912 |
| 36 uur | Ongeveer € 3.515 tot € 4.401 |
| 40 uur | Ongeveer € 3.906 tot € 4.890 |
Naast het maandsalaris bieden werkgevers vaak vakantiegeld, een eindejaarsuitkering, pensioen, een mobiliteitsvergoeding, thuiswerkvergoeding, opleidingsbudget en mogelijkheden om extra verlofdagen te kopen.
Er is geen actueel openbaar register waarin alle werkzame arboverpleegkundigen worden geteld. Het BIG-register registreert hen als verpleegkundige en niet als afzonderlijke beroepsgroep. Ook de cijfers van het CBS maken geen betrouwbare aparte uitsplitsing voor arboverpleegkundigen.
V&VN schatte in de positioneringsnotitie over het beroep dat ongeveer 1.000 arboverpleegkundigen werkzaam zijn binnen de arbeidsgerelateerde zorg. De beroepsgroep gaf daarbij aan dat het aantal groeide.
De beste bruikbare formulering voor de beroepengids is daarom.
In Nederland werken naar schatting ongeveer 1.000 arboverpleegkundigen. Een exact en volledig actueel aantal is niet bekend, omdat arboverpleegkundigen in het BIG-register alleen als verpleegkundige worden geregistreerd en niet iedereen is aangesloten bij de beroepsvereniging of het deskundigheidsregister.
Een aantal van ongeveer 5.000 arboverpleegkundigen is op basis van de beschikbare beroepsgegevens niet aannemelijk en kan beter niet worden gebruikt.
De arbeidsmarkt voor arboverpleegkundigen is gunstig. Arbodiensten zoeken zowel gediplomeerde arboverpleegkundigen als ervaren verpleegkundigen die de vervolgopleiding willen volgen.
De vraag wordt onder andere veroorzaakt door.
Er zijn geen betrouwbare landelijke cijfers over het aantal vacatures of de werkloosheid binnen deze kleine beroepsgroep. Actuele vacatures laten wel zien dat werkgevers regelmatig leer- en werktrajecten aanbieden aan verpleegkundigen die nog geen post-hbo-diploma arboverpleegkundige hebben.
De vooropleiding moet los worden gezien van de specialistische opleiding tot arboverpleegkundige.
| Opleidingsonderdeel | Gebruikelijke duur |
|---|---|
| Havo | Vijf jaar |
| Vwo | Zes jaar |
| Mbo-opleiding verpleegkundige niveau 4 | Meestal drie tot vier jaar |
| Hbo-verpleegkunde | Vier jaar voltijd |
| Verkorte hbo-verpleegkunde na mbo-verpleegkunde | Vaak tweeënhalf tot drie jaar, afhankelijk van vrijstellingen en onderwijsinstelling |
| Premodule verpleegkundige vervolgopleidingen bij de HAN | Zes bijeenkomsten, met een studiebelasting van ongeveer 80 tot 120 uur |
Wie via havo rechtstreeks naar hbo-verpleegkunde gaat, heeft na de middelbare school vier jaar nodig om verpleegkundige op hbo-niveau te worden. Daarna volgt de specialistische opleiding tot arboverpleegkundige.
De specialistische vervolgopleiding duurt ongeveer vijftien tot achttien maanden. De opleiding wordt in deeltijd gevolgd en gecombineerd met werk of een praktijkplaats binnen de bedrijfsgezondheidszorg.
Er zijn in 2026 twee belangrijke opleidingsroutes.
| Onderwijsinstelling | Duur en opbouw |
|---|---|
| HAN | Anderhalf jaar, 26 bijeenkomsten, 156 contacturen en ongeveer 463 uur totale studiebelasting |
| NSPOH | Vijftien maanden, 27 lesdagen en een praktijkdeel |
De HAN-opleiding is ingeschaald op NLQF-niveau 6. Dit is hetzelfde niveau als een hbo-bachelor. De post-hbo-opleiding levert echter geen tweede bacheloropleiding op. NLQF 6 geeft aan op welk niveau de leerresultaten zijn ingeschaald.
De NSPOH heeft de opleiding tot praktijkondersteuner bedrijfsarts in de opleiding tot arboverpleegkundige opgenomen. Wie al een erkende POB-opleiding heeft afgerond, kan daar een verkort traject volgen. Dit traject bestaat uit zeven lesdagen en een adviesopdracht verspreid over ongeveer zes maanden.
De opleiding combineert verpleegkundige kennis met bedrijfsgeneeskunde, wetgeving, advisering en organisatiekunde.
De student moet tijdens de opleiding in de praktijk kunnen werken. Bij de HAN is een werkplek of stageplaats binnen arbeid en gezondheid nodig voor minimaal acht uur per week. Ook moet een praktijkbegeleider beschikbaar zijn die minimaal op hbo-niveau is opgeleid.
De NSPOH vraagt tijdens het eerste deel minimaal één werkdag per week onder begeleiding van een geregistreerde bedrijfsarts. Eén tot twee dagen per week heeft de voorkeur. Tijdens het laatste deel kan de student ook worden begeleid door een ervaren arboverpleegkundige.
Dit betekent dat iemand de opleiding meestal niet volledig theoretisch kan volgen. De student moet gesprekken, onderzoeken, rapportages en adviesopdrachten in een echte werkomgeving uitvoeren.
De titel verpleegkundige is wettelijk beschermd. Alleen iemand met de juiste opleiding en een geldige BIG-registratie mag deze titel gebruiken.
Arboverpleegkundige is geen afzonderlijk medisch specialisme in het BIG-register. De professional staat in het BIG-register geregistreerd als verpleegkundige. De aanvullende deskundigheid kan worden vastgelegd in het deskundigheidsgebied Arboverpleegkundige binnen het Kwaliteitsregister V&V.
Registratie in dit deskundigheidsgebied laat zien dat de verpleegkundige een passende vervolgopleiding heeft gevolgd en de deskundigheid onderhoudt. Deze registratie is een vorm van zelfregulering door de beroepsgroep en is niet hetzelfde als de wettelijke BIG-registratie.
Het opleidingsniveau van een Arboverpleegkundige is HBO.
Welke eigenschappen heeft een goede arboverpleegkundige?
Het beroep past bij verpleegkundigen die hun medische kennis willen blijven gebruiken, maar minder behoefte hebben aan directe lichamelijke verzorging, nachtdiensten en onregelmatige diensten.
De overstap kan interessant zijn voor verpleegkundigen die.
De arboverpleegkundige werkt in een omgeving waarin verschillende belangen spelen. Een werknemer wil soms meer tijd voor herstel, terwijl een werkgever snelle werkhervatting verwacht. Ook kan een werknemer wantrouwend zijn omdat de werkgever de arbodienst betaalt.
Andere aandachtspunten zijn.
Een ervaren arboverpleegkundige kan doorgroeien naar functies zoals.
Met een passende masteropleiding kan verdere ontwikkeling mogelijk zijn richting verpleegkundig specialist, onderzoeker, beleidsadviseur of manager. De route naar verpleegkundig specialist binnen de bedrijfsgezondheidszorg komt nog weinig voor.
Andere benamingen voor arboverpleegkundige
In vacatures en organisaties worden verschillende functienamen gebruikt.
Niet iedere vergelijkbare functienaam is een volledig synoniem. Een verzuimconsulent, casemanager, sociaal-medisch verpleegkundige en praktijkondersteuner bedrijfsarts kunnen gedeeltelijk vergelijkbare taken hebben, maar de opleiding, bevoegdheden en werkomgeving verschillen.
Een werkdag kan beginnen met twee verzuimspreekuren. De eerste werknemer heeft rugklachten en wil bespreken hoe het werk kan worden hervat. De tweede werknemer heeft stressklachten door een combinatie van werkdruk en mantelzorg.
Daarna overlegt de arboverpleegkundige met de bedrijfsarts over een werknemer bij wie de klachten ingewikkelder zijn geworden. Vervolgens wordt een werkgever gesproken over opvallend veel kortdurend verzuim binnen een team.
In de middag bezoekt de arboverpleegkundige een productiebedrijf voor een werkplekonderzoek. Aan het einde van de dag worden dossiers bijgewerkt, terugkoppelingen opgesteld en vervolgafspraken ingepland.
Op een andere dag kan de arboverpleegkundige een PMO uitvoeren, een training over mentale gezondheid geven of een directie adviseren over duurzame inzetbaarheid.